Press "Enter" to skip to content

Archief Golfers Magazine 2019

Archief Golfers Magazine 2019

Hier de stukken die ik in 2019 voor Golfers Magazine schreef. Klik op een nummer in de tabel als je een bepaalde column direct wilt lezen.


column golfers magazine 01 – 2019
Het is geen smoel, excusez le mot

Eens een golfer, altijd een golfer. Zelfs nu ik de sport der sporten persoonlijk even, wegens de vervanging van enkele essentiële onderdelen, slechts in mijn luie stoel kan volgen, niet met een club maar met de afstandsbediening in mijn hand, voel ik mij er hevig bij betrokken. En maak ik mij bijvoorbeeld druk over het feit dat niet alle nieuwe regels, zoals per 1 januari jongstleden ingevoerd, een verbetering betekenen.

Sterker nog, ik zit te af en toe te schelden tegen het scherm.

Gelukkig heeft de stem van Jan Kees van der Velden, op Ziggo Sport Golf, een zalvende werking. Ik denk wel eens: als Jan Kees stopt met golfcommentaar, kan-ie altijd nog aan de slag als mindfulness-goeroe. Zijn stem brengt mij meestal snel weer tot bedaren, hoewel ik er telkens weer opvallend lang moeite mee blijf hebben dat een golfnerd als Bryson Dechambeau – hij schijnt zijn putter met 0,3 millimeter te hebben laten verlengen nadat de data hem duidelijk hadden gemaakt dat hem dat de komende tien jaar in totaal 0,775 slag zou schelen – zelfs bij een kort puttje de vlag in de hole laat staan.

Het is geen smoel, excusez le mot.

Ach, het zal mijn conservatieve inslag wel wezen. Ik houd niet zo van veranderingen en vind het daarom óók geen gezicht – zie je wel dat je zoiets veel netter kunt uitdrukken – dat een speler een bal op kniehoogte mag droppen. Het heeft iets stiekems. Golfers deden dat vroeger alleen maar als ze dachten dat niemand het zag.

Onlangs, bij het toernooi van TPC Scottsdale, werd de veelbelovende Amerikaan Denny McCarthy in beeld gebracht. En wat geschiedde? Wat Li Haotong ook bij de Dubai Classic overkwam, zij het dat de overtreding toen duidelijker zichtbaar was (het kostte de Chinees uiteindelijk zelfs 100.000 euro). Denny kreeg twee strafslagen voor zijn kokosnoot omdat zijn caddy in de ogen van de rules officials te lang achter hem was blijven staan bij het oplijnen: een overtreding van regel 10.2b(4). Het sloeg nergens op, omdat Denny er geen enkel voordeel van ondervond. Waar nog bijkomt dat het vóór 1 januari gewoon was toegestaan.

Ik schold mijn scherm zo luidkeels uit, dat de angstaanjagende hoeveelheid decibellen die daarmee vrijkwam kennelijk zelfs door de geigertellers bij TPC Scottsdale werd geregistreerd: de volgende dag, tijdens de derde ronde, werd de straf ongedaan gemaakt, hetgeen vrij uniek is, al moet ik toegeven dat de protesten van medespelers als Ricky Fowler ook wel enigszins geholpen zullen hebben.

Ik moet dus nog heel erg wennen aan die nieuwe regels.


column golfers magazine 02 – 2019
Zin in een wedstrijdje om de Artrose Cup?

En dan, op een natte, winderige dag in maart 2019, breekt zomaar het moment aan dat de speler met NGF-lidnummer 153479 checkt of golf op het programma van de Paralympics van 2020 in Tokio staat.

Hij weet natuurlijk al dat gehandicaptengolf een algemeen geaccepteerde vorm van vrijetijdsbesteding is en zelfs, zoals het een ware paralympische sport betaamt, is onderverdeeld in diverse categorieën. Doven, blinden, spelers die een ledemaat missen, verstandelijk gehandicapten: allemaal kunnen zij her en der op deze planeet hun onderlinge competities afwerken.

Is er dus nog hoop?

Helaas niet, zo ontdekt hij even later.

Van alles staat er op het programma, volgend jaar in Tokio: boccia, voetbal 5-terzijde, goalball, noem maar op. De speler met NGF-lidnummer 153479 heeft geen idee wat voor sporten dat precies zijn, maar het interesseert hem nu ook even niet. Voor golf is er namelijk wederom geen ruimte in de Japanse hoofdstad. “Discriminatie!” roept hij woedend, achter zijn pc. “Op de Olympische Spelen wordt wél gegolfd. Maar op de Paralympics niet. En dat terwijl golf waarschijnlijk de eerste sport ter wereld was waar een handicapsysteem werd geïntroduceerd.”

Wat nu?

De speler met NGF-lidnummer 153479 weet het even niet meer. Zal hij de Pil van Drion bestellen? Of moet hij zich schikken in zijn lot, kappen met golf en nu eindelijk maar eens beginnen aan ‘Brieven aan Bavink’, de reeds lang geleden aangekondigde roman opgedragen aan zijn trouwe viervoeter, waarmee hij de Nobelprijs voor de Literatuur wil binnenslepen? Oké, die prijs stelt weinig voor vergeleken bij een gouden medaille op de Paralympics in de categorie hoogbejaarden met flaporen, Alzheimer Light en twee kunstknieën. Maar het is tenminste iets.

Ja, u leest het goed: de speler met NGF-lidnummer 153479 behoort inmiddels óók tot het gigantische peloton dat met een of meerdere ledematen van kunststof en metaal de golfsport beoefent. Het is nu nog één knie, maar binnen enkele maanden worden het er twee, al is dat nog niets vergeleken bij wat zijn clubgenoot Fred B. aan ledematen heeft laten vervangen. Het schijnt dat alleen Freds linker kleine teen nog van hemzelf is.

Ineens daalt een weldadige rust op de speler met NGF-lidnummer 153479 neer.

“Wat maak je je druk, man”, denkt hij. “Er zijn zó veel goeie golfers met kunstknieën en -heupen dat je waarschijnlijk toch kansloos was geweest.”

Die roman kan nog wel even wachten, stelt hij bovendien vast.

“Ha Fred!” roept hij even later door de telefoon. “Zin in een wedstrijdje om de Artrose Cup?”


column golfers magazine 03 – 2019
Golfen met Frenkie op een Ajax-dag

Kunnen we het wel over de mentale weerbaarheid van Tiger hebben, na de grootste comeback in de geschiedenis van de golfsport, maar ík heb gegolfd met een fanatieke Ajax-fan die later die dag Ajax-Juventus zou bijwonen.

Mijn mentale weerbaarheid mag er dus ook best wezen.

Ik ben bereid enkele verzachtende omstandigheden aan te voeren. Wij speelden in Hardelot, ten zuiden van Calais. Dat is 4 1/2 uur rijden van de Johan Cruijff Arena, let wel: buiten de spits. Aangezien Ajax-Juventus om 21.00 uur zou beginnen en wij om 10.00 uur afsloegen in de wetenschap dat de flight voor ons werd gevormd door vier Britten van gemiddeld 104 jaar oud die de avond tevoren, zoals de grote Franse schrijver/wielercolumnist Antoine Blondin het ooit zei, vergeefs op zoek waren geweest naar een gesloten café, is het derhalve niet helemáál onbegrijpelijk dat mijn medespeler reeds op de eerste tee un peu nerveux oplijnde.

Laat ik hem Frenkie noemen, deze medespeler. Zijn gezin, vrienden en collega’s lezen Golfers Magazine ook, dus ik wil zijn ware naam niet onthullen en Ronaldo is in dit verband te lullig. Welnu, ik zie Frenkie, die er af en toe zowaar in slaagt de bal een lengte van 300 meter mee te geven, zijn eerste drive nóg tussen die vier Britten van gemiddeld 104 jaar slaan. Zij hadden het gelukkig niet in de smiezen. Antoine Blondin, weetjewel. Volgens mij hadden ze helemaal niks in de smiezen. Ze waren in de eerste plaats aan het overleven en zeker in twee gevallen vraag ik mij af of dat ook is gelukt.

Enfin.

Zo ging dat de hele ronde, golfvrienden, terwijl Frenkie eerst om de vijf minuten en daarna om de vier, drie en twee minuten en tenslotte om de tien seconden op zijn horloge keek en zich ook met steeds grotere haast naar zijn bal begaf, die naarmate ons duel vorderde steeds vaker tussen de pijnbomen gezocht diende te worden. En ondertussen wauwelde meneer maar over Hakim en Dusan en Donny en Matthijs en Daley en weet ik veel allemaal wie, en lukte het mij ondanks dit alles de moed erin te houden, totdat wij om 15.00 uur de achttiende tee verlieten en hij zich in gestrekte draf naar zijn auto spoedde.

We hadden precies 36 Stableford-punten.

Oké, bij elkaar opgeteld, maar kniesoor.

Om vijf voor negen die avond ontving ik een appje van Frenkie vanuit de Arena: “Binnen!”

Precies op dat moment bestelde ik, zelf inmiddels in Brugge gearriveerd, mijn vijfde glas Leffe Blond om op mijn mentale weerbaarheid te proosten.


column golfers magazine 04 – 2019
Dankzij Anne is het weer 5 oktober 1992

En ik maar denken dat geen golfuitdrukking mij nog zou kunnen verrassen. Nou, mooi wel. En dat bedenken dat ik al een tijdje meeloop. Op maandag 5 oktober 1992, de dag na de Bijlmerramp (daarom vergeet ik het nooit meer), nam ik tijdens de clinic van de Anton Witkamp Masters op de Purmer voor het eerst een golfclub in de hand. Waarmee de volgende ramp zich dus alweer aandiende, al had ik wel reeds snel in de smiezen dat ik het niet zozeer van mijn sportieve prestaties moest hebben, als wel van mijn praatjes.

Zo ontwikkelde ik mezelf op het gebied van de locker room banter, een uitdrukking die later dankzij Donald J. Trump nieuw leven zou worden ingeblazen, in no time tot een vooraanstaande deskundige. Maar ook op andere verbale terreinen stond ik op en rondom de golfcourses spoedig mijn mannetje.

Neem onze herenmiddag, waar overigens niet zoveel heren aan meedoen, al zijn de deelnemers over het algemeen wel van mannelijke kunne.

Dan word ik ingedeeld met Sjoerd, een van die golfers die je niet echt zonder marker de baan in kunt laten gaan. Met gebruikmaking van een swing die niet zou misstaan in het hoofdstuk De Lelijkste Bewegingen Aller Tijden van het Guinness Book of Records, geeft Sjoerd de bal altijd een enorme oplawaai, met heel af en toe een positief resultaat in de vorm van een rechte drive van 300 meter. Bovendien zweeft de wereld van diversiteit en inclusie voor Sjoerd, zoals trouwens voor de meeste deelnemers aan deze populaire wekelijkse wedstrijd, zo ongeveer ter hoogte van Mars in het universum rond.

Gelukkig laat Sjoerd zijn putts vaak een metertje of anderhalf te kort.

“Golft je man ook, Sjoerd?” vraag ik dan.

In variaties op die opmerking spelen om de een of andere reden ook de Bekende Nederlanders Hans van der Togt, Jos Brink en Hans van Willigenburg vaak een rol.
Maar ja, toen las ik een leuk interview met ons aller Anne van Dam in de Telegraaf, waarin Neerlands beste golfster vertelde hoe zij in vergelijkbare situaties tijdens pro-ams met flightgenoten van het type Sjoerd pleegt om te gaan.

“Je liet iets vallen”, zegt Anne dan droogjes.

“O ja, wat dan?” vraagt zo’n man meestal, verbaasd om zich heen speurend.

“Je lippenstift.”

En die kende ik dus nog niet, terwijl ontelbare andere deelnemers aan onze herenmiddag ‘m bij navraag wél al regelmatig van stal bleken te halen.

Ik heb het gevoel dat het weer 5 oktober 1992 is.


column golfers magazine 05 – 2019
Bubba speelt met gele ballen. Dat zegt genoeg

Luister. Ja, jij ook daar bij hole 19. Dit is belangrijk. De reputatie van ons edele golfspel staat op het spel. Ik wil iets afspreken. Dat moet kunnen in deze keurige sport, waarin her en der immers ook eisen aan de kleding worden gesteld (geen jeans, geen t-shirts). Een sport die bovendien kan worden beoefend op banen, niet de minste vaak, met bij de ingang borden waarop teksten als ‘Dogs and ladies not allowed’.

Heel fatsoenlijk allemaal.

Het gaat mij om de bal. De golfbal inderdaad. Daar zijn de laatste decennia tal van wetenschappelijke onderzoeken op losgelaten, met de ene aanpassing na de andere als resultaat. Zodat-ie nóg meer spin kon genereren, of nóg verder vloog. Zo werkt dat bij voortschrijdend inzicht. Maar momenteel is er een ontwikkeling gaande die mij een stap te ver gaat: je ziet steeds meer gele ballen op de baan.

Jazeker, ook bij de pro’s.

Natuurlijk, gele ballen zijn er al jaren. In 1982 was er zelfs een oranje bal, waarmee Jerry Pate het Players Championship won. Maar het waaide altijd over. Steeds weer zagen de spelers in – ook de golfgoden straffen onmiddellijk: Pate won daarna nooit meer een PGA-toernooi – dat het geen smoel was, die gekleurde ballen. Dat er slechts drie behoorlijke kleuren zijn voor een golfbal: wit, wit en wit (in werkelijkheid is wit trouwens geen kleur, maar het ontbreken van licht). Nu, echter, lijkt de gele bal steeds meer terrein te winnen.

Bubba speelt er bijvoorbeeld mee. Bubba Watson, bedoel ik. Bubba de gek. Die laatst met die malle swing van ‘m een slag produceerde, waarbij de bal zich direct na het verlaten van de tee in de grond boorde om tien seconden later pardoes, op drie inches afstand van de vlag, als een mol uit de green omhoog te kruipen. Denkend aan Bubba zie ik een hermetisch afgesloten dolhuis. Als hij gele ballen gebruikt – schrik niet, vroeger deed-ie het ook met roze exemplaren – zou dat voor iedereen een teken moeten zijn om er definitief vanaf te zien.

Nou, niet dus: de ene na de andere topper bekeert zich openlijk tot de gele bal, van welk merk dan ook.

Een paar maanden terug zweefde er een tweet voorbij van Ralph Miller, teaching pro van Lage Vuursche, waarin hij trots aankondigde dat hij óók met gele ballen zou gaan spelen.

Ralph Miller!

Die ik, toen-ie 13 jaar was, op Sluispolder nog op het rechte pad heb gehouden!

Zullen we afspraken hier onmiddellijk mee te stoppen, golfvrienden?

Dan blijft er tenminste nog íets heilig.


column golfers magazine 06 – 2019
Wat als Shane het toch nog had verloren?

Op Ziggo Sport Golf laten ze vaak The Shot of the Day zien. Dan volgt bijvoorbeeld een fragment waarin een speler zijn bal over een afstand van 220 meter uitholet, of vanaf een grindpad zonder relief over veertig meter hoge bomen met een hoek van 45 graden pal naast de vlag deponeert.

Laatstgenoemd shot noemt men ook wel een Bubbaatje.

The Shot of the Day van de slotdag van het onvergetelijke Britse Open op Royal Portrush werd pas twintig minuten voor het einde gemaakt en betrof ditmaal geen golfshot, maar een camerashot. Bovendien werd er geen golfer mee in beeld gebracht, maar graveur Garry Harvey, alvast druk bezig met het ingraveren, in de Claret Jug, van de naam van Shane Lowry.

Garry Harvey, een zestigjarige Schot, is de zoon van de inmiddels overleden Alex Harvey, die het ingraveren, voordat zijn kind in 2006 de gewichtige taak overnam, vanaf 1973 voor zijn rekening had genomen. Harvey sr. beroemde zich er altijd op dat hij de klus binnen tien minuten na de laatste putt wist te klaren. Dit jaar werd hij dik door zoonlief geklopt. Garry wist de klus namelijk reeds tien minuten vóór de laatste putt te klaren.

Mijn mond viel open van verbazing.

Het camerashot werd gemaakt toen Shane Lowry en Tommy Fleetwood zich halverwege de zeventiende hole bevonden. De naam van de Ier bleek reeds voor de helft op de Claret Jug te staan. Hij had toen al een voorsprong van zes slagen, dat klopt. Het stond echter nog niet vast dat hij The Open zou gaan winnen. En toch was Garry Harvey na afloop van de zestiende hole ijskoud aan de slag gegaan.

De naam van Shane Lowry stond al op de Claret Jug voordat het toernooi was afgelopen.

Ik ben een enorme fan van Shane. Voor mij is hij de sympathiekste winnaar die The Open ooit heeft gehad, maar toch hoopte ik op dat moment dat hij, bevangen door de zenuwen, zijn tweede slag op de zeventiende out of bounds zou slaan en zijn vierde slag op die hole over de green, waarna een chip en een drieputt zouden volgen, en dat hij de achttiende zou beginnen met een lost ball en eveneens zou besluiten met een drieputt. Zeven slagen verspelen in twee holes, het is vaker gebeurd. Het zou Garry Harvey in dit geval in ernstige verlegenheid hebben gebracht en het uiterlijk van de Claret Jug danig hebben geschonden.

Heiligschennis!

Geen leuker vermaak dan leedvermaak, nietwaar.

Al was Shane Lowry zien winnen toch ook best leuk.


column golfers magazine 07 – 2019
Een traumatische gebeurtenis

Het was slechts een klein online-berichtje, in de derde week van juli van dit jaar. Eén dodelijk slachtoffer, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan: daar kon je niet eens het cynische journalistieke principe op loslaten, dat het aantal doden gedeeld door de afstand de nieuwswaarde bepaalt.

Toch bleef ik het herlezen.

“Golfende vader doodt zesjarige dochter in bizar ongeluk”, stond er. De man, spelend op de baan van Sleepy Ridge in Orem, 72 kilometer ten zuiden van Salt Lake City, had een slag ver naar links omgetrokken, precies in de richting van de buggy waarin zijn dochtertje Aria, achttien meter verderop, had plaatsgenomen. Zijn bal raakte haar vol in haar nek, zij stierf een paar uur later in het ziekenhuis.

Verschrikkelijk.

Daar komt Kellen Hill, zoals de vader heet, nooit meer overheen.

Zal hij ooit nog een golfcourse betreden?

Bij mij scheurde het bericht een oude wond open, die nooit echt is gedicht. Elke keer als ik op de tv een toeschouwer door een golfbal geraakt zie worden – dat is best vaak – moet ik immers terugdenken aan een voorval dat op dezelfde wijze had kunnen aflopen, niet met een zesjarige meisje als slachtoffer, maar mijn vrouw. Nu ik dit schrijf krijg ik wéér, zoals altijd, dat weeë gevoel in mijn maag.

We bevonden ons in de omgeving van München, op de golfbaan van Feldafing aan de Starnberger See. We speelden onze ronde gezamenlijk in een buggy, die zij op een par-3 links voor de medal tee parkeerde. Ik weet nog dat ik dacht: misschien moet ik haar vragen een stukje naar achteren te rijden. Ik deed het niet, zij stapte uit om mijn bal te kunnen volgen. Vervolgens produceerde ik een gigantische hook, die de bal slechs enkele centimeters langs haar hoofd liet vliegen.

Zij merkte het niet eens.

Ik wel.

Ik raakte geen bal meer die dag. Het beeld bleef mij achtervolgen en dat bleef het de hele week doen, sterker nog: het hele jaar. Het wilde maar niet wegebben, met andere woorden: het was een traumatische gebeurtenis. Stel dat ik haar, de liefde van mijn leven, wel vol op het hoofd had geraakt. Dat bleef ik mij maar afvragen. En dat doe ik, zoals gezegd, nog steeds wanneer ik een soortgelijk ongeval op de Tour bij Ziggo Golf ontwaar, een incident dat meestal wordt beëindigd met het schudden van handen tussen de speler en het slachtoffer en het overhandigen van een golfhandschoen met handtekening.

Golfen?

Je kunt geen veiligheid genoeg inbouwen.

Ik zeg het uit de grond van mijn hart.


column golfers magazine 08 – 2019
KLM Open slagveld voor het publiek

Het KLM Open van 2019? De Tweede Slag bij de Marne was er niks bij. Overal kermende slachtoffers!

Zeker, overdrijven is ook een vak, ik verdien er voorzichtig geschat al sinds 1918 mijn brood mee, geen wonder dus dat ik met een veldslag op de proppen kom die in dat jaar plaatsvond – driehonderddduizend doden, mevrouw, toen durfden we tenminste nog te sneuvelen, kijk maar eens naar de documentaire They shall not grow old van Peter Jackson, en laten we niet vergeten dat de Tweede Slag bij de Marne het einde van de Eerste Wereldoorlog inluidde.

Nooit weg toch, zo’n lesje geschiedenis?

Weer eens wat anders dan dom tegen een balletje meppen!

Enfin.

In werkelijkheid was het KLM Open op de International natuurlijk vooral een feest, met veel leut en gezelligheid voor het massaal toegestroomde publiek. Maar niet voor iedereen, helaas. Sterker nog, een schrikbarend aantal mensen moest een bezoek aan een van de hospitality lounges inruilen voor een bezoek aan een van de hospital lounges. Scheelt slechts drie letters, maar wat een wereld van verschil.

Ik citeer een verslag op de site van de golfvereniging Kapelkeshof, waarvan een aantal leden gezamenlijk een bezoek bracht aan de International: “Marjo Kessels ging bij deze hole 1 op een spekgladde helling onderuit. In het AMC-ziekenhuis werd een dubbele breuk in het enkelgewricht geconstateerd.”

Au!

Ik citeer Anita Hiemstra, manager van de onvolprezen Texelse, met wie ik vlak na het KLM Open een rondje op haar prachtbaan speelde: “De echtgenote van een van onze leden brak tijdens een bezoek aan het Open haar been op twee verschillende plaatsen. Haar man bereidt nu een claim voor bij de organisatie.”

Au!

Ik citeer tentslotte Airport Medical Services/ KLM Health Service, dat samen met het Rode Kruis met de medische zorg was belast: “Ons team, bestaande uit een arts, ambulancebemanning en Eerste Hulp verpleegkundigen, ontfermde zich over de meer ernstige zorgvragen. Dat waren er bijna vijftig. Het glooiende karakter van de baan in combinatie met de drukte en soms het natte gras maakte dat er vooral veel enkelletsel was. Er waren zeventien patiënten met gekneusde enkels en zelfs zeven met een gebroken enkel.”

Au!

O, zeker: tijdens evenementen als het British Open gebeurt dit soort ongelukken in die soms steile duingebieden ook regelmatig. Maar zo vaak als op de International? Ik betwijfel het. Ik weet het ook uit eigen ondervinding: de heuveltjes rondom de holes van het KLM OPen waren spiegelglad. Verschillende malen kon ik een valpartij nog maar net voorkomen. En ik droeg golfschoenen!

Best jammer, eigenlijk, dat Peter Jackson er niet bij was.


column golfers magazine 09 – 2019
Kom aan boys, uit de kast jullie!

Hoeveel topgolfers er al uit de kast zijn gekomen? Eentje, als ik goed ben geïnformeerd. Let wel, ik heb het over mannelijke topgolfers. Hoewel er nauwelijks iets over is gepubliceerd, is in het vrouwelijke topgolf, net als in het vrouwelijke toptennis trouwens, het aantal speelsters dat op leden van het eigen geslacht valt bovengemiddeld.

Bij de heren ken ik, zoals gezegd, slechts één geval: de Amerikaan Tadd Fujikawa die in september vorig jaar, na het voeren van een lange innerlijke strijd, bekendmaakte dat hij homoseksueel is. Hij verwierf daarmee veel steun en sympathie, ook onder medespelers, maar daar bleef het bij. Zijn stap vond geen navolging.

Hoe komt dat?

Toch schaamte en verstotingsangst, zoals in de voetballerij?

Ik vrees het met grote vreze.

De golfsport is in veel opzichten te prefereren boven de voetbalsport. In laatstgenoemd spel, ik noem maar iets, is het uitgangspunt dat alles is toegestaan wat de scheidsrechter niet ziet gemeengoed geworden. Dat mag je gerust een beschamende ontwikkeling noemen. Beste voorbeeld, nog steeds: de glaszuivere goal die Duitsland-goalie Manuel Neuer op het WK van 2010 tegen Engeland moest incasseren. De bal passeerde na een schot van Frank Lampard via de onderkant van de lat zeker een halve meter de lijn. Iedereen zag het, ook Neuer, maar de scheidsrechter deed een Stevie Wondertje (de VAR moest nog worden uitgevonden). En dus dacht de keeper, zoals hij na afloop ook verklaarde: “Wat kan mij het verdommen, ik breng de bal gewoon terug in het spel.”

Honderden miljoenen kijkers waren er getuige van.

En niemand die het Neuer kwalijk nam.

Ondenkbaar in de edele golfsport, dit soort dingen. Golfers worden zelfs geacht zichzelf te diskwalificeren als na hun ronde blijkt dat iets, soms ook buiten hun schuld, niet volgens de regels is gegaan. Dat gebeurt regelmatig, al belazeren naar mijn stellige overtuiging – vooral wanneer zij weten dat er geen camera’s in de buurt zijn – meer spelers de boel dan over het algemeen wordt aangenomen. Toch heeft de golfsport wat dat betreft een grote voorsprong op de voetbalsport. Dat moeten wij koesteren. Maar wat wij niet moeten koesteren is dat er binnen de voetbalsport en golfsport qua openheid over seksuele geaardheid blijkbaar dezelfde aartsconservatieve gedachten op worden nagehouden.

Kom aan, boys, uit de kast jullie, laten we ook op dit gebied een grote voorsprong nemen!

Wat zeg je? De LHBTGQ+-beweging kent ook nog vogels van een ander pluimage?

Eeehh… daar heb ik ook nog wel iets over te melden.

Weet je wat, dat bewaar ik voor de volgende keer.


column golfers magazine 10 – 2019
Stel, Joost Luiten wordt Johanna

Beloofd is beloofd. Mijn vorige bijdrage aan dit prachtblad – onderwerp: homoseksualiteit in de golfsport – eindigde als volgt: “De LHBTGQ+-beweging kent ook nog vogels van een ander pluimage. Dat bewaar ik voor de volgende keer.”

Ik zag het beeld al voor mij: totaal verwoeste kiosken nadat het de duizenden golfers die zich op de dag dat dit nummer zou verschijnen in lange rijen voor die kiosken hadden opgesteld, duidelijk was geworden dat ik mijn belofte niet was gekomen. Dat kon natuurlijk niet en daarom haast ik mij te verklaren dat onze sport óók zo z’n ervaringen met transgeldergolf heeft.

Poe hee.

Crisis op het nippertje bezworen.

Kent u Mianne Bagger nog? Een Deense, opgegroeid in Australië. Maar vroeger een Deen, opgegroeid in Australië. Zag in 1966 het levenslicht als jongetje, liet zich in 1995 ombouwen en slaagde er samen met enkele lotgenoten na veel maatschappelijk gekrakeel in de clausule ‘Geboren als vrouw’ uit de reglementen van de verschillende golforganisaties te laten schrappen.

Zo werd Bagger in 2004 ook lid van de Ladies European Tour. Mede onder haar invloed werd transseksualiteit in de golfwereld bespreekbaar. De rol van de inmiddels 66-jarige Amerikaanse Lana Lawless moet overigens evenmin worden onderschat: zij voerde om dezelfde reden een lang juridisch gevecht met de LPGA, dat zij won.

Toch zijn er nog steeds, zoals in zoveel takken van sport, veel topspeelsters die er moeite mee hebben.

“Het is oneerlijk”, stellen zij. “Sporters die als man zijn geboren hebben meer kracht.”

Laten we wel wezen: ze hebben een punt.

Stel, Joost Luiten maakt bekend dat hij een transitie zal ondergaan omdat hij het gevoel heeft dat hij in een verkeerd lichaam is geboren. En stel, Johanna Luiten eist vervolgens speelrecht op de Ladies European Tour op. Dat zou zeker en vast het einde van de numero 1-positie van Anne van Dam in Nederland betekenen en wellicht ook het einde van de numero 1-positie van Yin Young-Ko op de wereldranglijst.

Ja hoor, ik ken de tegenargumenten, ook van erkende wetenschappers.

Sommige zullen best valide zijn.

Maar ik weet ook nog wat Bobbi Lancaster zes jaar terug zei. Deze Amerikaanse, een kleurrijke arts en schrijver, is 69 nu, onderging in 2010 de operatie die haar van man in vrouw deed veranderen en probeerde zich drie jaar later bij de LPGA Tour aan te sluiten.

“Nu kan dat”, zei Bobbi toen. “Ik ben 63 en beschik niet meer over de krachten die ik vroeger had. Op jongere leeftijd was ik onterecht bevoordeeld geweest.”

De voorvechters namen het Bobbi niet in dank af.

Reacties zijn gesloten.

rob@hoogland.nl