Press "Enter" to skip to content

Categorie: 2020

Foute Jongens HP/De Tijd 2020

Foute Jongens HP/De Tijd 2020

Hier de stukken die Arthur van Amerongen en ik tot nu toe in 2020 voor onze Foute Jongens-rubriek in HP/De Tijd schreven. Klik op een nummer in de tabel als je een bepaald stuk direct wilt lezen. Scroll anders naar beneden.


foute jongens hp/de tijd 01 – 2020

De arbeider wordt ouderwets gekoeioneerd

Schrik niet, mijnheer Van Amerongen: onlangs is een Volkskrant-columnist erin geslaagd mij zachtjes te doen wenen. Nu schiet ik tegenwoordig aanzienlijk sneller vol dan vroeger. Als ik een opa samen met zijn kleinkind eendjes zie voeren gaan de sluizen al open. O, die herinneringen! Het leven heeft met zijn onvoorspelbare wendingen – en de bijbehorende, door de mores opgelegde, tot verdringingsproblemen leidende toneelstukjes – een vat vol tranen van mij gemaakt, dat bij de minste of geringste beweging overloopt.

Toch was het voor het eerst dat een Volkskrant-stukjesbakker deze emotie bij mij losmaakte. Simone Carmiggelt, ook wel bekend als Sylvia Witteman, laat mij regelmatig grinniken, net als Peter Buwalda, een van de weinige schrijvers die goed kunnen columneren, een ander vak zoals u weet. Tot voor kort slaagde Nico Dijkshoorn, die er om redenen die ik niet kan bevatten bij de Volkskrant is uitgegooid, daar eveneens in. En toegegeven, bij tijd en wijle tovert zelfs u met uw baldadige wekelijkse bijdrage een grijns op mijn vermoeide gelaat. Verder, echter, is in de overbevolkte columnistenweide van de papieren Volkskrant hoofdzakelijk GroenLinks-geloei, D66-gehinnik, klimaatgeblaat, identiteitsgemekker, SJW-gehuil en diversiteitsgetok hoorbaar. Daar kan ik om lachen noch huilen.

Ten behoeve van de opbouw van dit stukje noemde ik één naam nog niet: Martin Sommer. Hij is de columnist die mij aan het schreien bracht. Ik lees zijn heldere maatschappelijke analyses sowieso altijd graag. Wat hij in de week voor kerst publiceerde trof mij als kleinzoon van een man die in 1902 tot de mede-oprichters van de afdeling Alkmaar van de SDAP behoorde – dezelfde man inderdaad die een halve eeuw later eendjes met mij ging voeren – zelfs diep in het hart.

De kop zei feitelijk al genoeg: Arbeiders vormen op zijn best een groep die helaas niet kan meekomen. En ook uit het artikel zelf bleek vooral een mededogen met het proletariaat. “Rob Jetten stak zijn D66-duimen in de lucht bij het aangekondigde einde van de kolencentrale Hemweg. Geen idee dat daar ook nog mensen werkten.” Mooie, rake zinnen van Sommer, wiens vader bijna zijn hele leven bij Hoogovens in dienst was. En: “Eén ding hebben Johnson, Trump, Fortuyn en andere hele en halve populisten gemeen. Anders dan links zijn zij niet verwikkeld in een strafexpeditie tegen hun eigen kiezers.”

En toen, mijnheer Van Amerongen, drongen de waterlanders zich onweerstaanbaar bij mij op.

Want zo is het! De arbeiders zijn door de partijen waardoor zij zich vroeger automatisch vertegenwoordigd wisten meedogenloos in de steek gelaten en worden inmiddels zelfs door hen gekoeioneerd. Zij zijn weer de onderklasse die zij vroeger waren, het voetvolk dat door het establishment wordt geminacht en waarvoor mannen als mijn grootvader van moederskant dik honderd jaar geleden op de barricaden klommen.

Ik weet niet hoe u, als kind van de biblebelt, de column van Martin Sommer ervoer. Mij inspireerde het stuk in elk geval tot het schrijven van een e-mail aan hem, iets waartoe ik mij zelden laat verleiden: “Als kleinzoon van een man die dag in dag uit ‘s ochtends om 05.00 uur opstond om voor f 2,50 per week de kerktorens van Alkmaar op te winden, zich daarna tien uur lang als smid uitsloofde, ‘s avonds vaak nog iets bijverdiende als toneelspeler/zanger en in het weekeinde als ober functioneerde – alleen zo kon hij zijn gezin onderhouden – ben ik er diep door geraakt.”

Uit Sommers vriendelijke antwoord bleek dat zijn wortels eveneens in Alkmaar liggen.

Geen toeval, als u het mij vraagt.

Surinaamse vrienden vol lof over ome Joop

Voor het eerst schrijf jij binnen het kader van deze schelmenrubriek iets dat mij raakt, ouwe, in dier voege dat ik niet zoals gewoonlijk riposteer met scabreuze gebbetjes. Bovendien is Volkskrant-collega Martin Sommer ook mijn held en ben ik last but not least dol op zijn charmante vrouw die eigenhandig D66 Haarlem heeft laten ploffen.

Martins zoon Berend heb ik ooit weg geweekt bij tandartsenblad Elsevier en hem tot chef Nieuwe Media bij onze eigen Haagsche Post gebombardeerd. Beertje is nu chef politiek bij de redactie van Beau van Erven Dorens maar dat moet ie zelf weten.

Ik snap jouw gekoketteer met arbeiders, Hoogland, al moet ik daar eerlijk aan toevoegen dat ik uit een voornaam geslacht kom en het afgrijzen en weerzin jegens werkvolk & lompenproletariaat en vooral jegens de PvdA met de porseleinen paplepel kreeg ingegoten.

Papa en mama waarschuwden mij vooral voor Joop den Uyl omdat die van gristelijke huize was. Mama riep altoos: meneer Den Uyl gaat het vreselijk moeilijk krijgen op zijn sterfbed want hij weet dat hij dan naar de hel gaat omdat hij de Heer der Heirscharen duizenden malen heeft verloochend en niet slechts drie keer zoals de Goede Petrus.

Ik heb Den Uyl een keer mogen ontmoeten in een boekhandel in de Beethovenstraat en ik vond het een zeer aimabele kerel, niet bepaald iemand wiens jeugdheld Adolf Hitler was. Ik bedoel, dan ga je toch niet in de Beethovenstraat sjoppen?

Zelfs mijn Surinaamse vrienden op de Zeedijk waren vol lof over ‘ome Joop’ Den Uyl, die ze als een soort Sinterklaas zagen.

Uit wraak op mijn reactionaire, grootkapitalistische opvoeding, ben ik al op vijftienjarige leeftijd uit het Ir. Mussert-gymnasium aan de Beukenlaan in Ede gedropt en ging ik uit solidariteit met de arbeiders werken bij de koekjesfabriek van Nobo en bij de sapjesfabriek van baron Appelsientje.

Dat was wel even schrikken hoor! Mijn collega’s aan de lopende band maakten onafgebroken grapjes over mijn welbespraaktheid, mijn indrukwekkende woordenschat en mijn geaffecteerde uitspraak van voor arbeiders herkenbare woordjes als “sprits” en “goudappeltje”.

Maar goed, kameraad Rosenmöller heeft dat ook allemaal moeten ondergaan in de havens van Rotterdam en met hem is ook goed gekomen. Ik heb mij later in Amsterdam aangesloten bij de SAP, de Socialistiese Arbeiderspartij want ik vond de SP van Jantje Marijnissen te burgerlijk en te kneuterig-Brabants.

De SAP was trotskistisch natuurlijk, hetgeen in de praktijk betekende dat je tot 1400 uren uitsliep en dan op je gemakje een shagje ging draaien en een fles Brouwers Bier leegklokte en dan eventjes op de kalender ging kijken wanneer je uitkering werd gestort.

Ik ben toen uiteindelijk toch overgestapt naar de PvdA omdat daar veel meer te neuken viel en omdat De Partij over een heuse banencarroussel beschikte en mij een gouden toekomst werd beloofd.

Enfin, wat voor stemadvies geef jij aan de hedendaagse arbeider?

Konden we nog maar op Drees stemmen

Het liefst zou ik de vraag zoals in uw slotzin vervat beantwoorden met: stem op Drees. Aan deze onvergetelijke staatsman heeft de Nederlandse arbeidersklasse zo ontzettend veel te danken. Hij was de held van voornoemde opa nadat diens revolutionaire gedachten – hij bezocht ook de roemruchte toespraken van anarchist Ferdinand Domela Nieuwenhuis, door hem vaak omschreven als ‘de man met de Christuskop’ – in de loop der jaren tot een aanvaardbaar niveau waren getemperd. Dientengevolge was hij tevens de held van zijn dochter, oftewel mijn moeder, die haar vader aanbad.

Die tijden zijn helaas niet meer. Als het bedrijf waar de oude heer van Martin Sommer bijna zijn hele leven werkte – Hoogovens, het vroegere Tata Steel – nu in het nieuws komt, is het “met fijn- dan wel stikstof, grafietregens, of cyanide in de haven”, zoals Sommer schrijft. “Het is vast heel erg, het wordt in elk geval breed uitgemeten. Maar dan vallen er anderhalf duizend ontslagen en blijft het verbazingwekkend stil. In de hele stikstofsaga staat de empathie voor de Noordse woelmuis in schril contrast met die voor de laatste arbeider.”

Ik citeer ook een 22 jaar oud stuk uit Trouw over de laatste PvdA-leider – door uw ouders en ook mijn vader verfoeid maar door uw Surinaamse Zeedijkvrienden en Pim Fortuyn bewonderd – voor wie het lot van de arbeider centraal stond: “In 1956 opperde Joop den Uyl op een congres, dat de auto ‘enig soelaas’ zou kunnen bieden aan de vrijetijdsbesteding van de arbeiders. In die tijd vertoefden zeven van de tien arbeiderskinderen in de grote steden in de vakantie niet langer dan een dag buiten. Later zag Den Uyl wel de nadelen van het autogebruik, maar belangrijker vond hij de ‘culturele voordelen voor de recreatie en de gezinsintegratie’.”

Moet je nu zien, mijnheer Van Amerongen. Wat recreatie? Wat gezinsintegratie? Weg ermee! Als het aan onze huidige politieke leiders ligt, inclusief die van de geminimaliseerde PvdA (al voorspellen de peilingen een voorzichtige wederopstanding), levert de arbeider zijn auto weer in, worden hem ook zijn vliegvakanties naar het buitenland afgenomen en wordt hij in de winter, net als vroeger, gedwongen om samen met zijn gezin in dikke truien gehuld rondom de kachel te gaan zitten doordat zijn huis verplicht van het gas is afgesloten. De rijken worden met het waanzinnige huidige klimaatbeleid niet gestraft – zij tasten gewoon wat dieper in de buidel en blijven geprivilegieerder dan ooit hun luxe wereldreizen maken. De armen worden wel gestraft. Terug in je hok, krijgen zij in feite dag in dag ik uit vol dedain te horen.

Gek hè, dat steeds meer Nederlandse arbeiders voor ‘rechts’ kiezen, zoals ook Martin Sommer constateerde?

Ze doen er voor links domweg niet meer toe.

Kraft durch Freude!

Iedere arbeider een auto: die slogan had Ome Joop natuurlijk geleend van zijn jeugdheld. Kraft durch Freude!. Wist je trouwens dat de Hongaars-joodse ingenieur Josef Ganz de Volkswagen bedacht heeft, samen met Ferdinand Porsche?

Herr Porsche was dan weer niet joods en zat bij de NSDAP en bij de SS, net als onze geliefde prins Bernhard.

Kennelijk was Onkel Ferdinand meer dan een braaf lid van die ‘braune Sumpf’ want in 2013 werden in zijn geboorteplaats Maffersdorp, het huidige Vratislavice in Tsjechië, alle verwijzingen naar de foute auto-ontwerper verwijderd.

Joop den Uyl kwam tijdens het door jouw genoemde congres in 1965 ook met het idee voor een vakantieparadijs voor arbeiders, geïnspireerd door Prora, het Kracht door Pleizier-resort aan de Baltische Zee.

Aanvankelijk zou dat in Zandvoort moeten komen maar na fel verzet van de legendarische horecafamilie Waterdrinker ging dat niet door. Piet Derksen uit Rotjeknor heeft vervolgens zijn Sporthuis Centrum geheel gemodelleerd naar Prora, met als nieuwe elementen de bingo en het steengrillen.

Ik schreef net dat ik in mijn jonge, onbevangen jaren zeer arbeideristisch was ingesteld en flirtte met de ongeschoolde loonslaven van de Nobo en de Riedel.

In de kantine van de spritsengigant zong ik iedere ochtend, met de broodtrommel en de beker karnemelk in mijn knuisten, het schitterend strijdlied Morgenrood, geschreven door Dirk Jelles Troelstra, de broer van.

Zing je even mee, kompel?

Morgenrood, uw heilig gloeien
Heeft ons steeds den dag gebracht
Breek toch door, o lichtvernieuwer,
In den groten volk’rennacht
Laat uw gloren hope geven
Hun die worst’len in den nacht
Geef hun moed in ‘t voorwaarts streven
Tot hun ‘t daglicht tegenlacht
Tot hun ‘t daglicht tegenlacht

Ik was toen al tot het punkdom bekeerd en omdat ik met een gifgroene hanekam en in een Schots rokje liep, werd ik door mijn medearbeiders van de NOBO een paar keer helemaal verrot geslagen ‘omdat ik een vuile vieze poot was’.

Toen ben ik van Ede naar Amsterdam gevlucht en kwam ik na een paar jaar folderen in de hogere regionen terecht van een milieu dat door NRC-coryfee Hubert Smeets en later door mijn oom Martin van Amerongen omschreven werd als het Kremlin aan de Amstel en het Politbureau van de PVDA. Biefstuksocialisme dus. Nou, ik kan je verzekeren dat de biefstukken van Piet de Leeuw (betaald uit de partijkas) mij een stuk beter smaakten dan die gore Bums-bammies van mama en haar eeuwige karnemelk.

Er is maar één echte witte motor, vriend, en dat is niet die gore zuivelzooi van Joris Driepinter.

Enfin, je zou kunnen stellen dat ik diep teleurgesteld ben in het socialisme. Voor mij is er nog maar één echte arbeider bij de PvdA en dat is Rob Oudkerk. Die kanjer heeft mijn huwelijk destijds voltrokken en ik hoop nog steeds dat hij burgemeester van Mokum wordt. Met Oudkerk meer Mensch!


foute jongens hp/de tijd 02 – 2020

O jee, de burgemeester pruimde mij niet

Onlangs was het mij gegund om de burgermoeder van Amsterdam te ontmoeten. Het gebeurde bij toeval en het genoegen was helaas niet wederzijds. Nadat ik naast mevrouw Halsema en haar man, de roemruchte wapenhandelaar Robert Oey, op het verwarmde terras van café Marcella op de hoek van de Prinsengracht en het Amstelveld had plaatsgenomen, wist het veelbesproken stel niet hoe snel het zich, zonder mij nog een blik waardig te gunnen, uit de voeten moest maken, let wel: met achterlating van een half vol glas bier en een glas rode wijn dat nog voor tweederde was gevuld.

Ik ken de rode huiswijn van café Marcella, mijnheer Van Amerongen.

Die láát je niet staan.

Heel even dacht ik nog: “Ze is een GroenLinks-coryfee, dus ze vertrekken natuurlijk zo overhaast omdat zo’n verwarmd terras onaanvaardbaar veel CO2 uitstoot.”

Eerst toen drong de werkelijke reden tot mij door: ze pruimden mij niet.

Zo zie je maar dat Amsterdam en Overbetuwe qua bestuur twee onvergelijkbare gemeenten zijn. Overbetuwe heeft in de persoon van Patricia Hoytink-Roubos eveneens een nieuwe eerste burger. En wat zij zei tijdens haar eerste Nieuwjaarsontmoeting? “Als burgemeester heb ik een verbindende rol.” Ik dacht meteen aan mijn zo plotselinge confrontatie met mevrouw Halsema, die verbinding blijkbaar minder hoog op haar prioriteitenlijstje heeft staan.

Dat is haar goed recht uiteraard. Dat zij patsers, bedoel ik, bijvoorbeeld wél met alle egards wenst te behandelen en bepaalde stukjesschrijvers niet, moet zij zelf weten. We hebben allemaal zo onze voorkeuren. Ik zit ook liever met een wilde, liberale hockeymeid op een verwarmd terras. Maar ik kwam haar voorganger wel eens op dezelfde plek tegen. Eberhard van der Laan ging dan het gesprek met mij aan. “Mijn vrienden lezen jou graag”, zei hij eens. Met andere woorden: ik niet. Ik moest daar hartelijk om lachen.

En dan dronken wij een biertje.

Waarom ik mezelf zojuist in één adem met patsers noemde? Omdat mevrouw Halsema laatst een opmerkelijke uitspraak deed nadat duidelijk was geworden dat haar Rotterdamse collega Ahmed Aboutaleb een zogenaamde patseraanpak heeft ingevoerd. Die aanpak houdt in dat automobilisten die binnen de grenzen van 010 in dure auto’s rijden regelmatig staande worden gehouden met het verzoek om aan te tonen dat die wagen hun eigendom is. “Als zaken niet in de haak zijn, wordt de auto in beslag genomen”, meldde de Telegraaf. En daar regeerde mevrouw Halsema op: “Deze vorm van proactief controleren wordt in Amsterdam niet uitgevoerd vanwege de schijn van etnisch profileren.”

Ik hoorde die hese, bekakte stem er jammer genoeg meteen bij en dacht: kennelijk dicht mevrouw Halsema patsers zélf automatisch een niet-witte huidskleur toe.

O ja, natuurlijk, dacht ik vervolgens (de jaren gaan tellen, het denken gaat bij mij steeds langzamer). Etnisch profileren, ook zo’n GroenLinks-dingetje. Lief hoor, zo’n approach. Maar of-ie voldoende vruchten afwerpt?

“Mannen, vandaag gaan we boeven vangen”, zegt de commissaris.

“Goed idee, chef. Zullen we dan maar in Nieuw-West beginnen?”

“Nee, dat doen we niet. Ik heb zojuist nog, in het driehoeksoverleg, met mevrouw Halsema gesproken, dus we concentreren ons voorlopig op de grachtengordel.”

“Waarom in vredesnaam, chef? Daar is de pakkans veel kleiner.”

Dat soort gesprekken op het politiebureau, mijnheer Van Amerongen. Ik sluit ze inmiddels niet eens meer uit.

Eberhard een mensch, Femke een ijskoningin

Amsterdam-west geniet een aparte status bij burgemeester Halsema, heer Hoogland. Alle oekazes aangaande genderneutraliteit, diversiteit, inclusiviteit, intersectionaliteit en identiteitspolitiek houden op halverwege de Kinkerstraat, bij een hefboom en een bord met het opschrift: u verlaat de Hollandse sector. Welkom in kalifaat Luilekkerland!

Heb jij al een regenboogzebrapad gezien voor de El Tawheed-moskee? Genderneutrale toiletten bij Stichting Islamitisch Centrum Amsterdam-West? Heb jij wel eens meegemaakt dat oom agent een veertienjarige kansenparel in een gloednieuwe Audi RS6 aanhoudt bij de roadblock in de Jan Evertsenstraat, met de woorden: zo, kleine Mo, zeker verdiend met het bezorgen van de Echo en de Telegraaf?

En denk jij dat wethouder Laurens Ivens, die van de verplichte eiwittransitie voor de Amsterdammers inderdaad, het Suikerfeest en de tankwagens vol Fernandes-priklimonade en de vrachtwagens vol kipkluifjes op Kwakoe gaat verbieden?

Ken je dat grapje nog: wat is het toppunt van brutaliteit? Een agent in zijn laarzen piesen en vragen of hij last heeft van natte voeten.

Jaja, daar lachten wij vroeger om.

Als je dat mopje naar het heden moet vertalen, krijg je iets van twintig rond een brandende politiewagen dansende mocro’s en een smeris die zijn nederige excuses aanbiedt omdat hij zijn dienstauto per ongeluk voor de shishalounge heeft geparkeerd.

Ik moet je eerlijk bekennen dat ik Femke Halsema ooit best wel opwindend vond. Toen ik getrouwd was met Edith Mastenbroek, kwam ik haar regelmatig tegen bij aangelegenheden en hadden wij diverse malen schaamteloos oogcontact. Eind december vorig jaar zat Femke in het Marathoninterview van de VPRO. Ik was een jaar eerder door Atze de Vrieze op de pijnbank gelegd. De meesterinterviewer vertelde mij dat Halsema erg nieuwsgierig was naar zijn ervaringen met mij. Ik zei: vertel haar maar dat je zelfs mij sympathiek heb weten te maken, Atze!

Ach, nu lees ik net dat Robert Oey zich niet neerlegt bij de taakstraf van veertig uur die hij van het Openbaar Ministerie opgelegd kreeg vanwege verboden wapenbezit. Als Oey de straf geaccepteerd had, zou hij een strafblad hebben gekregen. Oey weet natuurlijk donders goed dat je met een strafblad niet lekker meer kan chillen in Miami of waar dan ook in de Verenigde Staten.

Ik noem dit: roeren in de stront met de ventilator in de hoogste stand. Zou Oey Peter R. de Vries als juridisch adviseur hebben? Die maakt immers furure met het episch verdedigen van Bekende Nederlanders als Bridget Maasland en vrouwtje Kluivert? Hoe zit het eigenlijk met de voetballersmakelaardij van De Vries en zijn zoon Trabant?

Wat lief dat je Eberhard aanhaalt, oom Rob. Iets meer dan vijftien jaar geleden stond ik met Eberhard van der Laan, Femke Graas en Edith Mastenbroek op die waterkoude novemberavond te paffen voor de Bijenkorf, tijdens die bijzonder ongemakkelijke lawaaidemonstratie voor Theo van Gogh op de Dam. Twee weken later ging ik met Edith trouwen op Blijburg. Een jaar later trouwde Van der Laan met Femke. We hielden het om meerdere redenen niet lang vol op de Dam en doken een warme kroeg in. Daar houdt iedere vergelijking tussen de vorige en de huidige burgemeester op: bij de gemeenschappelijke liefde voor een slokkie en een peuk. Eberhard was een mensch, Halsema een ijskoningin.

Etnisch profileren in optima forma

Ach ja, die lawaaidemonstratie voor de betreurde Theo van Gogh. Ik was daar ook bij, mijnheer Van Amerongen, zij het niet paffend en zuipend. En ik deed ook maar niet mee met dat lawaaimaken. Daar ben ik niet zo geschikt voor. Wellicht stonden wij slechts enkele tientallen meters van elkaar. Onze paden hadden zich nog niet gekruist. U had uiteraard wel van mij gehoord, maar ik nog nooit van u. Mijn leven kenmerkte zich toen nog door kalmte, rust en regelmaat. Ik kreeg bijvoorbeeld geen rare nachtelijke telefoontjes vanuit Portugal.

Enfin, met uw welnemen ga ik toch nog even door met waar ik het in mijn eerste bijdrage over had, al wil wel nog kwijt dat mevrouw Halsema en ik op dat verwarmde terras óók even oogcontact hadden. Waarom weet ik niet, maar ik citeer Kusumastuti: “She chose to freeze her heart, and then stored it deep inside her freezer.” En nu citeer ik een bericht op de onvolprezen site crimesite.nl: “De politie heeft op 23 januari vier tieners van 13 tot 16 jaar in Amsterdam-Zuidoost aangehouden voor wapenbezit. Toen agenten de jongens wilden aanspreken, probeerden zij te vluchten. Na een korte achtervolging werden de vier jongens aangehouden. Zij waren allen in het bezit waren van een machete.”

Zou mevrouw Halsema de dienders die dit criminele kwartet arresteerden al bestraffend hebben toegesproken, geschorst of op staande voet ontslagen? Uit doorgaans welingelichte kringen, namelijk die rondom mijn vermaarde collega’s John van den Heuvel en Mick van Wely, vernam ik dat deze vier jongeheren niet tot het autochtone deel van de natie behoorden. Hoe zag de politie dat zij steekwapens droegen? De vraag stellen is ‘m beantwoorden, mijnheer Van Amerongen. Dit was etnisch profileren in optima forma. De dienstdoende agenten hadden ze gewoon laten lopen wanneer ze roomblank waren geweest. Het is racisme, puur racisme. Hoe verbazingwekkend dat mevrouw Simons van de partij Bij1 nog altijd niet diep verontwaardigd aan de bel heeft getrokken.

Vergeef mij het cynisme, zoals in de vorige alinea aan de dag gelegd. Ik heb het al vaker tegen u gezegd: de wijze waarop Pyongyang aan de Amstel momenteel wordt bestuurd verleidt mij steeds vaker tot de wens om mijn pied-a-terre nabij het Amstelveld – oei, een tweede woning in Amsterdam, volgens de door u reeds genoemde Laurens Ivens ben ik een misdadiger! – in te ruilen voor een appartement op de Kop van Zuid.

Akkoord, in 010 is Leefbaar Rotterdam, met elf zetels verreweg de grootste partij, buitenspel gezet. Ook een bestuurlijke schande. Toch voel ik mij er steeds meer thuis. Wellicht ben ik voor eeuwig beïnvloed door wat de uitbater van het Thaise restaurant Blue Elephant in Parijs mij ooit vertelde. Hij wilde toen nog een filiaal in Nederland beginnen en dacht aan Amsterdam. Na een jaar onderhandelen met de verantwoordelijke ambtenaren verliet hij 020 jammerend. “Milliers de règles là-bas, monsieur!” riep hij. Duizenden regeltjes daar! Nee, dan Rotterdam, zei hij. Na één gesprek op het gemeentehuis wist hij zich er al welkom.

Lang leve Ahmed Aboutaleb!

Je beeld van Rotterdam moet ik bijstellen

Je weet dat ik van Rotterdam hou, engel. Mijn verloofde Carrie is een begrip in de plaatselijke horeca, het is de stad van mijn moesje zaliger én de Foute Jongens zijn er razend populair. Tijdens de laatste Nacht van de Kaap traden wij saampjes op in de afgeladen Grand Ballroom van het SS Rotterdam – nooit de SS zeggen, dat ligt nogal gevoelig in Rotjeknor – terwijl wij in 020 zelfs het Torpedo Vlooientheater niet vol krijgen.

Maar jouw romantisch beeld van Rotterdam moet ik helaas bijstellen. De Nieuwe Binnenweg is nog net geen no-go area. In september zat ik daar aan de moksi meti in een toko bomvol, druk appende mediterrane types. Ik dacht eerst dat het de wekelijkse ontmoetingsavond was van de mohammedaanse homofielenbelangenvereniging Habibi Ana was omdat ze allemaal Gucci-damestasjes droegen. Voor de deur stonden allemaal spiksplinternieuwe BMW’s en Audi’s en dat zijn natuurlijk echte gay-automerken.

Ik zat met mijn rug tegen de muur en met mijn gezicht naar de ingang gericht. Dat heb ik van Cor van Hout en Sjonnie Mieremet geleerd. Wat mij opviel is dat de mediterrane types de Chinese uitbater als een slaaf behandelden. Nou weet ik dat Turken en Marokkanen in de regel niet heel erg veel op hebben met elkaar maar al helemaal niet met mensen van kleur. Dat zal wel te maken hebben met de tijd dat de muzelmannen samen met de jodenmensen, de Portugezen en de familie van Jerry Afriyie in de slavenhandel zaten maar het blijft ongepast.

Deze jongens, die zeer beroerd Nederlands spraken met een vet Rotkjeknor-accent, maakten het takkietakkie van de Chinees belachelijk! Kleine sambal, klote sambal, kalendel bij etc. Ik werd steeds bozer en bozer op dit onbeschaamde en onverholen intersectionele en interraciale racisme. Enfin, ik hield me in, bestelde nog drie bakabana’s en was allang blij dat ik niet gesneuveld was tijdens een of andere tribale afrekening vanwege een verdwenen containertje bananen of kokosnoten in de Rotterdamse haven.

Opgelucht verliet ik de zaak. Hoor ik een half uur later op Radio Rijnmond dat er een Finse drive by shooting was voor de deur van die toko! Ik ben aan de dood ontsnapt, Hoogland! Dus ik vind het prima wanneer jij je hut aan de grachtengordel verpatst en een leuk optrekje in Rotterdam zoekt, maar ik zou niks huren aan de Nieuwe Binnenweg. Is de chique wijk Alexanderpolder niks voor jou? En anders kan je vast wel terecht in het giraffenhok van Blijdorp!

rob@hoogland.nl