Press "Enter" to skip to content

Telegraaf columns november 2018

telegraaf columns november 2018

Een béétje vrijgezel knuffelt niet

De TelegraafRob HooglandHier mijn Telegraaf-columns van november 2018. Om de boel een beetje op te vrolijken – zoals u weet kan het leven mij niet licht genoeg zijn – heb ik er een foto van twee knuffelende leeuwen bij geplaatst. Waarom? Lees de column van zaterdag 10 november maar. Verder aandacht voor het lot van Asia Bibi, het plan om het Formule 1-circus naar Zandvoort te laten terugkeren, de kolossale rekenfout van Jesse Klaver, het feit dat Amsterdam dagjesmensentax gaat invoeren, Black Friday in Alkmaar en nog veel meer.

Klik op een datum in de tabel hieronder als u de column van die dag direct wilt lezen. Scroll anders naar beneden.

• donderdag 1 november
• zaterdag 3 november
• dinsdag 6 november
• donderdag 8 november
• zaterdag 10 november
• dinsdag 13 november
• donderdag 15 november
• zaterdag 17 november
• dinsdag 20 november
• donderdag 22 november
• zaterdag 24 november
• dinsdag 27 november
• donderdag 29 november
.

donderdag 1 november 2018

Dood, die godslasterares!

Asia Bibi vrij. Godzijdank zou ik bijna willen zeggen, maar aan de andere kant is het misschien aan hetzelfde opperwezen te danken dat die arme vrouw ruim acht jaar in een Pakistaanse gevangenis heeft doorgebracht, wachtend op de doodstraf die uiteindelijk niet werd uitgevoerd.

En waarom kreeg zij in eerste instantie de doodstraf?

Nogmaals: de dóódstraf?

Zij had ruzie over een glas water gekregen met enkele moslima’s, die weigerden het glas van haar aan te nemen omdat Asia een christenvrouw was en het water derhalve onrein. En toen zei Asia: „Jezus is voor ons gestorven. Wat heeft Mohammed eigenlijk voor jullie gedaan?”

Dood, die godslasterares!

Dood, dood, dood!

En dat terwijl het, in alle objectiviteit, een redelijke uitspraak was. Maar met objectiviteit en rede kun je in Pakistan alleen terecht als je mazzel hebt, bijvoorbeeld wanneer de president van het hooggerechtshof er na acht lange jaren ontvankelijk voor blijkt te zijn. Hij is de man die gisteren de vrijlating van Asia Bibi gelastte, waarna her en der in het land uiteraard onlusten uitbraken.

O, o, Pakistan.

Ooit vertoefde ik in het toen al behoorlijk fundamentalistische Karachi. De stad was reeds drooggelegd. Op een avond bezocht ik een feestje in het huis van een Pakistaanse collega, waar de ene na de andere fles Ballantines werd ontschroefd. De mannen zaten er al zuipend hand in hand en zoenden elkaar liefkozend. Hun vrouwen keken minzaam toe, zelfs toen twee mannen een achterkamer opzochten. De volgende dag acteerden de heren weer als vrome moslims en ontsnapte zomaar het woord ’hypocrisie’ aan mijn lippen.

En door wie wordt het Pakistan van nu geleid? Door premier Imran Khan, een voormalige cricketvedette die met het nationale team van zijn land in 1992 de wereldbeker won. Khan studeerde, sportte en woonde in Engeland en bouwde in Londen een reputatie op als playboy, die regelmatig – steeds weer in ander vrouwelijk gezelschap – figureerde in de Britse societyrubrieken. Moet je ’m nu zien. Zijn huidige echtgenote – de derde – mag zich nog slechts volledig gesluierd in de openbaarheid begeven en de traditioneel geklede Imran Kahn zelf, de hoogste man van de PTI-partij, valt vooral op door zijn conservatisme.

Raad eens welk woord wederom aan mijn lippen ontsnapte toen ik daaraan dacht.

Juist, in één keer goed!

Niet slechts hypocrisie speelt in de Pakistaanse gemeenschap een grote rol. Het gedachtegoed van fundamentalistische geestelijken doet dat ook. Vooral de manier waarop zij hun gelovigen met hun haatpreken opstoken ligt ten grondslag aan het feit dat de waanzin in hun land, waar de islamitische en westerse waarden harder met elkaar botsen dan waar ook, zo vaak de overhand krijgt. Nuance en redelijkheid krijgen geen enkele ruimte en daarom zou het goed zijn als Asia Bibi en haar gezin het land zo snel mogelijk verlaten.

Klopt: ook buiten de Pakistaanse grenzen is Asia haar leven niet zeker.

Zo ver is het inderdaad al gekomen.

Maar wat moet zij dan?


zaterdag 3 november 2018

Blijf heel, Max, zin in een feestje

Wat zo’n snotneus al niet voor elkaar kan krijgen: vanaf 2020 keert de Formule 1 Grand Prix van Nederland waarschijnlijk terug op het circuit van Zandvoort.

Dank, Max Verstappen.

Wanneer papa Jos en mama Sophie hem niet hadden verwekt, als ik het goed hebt uitgerekend tijdens het oud en nieuw van 1996/1997, zou hooguit een handjevol zonderlingen onder leiding van de Coronelletjes even fanatiek als vruchteloos met het idee hebben gespeeld.

Nu er echter in gans het land sprake is van een ware MaxMania, lijkt het geen probleem om de benodigde 40 miljoen euro – 20 miljoen voor Formula One Management, 10 miljoen voor het oppimpen van het circuit, 10 miljoen aan variabele kosten, dus waar hébben we het eigenlijk over – bijeen te krijgen.

Wat zou er allemaal wel niet gebeurd zijn als Max geen halve, maar een hele Nederlander was geweest?

Hadden we dan twéé Grand Prix gehad, eentje in Zandvoort en eentje in Assen?

De conclusie dat het allemaal wel goed zal komen trek ik overigens om twee redenen.

De eerste is de wetenschap dat Bernhard van Oranje tegenwoordig eigenaar van dat historische stuk Zandvoortse asfalt is. Volgens de laatste journalistieke telling, die alweer een jaar oud is, bezit de zoon van mr. Pieter en Margriet daarnaast 590 panden, waarvan 349 in Amsterdam. Onze koninklijke huisjesmelker mag het beheer van zijn vastgoed dan in handen van derden hebben gegeven, en de schulden op die pandjes zullen ongetwijfeld niet allemaal zijn afgelost, maar zo’n fooi van 40 miljoen kan-ie natuurlijk al op tafel leggen als hij hier en daar een extra hypotheekje regelt.

De tweede reden is het geruststellende besef dat de macht in de gemeente Zandvoort in handen is van een coalitie die bestaat uit F1-vriendelijke vertegenwoordigers van de Ouderen Partij Zandvoort (OPZ), het CDA en de VVD.

Vooral bij de OPZ zullen ze nog goed weten hoe Niki Lauda in 1985 op het circuit de laatste Grand Prix van Nederland won, vlak voor Alain Prost. O, zoete herinnering: nog zie ik de meeuwen en konijnen op de vlucht slaan voor het lawaai, nog ruik ik de rubbergeur die al het helmgras in de directe omgeving doodde, al bestonden er volgens mij toen nog geen ultrasofts. Heerlijk! Maar belangrijker is dat B&W van de kustplaats derhalve géén kneiterlinkse Amsterdamse samenstelling heeft, met andere woorden: niet door GroenLinks, de SP, D66 en de PvdA wordt gevormd.

Stel, Rutger Groot Wassink was geen Doetinchemse Amsterdammer, maar een Doetinchemse Zandvoorter geweest. En stel, de man van de kneitergekke autohatende partij die het parkeertarief in 020 volgend jaar glashard tot € 7,50 per uur laat verhogen – doei, middenstand! – was dáár een GroenLinks-hotemetoot met een zetel in het college geweest. Dan hadden we bij voorbaat dag met ons handje tegen de Grand Prix van Nederland van 2020 kunnen zeggen.

Blijf heel, Max.

Ik heb wel weer zin in een feestje.


dinsdag 6 november 2018

Was het Klavertje Drie of Klavertje Vier?

We hadden al het onschuldige ‘Pleur op!’ van Mark Rutte en ’Doe eens normaal, man!’ van Geert Wilders. Verder was er, van veel vroeger, het Donnertje: het advies om ter zelfverdediging heel hard boe te roepen wanneer men plots met een overvaller wordt geconfronteerd.

En nu is er dan ook het Klavertje, ontstaan in de aftermath van de verzuchting ‘Leer eens rekenen’ nadat de eikeltjespyjamaman aan wiens lippen deze woorden ontsnapten, te weten Jesse Klaver, zelf nota bene een monsterlijke rekenfout had gemaakt.

Nee, jongens en meisjes, ‘Ja, dus?’ van Klaas Dijkhoff hoort er níet bij.

Dat leg ik zo direct uit.

Thierry Baudet in een kamerdebat hovaardig ‘Leer eens rekenen’ toebijten nadat je jezelf een paar seconden eerder voor 126 miljard euro hebt verrekend (een som laten uitkomen op 14 miljard in plaats van op 140 miljard): gênanter kan het niet. Als er een top-10 van de grootste flaters uit de geschiedenis van de polderlandse politiek bestond, zou deze er geheid deel van uitmaken.

Was het nu Klavertje Drie of Klavertje Vier?

Ik ben inmiddels de tel kwijt.

Laten we in elk geval hopen dat het ventje in het volgende kabinet minister van Financiën wordt, want dan bedraagt de Nederlandse staatsschuld ineens geen 500 miljard meer, maar 50 miljard. En dan kan-ie het klimaatplan van Edje Nijpels dusdanig extra laten spekken, dat de opwarming van de aarde niet met 0,0003 graden wordt verminderd, maar met 0,0004 graden.

Dan tellen we eindelijk mee!

Ondanks zijn structureel gefaal wordt de Jessias ook in journalisten- en omroepkringen nog steeds aanbeden. Dat is de reden waarom zijn onvoorstelbare blunder in die hoek opvallend milder werd ontvangen dan de uitspraak ‘Ja, dus?’ van Klaas Dijkhoff toen hij op het Binnenhof ineens het slachtoffer van een ongeëvenaard staaltje moreel exhibitionisme van Tim Hofman werd.

Het joch had een achtjarig asielzoekertje dat het land dreigt te worden uitgezet naar de VVD-fractievoorzitter meegenomen. Ik kon mij de irritatie van Dijkhoff goed voorstellen. Je wéét dat je als politicus al met 3-0 achterstaat wanneer je, ongevraagd en op je eigen werkplek (!), in zo’n situatie verzeild raakt. Dat je bij voorbaat de sjaak bent, ten eerste omdat er selectief in de opnamen zal worden gesneden, hetgeen ook ditmaal geschiedde, ten tweede omdat de emo-kaart wordt gespeeld, een slag die je nooit kunt aftroeven. Van die wetenschap word je kribbig.

Wordt de Jessias wel eens kribbig?

Niet als hij in de spiegel kijkt, vrees ik.

Voor een fotoshoot van Esquire liet hij zich in een Canali-jasje van 1410 euro hijsen en een pantalon van 430 euro (oké, daar heeft u een punt: Jesse dacht zelf dus dat ze respectievelijk 141 euro en 43 euro kostten). Laten we het erop houden dat het een heel aparte manier was om solidariteit met de verworpenen der aarde te betuigen. En dat we er óók weer iets van leerden, namelijk dat je een cadeautje nooit op de verpakking moet beoordelen, maar op de inhoud.

De inhoud van dit cadeautje is nihil.


donderdag 8 november 2018

De tot zwijgen gebrachte meerderheid

Weet je wat? Ik roep eens een ome Cor in het leven. Ik had ‘m trouwens ook ome Kees kunnen noemen. Of ome Piet voor mijn part. Maar ik vind het de hoogste tijd voor een ome Cor en modelleer hem naar de ontelbare oudere autochtone Nederlandse burgers die ik ooit op deze plek als de Carmiggeltmannetjes en -vrouwtjes omschreef, zij op wie de schijnwerpers niet of nauwelijks worden gericht maar wel nog steeds de meerderheid vormen.

Ik situeer ome Cor in zijn luie stoel achter de vensterbank van zijn Almeerse eensgezinswoning, die hij een kwart eeuw geleden betrok nadat de partij waarop hij toen nog trouw stemde hem als dank voor de bewezen diensten – „Ik behoor tot de oorspronkelijke achterban”, aldus ome Cor – met haar gemeentelijke beleid Amsterdam had uitgejaagd. En ik laat hem peinzend naar buiten staren als hij het nieuws van de dag tot zich heeft genomen, eerst via de ochtend-tv en de krant, daarna via de radio.

Wat hoorde hij zojuist op die radio? Hij kan het zich niet tot in detail herinneren en daarom help ik hem even: dat er voor het eerst in de geschiedenis twee moslima’s in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden zijn gekozen en twee vrouwelijke ‘native Americans’. Dat Jared Polis in Colorado de eerste openlijk homoseksuele gouverneur wordt en dat de 29-jarige juffrouw Alexandria Ocasio-Cortez de staat New York als jongste Congreslid ooit gaat vertegenwoordigen. Nou, nou, ‘t is me toch wat, denkt ome Cor. Dat zijn voor Nederland echt héél belangrijke wetenswaardigheden, hoor. Maar niet heus.

“Hoe komt dat toch, die fascinatie van de Nederlandse media voor Amerika?” vraagt ome Cor zich af. “Nu weer deze verkiezingen. Hoe heten ze ook alweer? O ja, de mid-term verkiezingen. Zouden er in China of India wel eens mid-term verkiezingen zijn? Die twee landen hebben respectievelijk 1,4 miljard en 1,3 miljard inwoners. En hoeveel heeft de VS er? 330 miljoen. Maar we hebben in Nederland wel honderd keer zoveel Amerika-deskundigen als China- of India-deskundigen, die overal hun zegje mogen komen doen. Het komt door de obsessie alhier voor die rare Donald Trump, zegt men tegenwoordig. Maar voordat hij aan de macht kwam was het ook al zo. Niet zodra vinden er verkiezingen in Amerika plaats, of er reizen zoveel Nederlandse mediavertegenwoordigers naar de overkant van de grote plas af dat de migrantenstroom aldaar vanuit Mexico er welhaast bij in het niet valt. En allemaal, echt allemaal, steken ze hun voorkeur voor de Democraten traditiegetrouw niet onder stoelen of banken.”

Ik laat ome Cor zelfs even meewarig het hoofd schudden en dan weer naar buiten staren.

“Jared Polis”, zucht hij. “Waarom moet ik vredesnaam weten wie of wat Jared Polis is? Of Alexandria Ocasio-Cortez? Alsof we hier niets hebben waarover ze ons zouden kunnen buigen. Ik zou heel wat onderwerpen kunnen noemen, maar ja: ik behoor nu eenmaal tot de zwijgende meerderheid. Of moet ik inmiddels spreken over de tot zwijgen gebrachte meerderheid?”


zaterdag 10 november 2018

Alles is er inmiddels uitge#metoot

Misschien dat ik met deze onthulling een karakter blootleg dat de jongere lezer meewarig het hoofd doet schudden, maar dat moet dan maar: ik schrok mij het heen en weer toen de Telegraaf meldde dat het de hedendaagse vrijgezel niet aan seks ontbreekt, maar wel aan knuffels.

Welke vrijgezellen willen in vredesnaam knuffelen?!?

Natuurlijk, ze zullen, indien van mannelijke kunne, wel een knotje hebben, een halve baard en een Macbook waarop ze in hun favoriete coworking espressobar al nippend aan hun latte macchiato met caramelsiroop die de barista in de vorm van een hartje op het melkschuim heeft gedeponeerd, aan een kansloze pitch voor een al even kansloos online project werken, niet meer dan 2 1/2 per dag uiteraard omdat anders de burn out dreigt.

Ze zullen ook wel GroenLinks stemmen en Donald Trump de schuld geven van het feit dat nu ook de zomertortel al bijna uit Nederland is verdwenen. Maar hé, zelfs dan zou er toch nog wel iets van ouderwetse masculiniteit in die mensen kunnen huizen? Ik bedoel: er wiebelt toch nog steeds een plasser met af en toe een opstandige bui tussen hun benen?

Niet dus.

De single van 2018 mist het knuffelen zo.

Ik zweer het je, alles is er inmiddels uitge#metoot.

Huiverend citeer ik deze krant: “Vooral dankzij internetdating kunnen singles tegenwoordig eenvoudig voorzien in hun seksuele behoeftes. Maar ook met die ’afhaalseks’ via Tinder of de parenclub-gigolo ontbreekt nog steeds iemand die knuffelt of op de bank tegen je aan schurkt: ’Daar zit het gemis’, zegt seksuoloog Henriëtte Schoones.”

Brrr.

Gelukkig werd even verderop ook ene Nelson aan het woord gelaten: “Ik heb een keer een leuke match met een lekkere griet gehad. Dan beleef je een prima avond en nacht samen, maar de volgende dag wist ik nog steeds niet hoe ze heette.”

Dank, Nelson, duizendmaal dank. Door jouw aad’ren ruist tenminste nog bloed dat niet door de moderniteit is aangetast. Zelf heb ik het weleens bij een van de talloze huwelijksvoltrekkingen gehad waarbij mijn aanwezigheid als bruidegom was vereist. Dan zei de ambtenaar: “Neem jij, Lidewij…” En dan riep ik: “Nee, heet ze écht zo!?”

Dat waren de dagen. Bed in, bed uit, en nooit hetzelfde bed. Voorspel? Ja, dag. Naspel? Hahaha! D’r op en d’r over en huppekee: het volgende avontuur. Als zo’n verovering daarna lekker wilde knuffelen, of gezellig op de bank tegen je aan wilde schurken, dan was het voorbij. Dat deed je gewoon niet, knuffelen. Dan kwam de babykamer ineens veel te dichtbij.

Ik benader het te veel van de mannelijke kant, vindt u?

Toevallig heb ik zojuist even Ilona gebeld, een vriendin van toen.

Zij verzekerde mij dat zij er ook zo in stond.

Nou ja, dat zij er ook zo in lág, hoofdzakelijk.

Vraagje aan de uitbaters van Tinder: is een Tinder Classic-app wellicht een idee?


dinsdag 13 november 2018

Op de barricaden, met je Babboo!

De meest bizarre toekomstbeelden van dat reservaat aan de Amstel heb ik reeds aan mijn geestesoog voorbij zien trekken, maar ik moet toegeven dat ik mezelf tot nu toe geen ruimte gunde voor een voorstelling waarin bezoekers van buiten entreegeld moeten betalen, bijvoorbeeld in de vorm van een extra tax bij de kassa van een der talloze attracties.

Amsterdam zoals het Rotterdam van de oorlog, niet door bombardementen verwoest maar door het kneiterlinkse beleid van het ondernemershatende college van burgemeester & wethouders van nu? Ik zag de rokende puinhopen al voor mij, net als een grachtengordel waar het toch al aan gedogen verslaafde gezag bij het lynchen van automobilisten door fietsers een oogje toeknijpt, of een almachtig Collectief van Krakers & Uitgeprocedeerden met een eigen Stopera-kantoor pal naast dat van Rutger Groot Wassink, met alleenzeggenschap over de verdrijving, al dan niet vrijwillig, van autochtone, veel te rijke bewoners.

Ik verzon het, mevrouw, en nog veel meer, inclusief het executeren van toeristen die Amsterdam voor de tweede maal trachten binnen te dringen.

Maar dit?

Entreegeld voor dagjesmensen?

Nee, dat niet.

En toch lijkt het zover: Udo Kock, namens D66 wethouder van Financiën van Amsterdam, wil ook mensen die slechts een paar uur in zijn stad op visite komen voortaan een toeristenbelasting opleggen, een plan dat als het aan hem ligt aan de hoofdstedelijke bevolking wordt voorgelegd. De lokale bewoners hebben het Rijksmuseum, Madame Tussaud en Artis immers óók wel eens op hun to do-list staan (ik laat het Anne Frank Huis maar weg omdat ik nog zo naïef ben om te denken dat ze een heffing van dit kaliber op die plek zelfs in Amsterdam niet durven op te leggen).

Nou, dan weet je het wel: de Amsterdammers zelf gratis, die vieze vuile smerige toeristen niet. De zich ver boven het provinciale gepeupel verheven voelende meerderheid van het volk van 020 weet weliswaar nog steeds niet zeker wat in plaats van het veel te individualistische IAmsterdam de beste nieuwe slogan voor hun woonplaats is: ‘Minder, minder, minder’, ‘Ausländer raus’, of ‘Eigen volk eerst’. Maar het is een feit dat zij hun stad in de eerste plaats voor zichzelf willen hebben, het liefst afgehekt, op voorwaarde uiteraard dat er ruimte voor vluchtelingen uit veilige landen wordt gecreëerd, want wat díe arme mensen door Rutte III wordt aangedaan is te schandelijk voor woorden. Zo’n Harbers! Die kinderen hatende staatssecretaris, die met droge ogen durft te stellen dat er gewoon naar veilige landen kan worden teruggekeerd! Als je dat hoort klim je toch subiet op je Babboo om naar de barricaden te bakfietsen? Al moet dat wel op woensdagmiddag vóór vijf uur, want dan gaat de nanny naar huis.

Ik zie Udo Kock aan de kassa zitten, bij Madame Tussaud.

„Een kaartje is € 19,20, meneer, plus € 5,80 dagjesmensentax. Dat maakt € 25,-. Welkom in Amsterdam!”

Geloof me, ik schaam mij nu al te barsten.


donderdag 15 november 2018

In de wachtkamer met deplorables

Van de week bezocht ik een ziekenhuis. Welk ziekenhuis doet er niet toe. Het was niet failliet, geef ik toe. Dat maakt uw zoektocht, indien u zich daartoe althans uitgedaagd voelt, al heel wat gemakkelijker.

In de wachtkamer zat ik voornamelijk tussen vertegenwoordigers van de autochtone onderklasse van het type dat Hillary Clinton dik twee jaar geleden, toen zij de Amerikaanse variant onder de loep nam, tot de karakterisering deplorables (‘sneue types’) verleidde. Ongetwijfeld zou zij inmiddels, in de wetenschap dat die arrogante omschrijving haar wellicht het presidentschap kostte omdat die mensen toen in hun begrijpelijke verontwaardiging massaal voor Donald Trump kozen, voor een andere definitie kiezen.

Ik luisterde naar hun gesprekken en dacht wat ik wel vaker denk, wederom niet vrij van mededogen: dit zijn de vergetenen, dit is de oorspronkelijke achterban van de PvdA, dit zijn de mensen die zich in de steek gelaten voelen, zich niet meer vertegenwoordigd weten, zich minderwaardig bejegend achten. En ik dacht óók aan een indrukwekkend interview met de wijze Fransman Christophe Guilluy (54), een dag eerder in Trouw.

De onderwerpen die de voorheen onversneden linkse geograaf Guilluy daarin aansneed, probeer ik ook wel eens aan te snijden. Dat het tot nu toe bij schamele pogingen bleef besefte ik toen ik de uitspraken van deze schrijver van het boek No Society tot mij nam. Hij raakte de kern in een betoog waarin hij verder een overwinning voor de populisten voorspelde en beweerde dat de middenklasse niet meer bestaat: “De boel is herschikt tot een boven- en een onderkant.” De samenleving is volgens hem uiteengedreven door “de logica van de economie en de huizenprijzen.”

Citaat 1: “Behalve de individualisering, de erfenis van de sixties, heeft ook de minachting voor de lagere klassen een grote rol gespeeld bij het uiteenvallen van de samenleving. Gewone mensen worden weggezet als zure, racistische losers. Op de Franse tv is het belachelijk maken van ploucs (tokkies) een heel genre. Dat heeft grote gevolgen.”

Citaat 2: “De bovenkant leest de onderklasse de les over openheid en diversiteit, maar preekt vanuit steden die zo duur zijn dat de onderklasse er geen toegang meer toe heeft. Ze prijzen de multiculturele samenleving aan, terwijl ze de nadelen ervan ontlopen en een school voor hun kinderen uitzoeken waar ze er geen last van hebben.”

Citaat 3: “Scepsis over de EU wordt geduid als een gebrek aan beschaving, de roep om een immigratiestop zou een aanwijzing zijn dat de donkerste dagen uit onze geschiedenis herleven. Terwijl deze kiezers alleen maar vaststellen dat zij er op achteruit zijn gegaan met open grenzen, en dat zij geen minderheid willen worden in hun eigen omgeving. Met xenofobie heeft dat niets te maken.”

Ik vroeg mij af of er ook in dit geval verschillen tussen de Franse en de Nederlandse samenleving bestaan.

Nee, stelde ik net als Christophe Guilluy vast.

“Gaat u maar voor”, zei ik tegen de man die eigenlijk na mij aan de beurt was.


zaterdag 17 november 2018

De belastingpief betaalde zwart

En ik maar denken dat de schrijvers van de tv-serie Klem een wereld schetsen die niet bestaat. Nou, dat doet-ie dus wel. Dat ze Barry Atsma in de rol van Hugo Warmond een moordende en frauderende belastinghotemetoot laten spelen, die zelfs op de nominatie staat om staatssecretaris van Financiën te worden, is niet eens zo ver bezijden de werkelijkheid.

Kop opening Telegraaf gisteren: “Ontduikers bij de fiscus.” Onderkop: “Al vijftien ontslagen om fraude.” Ik las dat er nog twintig onderzoeken naar soortgelijke schendingen lopen en dat nog eens vijftien andere belastingmedewerkers zijn berispt. “Zo verzweeg een ontslagen medewerker zijn zwarte vermogen in het buitenland”, meldde verslaggever Bart Mos. “Een andere ambtenaar ’hielp’ haar man jarenlang met de boekhouding van zijn onderneming, en diende daarbij meerdere valse aangiften in. Weer een ander voerde giften op als aftrekpost, terwijl na onderzoek bleek dat hij helemaal geen geld had geschonken.”

Het zijn dus toch mensen, dacht ik eerst.

Maar toen hoorde ik ineens mijn vader weer oreren.

O jee, denkt u nu ongetwijfeld, komt die gek alwéér met z’n ouweheer aanzetten. Ik verzeker u dat het ditmaal enig nut heeft, omdat pa zijn brood als belastingconsulent verdiende en ik mij nog heel goed zijn tirade kan herinneren toen hem duidelijk was geworden dat een hoge belastingpief die bij ons in de nabijheid woonde – de hoogste zelfs, lokaal gesproken – het tuiniersbedrijf dat zijn perceel grondig onder handen nam zwart betaalde.

Mijn vader was heel goed in tirades, met veel humor doorspekt, bijvoorbeeld als ik met mijn schoolrapport was thuisgekomen, of op de momenten dat het doen en laten van Joop den Uyl het onderwerp van gesprek vormde, de man wiens beleid het Nederlandse volk naar pa’s stellige overtuiging in de loop der jaren minstens zeventig miljard gulden te veel had gekost (“Rente op rente op rente”, voegde hij daar in het laatste geval dan altijd grijnzend aan toe). Maar met deze kolderieke donderpreek overtrof hij alle andere, bijvoorbeeld omdat hij er, als rooms-katholiek, de beeldenstorm bijhaalde. Die hoge belastingpief was namelijk gereformeerd.

Zou hij toen al hebben vermoed dat het gedrag van die man in 2018 geen uitzondering meer zou zijn? Dat wij dus steeds op onze belastingmoraal worden aangesproken door een dienst die het zelf niet zo nauw neemt met de mores? En dat er zelfs bij onze allerhoogste instelling, namelijk die van de rechtspraak, waar het geven van het goede voorbeeld helemáál een vereiste is, niet voor wordt teruggedeinsd om een zaak te ’tillen’, zoals de edelachtbaren het zelf noemen? Dat ze daar, met andere woorden, zo’n zaak onnodig door een meervoudige kamer laten behandelen omdat het de rechtbank dan tien keer zoveel geld oplevert?

Vast wel, want hij had mensenkennis.

Die ouwe aanroepend, doe ik nu een Gordontje: “Kon ik maar éven bij je zijn!”

Wat zou ik zijn tirade erover graag willen horen.


dinsdag 20 november 2018

Idris Elba, een te oude heterohunk

Gezocht: een jonge, genderfluïde acteur, in elk geval niet blank… excuses… wit, met zo weinig mogelijk machismo-kenmerken. Een geraffineerd aangebrachte eyeliner strekt tot aanbeveling, net als een paarse glitterlipstick en een Dolly Bellefleur-tongval. Eeuwige roem zal hem ten deel vallen.

Waarom ik deze oproep doe?

Lees, lezer, lees!

Ik dacht dat het niet gekker meer kon, qua diversiteit. Maar nu heeft plots een soort van meneer zijn columnistische vinger opgestoken in het Engelse dagblad The Guardian. Het is van belang, schrijft hij, dat er niet langer alleen maar van die goed getrainde, uitsluitend op vrouwen vallende studs tot de meest sexy man van het jaar worden uitgeroepen.

Naam van deze columnist: Caspar Salmon.

Een ander blad, People Magazine, dat die verkiezing elk jaar organiseert, kwam voor 2018 met de Britse acteur Idris Elba op de proppen, de hoofdrolspeler in de serie Luther (in Nederland op Netflix te zien). Elba, vrucht van een huwelijk tussen een Sierra Leonese man en een Ghanese vrouw, vertolkte ook tal van andere rollen, zoals die van Nelson Mandela in de film Mandela: Long Walk to Freedom. Hij won veel prijzen en wordt de laatste tijd regelmatig getipt als de nieuwe James Bond, waarmee hij de eerste zwarte 007 zou worden.

Een testosteronbom met een donkere huid als de Sexiest Man Alive: lang leve de vooruitgang, zou je zeggen. Daarmee wordt immers andermaal aangetoond – in 2016 viel de eveneens donkere acteur Dwayne ‘The Rock’ Johnson, een voormalige worstelaar, de eer te beurt – dat de white supremacy die dit soort verkiezingen tot voor kort wel degelijk kenmerkte, is doorbroken. Dat de wereld wat dat betreft dus inderdaad ten goede is veranderd.

Maar nee hoor.

Er valt toch nog iets te zeiken.

Net als Dwayne Johnson is Idris Elba een veel te traditionele en met zijn 46 jaar ook veel te oude heterohunk, vindt voornoemde Caspar Salmon.

Nou én, denkt u nu wellicht. Wie is nou helemaal Caspar Salmon. Dan heeft u een punt. Aan de andere kant staat de column van deze scenarioschrijver in een dagblad dat zichzelf zo graag als een kwaliteitskrant profileert.

“Gefeliciteerd Idris Elba”, schrijft Salmon. “Maar waarom heeft de meest sexy man van People altijd vierkante kaken en is hij steeds macho en straight? Niet dat People de maatschappelijke plicht heeft om ook andere soorten schoonheid te weerspiegelen, maar de museale voorkeur voor sterke, meestal blanke, heteromannen, zegt wel iets over de dominante cultuur.”

Jammer dus dat John ‘Jazz’ Inman, helaas niet meer onder ons, niet een halve eeuw later het levenslicht zag. Hij speelde de onvergetelijke oernicht mr. Humphries in de serie Wordt u al geholpen en had volgens mij alleen maar zijn gezicht zwart hoeven schminken om voor Caspar Salmon ’s werelds meest sexy man te kunnen worden.

Wat zeg je, Jerry Afriyie?

O, sorry, joh!

Zo bedoelde ik het helemaal niet!


donderdag 22 november 2018

Bij Wodan, geen everzwijn meer!

We moeten weer iets, als mannen. Dat wil zeggen: we moeten weer iets laten. Weten we ons tegenwoordig bij het begeren van vrouwenvlees al aan steeds meer beperkingen gebonden, binnenkort ongetwijfeld culminerend in een verplicht te ondertekenen sekscontract, nu dienen we ook al zoveel mogelijk van het dierenvlees af te blijven.

„Het Voedingscentrum wil dat mannen de helft minder vlees gaan eten. Om dat voor elkaar te krijgen is de instelling een campagne begonnen. Met Er is meer dan vlees wil het centrum laten zien dat er alternatieven zijn voor bijvoorbeeld een malse biefstuk”, meldde deze krant.

Bij Wodan!

Dat wij geen oerdriftig neergeknuppelde vrouwen meer aan de haren onze grotten mogen binnenslepen, vooruit, het is 2018 en we kunnen de verwachtingen die we daarmee bij de betrokken dames scheppen meestal toch niet waarmaken.

Maar nu mogen we onze tanden ook nauwelijks nog in een lekker vers everzwijn zetten.

En dat terwijl ik als kind in de ketel toverdrank van Panoramix ben gevallen.

Vooropgesteld: sinds het bijwonen, jaren terug in Paradiso, van een indrukwekkende lezing van Jonathan Safran Foer, schrijver van onder andere het boek Dieren eten, is het mij bekend wat het betekent om vleesloos te eten. Ter plekke besloot ik vegetariër te worden, hetgeen anderhalf jaar later nog steeds het geval was, al bleek ik toen wel, voornamelijk dankzij de grote hoeveelheden compensatiepasta, vijftien kilo te zijn aangekomen.

Zo gezond, vegetarisch eten!

Sindsdien krijgt de carnivoor in mij weer alle ruimte, al wordt het vlees bij voorkeur bij een biologische slager of boerderij aangeschaft. Maar zelfs daar moeten vleeseters, zo lijkt het wel, zich nu voor schamen. Het vegetarisch front is bezig aan een offensief van jewelste. Op het ministerie van OCW, bijvoorbeeld, zijn de maaltijden voortaan standaard vegetarisch en moeten degenen die toch vlees of vis willen dat van tevoren doorgeven. Verder gaan festivals inmiddels eveneens op dergelijke maatregelen over en is het wachten op het overstag gaan van Jonnie Boer.

Zal die nieuwe campagne mij andermaal over de streep trekken?

Integendeel.

Ik erger mij weer groen en geel aan dit staaltje van betutteling en denk daarom plots met weemoed terug aan die keer dat de dienstdoende obers van restaurant Casa Paco in Madrid, die nu eenmaal niet zo vaak met een dergelijke reus als gast werden geconfronteerd, mij overhaalden een biefstuk van een kilo te bestellen.

Hij ging op, al kostte het laatste halve pond mij enige moeite.

De obers stonden met z’n vijven juichend rondom mijn tafel en vroegen de andere gasten na de voltooiing van de spectaculaire verorbering succesvol om applaus.

Ik heb mij er soms, al terugdenkend, best wel voor geschaamd.

Nu Er is meer dan vlees is gelanceerd, overheerst vooral de trots.


zaterdag 24 november 2018

En nu: Black Friday, zelfs hier

Rijd je vanaf Beverwijk je geboortestad binnen, de stad van je ouders ook, van je schooljaren, je eerste verkering.

Passeer je de gemeentegrens via de A9, waar je als jochie in de zomer van 1957 onbelemmerd overheen fietste omdat de autoriteiten er nog geen autoverkeer toestonden: de weg was wel klaar, de Velsertunnel waar hij naartoe voerde nog niet.

Zie je rechts het moderne stadion van AZ, dat destijds nog Alkmaar’54 heette en een paar kilometer verderop in dat oude stadionnetje in de Hout zijn wedstrijden speelde (o, Jaap Houtkoper, o, Nico Wagemaker).

Verrijst pal achter de rotonde ineens een groot reclamebord waarop met koeienletters de aandacht wordt gevestigd op Black Friday.

Geachte bezoekers, de Alkmaarse middenstand opent zijn deuren voor u!

Daar gáán je gevoelens van nostalgie.

Dat de veramerikanisering van de samenleving zelfs hier toeslaat, dat uitgerekend de moeder aller Hollandse provinciesteden in de ban is geraakt van een koopfestijn waarvan de oorsprong in het land van de onbeperkte mogelijkheden ligt, dat ook Alkmaar eraan ten prooi valt: het doet pijn in mijn bij mijn geboorte al verkaaste hart. Alkmaar was juist de stad van de beperkte mogelijkheden. Geen uitsloverijen, geen gekkigheid, heerlijk.

En nu: Black Friday.

Ook hier.

Even had ik de neiging om op die rotonde niet de tweede afslag rechts te nemen, maar de vierde.

Mijn hemel, Black Friday. De vercommercialisering van Valentijnsdag was ook al uit Amerika overgewaaid, en dat we hier tegenwoordig op grote schaal Halloween vieren hebben we eveneens te danken aan het land waarvan de president dit jaar op Thanksgivingday, dat aan Black Friday vooraf gaat, de serieuze vraag wie voor de moord op journalist Khashoggi verantwoordelijk moet worden gesteld, beantwoordde met: “Misschien de wereld wel. De wereld is een heel gemene plek.”

Dat zou toch tot enige terughoudenheid moeten leiden? Nee hoor, nu stappen wij ook al aan boord van de Black Friday-trein. Bol.com draaide donderdag een topomzet en voor Coolblue betekende het koopfestijn vorig jaar de drukste dag van het jaar. Zelfs de kapper doet tegenwoordig aan Black Friday-deals, las ik. Iedereen voelt zich gedwongen eraan deel te nemen, ook de kleine ondernemer die het zich eigenlijk niet kan veroorloven.

Een paar uur later, toen ik na mijn kortstondige verblijf in de stad waar ik het levenslicht zag was neergestreken in het Rai-complex voor een bezoek aan kunstbeurs PAN Amsterdam, liep ik Jan van den Broek tegen het lijf.

Jan is de topman van Dirk, de winkel waar het motto ‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’ zou kunnen luiden. De Dirk is dus het Alkmaar van de supermarktketens en daarom vroeg ik Jan, vurig hopend op een ontkenning, of hij aan Black Friday doet.

“Man!” riep Jan. “Ze liggen om half zes ‘s ochtends al bij ons voor de ingang!”

De wereld gaat zijn gang maar, hoor.

Maar soms is het even wennen.


dinsdag 27 november 2018

Een precisieschot van Job Cohen

Denk nou niet dat de kogels die momenteel op Femke Halsema worden afgevuurd uitsluitend van rechts komen.

Ik wijs bijvoorbeeld met enig genoegen op deze uitspraak, uitgerekend van de ultrasofte theedrinker Job Cohen nadat hij in de Hermitage het eerste exemplaar van Amsterdam en zijn iconen, de monumentale ode die fotograaf Nico Koster in boekvorm aan de hoofdstad heeft gebracht, in ontvangst had genomen: “Ik begrijp helemáál niet dat de huidige burgemeester hier niet aanwezig is.”

Boem, au.

Een precisieschot, midden tussen die nauwkeurig geëpileerde wenkbrauwen van mevrouw.

Tamelijk uniek, me dunkt, dat een burgemeester zo’n sneer van een van haar voorgangers krijgt, let wel: niet entre nous maar gewoon in de microfoon, zeker ook omdat de politieke kleuren van die twee niet veel van elkaar verschillen.

Al kan ik het wel uitleggen. De grote kunstenaar/fotograaf Nico Koster (78 inmiddels) was niet in dienst van de Volkskrant, Trouw of het Parool, maar van de Telegraaf. En dan is de agenda van een GroenLinks-hotemetoot, wanneer een verzoek tot aanwezigheid bij zo’n bijeenkomst binnenkomt, ineens boordevol, zelfs wanneer háár Amsterdam het thema van het boek vormt.

Zo zie je maar waar voor Femke Halsema de grenzen van de door haar partij via het bejubelen van illegalen en krakerstuig zo luidruchtig bevorderde inclusiviteit liggen. In de wetenschap dat Ons Soort Mensen ruimschoots in de zaal was vertegenwoordigd, kon ik het in elk geval niet laten om na Cohens steek onder water een applaus in te zetten, een initiatief dat met enige aarzeling door enkele tientallen anderen werd gevolgd.

Ze kunnen het niet, GroenLinksers, dat blijkt keer op keer. Ze kunnen domweg niet regeren. Al dan niet bewust laten ze die oogkleppen zitten waar ze zitten. En dat geldt dus zelfs voor een van hun meest wereldse en meest vooraanstaande leden. Als bestuurders vergeten ze volledig dat ze, wanneer ze eenmaal de macht in handen hebben, niet alleen leiding geven aan hun eigen volgelingen, maar aan het hele volk.

Eberhard van der Laan wist wél hoe het moest, Femke Halsema tot nu toe niet. Anders roep je niet – echt een krankzinnige uitspraak – dat moslims het in Amsterdam moeilijker hebben. “Wat jij, ome Gerrit in de Kolenkit?” twitterde ik meteen (ik had er ook “Wat jullie, keppeltjedragers?” van kunnen maken). En anders beweer je niet dat het boerka- of nikaabverbod zó niet bij Amsterdam hoort, zoals madam het formuleerde toen zij onthulde dat dat verbod in haar gemeente niet zal worden gehandhaafd.

Aan de andere kant ben ik Fem wel dankbaar.

Er zijn opvallend veel wetten, besefte ik plotseling, die zó niet bij mij horen: de verkeerswet, de politiewet, de belastingwet vooral.

Dank, burrie, duizendmaal dank, ik ga ze allemaal met een gerust hart aan mijn laars lappen.

Wat mij betreft heeft Amsterdam er nu al een icoon bij.


donderdag 29 november 2018

Ik schets u het pimpelmeesprobleem

Dat was een mooie, gisteren, van lezer dr. L. Welling in de Telegraaf-lezersrubriek Wat U Zegt. In een brief waarin hij vertelde dat hij vijftien jaar lang enkele weken per jaar als uroloog in Afrika had gevrijwilligd, componeerde hij deze zin: “In Afrika is seks hebben met een condoom hetzelfde als een toffee eten met het papiertje er nog om.”

Het eerste wat ik dacht was, mij allerlei particuliere scènes herinnerend: “Ze hebben gelijk, die Afrikanen.”

Toen kreeg ik, heel snel voor mijn doen, alweer vat op mijn lichtzinnigheid en sprak ik mezelf zelfs bestraffend toe: “Indien u in uw rubriek serieus wenst in te gaan op wat dr. Welling schrijft, meneer de columnist, dan verdient het aanbeveling u te beperken tot de kern van zijn betoog, die inhoudt dat het krankjorum is dat de Nederlandse regering tien miljoen euro voor de geboortebeperking in Afrika heeft uitgetrokken. Elke euro voor dat doel is er eentje te veel.”

Dr. Welling noemde de macht van het katholicisme als een van de drie oorzaken van de toenemende overbevolking in dat werelddeel, die verstrekkende gevolgen voor Europa gaat krijgen als het huidige migratiebeleid wordt voortgezet (en dat Marrakash-pact er inderdaad ook doorheen wordt gejast). Ter omschrijving van de tweede oorzaak kwam hij met de stelling waarin die toffee met het papiertje centraal stond aanzetten. De derde oorzaak waar hij naar verwees was voor mij de belangrijkste: nageslacht is een verzekering voor de toekomst.

Die mensen hebben allemaal hun eigen sores en beschouwen de bovenliggende wens van moeder natuur daardoor persoonlijk niet als hun voornaamste drijfveer. Dit is echter wél haar onverbiddelijke wens: de soort dient te overleven.

Ik schets u, ter illustratie, het pimpelmeesprobleem. Nou ja, een probleem is het algemeen beschouwd niet, maar het allitereert zo lekker. Pimpelmeesstelletjes plegen elk voorjaar één of soms twee keer een nest met liefst tien tot twaalf eieren te produceren. En waarom gebeurt dat? Voor de zekerheid. Het sterftecijfer onder jonge pimpelmezen is hoog. Slechts veertig procent wordt volwassen, bovendien betekenen strenge winters voor een groot deel van de pimpelmeespopulatie het einde.

Heel veel individuen overleven het niet, maar de soort wel. Zo regelen de hogere krachten dat. En zo wordt dat ook voor de soort homo sapiens in Afrika geregeld, waar de overlevingskansen per individu aanmerkelijk lager liggen dan elders. Hoe miserabeler de omstandigheden, des te groter de gezinnen dus, net als vroeger hier. Moeder natuur gebruikt onze familiewens om haar oerwens erdoor te drukken.

Briefschrijver dr. L. Welling heeft groot gelijk. Het is weggegooid geld, die tien miljoen.

Geboortebeperking kan slechts op één manier bevorderd worden, namelijk middels welvaart. Het is zoals expert Linda Polman het een dag eerder in deze krant zei: “Die mensen moeten op een pensioen kunnen terugvallen in plaats van op hun kinderen.”

Dan overleeft de soort gemakkelijker.

En neemt de voortplantingsdrift af.

Wist u trouwens dat pimpelmeespensioen óók allitereert?

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

rob@hoogland.nl