Press "Enter" to skip to content

FJ 01 – 2021

HP/De Tijd Foute Jongens 01 – 2021

De Foute Jongens hebben een zwak voor vuilnisbakkies en straathondjes. Als oorlogsverklaring aan ‘die griezel van een Hans Dorresteijn’ besluiten zij het Grote Foute Honden Boek te gaan schrijven.


Verklaring? Wij zijn zelf van de straat

Er ligt een bijzonder boekje op mijn bureau. De titel is Van straathond naar huishond en het is geschreven door Nancy van Oosterhout, een Brabantse docente die er tientallen mensen voor interviewde. Ik had het jarenlang niet ingekeken en word nu door emoties overmand. Net als BN’ers als Natasja Froger, Sjuul Paradijs en Nelly Frijda staat uw oude penvriend u er ook in, mijnheer Van Amerongen. Gefotografeerd met een kerngezonde, dolblije Bavink.

We zijn zes jaar verder en het gaat niet meer zo goed met mijn inmiddels dertienjarige hond. Ze dementeert. Overdag slaapt ze, ‘s nachts wordt ze door onrust geplaagd. Ze is verward en gedesoriënteerd. Waar ik haar mand ook deponeer, binnen een mum van tijd begint ze te hijgen, te piepen, te janken en te blaffen. Trappie op trappie af, bovendien. Op houten treden en vloeren, dus dat getrippel is overal hoorbaar. Het gaat ten koste van haar én van mijn nachtrust.

Ik herken vooral een kameraad in u omdat u eveneens een hondenman bent. Niet voor niets hebben wij eind 2019 nog gezamenlijk een asiel in de nabijheid van uw Algarveriaanse Villa Vischlugt gesteund met een inzamelingsactie die 11.000 euro opleverde. Oók omdat u vorig jaar zelf afscheid heeft moeten nemen van Raya, een van de drie teven die u na uw jarenlange empirische onderzoek naar de effecten van Zuid-Amerikaanse genotsmiddelen vanuit Paraguay meenam naar Portugal, kunt zich mijn huidige gemoedstoestand derhalve ongetwijfeld voorstellen. Dat u die honden destijds, terwijl u geen cent te makken had, voor een klein vermogen liet overvliegen, ontroert mij nog immer.

Tijd voor een ode aan het vuilnisbakkie. Werktitel: Het Grote Foute Honden Boek

Als ik onze talloze critici mag geloven, zijn wij zelf, net als Bavink, óók van de straat. Zou dát soms de verklaring voor onze merkwaardige, door velen nog steeds voor onmogelijk gehouden vriendschap en onze onvoorwaardelijke liefde voor zwerfhonden zijn?

Zelfs Valdispert helpt niet meer, mijnheer Van Amerongen. Mede daardoor besef ik dat er snel een einde gaat komen aan een leven dat begon in Algeciras, Zuid-Spanje. Bavink werd daar samen met haar broer vastgebonden aan een paal aangetroffen door Peter Koekebakker, de beheerder van het asiel in La Línea de la Concepçión. Ik adopteerde haar 11 ½ jaar geleden. Mijn vorige hond, een bouvier genaamd Boeli, werd op het laatst ook dement. Die poepte toen alleen nog maar binnen, ná het uitlaten. Een half jaar later was het voorbij. Ik weet dus waarover ik het heb.

Het boekje van Nancy van Oosterhout vertelt de verhalen van de honden van de unieke Peter Koekebakker, die helaas niet meer onder ons is. Zijn asiel, van de Second Chance Foundation, is er nog wel en verdient alle steun. Wellicht onder invloed van mijn huidige dispositie brengt het mij op een idee. Zullen wij samen weer eens een boek schrijven? Werktitel: Het Grote Foute Honden Boek, waarom niet. Het is de hoogste tijd voor een ode aan het vuilnisbakkie, of het nu uit Spanje komt, uit Portugal of uit Nederland.

Het hondje van Dirkie, zoiets, niet als lied maar als boek.

Ik draag het op aan een hond.

Haar naam weet u al.


Van die grote hond was niets over

Verdomme, ik zit hier gewoon te janken. Mijn dieptepunt van 2020 was het overlijden van Raya, de oudste van de drie zusjes die ik meenam uit Paraguay. Hun vader Jamba overleed kort voor de grote oversteek van de Nieuwe Wereld naar het Avondland. Hij was amper twee jaar en helemaal gesloopt door de leishmaniasis, net als zijn dochter Raya. De nacht voor zijn dood sliep Jagua nog naast mij, zachtjes kermend, met zijn kop op mijn borst. Hulpeloos keek hij mij aan, alsof hij afscheid van me nam. De andere honden kwamen een voor een aan hem snuffelen, misschien was dat hun manier van afscheid nemen.

De weken daarvoor waren een lijdensweg geweest. Van de grote stoere hond was niets meer over. Zijn haar was uitgevallen, hij zat onder de korsten en was broodmager. We waren naar vier verschillende dierenartsen geweest, twee zeiden dat hij doodziek was en dat we hem moesten laten inslapen. De andere twee schreven hem peperdure medicijnen voor die voor mensen met ernstige nierziektes bestemd waren. Het middel bleek erger dan de kwaal. Vroeg in de ochtend begon hij te trillen, hij kotste bloed, keek mij wanhopig aan. Zijn huilen ging door merg en been. Paula, mijn Spaanse ex, rende naar buiten om een taxi aan te houden, geen enkele chauffeur wilde Jagua meenemen.

Pas toen ik met een biljet van honderdduizend guarani zwaaide, vonden we een bereidwillige chauffeur. Die scheurde naar dierenarts Raul Tuma. Samen met de chauffeur droegen we hem de praktijk binnen en legden hem op een operatietafel. Tuma luisterde naar zijn hart en zei dat Jagua aan het sterven was. Paula schreeuwde het uit, ik aaide Jagua wanhopig over zijn enorme kop. Zijn ogen draaiden weg, hij kotste mij onder en piste de tafel onder. Na een paar stuiptrekkingen was hij dood. Verbijsterd liep ik naar Paula, omhelsde haar en begon te grienen als een kind. We namen afscheid van Jagua. We bleven nog vijf minuten naar Jagua staren, ik prevelde wat, wist niet meer wat ik moest zeggen.

Een helse reis, met al die enorme kooien en een overstap in Bolivia

‘Dag lieve Jagua, dag ouwe reus, heb het fijn in de hondenhemel,’ fluisterde Paula.

Niet al te lang daarna vlogen met we met mamahond Fabiola, Raya, Tita, Jamba en Bibi van Paraguay naar Madrid. Een helse reis, met al die enorme kooien en een overstap in Bolivia. Bibi was een straathondje dat onbekenden aan de poort van ons huis hadden vastgebonden. Ze had een enorm kankergezwel naast haar kutje en haar vorige baasje had kennelijk geen geld over een operatie. Na een chemotherapie werd ze weer kerngezond.

De honden lieten we tijdelijk achter op het landgoed van Paula’s zwager in de buurt van Badajoz, wij gingen werk en een huis zoeken in de Algarve. Bibi ontsnapte meteen en was spoorloos. Tijdens het hondentransport naar Zuid-Portugal (waar ik niet bij was) ontsnapte mamahond Fabia uit haar kooi op de aanhangwagen. Ik hoop nog steeds dat mijn oogappeltje in één keer dood te pletter is geslagen want in Spanje kun nog beter een illegale Afrikaanse fruitplukker of een stier in een arena zijn dan een gewonde of kreupele hond.

Nu heb ik Tita en Jamba nog. En sinds een half jaar Matcha, een straathondje uit het jouw welbekende asiel. Raya heeft een mooi graf in mijn tuin, en daar komen de anderen ook terecht. Soms hoop ik dat ik eerder sterf dan mijn honden want het zijn mijn kinderen.


Daar gaat ons imago

Oei, mijnheer Van Amerongen. Linke boel dit. Ik las zojuist zowel uw als mijn eerste bijdrage terug en vraag mij af of wij er wel verstandig aan doen tot publicatie over te gaan. Daar gáát ons imago.

Let maar op, binnen no time zijn wij geen foute jongens meer, maar zielige oude mannen die ‘m niet meer overeind kunnen krijgen en daarom maar een hondje hebben genomen. U weet ‘t: één oogwenk van jeweetwel en ik neem de trap naar boven ondanks mijn reumatiek, artrose, kunstknieën en halve hernia met drie treden tegelijk. Toch hoor ik de echo’s van dergelijke kreten al in de catacomben van de sociale media weerklinken.

We hebben het over honden, potdorie.

Je kunt toch zo weer een nieuwe nemen?

Ik herinner mij ome Bertus, in mijn dorp. Ik ontmoette hem vrijwel dagelijks in het duingebied, hij met zijn Airedaleterriër, ik met Boeli, voornoemde bouvier. Terwijl de zuidwester vanaf de Noordzee een opmerkelijk spel met onze spaarzame hoofdharen speelde, voerden wij mooie gesprekken over het leven.

Je moet er toch niet aan denken dat je vrienden je zo zien zitten janken?

Ome Bertus was inmiddels een jaar of 75. Eens vertelde hij mij met een brede grijns dat hij een rechtszaak over zijn arbeidsongeschiktheid na jaren procederen van een verzekeringsmaatschappij had gewonnen. Er zou anderhalve ton op zijn rekening worden overgemaakt. “Ik meteen naar Nel natuurlijk”, zei hij (Nel was zijn vrouw). “Ik zeg tegen haar: pak de koffers, we gaan naar Barbados. En dat gaan we dus ook doen, Robbie. Geen idee waar dat ligt. Weet jij het? Het klinkt zonnig en lekker ver weg.”

Zó’n vent, ome Bertus.

En toen, op een herfstdag, kwam ik hem tegen bij de visboer in een naburig dorp terwijl hij zittende aan een tafeltje een lekkerbekje oppeuzelde. Tot mijn schrik zat hij erbij te grienen. Toen ik hem vroeg wat er aan de hand was antwoordde hij snikkend: “Mijn hondje is dood. Vannacht kon hij ineens niet meer opstaan en vanochtend heb ik hem moeten laten inslapen. Tumor op z’n lever, opengebarsten. Ik weet me geen raad, Robbie. Ik weet me echt geen raad. Daarom ben ik maar hier gaan zitten en niet bij de visboer in bij ons in het dorp. Je moet er toch niet aan denken dat je vrienden je zo zien zitten janken?”

Dreigen wij nu ook ome Bertussen te worden, mijnheer Van Amerongen? Het heeft er alle schijn van. Toch doe ik, bij nader inzien, een Barry Stevensje: dóórgaan, vooral zo dóórgaan. We publiceren dit, klaar. Magere Hein wenkt toch al in de verte en tante Corona helpt ‘m wellicht ook een handje. Dan zíjn we maar een stelletje pathetische boomers. Ik heb met Bavink wat mr. Theo met Thierry heeft. “Als ik hem zie, word ik zo week als was”, zei de heer Hiddema (men zou er bijna wat van gaan denken) toen hij bij het Fvd terugkeerde. Welnu, dat heb ik met dat Spaanse mormel. Vannacht laat ik haar voor het eerst in de slaapkamer overnachten. Misschien dat dat haar tot rust brengt.


Ik wilde ook zwerven als Remi

Ach, lieve vriend, ik heb toch niks meer te verliezen en ga daarom nog even door met onverdroten tranentrekken. Door mijn chaotische leven was ik nooit in staat geweest om huisdieren te houden. Toch was er altijd die zeurende, bijna bovennormale drang om mij te settelen, een hunkering die voelde als een steentje in een schoen. Op mijn eenenzestigste heb ik nu een huisje, een boompjes, beestjes én een verloofde.

Als kind huilde ik iedere keer weer tranen met tuiten als ik het hartverscheurende Alleen op de Wereld van Hector Malot las. Ik wilde ook zwerven als Remi, met drie honden en een aap. Maar twee honden, signor Zorbine en signora Dolce, werden met huid en haar verslonden door de wolven. Gelukkig bleef signor Capi, de zwarte poedel, in leven. Uiteindelijk kreeg ik mijn hondje, Blackie, een witte bastaard van de boerderij.

Op een van die dagen dat ik weer eens voorgoed het ouderlijk huis verliet – ik was zestien en had nog net de goeie leeftijd om mijn broze lijfje te verkopen bij de pisbak, en als de klanten geen geld hadden was ik al tevreden met een bord soep – lag Blackie kermend van de pijn in zijn mand. Hij was opgezwollen, en niet alleen van de honderden koekjes die mijn vader hem had gevoerd. Waarschijnlijk had Blackie kanker, dat zit nou eenmaal in onze familie. Ik kon het beest niet langer zien lijden en gaf hem twee aspirines.

Het is onze oorlogsverklaring aan die griezel van een Hans Dorresteijn

Daarna ging ik naar de kroeg en kwam om twee uur stomdronken thuis. Blackie lag stijf in zijn mand, de poten omhoog. Waarschijnlijk had hij een maagbloeding gekregen en aan zijn vertrokken kop te zien had hij flink geleden. Ik barstte in janken uit en liep naar de schuur om een schop te pakken. Als een dolleman begon ik te graven tussen de sierplanten. Mijn ouders werden wakker van het lawaai, mijn moeder verscheen in haar peignoir op het balkon, het moet een bizar tafereel geweest zijn.

Ik denk daar nog zo vaak aan, terwijl het snotverdomme al bijna vijftig jaar geleden is. Kan je nagaan hoe ver ik ben met verwerking van de dood van Raya, vorig jaar.

Het wordt tijd dat we een bestseller schrijven, ouwe, dus rond de komende Sinterklaas ligt Het Grote Foute Honden Boek naast de kassa bij de AKO. Het is onze oorlogsverklaring aan die griezel van een Hans Dorresteijn die walgelijke anti-hondenboek schreef. En laat die pipo nou net als ik uit Ede komen!

HP/De Tijd Foute Jongens 01 – 2021

volgendevorige

0 Reacties
Inline Feedbacks
Zie alle reacties
send coins
0
Reageer!x
()
x