Press "Enter" to skip to content

Foute Jongens HP/De Tijd 2019

Foute Jongens HP/De Tijd 2019

Hier de stukken die Arthur van Amerongen en ik in 2019 voor onze Foute Jongens-rubriek in HP/De Tijd schreven. Klik op een nummer in de tabel als je een bepaald stuk direct wilt lezen. Scroll anders naar beneden.


foute jongens hp/de tijd 01 – 2019

De klok tikte nog aangenaam langzaam

Rob HooglandNormaal gesproken, mijnheer Van Amerongen, houd ik de deur van de journalistieke keuken liever dicht. Weinig dingen irriteren mij meer dan incrowdverhalen over ons vak. Wat heeft de lezer eraan? Niets, zeg ik u. Voor één keer maak ik een uitzondering omdat mijn hart er vol van is.

Ieder jaar nodigen mijn huidige collega’s mij uit voor een feestje. Ieder jaar schmier ik dat ze zich daartoe niet verplicht hoeven te voelen omdat ik, ofschoon nog steeds als cursivist voor de krant actief, inmiddels deel uitmaak van het seniorenconvent, de enigszins badinerende benaming voor een gezelschap van pensionado’s dat eens in de zes maanden bijeenkomt, de begrafenissen niet meegerekend. Ieder jaar geven ze tot nu toe het antwoord waar ik dan stiekem op hoop: u hoort erbij, oom Rob. Ditmaal overigens aangevuld met: wij zijn OVT niet, meneer Freriks.

Ik heb het over de jaarlijkse borrel van de huidige afdeling verslaggeving van De Telegraaf in een hoofdstedelijk etablissement. Ik meld mij er tien keer liever dan bij dat seniorenconvent, vooral omdat ik mij omringd weet door jonge, leuke, enthousiaste journalisten die in tegenstelling tot veel oudgedienden snappen hoe het vak tegenwoordig dient te worden uitgeoefend: 24 uur per dag, niet alleen voor de papieren krant maar ook online en via de sociale media. Dat ervaar ik als inspirerend, zoals zij het, naar mijn stellige indruk, wel op prijs stellen dat ik af en toe anekdotes uit het stenen tijdperk opdis.

Ditmaal vertelde ik, terwijl zij spreekwoordelijk bij mij op schoot klommen, het verhaal achter een foto die op oudejaarsdag 1981 paginabreed in de krant stond. Het Nederlandse mannenhockeyteam – etiquette speelt helaas een steeds kleinere rol, mijnheer Van Amerongen: toen noemden we het nog keurig ons herenhockeyteam – poseerde op die kiek in het hockeystadion van Bombay, tegenwoordig Mumbai, terwijl de spelers door mij persoonlijk volgeschonken glazen champagne hieven. Het wereldkampioenschap hockey vond daar plaats en ik wilde onze heren hun fans in het verre Nederland op deze manier een gelukkig 1982 laten toewensen.

Tegenwoordig drukt de fotograaf na voltooiing van zo’n klus op enkele knopjes en zoeft de foto via het web naar Amsterdam. Toen, echter, hou u vast, hier volgt de langste zin die ik ooit schreef: overhandigde de door mij ingehuurde Indiase fotograaf mij ter plekke het rolletje, reed ik vervolgens met dat rolletje in mijn zak achterop een brommer in een klein uur naar het vliegveld van Bombay, zocht ik daar bij de incheckbalie een NedLloyd-medewerker op over wie ik na een intensieve telefonische speurtocht reeds te weten was gekomen dat hij die dag met Swiss Air naar Amsterdam zou vliegen, vroeg ik de man of hij het rolletje wilde meenemen, moest ik hem er vervolgens van overtuigen dat er geen drugs in het rolletje waren verstopt, beloofde ik hem als dank voor zijn medewerking WK-kaartjes voor zijn in Bombay achterblijvende collega’s, benadrukte ik na zijn akkoordverklaring nogmaals dat hij op Schiphol zou worden opgewacht door een Telegraaf-employé, nam deze employé elf uur later het rolletje in ruil voor een goede fles wijn uit de kelder van Thomas Lepeltak van hem in ontvangst en stond de foto oudejaarsdag inderdaad in de krant.

Hoofdschuddend hoorden mijn jonge collega’s, daar in die Amsterdamse kroeg, het verhaal aan.

“Op die manier journalistiek bedrijven, oom Rob!” riepen zij. “Hoe was het in vredesnaam mogelijk!”

Welnu, het was mogelijk. De klok tikte nog aangenaam langzaam destijds.

Al ging die brommer best hard, langs al die krottenwijken.

Mist u die tijd ook zo, mijnheer Van Amerongen?

Want Tuurtje, die is niet pluis

Arthur van AmerongenIk zou dat seniorenconvent gewoon olifantenkerkhof noemen, opa Hoogland, al zag ik tijdens mijn talloze safari’s nooit klaverjassende jumbo’s, laat staan dat ze sigaren van het merk Hofnar rookten. En olifanten drinken geen vieux. De edele beestjes bezatten zich door overrijp fruit van de maroelaboom in hun darmen te laten gisten. Toch richt een starnakele kudde olifanten minder schade aan op de serviesafdeling in een willekeurig Blokker-filiaal dan een geblinddoekte Patty Brard met drie flessen Amarula in haar mik.

Jij wordt tenminste nog uitgenodigd op redactieborrels. Ik was zelfs op de kerstborrel van huis-aan-huis-blad Ede Stad, waar ik in 1975 de sterverslaggever van dienst was, persona nog grata. Toen ik groter werd, en dus meer moest drinken, kwam ik helemaal nergens meer binnen. Ik voelde mij als de protagonist in de smartlap Hij was maar een neger, vertolkt door zowel Johnny Hoes, de Zangeres zonder Naam als Rob Muntz.

Zoiets haal je niet in je huis

Omdat je ‘t noodlot dan tartte

Want Tuurtje, die is immers niet pluis

Het wonderschone protestlied is overigens geschreven door de legendarische Fred van Dam, die je wellicht nog kent van evergreens als Pappie, ik zie tranen in je ogen, Een klomp met een zeiltje, Zak’s lekker door en De heilsoldaat.

Ik mocht per ongeluk een keer aanschuiven bij het vloeibare kerstdiner van de Groene Amsterdammer en toen had hoofdredacteur Martin van Amerongen in zijn oneindige wijsheid besloten dat ik de disgenoot was van Geert Mak. Om een lang verhaal kort te houden: Geert stond na tien minuten hysterisch huilend op en brulde: ik maak er een einde aan want mijn leven is zinloos (het gerucht wil dat ik hem aanzag voor Anja Meulenbelt).

Geertemans sprong toen uit het raam van de pizzaboer aan de Weteringschans maar die bevond zich op de begane grond. We mogen blij zijn dat ons aller Geert de doodsmak overleefde want welke boekjes moet je anders aan je oma kado geven?

Over die nogal apocriefe anekdote van jou kan ik moeilijk heen maar omdat ik toch met mijn memoires bezig ben – ik doe nu al vijf jaar over de periode 1959-1960 – heb ik er ook eentje uit mijn oude doos (pun not intended).

Ik kwam regelmatig in Teheran en kreeg daar tijdens de jaarlijkse ayatollahverkiezing kennis aan een juffrouw die stewardess bij Air France was geweest maar nu haar stervende moeder verzorgde in Teheran. We besloten te gaan wippen in een skihut in Shemshag, het Sankt Moritz van de mohammedaanse republiek. Ik zal je de voorspelbare viezigheid besparen maar ik kreeg tijdens de daad telefoon van een bevriende Iraanse fotograaf van Reuters die waarschuwde dat er een klopjacht op mij plaatsvond in Shemshag. Een of andere mof zat net in de dodencel omdat hij met een Perzisch vrouwtje een pizza had gegeten!

Ik ben toen, met skibril, skimuts en moslimsnor op een sneeuwscooter naar de Fara Diba-luchthaven gevlucht en met behulp van de Nederlandse ambassade in een kist met dadels en vijgen op een transportvliegtuig van de KLM gezet. Wist je trouwens dat je bij zo’n vlucht geen Delfts blauwe miniatuurhuisjes krijgt? Ik ben daar nog steeds verbolgen over maar verder mis ik die tijd als kiespijn en aambeien.

De Letten waren allemaal voor Nederland

Rob HooglandHoe u het telkens weer voor elkaar krijgt is mij een raadsel, mijnheer Van Amerongen, maar u bent er andermaal in geslaagd deze rubriek een kant op te laten gaan, die ik liever mijd. Vanwaar toch steeds die platheden? Mannen van uw leeftijd die over ‘wippen’ beginnen, hebben iets triests, mijn waarde. Onze geliefde oosterburen hebben er een mooie uitdrukking voor: das war einmal. U zou er verstandig aan doen deze zin tot uw lijfspreuk te maken. Bovendien begrijp ik niet waarom u de anekdote die ik over de journalistiek van vroeger aan het papier toevertrouwde apocrief noemde.

Ik wilde slechts via een treffend voorbeeld uit ons beider vakgebied aantonen dat wat tegenwoordig als vanzelfsprekend wordt beschouwd, nog niet eens zo lang geleden heel wat voeten in aarde had. Ik had daarom ook de anekdote kunnen vertellen van die keer dat ik in september 1981 in Jürmala, Letland, dat toen nog tot het Sovjetrijk behoorde, het Davis Cup-duel tussen de tennisteams van de Sovjet-Unie en Nederland moest verslaan.

De Letse toeschouwers, die de Russen haatten, waren allemaal voor Nederland, maar helaas verloren wij met 5-0. Daar gaat het mij nu evenwel niet om. In dit verhaal zet ik de dienstdoende telefoniste in het perscentrum centraal, een vlezige, besnorde mevrouw met een knotje genaamd Ljudmilla. Zij had een zwarte bakkelieten telefoon op het tafeltje voor haar neus staan, naast een fles wodkalikeur. Met die telefoon moest zij namens mij naar Moskou bellen, waarvandaan ik dan werd doorverbonden met Amsterdam. Wat ik echter niet wist is dat de Sovjet-autoriteiten de aanwezige Nederlandse verslaggevers slechts één gesprek per dag toestonden, en dat mijn beurt na mijn telefonische vraag aan het thuisfront hoeveel woorden ik die eerste dag kon maken dus voorbij was.

“Njet!” riep de telefoniste steeds, haar fles wodkalikeur intussen steeds nadrukkelijker ledigend, als ik haar ervan probeerde te overtuigen dat het nu toch echt de hoogste tijd was om mijn verslag naar Nederland door te bellen. “Saftra, saftra!”

“Wat zou saftra eigenlijk betekenen?” vroeg ik ANP-verslaggever Joop van der Flier, die een woordenboekje bij zich had.

Joop zocht het op en zei: “Morgen.”

Grote paniek derhalve, maar maakt u zich geen zorgen, mijnheer Van Amerongen, een Hoogland is een Hoogland, met andere woorden: het werd opgelost. Er was weliswaar een verloving met een vlezige, besnorde mevrouw met een knotje genaamd Ljudmilla voor nodig, in combinatie met de aanschaf, op mijn kosten, van nóg een fles wodkalikeur, alsmede het omkopen met een flinke stapel roebels van de eveneens voortdurend aanwezige KGB-vertegenwoordiger, maar de krant ging nu eenmaal voor alles.

Ze hebben het maar makkelijk, de jongelui van nu.

Heerlijk knuffelbare mannenmannen

Arthur van AmerongenEn bedankt, Hoogland: zojuist heb ik mijn groenekoolbacalhausmoothie er uit gevomeerd. Ik kreeg namelijk beeld en zag jou met die uitgedroogde matroesjka. Je doet daar heel erg heldhaftig over, alsof het een verzetsdaad betrof in het kader van de koude oorlog en dat jij daar lag te zweten voor God, koning Wilhelmina en het droevige vaderland. Ik zag – nanaseconden voor ik mijn smoothie de ether in katapulteerde – hoe Ljudmilla’s kolossale peaud’orange-flubberbips de bakkelieten telefoon verzwolg en jij, met die eeuwige grijns van je, een duimpje omhoog stak naar het schilderij van Stalin.

Ik kan me trouwens niet voorstellen dat ze destijds in het Oostblok een decadent slobbertje als wodkalikeur schonken. Misschien had Boris, de wettelijke echtgenoot van jouw belvrouwtje, dat pikketanussie gestookt van oude Pravda’s, synthetische onderbroeken (z.g.a.n.) en koolbladeren, dat zou kunnen. Heb je haar na afloop nog de beloofde panties geschonken?

Hoe vind je ons nieuwe staatsieportret trouwens? Wat zijn wij toch heerlijk knuffelbare mannenmannen! Dat is onze woeste aantrekkingskracht: wij laten de oudere lezeressen toe in onze wereld, in die voor hun normaliter ondoordringbare ambiance van de locker room. Niets vinden de dames mooier dan deelgenoot te worden van onze male bonding (ik vind het flauw en kinderachtig om hier heel gratuit de term penisnijd te gebruiken). Daarom heb ik jouw voorstel om ons te laten portretteren in de hoofdstedelijke nachtsauna subtiel afgewimpeld. Fotografe Mieke vond het een enig idee en is zonder mijn medeweten toch een accreditatie aan gaan vragen. En wat bleek: ze kwam niet verder dan de drempel van die knusse ‘herenspa’ aan de Nieuwezijds Armsteeg. En daar sta je dan met een mond vol tanden, in de mondiale hoofdstad van de genderneutrale liefde. Dan mag kameraad Groot Wassink eigenhandig een regenbooggaybrapad schilderen in de Reguliersdwarsstraat, maar zolang Mieke niet naar binnen mag in de nachtsauna en in de wasruimte van de Mohammed Bouyeri-moskee aan het August Allebéplein, is er geen sprake van de intersectionele heilstadsstaat die ons beloofd is door GroenLinks.

Overigens is dit wellicht de laatste aflevering van de Foute Jongens want wij zijn gevraagd om acte de présence te geven in de talkshow van Jensen. Jij hebt gretig toegezegd omdat “Jensen minder ordinair is dan Twan Huys en veel betere kijkcijfers heeft”.

Ik ben net gerehabiliteerd door de VPRO en weiger mij te afficheren met RTL Unilever. Als de lezer hier de volgende maand een witte vlek ziet, weet zij hoe het komt: de Foute Jongens gingen ten onder aan hun succes.

P.S. Oom Rob, ik heb Jensen! afgebeld. Mijn psychiater Louis Tas zei dat dat slecht op mij zou afstralen.


foute jongens hp/de tijd 02 – 2019

Eindelijk deed Hugo de Jonge iets terug

Rob HooglandOfschoon het niet bepaald op basis van vrijwilligheid geschiedde, mijnheer Van Amerongen, mocht ik mij een weekje onderdompelen in de vijver van de polderlandse gezondheidszorg.

Gezien de bedragen die ik een halve eeuw lang maandelijks in onze zorg heb gepompt, zou men kunnen stellen dat het hoog tijd werd dat minister Hugo de Jonge eens iets voor mij terug deed. Akkoord, er zijn in ruil voor het vermogen dat zijn voorgangers en hij met mijn financiële bijdragen konden opbouwen enkele huisartsbezoeken voor mij betaald, een paar doosjes medicijnen per jaar – nee, géén blauwe pilletjes – en een eenmalig verblijf in de jaren zeventig in het Zeeweg Ziekenhuis te IJmuiden wegens een hernia-operatie: de enige keer in mijn werkzame leven dat ik mij officieel ziek heb gemeld. Verder heb ik de gezondheidszorgkas alleen maar gespekt. Toch was ik er liever gevrijwaard van gebleven. De zielenpijn die mij al jaren plaagt kan ik wel handelen. Anders was ik niet aan deze rubriek begonnen. Maar met fysieke pijn heb ik zo mijn problemen.

Er moest een onderdeel worden vervangen. Niet het onderdeel waar u natuurlijk weer, met uw puberale geest, onmiddellijk aan moet denken. Dat onderdeel werkt nog naar behoren, zij het dat het zijn opstandigheid tegenwoordig wat minder nadrukkelijk ten toon spreidt – een onvermijdelijk gevolg van het feit dat ik deel uitmaak van de generatie op wie Magere Hein zich momenteel voornamelijk concentreert. Toch meld ik u: er hoeft maar een hedendaagse kloon van Mylène Demongeot, mijn jeugdheldin op wier uiterlijk ik de keuze voor mijn huidige levenspartner baseerde, voorbij te wiegen of ik kan de neiging om hijgerig achter dat onderdeel aan te lopen nog altijd nauwelijks bedwingen.

Het betrof mijn rechterknie, die na veertig jaar overbelasting dusdanig was gaan protesteren dat hij voor een exemplaar van kunststof en roestvrij staal diende plaats te maken. De operatie was een fluitje van een cent en toen ik uit de narcose ontwaakte en een verpleegkundige aan mijn bed meende te ontwaren die óók wel iets van Mylène Demongeot leek weg te hebben, dacht ik dat het allemaal best was meegevallen. Maar toen raakten de pijnstillers uitgewerkt. En toen werd de pijn na verloop van tijd, vooral toen ik mijn bed uit moest om weer te leren lopen, zo groot dat ik naar de genadige dood begon te verlangen. Daarnaast bleek die verpleegkundige bij nader inzien eerder een kloon van Bud Spencer.

Enfin. Ik weiger hier een klaagzang van te maken. Ik heb het overleefd, daar wil ik het graag bij houden. Al wil ik toch ook wel kwijt dat ik mij tijdens het kortstondige verblijf in de Utrechtse privékliniek waar de ingreep plaatsvond meerdere malen realiseerde dat het met de Nederlandse gezondheidszorg echt niet zo slecht gesteld is zoals vaak wordt gesuggereerd. Daarna werd ik bovendien, net als onze gewaardeerde amice mr. Theo Hiddema na diens heupoperatie, in een zorghotel opgenomen, met een comfort waarover ik straks nog graag iets kwijt wil. Maar eerst geef ik het woord aan u, mijnheer Van Amerongen. Hoe is het bijvoorbeeld gesteld met de Portugese gezondheidszorg?

Ik heb gezworen dat ik geheelonthouder ben

Arthur van AmerongenIk ben een wandelende encyclopedie maar jouw Mylène Demongeot moest ik even koekelen. Omdat het goede mens een te verwaarlozen curriculum vitae heeft (inderdaad, ze leeft nog), zocht ik naarstig naar haar naaktfoto’s op Vintage Erotica Forum. En warempel, in de obscure rolprent Il faut vivre dangereusement uit 1975 mocht ze heel eventjes haar joopjes laten zien, zoals de cameo van Tatjana Šimić in Flodder maar dan met cuppie B.

Toen jij daar in hospice De Deemstering in Utrecht lag, helemaal wappie van de morfine, dacht je toen aan Mylène of aan je wettelijke echtgenote terwijl je pielemuis schoon werd geschrobd door zuster Fatima?

Broeder Bud Spencer lijkt mij, mede gezien zijn gedienstige functie, een lid van gezelligheidsvereniging Dikke Maatjes Big & Bear Netherlands. Die dacht natuurlijk dat jij een zielsverwant was! Propte hij je helemaal vol met dat vieze ziekenhuisvoer of had je een klysmamenu?

À propos, ik was de afgelopen 12 jaar onverzekerd. In Portugal maar ook in de hel van Zuid-Amerika. Daarom mocht ik van mijzelf niet in het ziekenhuis geraken. Zelfs niet met een kleine druiper of een Spaanse kraag maar wat te doen als je latexallergie hebt? Een varkensblaas als kapotje is geen gezicht maar misschien ruikt het wel lekker!
Je weet dat ik uit Ede kom en dat mijn ouders mij om Gods wille niet gevaccineerd hebben. Bovendien waren wij noch voor het ziekenhuis, noch voor begrafenissen verzekerd al moest mijn pa op last van mama wel zijn Solex laten beschermen door de ANWB.

Uiteindelijk kreeg ik van de lieve Heere God, als beloning omdat papa en mama mij niet hadden ingeënt, slechts een lichte variant van polio en daarom heb ik nu zo’n raar lan Dury-loopje.

Op mijn vijftiende heb ik het Edesche filiaal van de Amish verlaten, met slaande deuren mag ik wel zeggen.

Bon, sinds kort heb ik een peperdure seguro de saúde omdat ik nog meer fysieke uitdagingen heb dan jij en meester Theo Hiddema bij elkaar. Ik kon mij nog net verzekeren op mijn 59ste, nadat ik tegen de klerk heb gezworen dat ik geheelonthouder ben. Noem het een wit leugentje maar ik kan toch moeilijk zeggen dat ik al ruim veertig jaar drie pakjes Gitanes zonder filter rook. De gele, met maispapier omdat dat gezond is.

Dankzij mijn seguro kan ik mij nu een medische gekkigheidje op zijn tijd permitteren. Zo was ik laatst doorgezakt op het eiland van Tavira, je weet wel, waar wij samen verpoosden met die sterverslaggever van de Volkskrant, Maxim Hartman, en waar je met dat infantiele treintje heen moet vanaf Santa Luzia. Ik had flink lopen keilen met de medronho, je kent me. Word ik ‘s anderendaags wakker op dat beroemde ankerkerkhof! Met – je raadde het al – zo’n heel anker in mijn poepert!

Ik ben zo goed en kwaad als het ging naar de eerste hulp in Tavira gehinkt en toen zei de traumatoloog: de vorige keer was u op een tl-buis gevallen, nu op een anker. What’s next, senhor van Aimieroenken?

Goed, het was al met al best een flinke ingreep, een soort keizersnede, en ze waren erg bang voor een darminfectie vanwege al dat roest maar nu ik mag alles weer doen van de dokter al matig ik met de medronho en tik ik al mijn stukjes staandend.

Kan je eigenlijk golfen met je nieuwe knietjes, of specialiseer je je nu in bridge en rummikub?

You say you sollie, don’t tell me stollie

Rob HooglandVallen geestverruimende middelen ook onder uw peperdure seguro de saúde, mijnheer Van Amerongen? Ik stel u deze vraag omdat ik toch nog iets kwijt wil over mijn verblijf in die Utrechtse privékliniek, om precies te zijn over de periode dat ik, ook op kosten van de verzekering, onder narcose was gebracht. Deze narcose – nee, ik had ditmaal niet voor een ruggenprik gekozen – werkte op mij zéér geestverruimend. Althans, dat maak ik op uit de woorden van voornoemde kloon van Bud Spencer, die mij geheel tegen zijn verpleegkundige instructies in verklapte wat ik, toen de operatie was afgerond, in het tweeduuster tussen verdoving en ontwaken allemaal had liggen brallen.

Zoals u vast wel weet zijn er veel patiënten, vooral van mannelijke kunne, die er op dat moment van alles uitslaan, waar zij zich later niets van kunnen herinneren. Het uiterlijk van de OK-assistente vormt dan regelmatig het onderwerp, dat vaak wordt aangevuld met de meest uiteenlopende ideeën aangaande de wijze waarop de geopereerde met haar graag aan zijn oerdriften gehoor zou willen geven. Gelukkig schijn ik mij wat dat betreft goed te hebben gedragen, maar waar ik mij volgens Bud wél aan overgaf was het zingen van een lied voor de dienstdoende orthopedische chirurg, die dr. Rob Sollie heette. “U zong ineens: You Say You Sollie / Don’t Tell Me Stollie“, vertelde Bud. “Op de wijs van Don’t Tell Me Stories, dat liedje van Saskia & Serge. Daar moesten de dokter en ik heel hard om lachen. Al hadden wij geen idee wat u ermee bedoelde.”

Welnu, mijnheer Van Amerongen, zelf wist ik dat onmiddellijk, al hield ik dat uiteraard wel voor mij. Het verhaal van Bud voerde mij terug naar Heerlen, 1976, het jaar ook dat het onvergetelijke duo Saskia & Serge met Don’t Tell Me Stories aan de weg timmerde. Ik verbleef daar als Telesportverslaggever in het kader van een Europa Cup-ontmoeting van Roda JC, waar toen overigens ene Dickie Advocaat op het middenveld speelde, en Anderlecht. En geloof het of niet: in de aanloop naar die wedstrijd, enkele dagen eerder, raakte ik op een avond zomaar verzeild in een etablissement genaamd Wiener Wald.

Weinig was Weens aan die tent, en het lag niet aan een Wald maar aan een provinciale weg. Wel was er, toen nog tamelijk uniek, opvallend veel Thais aan, waarmee ik met name, in de meest ruime betekenis van het woord, het bedienend personeel bedoel: slanke Zuid-Oost Aziatische jongedames,van wie er eentje wegens een tijdelijk gebrek aan klandizie het podium beklom teneinde haar versie van het op dat moment immens populaire Don’t Tell Me Stories ten gehore te kunnen brengen. U raadt het al: dat werd dus, dankzij haar Aziatische tongval, You Say You Sollie, Don’t Tell Me Stollie.

Hoe fascinerend toch, mijnheer Van Amerongen, dat deze ervaring zich ruim veertig jaar later plotseling, uitgerekend op het moment dat ik uit de narcose aan het ontwaken was en met een arts werd geconfronteerd die naar de naam Sollie luistert, aan mij opdrong. Kunt u zulks verklaren?

Laat je effe checken bij de GGD

Arthur van AmerongenHoe krijg je het weer voor elkaar, Schanulleke, dat ik mij opnieuw laat meesleuren in jouw smeerlapperij. Mijn kinderen lezen mee!

Ik wilde net een heel vertoog gaan houden over de treurige gezondsheidzorg in Portugal en de rol daarin van de socialistische regering-Costa, en dan kom jij met een bizar verhaal dat je met Dick Advocaat en Saskia & Serge en een dozijn ladyboys in een parenclub was aan de gevreesde Napoleonsbaan nabij Roermond, gelieve uit te spreken als Remunj.

Waren Gert & Hermien er ook, en Arno & Gradje? Ik vrees dat je Bud niet helemaal goed verstaan hebt want volgens mij zong hij: hello snollie, deze bebaarde nachtzuster gaat sabbelen aan jouw biggie tollie. Dat is een oud Surinaams slaapliedje.

Hoe lang was je eigenlijk onder zeil? Ik ben bang dat Big Bear Bud samen met de narcotiseur van dienst de anesthesie heeft opgevoerd en dat er onuitsprekelijke dingen met jouw goddelijke lijf zijn gebeurd. Je kent toch die scene in Kill Bill, met Uma Thurman die in coma ligt en regelmatig wordt gevisiteerd door verpleger Buck die rondrijdt in die felgele Pussy Wagon?

Bon, ik zou me effe laten checken bij de GGD in Alkmaar, op de afdeling Seksuele Gezondheid want anders heb je weer een boel uit te leggen aan moeders de vrouw en je komt anno 2019 echt niet weg met het smoesje van de vieze wc-bril. Het kan natuurlijk ook zijn dat het een van de fijnste ervaringen in je leven was, daar in de ziekenboeg. Welnu, dat diepe gevoel kun je weer terug krijgen. Dat kan ik deels voor je regelen hoor, ik stuur kleine Mo met zijn scootertje wel even naar je fermette. Officieel bezorgt hij kapsalons en pizza maar in feite is hij een ordinaire narcoticaboer. Als je dan lekker gedrogeerd bent, laat je je door je vrouw afzetten bij een willekeurige furball, een hairy men dance party. Ik zie dat er binnenkort eentje is in Egmond aan Zee, bij brommerclub Hairy Angels. Ze doen aan ballotage maar ik denk dat de ears & buddies je met alle plezier toelaten, ondanks je hoge leeftijd en je kunstknie. Dat is toch veel leuker dan dat truttige gegolf van je, Hoogland, in je belachelijke ruitbroek?

En dan zing je dat liedje van DaddyB:

I want a bear

A daddy or cub

A furry body

That’s all mine to rub

Sei gesund, beertje van me!


foute jongens hp/de tijd 03 – 2019

Wat kiezersbedrog betreft wint het FvD

Rob HooglandDit gaat mij moeite kosten, mijnheer Van Amerongen. Heel veel moeite. Liever nog zou ik mij willen laten ontknapen, al geef ik toe dat zulks voor het functioneren van iemand van mijn leeftijd nauwelijks verschil maakt. Het linkse falderappes dat Thierry Baudet zo geobsedeerd en vals op de korrel neemt zou er immers uit kunnen opmaken dat zij het bij het rechte eind hebben.

Komt-ie, waarde collega: ik vind dat de jongeheer Baudet de kritiek die hem ten deel is gevallen deels over zichzelf heeft afgeroepen.

Deze onthulling valt mij zwaar. Zoals al verschillende malen aangestipt onderhoud ik een vriendschappelijke relatie met Mr. Theo. Hij beschouwt de jongeheer Baudet inmiddels als de zoon die hij nooit heeft gehad, al sluit ik niet uit dat er in het diepe zuiden een Hiddemaatje of twee, drie rondloopt. Tijdens mijn recente bezoek aan de Tefaf in Maastricht vernam ik in café De Pieter dat mr. Theo en zijn confrère mr. Piet Doedens, toen zij nog als jonge juridische honden in de kennel van mr. Max Moszkowicz rond dartelden, zelfs d’n neikers van de Vriethof werden genoemd.

Nee hoor, ik vreesde niet zijn nieuwe overwinningsspeech toen de Europese Verkiezingen van 23 mei 2019 zich aandienden. Leer mij types als Thierry Baudet kennen. Mijn Amsterdamse pied-à-terre ligt vlak naast een studentenpand. Gevolg is dat ik elke nazomer met ontgroeningsrituelen word geconfronteerd waarbij olijk naar het nazisme wordt geknipoogd. Dat vinden ze humor, die knorren. In 2018 maakten zij de grachtengordel zelfs dagenlang met Duitse helmen op hun dronken koppen in een oude legerjeep onveilig.

De jongeheer Baudet is zijn studententijd nooit ontgroeid. Zolang hij de opgeblazen onzin die hij vaak uitslaat niet in zijn verkiezingsprogramma zet, gaat hij zijn gang maar. Waar het mij om gaat is dat hij zichzelf voor deze Europese verkiezingen net als bij de Statenverkiezingen verkiesbaar had gesteld, als lijstduwer, terwijl iedereen wist dat hij nooit naar Brussel en Straatsburg zou verhuizen.

Ik weet dat andere partijen die truc ook wel eens hebben uitgehaald. Maar bij het FvD gebeurde het nu wel héél nadrukkelijk. Ik zag ook de heer Anton van Schijndel, die ik normaal gesproken hoog acht, op de Europese kieslijst staan. Hij stond tevens op de lijst voor de Statenverkiezingen, terwijl mr. Theo zich toen bijvoorbeeld in zijn geliefde Friesland verkiesbaar had gesteld. Veel Friezen stemden op de maître, maar hij nam géén zitting in het provinciaal parlement. En zo zijn er nog meer voorbeelden.

Ik weet dat ik u met deze uitspraak veel pijn doe, mijnheer Van Amerongen, maar ik zeg het toch: ook wat kiezersbedrog betreft winnen ze het bij het FvD van de partij van Frans Timmermans.

Houellebecq vindt Trump een geweldige president

Arthur van AmerongenZal ik jou eens wat zeggen, vriendelijke reus? Tijdens de opening van het Boekenbal brulde een bomvolle Stadsschouwburg minutenlang: Nie wieder Krieg! Dood aan Baudet! Maar wie schetst mijn verbijstering toen die hotemetoten vervolgens eregast Michel Houellebecq toejuichten als ware hij de teruggekeerde Lieve Heere Jezus zelve.

Begrijp me niet verkeerd, Hoogland, ik ben een trouw lezer van Houellebecq. Sterker nog: ik heb zijn hele oeuvre in het Frans gelezen, een taal die niemand behalve msgr. Timmermans, drs. Ivo Niehe et moi nog beheerst.

Ga eens met de zoekterm Houellebecq grasduinen op Google en dan zul je ontdekken dat Thierry Baudet naast meneer Houellebecq verbleekt tot een progressieve uitvoering van jouw Jesse Klaver.

Houellebecq vindt Trump een geweldige president, hij adviseert de Fransoos om op Marine Le Pen te stemmen én hij heeft een gezonde bloedhekel aan de islam. Tevens wil hij dat Frankrijk de NATO en de Europese Unie verlaat. En bovendien heeft hij een hekel aan homofielen, is hij een overtuigd en bevlogen hoerenloper, rookt hij ketting, zuipt hij zich elke dag klem en vreet hij rood vlees en gluten!

Ja, zegt de progressieve goegemeente dan: dat bedoelt onze Michel niet zo, dat is allemaal ironie.

Ironie ammehoela!

Als er iemand een meester op het floret der ironie is, ben ik het wel. Maar niemand snapt mijn ironie en daarom word ik door de Dirk-Jannen van Stekelbaarsjes, de Bertussen Vuistjes en andere kostgangers van het Rosa Spierhuis voor homofoob en erger uit gemaakt. En die duivelse Houellebecq, de held van die twee opaatjes, komt ermee weg! Iedereen weet dat ik op de Partij voor de Dieren stem en dat ik in het verleden duizenden nertsen heb bevrijd uit vernietigingskampen op de Veluwe.

Noem dat maar extreem-rechts.

Mijn conclusie is dat de Boekenbal-beaumonde nog nooit iets heeft gelezen van Houellebecq. Voor hetzelfde geld schreed de geparfumeerde drol Bernard-Henri Lévy door de Stadsschouwburg en dan hadden al die schrijversgroupies, glibberend en glijdend door hun fluor albus, gepiept: ooohhhh, wat is meneer Houellebecq weer beeldig aangekleed door Charvet op de Place Vendôme (chemisier et tailleur depuis 1838, A.v.A.).

Ik hoorde van Arie Storm dat Heleen van Royen du moment dat Freek de Jonge als een dementerende Bokito over de stoeltjes begon te klauteren, brulde: ‘Michel, Michel! Ik zit hier hoor, in het schellinkje. En straks kan je mij vinden in de Harry Mulisch Suite van het Hard Rock Hotel, hier om de hoek.’

Je zou inderdaad denken dat Houellebecq ook geknipt wordt door Hella de Jonge (coupe Catweazle), dus de persoonsverwarring is begrijpelijk.

Herinner je je die mohammedaanse bomaanslag in de roman Platform van Houellebecq? Dat zou een dramatisch opening kunnen zijn voor diens nieuwe boek: een bomaanslag op de Stadsschouwburg tijdens het Boekenbal.

In één klap verlost van de door Houellecq vermaledijde pseudo-intellectuele bourgeois-bohème & gauche caviar.

Je schrijft hierboven overigens: liever nog zou ik mij willen laten ontknapen. Daarmee beken je eigenlijk dat je nog maagd bent. Dat verklaart natuurlijk wel waarom je kindvrij bent gebleven. Of bedoel je wellicht dat je in je derrière nog maagd bent? En wat wil je weten over biefstuksocialist Frenske Timmermans? Je weet toch dat hij vijftig zetels achterstaat op Spitzenkandidat Manfred Weber van de EPP? Holle bolle Gijs gaat na de voor hem catastrofale verkiezingen zakjes plakken in de catacomben van de Verenigde Naties. Mark my words, poes!

Ik links. Dat ik dat nog mocht meemaken

Rob HooglandU behoeft mij niet nader in te lichten over het doen en laten van de heer Timmermans, mijnheer Van Amerongen. Van de manier waarop deze vleesgeworden kersenvlaai zich naar boven heeft gelikt draait zelfs mijn maag zich om. Ik beperk mij tot de conclusie zoals in de laatste regels van mijn eerste bijdrage vervat: dat hij een partij vertegenwoordigt die zich beter op de Europese verkiezingen heeft voorbereid dan het FvD. Dat doet al pijn genoeg.

Ik dank u voor uw aandacht voor de heer Houellebecq, een auteur die ik hoog heb zitten. Ik bezit al zijn boeken. Hetgeen overigens niet wil zeggen dat ik ooit een woord van hem heb gelezen. Voor mij is hij de nieuwe Umberto Eco, wiens ‘De slinger van Foucault’ nog steeds ongelezen een prominente plek op onze salontafel inneemt.

Ik had dus inderdaad op het Boekenbal thuisgehoord. Ons beider uitgever Pepper Books smeekte mij ook om te gaan, maar ik wilde mijn wekelijkse kienavond er niet voor laten schieten.

Over gauche caviar gesproken: Freek de Jonge deed dat wel en vergat vervolgens les 1a van Toon Hermans, waarin wordt gesteld dat een goede timing voor een komiek onontbeerlijk is.

Het is overigens jammer dat u niet of nauwelijks ingaat op wat ik over Thierry Baudet te melden heb. U lijkt wel een hardcore fan. Ik maakte een mild grapje over de Uil van Minerva waarmee hij na de Statenverkiezingen in die merkwaardige speech van ‘m op de proppen kwam. “Nee, ik zal nu niet, op mijn beurt, een Baudetje doen door in de prelude te verklaren dat de Aalscholver van Wodan op mij is neergedaald”, schreef ik. Subiet werd ik door sommige van zijn volgelingen, die nog nooit van de Uil van Minerva hadden gehoord, in de linkse hoek geplaatst.

Ik links. Dat ik dat nog mocht meemaken. Al verbaasde het mij ook weer niet echt. Zoals Jesse Klaver voor zijn aanhangers al een tijdje de nieuwe God is, zo is Thierry Baudet dat binnen een mum van tijd voor zíjn achterban geworden. Grapjes over de messias worden in beide kampen als blasfemie beschouwd. Helaas, echter, heb ik de lastige gewoonte iemand onmiddellijk te ontheiligen wanneer hij heilig is verklaard. Daar is mijn oude leraar maatschappijleer Van Bemmelen, die ook Duits gaf, verantwoordelijk voor. “De koningin moet ook wel eens persen”, stelde hij ooit. Dat was een levensles. En zo is dan de kolderieke situatie ontstaan dat de Klaver-discipelen mij in de rechtse kerk plaatsen, terwijl sommige Baudet-adepten mij inmiddels een plek in de linkse kerk toedichten.

Het is echter een feit de heer Klaver ondanks zijn krankzinnige manier van politiek bedrijven en zijn domme taal- en rekenfouten minder voor zijn leven te vrezen heeft dan de heer Baudet. Dat zegt iets, mijnheer Van Amerongen. Dat zegt zelfs heel veel. De linkse jaloezie, haat en agressie die heer Baudet over zich heen krijgt is angstaanjagend. Of zijn kudde het nu wil of niet, ik sla de deur van de linkse kerk waarheen zij mij hebben verbannen om die reden weer meedogenloos achter mij dicht.

Ik smeek u, liberaal Nederland: omarm mij!

Beim Leben ist’s wie bei der Klo-Rolle

Arthur van Amerongen“De koningin moet ook wel eens persen”: wat een prachtige uitdrukking! Ken jij die reclame nog voor toiletpapier van het eens zo trotse Nederlandse merk Popla, dat met de hand gerold werd door nonnetjes in het Limburgse Gennep?

Je moet het zingen op de wijs van Hoedje van Papier: Popla is, Popla is, een twee drie vier, zacht toiletpapier. Koning, keizer, admiraal, Popla kennen ze allemaal. Een twee drie vier, sterk toiletpapier. Wel 1000 vel!

Overigens viel het reuze mee met de kwaliteit van Popla want regelmatig schoot mijn veegvinger door het dunne papier. Ik ben nog steeds een uitbundige veger want je weet, lieverd, dat ik met alles een grootverbruiker ben. Dat heeft te maken met mijn ongebreidelde joie de vivre. Noblesse oblige, dus scoor ik altoos Charmin Ultra Soft Cushiony Touch bij de Makro in Faro en dan zit je toch al snel op 2 euro per rol.

Soms jaag ik er wel vijf rollen op een dag doorheen. Het ergste vind ik nog wanneer ik eindelijk klaar ben met vegen en dat er dan nog piepklein poepje lachend zijn kopje naar buiten steekt en ik helemaal opnieuw moet beginnen. Toch weiger ik om een anal bleaching te laten zetten, zoals jij mij laatst adviseerde. Dan maar onthaasten op het secreet.

Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar de stoelgang van Thierry Baudet. Hij doet me erg denken aan die andere fat: Jort Kelder. Van die smetvreestypes die nooit een windje laten. Nooit eens een fraai remspoor in de witte Schiesser.

En nee, ik ga niet in op jouw vertoog over Baudet. Ik vind het al treurig genoeg dat je weer over die stomme uil van Minerva begint. Overigens blokkeer ik op Twitter een ieder die grapjes maakt over boreaal dus je bent gewaarschuwd, vriend.

Het is kenmerkend dat niemand in Nederland zich druk maakt over het Borealis Project van Jelle Brandt Corstius (je weet wel). Ik citeer: “Journalist Jelle Brandt Corstius en fotograaf Jeroen Toirkens trekken de komende vier jaar voor Trouw door de noordelijke bossen van de wereld, het ‘boreale woud’, in onder meer Japan, Canada, Alaska en Siberië.”

Trouw: fout na de oorlog.

Bon.

De ouwe Hegel schreef: Die Eule der Minerva beginnt erst mit der einbrechenden Dämmerung ihren Flug.

Maar hij schreef ook:

Beim Leben ist’s wie bei der Klo-Rolle:

Je mehr man sich dem Ende nähert,

desto schneller geht’s!

Ook ik ken mijn klassiekers, Hoogland.


foute jongens hp/de tijd 04 – 2019

Een kneiterlinkse stadsgreep

Rob HooglandZoals u weet, mijnheer Van Amerongen, bezit ik een pied-à-terre in Amsterdam. Ik breng daar ongeveer de helft van mijn tijd door. Een paar dagen houd ik het vol in het dorp der onverdraagzaamheid, daarna vlucht ik weer naar de kust. Toch zal ik dit bescheiden appartement niet snel van de hand doen. In tegenstelling tot veel Amsterdammers besef ik weliswaar terdege dat het ware polderlandse leven zich vooral buiten de stadsgrenzen voltrekt. Desondanks ben ik van mening dat iedereen die zijn brood als chroniqueur van de samenleving verdient, aan den lijve dient te ondervinden wat het betekent om in onze geliefde hoofdstad woonachtig te zijn.

Ofschoon er een mengeling van Veluws en Rotterdams bloed door uw aad’ren vloeit, heeft u er eveneens gewoond. Oké, vooral in politiecellen en in de Jellinek-kliniek, wanneer het bolletje bruin weer eens wat al te nadrukkelijk de hoofdrol in uw bestaan had opgeëist. Toch waren er, zo maak ik althans uit uw verhalen op, af en toe momenten dat u het Amsterdamse leven met een zekere alertheid ervoer. Ik neem derhalve aan dat dit een gedachtenuitwisseling tussen twee ervaringsdeskundigen kan worden.

In uw tijd werd het gemeentebestuur gevormd door de PvdA, de PvdA, de PvdA en de PvdA. Het huidige college van B&W bestaat eveneens uit vier partijen: GroenLinks, de SP, D66 en de PvdA. Het is nog linkser dan destijds, of om het zoals de plaatselijke, overigens in Doetinchem geboren GroenLinks-voorman Rutger Groot Wassink te zeggen, zij het iets minder geestdriftig: ‘kneiterlinks’. En dan is de burgemeester, mevrouw Halsema, óók nog van GroenLinks.

Het was een stadsgreep, mijnheer Van Amerongen, wat ik u brom. Een kneiterlinkse stadsgreep. Nog meer dan in uw tijd zijn de gevolgen daarvan voor de hardwerkende burger, die het nota bene allemaal moet betalen, desastreus. Dag in dag uit worden de inwoners van Pyongyang aan de Amstel overspoeld met onzinnige symboolmaatregelen ten behoeve van de leefbaarheid en het milieu, of ter bevordering van het welzijn van mensen die niet over het Nederlandse recht daarop beschikken.

Toeristen? Minder, minder, minder! In een Telegraaf-column suggereerde ik die laatste drie woorden als slogan aan het gemeentebestuur nadat ze gevoed door toeristenhaat de letters IAmsterdam van het Museumplein hadden laten verwijderen. Tweede optie: Eigen volk eerst . Derde: Ausländer raus! Vierde: Vol is vol. Heel gek, ze verwierpen al die mogelijkheden. Verder is de halve stad nu afgesloten voor autoverkeer, worden de parkeertarieven verhoogd tot € 7,50 per uur, krijgt het fietsgajes waartoe de bestuurders zelf natuurlijk behoren nóg uitbundiger vrij spel en heeft Rutger Groot Wassink van de opvang van uitgeprocedeerde illegalen een beleidsspeerpunt gemaakt. Hij noemt ze trouwens ongedocumenteerden, dat klinkt minder stigmatiserend. En intussen, terwijl de lokale woningnood krankzinnig hoog is, roept hij de burgers van zijn stad serieus op om woonruimte voor deze illegalen ter beschikking te stellen. Hij wil er liefst 500 plekken voor reserveren.

Het mag niet eens volgens de wet, maar dat beschouwen de huidige Amsterdamse gemeentebestuurders eerder als een aanmoediging.

Mist u Amsterdam, mijnheer Van Amerongen, daar in de Algarve?

Ik kan het mij nauwelijks voorstellen.

Ik mis alleen dodenakker Zorgvlied

Arthur van AmerongenLaat me even wat rechtzetten, ouwe. Niet geheel ten onterechte verwijs je naar mijn regelmatig verpozen in de kerkers van de Mokumse narcoticabrigade en in de detox van de Jellinek-kliniek aan de Jacob Obrechtstraat. Quasi-geestig rep je over mijn recreatieve gebruik van ‘bolletjes bruin’. Ik heb deze faits divers terloops wel eens laten figureren in mijn literaire oeuvre. Het betreft dus oud nieuws dat onze handvol lezers niet zal schokken.

Maar ik was zoveel meer dan een alcoholische junk. Ik was ook een bobo, Hoogland, wat de afkorting is van bourgeois-bohème. Ik was de Amsterdamse Patrick Bateman, eleganter dan Ted Bundy. Inmiddels ben ik een lili-bobo, een libéral-libertaire bourgeois-bohème, maar dat dondert verder niet want mijn modegrillen zijn irrelevant voor de strekking van onze briefwisseling.

Ik woonde op stand in Amsterdam-Zuid, om de hoek van flatgebouw het Nieuwe Huis aan het Roelof Hartplein. De dichter Jan Arends sprong zich daar te pletter. Het toeval wil dat hij een uur voor zijn zelfdoding een brief schreef aan Rudy Kousbroek en dat is de ouwe heer van ons aller Gabriel Kousbroek. Die brief is in mijn bezit en je mag hem kopen.

Leest en huivert:

“Lieve Rudy, je wenste mij veel schrijversroem in het komende nieuwjaar. Dat had ik wel gewild toen ik twintig was maar nu niet meer. Schrijvers worden getrapt altijd en overal. Ik ga zo springen, doe de hartelijke groeten aan Ethel en je zoon Gaap!”

Jan besluit met een ontroerend gedicht:

Je leeft

met een strop

om je nek

Enfin, genoeg geluld. Amsterdam was een vieze gore anarchistische puinzooi maar ik bewoonde met vrouw en koters een zeer luxueuze loft, waar drie keer week de schoonmaakster kwam poetsen. Onze woonst was een eiland van properheid in het Amsterdam van jaren tachtig, dat qua hygiëne niet onderdeed voor Calcutta.

Alles kon in die tijd. De Zeedijk was geweldig! Je kon overal harde drugs kopen want de hermandad was in geen velden of wegen te bekennen. Die zaten gratis te smikkelen bij de Chinees of waren lekker aan het badderen in een sekshuis op de Wallen.

Inmiddels is de Zeedijk een walhalla voor, excusez les mots, kankeryuppen, nimby’s en andere bakfietsvrouwtjes. Wat mij nog het meest stoort aan Caracas aan de Amstel zijn de exorbitante prijzen. Laatst bestelde ik een dubbele expresso in een ordinair koffiehuis op de Albert Cuyp. Die kostte zeven euro. Dat is 15,43 gulden, oom Rob. In de Algarve kost zo’n bakkie pleur 1,20 euro. Gisteren bezorgde postbode Rui mij de The Knight Frank Global Affordability Monitor 2019. Amsterdam is door Knight Frank uitgeroepen tot de minst betaalbare stad van de wereld. Daarmee laat Mokum metropolen als Hong Kong, Los Angeles, Londen, New York, Moskou, Parijs, Brussel en Dubai achter zich. Die monitor is niet alleen gebaseerd op de buitenproportionele stijging van woonlasten, maar bijvoorbeeld ook op het aandeel van hun salaris dat Amsterdammers moeten besteden aan huur.

Maar goed, jij wilt weten wat ik mis van Amsterdam. Nou, eigenlijk alleen dodenakker Zorgvlied vanwege de rust. Maar volgens Knight Frank is Zorgvlied inmiddels de duurste begraafplaats ter wereld en moet je zelfs entree betalen. Over GroenLinks gesproken: ik zit ‘s nachts vaak te chatten met kameraad Rutger Groot Wassink. De valt in het echt reuze mee! Ken je hem?

Dit is een revival van de Stasi

Rob HooglandU moest eens weten hoezeer deze laatste onthulling, te midden van de modieuze, ijdele prietpraat waarmee u uw eigen persoon weer wat al te centraal stelt, mij pijn doet. Ofschoon ik gezien onze onmiskenbare klasseverschillen altijd een zekere distantie tot u zal blijven bewaren, was ik u dankzij onze jarenlange journalistieke en literaire samenwerking zo langzamerhand gaan beschouwen als een… tja… hoe zeg je dat… vriend is wellicht iets te sterk uitgedrukt… nou ja, vooruit… als een collega voor wie ik een zekere genegenheid heb opgebouwd.

En nu komt u hiermee, mijnheer Van Amerongen. U zit ‘s nachts vaak te chatten met ‘kameraad’ Rutger Groot Wassink. Uw reputatie als allemansvriend heeft hier werkelijk een beschamend dieptepunt mee bereikt. U chat ‘s nachts nota bene soms ook met mij! Heeft u, als ware multitasker, de heer Groot Wassink dan wel eens gelijktijdig aan de lijn? En geeft u wat ik dan te melden heb op die momenten meteen maar even aan hem door? Weet u wel wat daar bij deze opper-stasi de gevolgen van kunnen zijn?

Ik heb wel eens, half voor de grap, geopperd om bij de Telegraaf een dagelijkse serie onder de titel Stop de Stopera te beginnen. Dag in dag uit, letterlijk, bereiken de redactie berichten, waaruit kan worden opgemaakt dat iedereen die man is, blank, legaal, autorijdend en modaal of daarboven dankzij het beleid van het door GroenLinks geleide college de sjaak is in Amsterdam. Recent haalde hij nog het nieuws met het lanceren van het schandelijke plan om zogeheten mysteryguests of undercoversin te zetten bij Amsterdamse ondernemingen, teneinde deze bedrijven te kunnen controleren op discriminatie op de werkvloer. Ik citeer met grote instemming briefschrijver Frits Bosch in Het Parool: “Dit is een revival van de Stasi, de gevreesde informatiedienst van de DDR. Mensen vertrouwen elkaar niet meer, durven niets meer te zeggen. Angst gaat regeren. Het is te walgelijk voor woorden. Dit is geen cultuurmarxisme, dit is puur communisme.”

Het gaat momenteel van kwaad tot erger in Amsterdam. En met zo’n man zit u dus ‘s nachts te chatten. Ik scheur mijn kleren en ween in de wetenschap dat ik straks niet eens meer vergetelheid kan zoeken in het American Hotel, dat vanaf april 2020 het Hard Rock Hotel gaat heten. Niet alleen extreemlinks heeft in Amsterdam de macht gegrepen, ook die ordinaire popcultuur doet dat in steeds grotere mate. Waar kunnen inwoners van mijn niveau nog terecht voor een zaak met een leuk strijkje in de hoek? Nergens, mijnheer Van Amerongen! Ik heb eigenlijk niets meer in Pyongyang aan de Amstel te zoeken en zal mij vermoedelijk steeds nadrukkelijker terugtrekken in mijn stulpje aan de kust, totdat Magere Hein voor verlossing zorgt, als Rutger Groot Wassink dat tenminste al niet eerder heeft gedaan. Ik voorzie mijn hele leven immers al in mijn eigen onderhoud. Dan is in zijn geval de stap naar standrechtelijk executeren al snel gemaakt.

Toen bleef het stil in Huize Groot Wassink

Arthur van AmerongenVanwaar toch die hetze tegen Rutger Groot Wassink, oom Rob? Hij is een mens van vlees en bloed, zo bleek tijdens onze nachtelijke chats die overigens keurig in het nette bleven al weet ik niet of mijn kameraad zijn CCCP-pyama aan had of dat hij zich in zijn adamskostuum had verhuld. We babbelden over hiphop (een muziekstroming), høken en bökken tijdens een concert van Normaal, de superboeren van F.C. de Graafschap en eindigden vrijwel elke chat bij de Achterhoek en Doetinchem, waar RGW dus geboren en getogen is. In de Achterhoek woont onze gemeenschappelijke held A.L. Snijders, oom Rob, dus je zou best wel eens wat minder cynisch en schamperend mogen doen over de mooiste plek van Nederland, na Ede uiteraard. Voor de leken onder onze lezers: A.L. Snijders is de uitvinder van het Zeer Korte Verhaal.

Ik heb Rutger natuurlijk eerlijk verteld dat er tijdens het bewind van de Duitse bezetter meer mocht dan momenteel onder het GroenLinkse schrikbewind in de DDR aan de Amstel. Verder verklapte ik hem dat al mijn ex-vriendinnen op GroenLinks stemden en stemmen. Om Reve maar even te parafraseren: GroenLinks neukt lekker (al ben ik verder niet ingegaan op mijn flirt met Marijke Vos op naaktcamping Domaine de Bellevue in de Franse streek Côtes de la Malepère).

Kameraad RGW schreef mij toen: “Don Arturo, ik kan jouw mening nog zo abject vinden, maar net als mijn idool Voltaire zal ik jouw recht verdedigen om die te uiten.”

Rut, je bent een toffe peer, reageerde ik, maar je komt met de meest versleten en vertrapte dooddoener aankakken die ik ken en je citeert de verkeerde. Het correcte citaat is “Ik ben het niet eens met wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen tot mijn dood verdedigen’ en het citaat is de ouwe Voltaire in de mond gepropt door de schrijfster Evelyn Beatrice Hall in haar boek The Friends of Voltaire uit 1906. Dat valse kreng ken je wellicht wel onder haar pseudoniem S. G. Tallentyre.

Ik voegde daar aan toe: Rutger, ik word onmiddellijk door jouw Stasi in de boeien geslagen als ik uit de trein stap op het Centraal Station dus bespaar met die filosofische kletskoek.

Toen bleef het stil in Huize Groot Wassink.

Ach, Hoogland, mij overkomt hetzelfde als W.F. Hermans en Gerard Reve. Ook zij werden personae non gratae in ons ooit zo vrije Mokum. Ik ben blij dat jij mij, als laatste der Mohikanen, vanuit je kot op de Prinsengracht op de hoogte houdt van de laatste stuiptrekkingen van Amsterdam.

Als ik jou was, zou ik toiletpapier met daarop de tekst Heldhaftig Vastberaden Barmhartig laten drukken. Gouden handel, ouwe!


foute jongens hp/de tijd 05 – 2019

Handkarren op Halima in haar boerkini

Rob HooglandZoals u wellicht weet, mijnheer Van Amerongen, heb ik een speciale band met de gemeente Utrecht. Dat is te danken aan de milieuzone aldaar, uiteraard door GroenLinks geïnitieerd. Enkele jaren geleden inspireerde deze absurde lokale maatregel mij tot het aanspannen van een rechtszaak tegen het bestuur van de Domstad, waarin ik na het uitlokken van een bekeuring de onrechtmatigheid van de zone wilde aantonen.

Ten eerste werken ze niet, die milieuzones. Niet voor niets concludeerde de Tweede Kamer in 2015 dat ze zouden moeten worden afgeschaft, een besluit dat vanzelfsprekend – wij wonen in het polderland – nooit werd uitgevoerd, sterker nog: tegenwoordig nog nadrukkelijker dan voorheen door de gemeenten aan hun laars wordt gelapt, onder aanvoering van Utrecht en uiteraard Amsterdam, dat het onlangs zelfs nog bonter maakte door te annonceren dat vanaf 2030 geen enkele benzine- en dieselauto meer in de stad welkom is

Over realiteitsbesef gesproken.

Totaal krankjorem, deze bestuurderen!

Als in het Ruhrgebied een paasvuur wordt ontstoken, besmeuren de rookdeeltjes bij oostenwind soms zelfs de ramen in Egmond aan Zee. Waarmee ik maar wil zeggen dat het in Nederland nogal pleegt te waaien. Ook in Amsterdam en Utrecht is er geen fijnstofdeeltje dat bij de grens van een milieuzone denkt: ‘Oei, ik mag hier niet naar binnen, snel omkeren’. Verder belasten de hedendaagse dieselauto’s met hun hypermoderne ingebouwde katalysatoren het milieu in werkelijkheid minder dan de heilig verklaarde, met buitengewoon smerige en milieuonvriendelijke accu’s uitgeruste elektrische wagens waarvoor nota bene miljarden aan subsidie worden vrijgemaakt.

Bovendien zouden weggebruikers die voor hun goedgekeurde (!) auto’s verplicht wegenbelasting moeten betalen – in ruil waarvoor zij toegang tot de openbare weg behoren te krijgen – niet door gemeenten mogen worden gediscrimineerd op basis van multi-interpretabele metingen en met verwijzing naar verkeersborden die daarvoor niet bestemd zijn.

Maar ja, het ging zoals het altijd gaat in zogenaamde Mulder-zaken: ik verloor, ook in hoger beroep. En dus stuurde ik – men is een heer of men is het niet – ter felicitatie een fors boeket bloemen naar de verantwoordelijke wethouder Lot van Hooijdonk. Na ontvangst gaf zij de bos, zoals ik later vanuit het stadhuis mocht vernemen, achteloos mee aan een van haar ambtenaren. Let wel, zonder bedankje aan de afzender.

Niet zo gek dus dat alles wat beleidsmatig in Utrecht wordt ondernomen mijn warme belangstelling geniet, en dat ik meewarig hoofdschuddend vernam dat de Utrechtse wethouder Linda Voortman, óók al van GroenLinks, haar personeel op multiculti-les gaat sturen. Die ‘te witte’ ambtenaren moeten van Linda van hun vermeende vooroordelen af en het personeelsbestand moet ‘diverser’ en ‘inclusiever’. De ambtenaren moeten tevens aan de slag met een heuse ‘gesprekskoffer’, las ik, met succesverhalen en kaarten met gespreksonderwerpen waarmee de teams de dialoog over diversiteit kunnen aangaan.

Een gesprekskoffer!

In het heropvoedingskamp Utrecht!

Pure ideologische terreur, mijnheer Van Amerongen!

U kent mevrouw Voortman vast nog wel. Ooit, toen zij nog op het Binnenhof figureerde, hulde zij zich in een shirtje met het opschrift Ik ben een Marokkaan. En nu heeft zij het tot wethouder van Utrecht geschopt en begint ook zij, net als haar collega Van Hooijdonk, op z’n GroenLinks te discrimineren: iedere mannelijke, blanke, autochtone, heteroseksuele Nederlander zonder handicap is voortaan een tweederangs burger.

Mijn Pajero, de Spaanse rukker

Arthur van AmerongenJe hebt voor het eerst sinds ik je ken, heer Bommel, een gevoelige snaar bij mij geraakt. Zoals je donders goed weet, is mijn verloofde Carrie (jij midgetgolft wekelijks met haar zus Hilda in de tuin van de Van der Valk in Akersloot en alleen jouw vrouw gelooft dat) cateraar voor films en commercials. In Nederland maar ook in de Algarve en ik vreet daar goed van, zoals je kunt zien aan mijn goddelijke lichaam. Ze heeft een rollende keuken op diesel en ze mag geen enkele stad in Nederland meer in met dat stinkding! En al helemaal niet in het vermaledijde Utrecht. Hier in de Algarve bezitten wij trouwens een Pajero van Mitsubishi uit 1985. Ook diesel. Weet je dat ze dat bakbeest in Spanje geen Pajero noemen maar Montero? Pajero betekent namelijk rukker in het Spaans, in de context van handkarren en masturberen.

Even tussendoor: ik heb een paar dagen geen porno gesurft op internet. Niet dat ik klaar ben met XPornhubhamster hoor, maar bij mijn sigarenboer in Olhao kocht ik de nieuwe Sports Illustrated en dat is eigenlijk het hoogtepunt van het jaar wat mij betreft want zo opwindend is het leven hier nou ook weer niet. Goed, ik hang dat schitterende tijdschrift onmiddellijk aan een touwtje op de plee, zoals je dat vroeger deed met Het Toiletboek van Max Tailleur: Moppen & Cartoons voor op het kleinste kamertje! De islamering rukt (pun not intended) op en wie schetst mijn verbazing toen ik zag dat er een juffrouw in een boerkini op de cover stond!

Het Somalisch-Amerikaanse model Halima Aden (21) vloog terug naar haar geboorteland Kenia voor een historische fotoshoot en is het eerste moslimamodel dat in boerkini in de jaarlijkse badpakkenspecial van staat. Nou handelt de Playboy al jaren niet meer in tieten en konten maar dit vond ik echt verschrikkelijk. Ik heb het blad toch maar gekocht en ging er mee op het gemak zitten en wat er toen gebeurde zal je verbazen: ik probeerde te handkarren op Halima in haar boerkini en het is me gelukt! Nou was ik vergeten de Sports te plastificeren dus nou zijn alle pagina’s krom getrokken.

Oh ja, mijn Pajero, de Spaanse rukker. Die is van mij maar Carrie rijdt erin want ik kan niet rijden. Nooit tijd gehad om mijn rijbewijs te halen. Ik betaalde vorige week mijn jaarlijkse wegenbelasting en dat was de lieve somma van 15 euro en 40 cents! Kom daar maar eens om in het droevige moederland, vriend. Begrijp ik trouwens uit jouw woorden dat witte hardwerkende, belastingbetalende mannen van middelbare en hoge leeftijd Utrecht ook niet meer in mogen? Ik dacht meteen aan Frans Timmermans maar ik vermoed dat juffrouw Linda Voortman dat verbod voor ons – de Foute Jongens – heeft ingevoerd. Nou heb ik net een foto van Linda – cup DD – Voortman aan mijn wc-muur gehangen, naast Halima. Eens kijken of dat werkt. Ik hoop trouwens dat je het verschil tusen Utrechter en Utrechtenaar kent, heer Hoogland. Dat heeft Toon Agterberg mij onlangs uitgelegd. Je weet wel, Eef uit Spetters, en net als zijn beste vriend Rijk de Gooyer een Utrechter.

U heeft in toenemende mate een slechte invloed

Rob HooglandEef uit Spetters! Nu raakt u, op uw beurt, plots een gevoelige snaar bij míj. In Spetters, van Paul Verhoeven, speelde immers ook Renée Soutendijk mee. Als Fientje lustte zij er wel pap van en ofschoon ik toen wel al van middelbare leeftijd was, had ik het fantaseren nog niet verleerd. Al had ik er geen geïslamiseerde Sports Illustrated voor nodig en verstopte ik mij er al helemáál niet voor op de wc. Ik stak altijd een kaarsje aan op het nachtkastje van mijn slaapkamer, besprenkelde mezelf met enkele druppels Eau Sauvage van Dior, zette Je t’aime… moi non plus van Serge Gainsbourg en Jane Birkin op en ging heel sterk aan Fientje denken. Dan ging de rest vanzelf.

Heeft die mijnheer Agterberg waarover u sprak, de man die in Spetters de rol van Eef speelde en onlangs bij u in de Algarve op bezoek was, met een delirium voor twee heren als resultaat zoals uw Carrie mij op een intiem moment influisterde, heeft die mijnheer u nog verteld over de roemruchte verkrachtingsscene in Spetters, waarbij Utrechtenaren de hoofdrollen vertolkten? Wat de heer Verhoeven niet wist was dat producer Joop van den Ende, toen nog een blijmoedig maar conservatief jongmens, de dag dat die scene zo realistisch mogelijk zou worden opgenomen had uitgekozen om eens een onaangekondigd kijkje op de set te gaan nemen. U raadt het al: uitgerekend op het moment dat deze homoseksuele verkrachtingsscène zijn hoogtepunt bereikte wandelde de heer Van den Ende naar binnen, om onmiddellijk daarna weer met een rood hoofd te vertrekken.

Ik lees de voorafgaande alinea’s terug en besef ineens dat ik mij weer eens heb laten meesleuren in uw onstopbare hang naar vunzigheid. Dit geeft geen pas voor een chroniqueur van mijn kaliber. Mijn vrouw heeft gelijk: u heeft in toenemende mate een slechte invloed op mij. Ik hoop maar dat deze Foute Jongens-dialoog voorbijgaat aan de lezers van mijn eerbiedwaardige Telegraaf-rubriek, van wie een enkeling mij overigens op Koningsdag de hand mocht schudden tijdens de Koningsborrel die hotel De L’Europe en de Telegraaf altijd gezamenlijk organiseren. Onder hen bevond zich vanzelfsprekend onze wederzijdse amice Mr. Theo, maar bijvoorbeeld ook onze minister-president, die mij liet weten dat hij zich bijzonder had vermaakt met een column van mijn hand waarin de plezierdrol in de Friese wateren centraal stond (faecaliën van menselijke makelij, die door de bemanningsleden van plezierjachten overboord worden gekieperd, met ernstige verontreiningsproblemen als gevolg).

Laat dit een levensles zijn, mijnheer Van Amerongen.

Zullen we ons niveau daarom enigszins trachten op te krikken?

Desnoods gebruiken we er een gesprekskoffer voor.

De Grote Foute Jongensshow

Arthur van AmerongenEef uit Spetters heeft mij verschrikkelijke dingen verteld die ik niet aan het papier durf toe te vertrouwen omdat je zoon meeleest. Wellicht komen ze in in mijn memoires, die pas 20 jaar na mijn dood gepubliceerd mogen worden.

Ik wil je wel iets verklappen over de wereldberoemde verkrachtingsscène waarin Eef het vrouwtje moest spelen. Daar deden jouw huisvriend Maarten Spanjer aan mee, Hugo Metsers senior, Henk Molenberg, Albert Mol, Ronnie Tober en een ‘acteur’ van de Casa Rosso, je weet wel, dat theater van Zwarte Joop waar je live fuckie fuckie kon kijken voor een paar piekkies.

Toon ‘Eef’ Agterberg vertelde me in het volste vertrouwen dat hij tijdens die opname gewoon aan leuke dingen uit Utrecht is gaan denken, zoals aan Herman Berkien, Tineke Schouten, Herman van Veen, Wesley Schneijder, Willem Aantjes, Marco van Basten en Fred Kaps. Hij had slechts één eis gesteld aan de verkrachting: Hans Kemna mocht er niet bij zijn. Die wilde dat dolgraag, zogenaamd om te kijken of Eef wel goed gepoederd was en of het allemaal wel naturel overkwam. Goed, en toen kwam Joop van Ellende dus binnenlopen, van wie ik het nooit had gedacht. Goed, jij wist het niet eens van Ed Nijpels, Camiel Eurlings, Fred Emmer, Liberace, Ricky Martin en Rock Hudson, dus waar hebben we het over?

Overigens is Toontje Agterberg een groot fan van dit scabreuze rubriekje en hij vroeg mij wanneer de opvolger van Het Grote Foute Jongensboek komt. Rond Sinterklaas, vertelde ik hem, maar bazuin dat alsjeblieft nog niet rond bij je collegaatjes van het vaderlandse variété. Tevens bood hij zich aan als regisseur van de Grote Foute Jongensshow, een rondreizend theatraal gebeuren zoals Brood, Deelder en die vervelende kwast van een Chabot dat vroeger deden.

Namens jou heb ik toegezegd en de locatie wordt jouw Koninklijke Golfclub in Alkmaar, ergens in september. Toon wil dan die verkrachtingsscène nadoen, met de nog levende gangbangers uit de legendarische film. Toon kan Eef niet spelen omdat hij een en ander regisseert en ik moet de gasten van de show ontvangen dus je mag drie keer raden wie Eef gaat spelen in onze talkshow. Je moet gewoon aan Halima en Linda denken, aan Tiger Woods, aan Epi Drost en aan een lekker etentje bij de Librije in Zwolle. Toon beloofde dat de scene niet langer dan een half uur gaat duren. Hans Kemna mag er ditmaal wel bij zijn en hij neemt Job Gosschalk mee, voor de technisch-theatrale inspectie. Ik hoorde trouwens van mr. Hiddema dat meneer Rutte tijdens de Koningsborrel van hotel De L’Europe en de Telegraaf uitgebreid naar mij vroeg bij jou.

Waarom meld je dat niet even, jaloerse bitch, je weet hoe gesteld ik ben op ons aller Markiemark. Deze zomer ga ik lekker met hem, Gordon en Jort weer naar Mykonos. En jij zeker weer met moeders de vrouw naar naaktcamping Zon en Leven in Starnmeer? Kusje van je Tuurtje.


foute jongens hp/de tijd 06 – 2019

De postume belediging van Gerard Reve

Rob HooglandOnlangs, mijnheer Van Amerongen, is Gerard Reve postuum beledigd. Een van mijn grootste literaire helden, die mij ondanks zijn platvloersheid en onhebbelijkheden – het ex-liefje van uitgever Johan Polak vertelde mij ooit dat hij op feestjes vaak plompverloren zijn voortplantingsorgaan op tafel placht te deponeren – tot het schrijverschap heeft gebracht, indien men columneren daartoe althans kan rekenen. Twijfels nemen eerlijk gezegd de overhand wanneer ik dat laatste overpeins, doch daarover straks.

Ik heb het nadrukkelijk níet over zijn debuutroman De avonden, die hij schreef toen hij nog Simon van het Reve heette. Dit gewrocht moest ik op de middelbare school van mijn leraar Nederlands lezen. Ik kwam er niet doorheen, hetgeen overigens tevens gold voor Max Havelaar van Multatuli, nog zo’n doodsaai verplicht nummer. De ware Reve stond voor mij pas op met Op weg naar het einde, Nader tot u, De taal der liefde en Moeder en zoon. De stijl van die man, de ironie die van zijn vaak archaïsche taalgebruik afdroop: onovertroffen.

Wat wil nu het geval? Onze collega Bert Wagendorp, columnist van de Volkskrant, heeft andermaal een DWDD-fähige roman geschreven, ditmaal getiteld Ferrara. Voor de heer Wagendorp hoop ik dat het boek net zo succesvol wordt als het voorafgaande Ventoux. Ik hoop echter óók dat hij in de interviews die hij nog ter promotie zal afgeven, zodra gevraagd naar het belang van de stijl, voortaan zal afzien van een antwoord als: “Ik denk nooit: wat een waardeloos verhaal maar wát een mooie stijl. De stijl staat ten dienste van het verhaal. Daarom vind ik Gerard Reve een mislukte schrijver. Altijd maar die brieven aan Jan en alleman. Kom op jongen, denk ik dan, schrijf nou eens een goede roman. Maar dat kon hij na De avonden en Werther Nieland niet meer. Krullen draaien om de krullen, beschouw ik als leegte.”

Ik zal hier niet herhalen wat ik in al mijn grimmigheid allemaal riep toen ik deze uitspraak in de Volkskrant las. Wel voel ik de behoefte de laatste regel van mijn eerste alinea in herinnering te brengen, waarin ik betwijfel of columnisten ook schrijvers zijn. Bedrijven zij literatuur? Nog hoor ik, jaren geleden alweer, een andere collega, Frits Abrahams van NRC Handelsblad, die vraag niet echt ontkennend beantwoorden toen hem dat in het radioprogramma Kunststof werd gevraagd nadat er weer eens een bundeltje van hem was samengesteld. Luid en duidelijk zeg ik nu: nee, natúúrlijk is het geen literatuur! Het is stukkies bakken! Omdat je dat contractueel verplicht bent!

Ik waardeer het nog altijd dat de heer Wagendorp bereid was bij wijze van verrassing als tafelheer te fungeren toen ik de hoofdgast was in een radioprogramma van de heer Jeroen Wielaert. Nu hij jaren later Gerard Reve een mislukte schrijver heeft genoemd, besef ik dat hij de plank ook heel erg mis kan slaan.

Dit is heiligschennis!

De heer Wagendorp zei het echt: “Kom op jongen, denk ik dan, schrijf nou eens een goede roman.”

Nu vráág ik u, mijnheer Van Amerongen.

Broodschrijver, stinkhoer, schrijvende aap

Arthur van AmerongenJe brengt mij in verlegenheid, ouwe. Bertus Wagendorp is een door mij zeer gewaardeerd collega bij de Volkskrant. Bovendien is hij getrouwd met Wilma de Rek, de literatuurpaus van mijn geliefde ochtendkrant. Die kan jonge, beginnende romanciers als ik maken en breken.

Ik vind het prima dat jij heel Nederland tegen je in het harnas jaagt met jouw scheldkritieken in de Telegraaf maar ik ben met de jaren milder geworden. Wat heeft het nou voor nut om weerloze mensen als Bert Wagendorp, Bert Vuijsje, Joshua Livestro, onze koning Willem-Alexander, Sylvie Meis en Twan Huys tot op het bot te kwetsen? Ik zie er de lol niet meer van in.

Ben je niet vergeten dat Wagendorp jou een paar jaar geleden in Vrij Nederland tot de beste columnist van Nederland uitriep? Stank voor dank, vriend! Is het gewoon geen ordinaire kinnesinne bij jou? Jij bent immers net als Bert ook sportjournalist van origine. Heb jij niet stiekem een onuitgegeven sportroman in de bovenste la van je bureau liggen, boordevol dampende en zinderende seks met Bettine Vriesekoop, Ria Stalman, Sari van Veenendaal, Shanice van de Sanden, Martina Navratilova en Caitlyn Jenner? Jij hebt toch ook de Tour de France verslagen voor de Telegraaf, wat in de praktijk inhield dat jij elke dag op kosten van de baas, à la Mart Smeets, zat te kanen in met Michelin-sterren bekroonde restaurants? En dat verhaal dat je me in vertrouwen vertelde, toen je Willy Alberti (dat zijn herinnering tot een zegen mag zijn) namens de Telegraaf op een dolle nacht fêteerde in het vermaarde huis van plezier La Cage aux folles in Saint-Tropez, daar smult een sportuitgeverij als Jan Rap van hoor!

Ik lees geen sportboeken, laat staan sportromans. Heb je in het oeuvre van Reve wel eens een verhandeling over sport gelezen, of een sportscene? Reve beoefende hoofdzakelijk de edele sport der onanie, en bij voorkeur in groepsverband tijdens het zogeheten soggy biscuit-spel. Je weet wel, wanneer twintig man rond een tafel staan, waarop een Maria-kaakje ligt. Ze gaan dan tegelijkertijd fappen, en wie zijn lauwe but het verste van het koekje kwakt, moet het inmiddels rijk belegde koekje opeten.

Ik wil zodalijk wel even terugkomen op Reve hoor, maar eerst wil ik je langs deze mij onsympathieke weg laten weten dat ik mijzelf een ordinaire cursiefjesbakker vind, een broodschrijver, een inkthoer en een schrijvende aap. Veel mensen denken dat mijn columns literatuur van een buitenaardse orde zijn, met door God geschonken inspiratie. Maar dat is allemaal gelul, vriend. Zo’n stukkie voor de Volkskrant tik in een half uur. Mijn opiniestukken (proest) voor dit prachtblad tik ik in een kwartier en volgens mijn zandloper heb ik over dit stukje 6 minuten gedaan. Het is allemaal slap geouwehoer waar Gods zegen op rust. Van mij hoef je dan ook geen Grote Nederlandse Roman te verwachten, in de geest van Martin Bril. Ik heb geen pretenties, heer Hoogland.

Apropos, waar komt die weerzinwekkende hetze tegen collega Wagendorp, notabene de Nederlandse Nick Hornby, toch vandaan?

Dit is geschreven in ongekende zwaarmoedigheid

Rob HooglandZo begint het derde deel van Reve’s van immense vertwijfeling getuigende, maar schitterend gecomponeerde Nader tot u, de met alcohol doordrenkte Brief door tranen uitgewist: “Dit is geschreven in ongekende zwaarmoedigheid en immer toenemende wanhoop; toen de schrijver 3,5 dag niet had gedronken; nadat hij zich als een krankzinnige gedragen had. Voor de orkestmeester. Een herfstlied, of avondzang.”

Dat is schrijven, mijnheer Van Amerongen, net als het slot: “Nu weet ik, wie gij zijt / die jongen die ik eenzaam zag te Woudsend en daarna, / nog op dezelfde dag, in een kafee te Heeg. / Ik hoor mijn moeders stem / O Dood, die waarheid zijt; nader tot U.” En zo zou ik nog duizend adembenemende citaten van deze grootmeester kunnen noemen. Ik zal daarvan afzien omdat ik er vanuit ga dat de HP/De Tijd-lezer literair voldoende is onderlegd. Hoe dan ook: mislukte schrijvers vertrouwen dat soort briljante zinnen niet aan het papier toe, punt.

Toch ontroert het mij bijna dat u de heer Wagendorp in bescherming neemt. Hij behoort tot dezelfde stal als u, al heeft u in politiek opzicht het licht gezien en hij (nog) niet, en blijkt u bovendien niet op de hoogte van de burgerlijke staat van uw collega, die in werkelijkheid heel ordinair in concubinaat met mevrouw De Rek leeft (het blijft maar aan tussen die twee, ik begin met toenemende vreze te vrezen dat ik nooit de grap zal kunnen maken dat de rek eruit is). Solidariteit en betrouwbaarheid zijn zeldzame begrippen geworden, zoals ook blijkt uit de affaire Zihni Özdil, die meedogenloos door een fractiegenoot van het bij de Volkskrant angstaanjagend populaire GroenSlinks is verraden. Op u kan men tenminste nog rekenen. Maar geef toe: hier getuigt de heer Wagendorp er toch echt van dat hij zijn plaats niet kent.

Ach, weet u, mijnheer Van Amerongen ik ben een roepende in de woestijn, met een paar lotgenoten. Slechts een handjevol ware literatuurkenners maakte zich druk om deze onthutsende uitspraak. Het is mijn lot, vrees ik, hetgeen trouwens ook bleek, tot woede van diverse kijkers die mij een partypooper noemden, tijdens de finale van het Eurovisie Songfestival. Vijf minuten had ik nodig om online uit te zoeken – de gegevens waren voor iedereen beschikbaar – dat ook de televoters in totaal 2378 punten mochten verdelen. Toen Duncan Laurence 261 punten toebedeeld had gekregen, leerde een simpel rekensommetje dat er van die 2378 punten, met alleen de waarderingen voor Noord-Macedonië en Zweden nog te gaan, slechts 151 punten over waren, en dat Nederland dus niet meer kon worden ingehaald.

De spanning was er toen dus al vanaf, terwijl zij er toch zo treiterend lang in werd gehouden dat zowel Duncan als de Zweedse kandidaat bijkans bezweek van de zenuwen. Waarom wist niemand van de delegaties dit, of van de ruimschoots ter plekke aanwezige Nederlandse pers? Laat ik mijn vermoedens dienaangaande als volgt verwoorden: ongekende zwaarmoedigheid en immer toenemende wanhoop waren tijdens dat 24 uur per dag doorlopende festijn in Tel Aviv ver te zoeken. Ik ben te netjes opgevoed om ze op deze plek nader te specificeren. De lezer heeft ook zo zijn fantasie. U weet hoe ze het zeggen in de literatuur: show, don’t tell.

De projectielbrakende partijpoeper

Arthur van AmerongenAls er iemand de titel partijpoeper verdient, ben ik het wel. Ik moet een jaar of zestien geweest zijn toen ik in kennelijke staat een fuif bezocht van een vriendin. Zij had van haar liefhebbende moedertje een pannenset gekregen omdat ze in de grote stad Arnhem bij Schoevers ging studeren. Het was geen duur spul van Le Croiset, BK, Schumann of Beka of hoor, eerder van die aluminium meuk waarin je op de camping wonderstamppot ‘bereidt’.

Ik zat in die tijd zwaar aan de bessenjenever van Coebergh, op zich een licht drankje waar hoogstens een dozijn bessen overheen vliegt in de fabriek, maar ik mixte dat bocht met valium en librium die ik uit mama’s medicijnkastje leende en dan werd ik toch lekker wappie.

Op die fuif heb ik toen een hele emmer huzarensalade van Johma leeg gelepeld want dat kreeg ik thuis niet omdat mama de eerste vrouw op de Veluwe was die macrobiotisch kookte. Volgens ma kreeg ik van dat ‘veevoeder’ van Johma darmkanker.

Je raadt het al, oom Rob: dat werd projectielkotsen! Nou ben ik netjes opgevoed en dat weerhield mij er van het Rauhfaserbehang in dat arbeierswoninkie in Ede-oost onder te barfen met mijn vomitus.

De pannenset (ik meen zes stuks) stond in volle glorie te shinen op de cadeautafel, opgesteld als een rijtje matroesjka’s, dus van groot naar klein.

Ik weet nog goed dat ik bij de grootste pan begon en met een flinke kwak gal en doperwtjes keurig eindigde bij het kleinste pannetje, dat vermoedelijk bestemd was om melk in te koken. Nou, het feest was voorbij en mijn geplande neukpartij met het feestvarken kon ik op mijn buik schrijven. Sindsdien sta ik in Ede bekend als de projectielbrakende partijpoeper van de Nachtegaallaan en werd ik nooit meer voor een fuif uitgenodigd.

Ik had je nog beloofd op onze gezamenlijke held Reve terug te komen, nietwaar? Mijn lievelingsverhaal is Een Lezing op het Land, uit Tien Vrolijke Verhalen. Daar zit veel narigheid met drank in en toen ik dat verhaal las, besloot ik ook om Reviaans schrijver te worden maar wil je dat alsjeblieft tegen niemand vertellen?

Ik wens je een fijne vakantie met moeders de vrouw op de naaktcamping en ik hoop dat je niet teveel van je nemesis Bertus Wagendorp droomt, daar in Cap d’Agde.

Ik sluit af met een voor jou zeer toepasselijk rijmpje van Reve, en het heet Avondrood.

Eens was ik jong en schoon.

Vrouwen die met mij dansten werden in mijn armen

medegevoerd tot duizelingwekkende hoogten.

Nu gaat er niets meer omhoog:

het enige dat stijf staat zijn mijn gewrichten.

Ach, waar zijt gij gebleven

zoete, bittere, onstuimige jeugd?


foute jongens hp/de tijd 07 – 2019

De oorpenetratie, kent u die?

Rob HooglandEen bevriende woonbooteigenaar aan de Prinsengracht nodigde mij uit om de Canal Parade van 2019 vanaf het dak van zijn drijvende stulp bij te wonen. Nooit eerder trok deze jaarlijkse eruptie van exhibitionisme van zo nabij aan mij voorbij. Ik zat er met mijn neus bovenop, waaraan overigens ook een nadeel was verbonden: de neus fungeert met name als reukorgaan.

Zoals u weet ben ik een overtuigd liberaal. Ik ben de mening toegedaan dat men vooral moet doen wat men niet laten kan. Zelf ben en blijf ik weliswaar, zij het met minder grote frequentie dan voorheen, een jongen van het rechttoe rechtaan heterowerk, als het even kan zonder voorspel, terwijl het naspel mij helemáál gestolen kan worden. Maar ik gun een ieder zijn pleziertje en ga daarom akkoord met elke denkbare gendervariant van het liefdesspel, waarbij voor mij ook geen lichaamsopening onbenut hoeft te blijven.

De oorpenetratie, kent u die, mijnheer Van Amerongen? Grote voorzichtigheid en nauwkeurigheid schijnt te zijn vereist, maar het genot mag er naar verluidt wezen en Schoonenberg Hoorcomfort vaart er wel bij. Ofschoon ik als aartsconservatief door het bestaan kuier, ben ik voor alles een kind van de jaren zestig. Vergeet niet dat ik destijds een versleten spijkerpak droeg. Vrijheid blijheid is derhalve mijn levensmotto, al verbind ik aan het consummeren van de relatie, hoe tijdelijk deze ook mag zijn, wel twee voorwaarden: 1. geen minderjarigen, 2. wederzijdse instemming.

Bovendien realiseer ik mij maar al te goed dat het aantal mannelijke VVD-leden dat de Griekse beginselen aanhangt het aantal parelkettingdraagsters bij de partij inmiddels aanzienlijk overtreft – en dan heb ik de prominenten die nog uit de kast moeten komen niet eens meegeteld.

Toch moest ik af en toe iets wegslikken (no pun intended). Talloze geslachtsdelen, borsten en billen tuften al zwaaiend, trillend, lillend en in veel gevallen angstaanjagend wit, vet en harig voorbij. Het besef dat ik die lichaamsdelen bijna kon aanraken drong soms wat al te nadrukkelijk tot mij door.

Zo kwam het wel heel dichtbij.

Het was overigens niet de eerste keer dat ik het evenement bezocht. Ik deed het vaker en voel mij mede om die reden gedwongen u kond te doen van een traumatische gebeurtenis tijdens een editie van de Canal Parade aan het begin van deze eeuw.

Ik was er vroeg bij die dag, en besloot op het terras van het roemruchte café Heuvel, eveneens aan de Prinsengracht, alvast een voorzichtig ochtendglaasje te nuttigen ter verkwikking van lichaam en geest. En wat geschiedde? Binnen vijf minuten ontlastte een overvliegende meeuw zich pal boven mij. Het dier leed waarschijnlijk aan een onrustbarende vorm van diarree. Ik zat ineens van top tot teen onder de geelgroene smurrie, die er niet meer vanaf te krijgen was.

“Hahaha, die Hoogland”, hoorde ik zo’n jofele Amsterdammer naast mij roepen. “Wordt-ie uitgerekend tijdens de Canal Parade anaal bevuild!”

En wat denkt u dat de verkoper van het even verderop gelegen G&G Special Sizes zei, nadat ik mij bij hem vervoegd om nieuwe kleding aan te schaffen?

“Die meeuw hebben wij afgericht, meneer. Wij moeten op een dag als vandaag ook iets verdienen.”

Wat ben je toch een vieze kluns

Arthur van AmerongenJouw homofobie straalt slecht op mij af, Hoogland. Het is maar goed dat VVD-legende Willem Jacob Geertsema dit niet hoeft mee te maken. Die heeft mij wel eens verklapt tijdens een High Tea van de Roze Rimpel – de COC-poot voor oudere homofielen – dat jij in kennelijke staat op de poort van zijn kasteel Middachten hebt staan bonken en krijste: Molly, lieve Molly, ‘t is hier te guur en te koud naar mijn zin, laat mij erin, tin, tin, tin.

Mr. Geertsema, zo vertelde hij mij terwijl hij scones en komkommers bij mij naar binnen propte in dat vieze COC-pandje aan de Rozenstraat, dat hij vanuit een kasteeltorentje naar jou riep: “Scheer je weg, enge Hoogland, enge hark, rare schobberdebonk! Ik kom er alleen uit voor Floris en Sindala en voor mijn part nemen ze Gozewijn, Barend van Hackfort ook nog mee. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd!”

Ik herinner me nog goed die Instagram-selfie van jou bij het homomonument, Robbie. Er stond een heel groot bord met daarop in koeienletters Canal Parade en jij moest natuurlijk precies voor die C gaan staan. Zo kinderachtig, bah.

Ik was trouwens bij de eerste Kee Pereet in 1977 al heette het niet zo. Dat was eigenlijk een demonstratie tegen de anti-homo campagne van de Amerikaanse Anita Bryant. De Zangeres zonder Naam heeft toen nog dat liedje tegen Bryant gezongen.

Luister Anita was echt een kutnummer en dat kwam vooral omdat Johnny Hoes het niet had geschreven. Mary had Johnny kort daarvoor gedumpt en toen ging het meteen bergafwaarts met dat malle mens.

Hier een flard uit dat kutliedje dat zo door die enge John Ewbank geschreven had kunnen zijn:

Met die Hitler uit dat Duitse land

Hij vervolgde de Joden

Deed niets dan hen doden

Dus bekeer je, Anita

Geef de homo’s de hand

Er was helemaal geen publiek bij die Kee Pereet in 1977. Ik zag eigenlijk alleen wat toeschouwers in de dark room van de Argos aan de Warmoesstraat maar dat waren nou niet bepaald de tokkies uit Purmerend, Lelystad en Zoetermeer die nu als strontvliegen op de Pride afkomen. Want zo heet die ellende tegenwoordig: Pride. En het moet inclusief zijn, dus LGBTQIAPK+.

Jij bent een vreselijke cisgenderhetero, dus ik leg het nog één keer uit: L staat voor Pot, de G voor Flikker, de B voor Van Twee Walletjes Vreten, de T voor Bouwdoos, de Q voor Tinky Winky, de I voor Zwangere Vrouw met Piemel, de A voor Eenzame Rukker, de P voor Koekenpanseksualiteit en de K voor Kinkerstraat. De + is een soort gaarbak voor tiepjes die niet in een van die hokjes willen worden gepropt. Volg je me nog?

Zag je wie er dit jaar allemaal mee voeren? Ik pleurde van de barkruk toen ik het las: Black Lives Matter, De Grauwe Eeuw, Antifa, Bij1 kwam met een roze galei en de Joop had een schuit met de witte onderbroek van Jolo als vlag.

NIDA, beter bekend als Hamas Rotterdam, wilde ook meedobberen maar had als eis dat er geen homo’s mee mochten doen aan de Canal Parade. Dat ging zelfs de mietjes van de Pride te ver.

Wat ben je toch trouwens een vieze vuns, Hoogland, met je ondergescheten colbert. Wat heb je toch met defecatie en hite showers? En waarom deel je zulks met mij?

Je moet ze water geven, snoes!

Rob HooglandHet was niet alleen mijn colbert, mijnheer Van Amerongen. Ook mijn pantalon, bretels, overhemd, pochet en vlinderdasje bleken onherstelbaar door deze meeuw vervuild. U kunt zich wellicht voorstellen hoe vernederend het voor mij was die kledij voor de rest van de dag te moeten vervangen door een ordinaire spijkerbroek waarvan de taille tot ver boven mijn navel reikte, alsmede een roze poloshirt van een onbestemd merk van XL-formaat. Het was de enige beschikbare kleur die dag bij G&G en grotere maten hadden ze niet meer, terwijl ik in werkelijkheid een XXXXL’tje ben.

Wat mij dientengevolge op de terugweg naar café Heuvel allemaal werd toegevoegd door types die overduidelijk tot de harde kern van de Pride behoorden – ik beschrijf er eentje: een man met een grote snor, een kapiteinspet en een leren broek met een groot rond gat in het zitvlak – zal ik niet licht vergeten.

“Je moet ze water geven, snoes!”

“Heb je dat shirt op de groei gekocht, pop?”

Dat soort Van Amerongen-kreten.

Inmiddels zijn wij jaren verder en heb ik geleerd mij te wapenen tegen dergelijk geweld. Zo heb ik een degelijke imitatie van de ooit door Wim T. Schippers herontdekte variété-artiest Dolf Brouwers in huis, met wiens stem ik bijvoorbeeld ‘O, wat is het toch fijn / Om een pisnicht te zijn’ te berde kan brengen.

Dat lied zou mij destijds goed van pas zijn gekomen, maar zou mij tijdens de editie van 2019 van de Canal Parade misschien wel het slachtoffer hebben gemaakt van een razzia van schuimbekkende SJW-nichten onder leiding van de in de grachtengordel wereldberoemde advocaat Sydney Smeets – kantoor Spong, dus dan weet u het wel.

Mag ik aannemen dat het zelfs tot de Algarviaanse bush bush is doorgedrongen dat uitgerekend in de aanloop naar de Canal Parade tal van bevelen werden uitgevaardigd om niet langer grappen over homo’s en lesbo’s te maken? Want die grappen… o, o, o, die zijn veel te kwetsend voor die tere nichtenzieltjes. Sunny Bergman schreef het, Elly Lust wijdde er een tv-serie aan en voornoemde Sydney Smeets nagelde een stel publicisten aan de schandpaal dat het óók zomaar had gewaagd om lollig over het homowezen te doen. Nu ken ik toevallig aardig wat homo’s die zelf voortdurend grappen over mensen met hun geaardheid maken, de ene grap nog goorder dan de ander. Ik weet daardoor dat onze Sydney lang niet namens iedereen sprak, maar het werd wel gezegd door iemand die zich uitgebreid gesteund weet door tal van media en de staatskwelbuis.

Dus daar zat ik dan, tijdens de Gay Parade, op dat dak van die woonboot. Eigenlijk wilde ik steeds heel hard “Homo’s!” naar de opvarenden van die tachtig voorbijdrijvende schepen roepen. Best grappig volgens mij, maar ik durfde het niet meer.

En was immers wéér een censuurcommissie ingesteld.

Herinnert u zich Mr. Humphries nog uit Are you bein’ served?

Luitenant Gruber met zijn Little tank uit Allo allo?

Ik vrees dat wij de herhalingen van die series nu definitief kunnen vergeten, mijnheer Van Amerongen.

Veel te kwetsend, bij nader inzien.

Mag ik bij jou intrekken?

Arthur van AmerongenIk ben blij dat je eindelijk eens over Ellie Lust begint. Nooit eerder zag ik zo’n humorloos a-seksueel wezen als die gesjeesde sokpop van de Amsterdamse politie. Ik vind haar echt eng, alsof ze ontsnapt is uit Bladerunner. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat Nederlandse nichten dol op haar zijn. Die glijden op Imca Marina, Rita Corita, Ruby Wax, de dames van Absolutely Fabulous, Lady Diana en voor mijn part koningin Maxima. Fijn dat je over mr. Humpries begint. Hij was voor mij echt een rolmodel, samen met Herman Stok, Ronnie Tober, Albert Mol, Jos Brink, Barrie Stevens en Molly Geertsema. Je merkt dat ik op de wufte, zijige tiepjes val.

Ik kwam eens met een kledingverkoper thuis, opgepikt bij de Mac & Maggie in Ede, en toen zei mama: wat moet je met die geparfurmeerde drol? Waarom ga je niet gewoon met echte kerels om? Ik meld je wel aan bij de Bruine Crossers in Harskamp, Tuurtje.

Terwijl ik helemaal geen brommer had! Enfin, het eerste motortreffen van de Bruine Crossers vond plaats in de dark room van de Argos in de hoofdstedelijke Warmoesstraat!

Overigens was ik een paar jaar eerder bijna burgemeester gemaakt door André van Duin. Je weet dat mama vaak in het dolhuis zat en dat ik dan werd opgevangen door familie in Rotterdam.

Ik was een jaar of 12 en stapeldol op André van Duin, die had net zijn eerste hits met Angelique en Wonderkind. Hij woonde in een molen aan de Rotte. Ik spaarde in die tijd speldjes, sigarenbandjes en stickers. Ik wilde een sticker van Dré!

Hupsakee op mijn fietsje van Hilligersberg naar de molen van Andre van Duin, die aan de rivier de Rotte stond. Een meneer in een badjas deed open. Is meneer Van Duin thuis, vroeg ik heel verlegen. Nou, mijn man staat net onder douche maar kom gerust verder.

Ik vertrouwde het niet zo want ik had net de serie Q en Q gezien en daarin verdwenen allerlei mensen. Uiteindelijk kreeg ik 100 gele stickers met die scheve bek van Dré er op, en die gaf hij zelf aan me! Ik had toen meteen moeten intrekken bij hem, dan was ik nu een man in bonus geweest en hoefde ik nooit meer te werken. Van lieverlee ben ik maar hetero geworden, al heb ik onlangs vanwege Ellie Lust bijna het alarmnummer van het COC gebeld. Of mag ik bij jou intrekken, lieverd? Ik klop, veeg & zuig!


foute jongens hp/de tijd 08 – 2019

O, die armoede van toen

Rob HooglandMen zou het soms denken, maar vooruitgang betekent heus niet altijd achteruitgang, mijnheer Van Amerongen. Als voorbeeld noem ik het antwoord van de publieke omroep op Netflix: de NPO Start-app die het de gebruiker voor het luttele bedrag van € 2,95 per maand mogelijk maakt series, films en documentaires uit het verleden, maar ook uit de nabije toekomst op elk gewenst tijdstip te bekijken.

Dankzij NPO Start kon ik in augustus al de zesdelige documentaireserie Een bezeten wereld. Nederland tussen de oorlogen van Hans Goedkoop zien, die later pas op de tv zou worden uitgezonden. Met oude beelden, maar ook via gesprekken met Nederlanders van soms ruim honderd jaar oud, die de ontwikkelingen aan den lijve hadden ondervonden, werd het polderlandse interbellum perfect in beeld gebracht.

U mag het best weten, collega: soms pinkte ik een traantje weg, met name wanneer ik besefte dat links zich toen nog druk maakte om het enige waarover links zich in mijn ogen druk behóórt te maken: het lot van de arbeider. Mijn grootvader van moederskant, smid en acteur/zanger, was mede-oprichter van de SDAP afdeling Alkmaar. Dankzij de serie werd de strijd die hij en zijn kameraden voor een beter leven voerden mij beter dan ooit duidelijk.

O, die armoede van toen in bepaalde achterbuurten. De mensonterende omstandigheden waaronder de lagere klasse daar moest zien te overleven. De onthutsende wijze waarop Jan met de pet werd geknoet. Zijn strijd en het daaropvolgende begin van zijn verheffing. De langzaam op gang komende verbetering van zijn leefomstandigheden, afgedwongen door mensen zoals mijn opa, die ook nog eens elke ochtend om vijf uur opstond om voor f 2,50 per week extra de Alkmaarse kerkklokken op te winden: trap op, trap af. De serie laat het allemaal zien en zou om die reden verplichte kost voor de millennials onder ons moeten zijn. Met hun burn-outs.

Toen een van de geïnterviewden vertelde dat hij in de teil werd gewassen, in water dat op het gasfornuis was verwarmd, herinnerde ik mij plots dat ikzelf, als naoorlogs kind, eveneens nog lange tijd op die wijze werd verschoond: op het aanrecht, door mijn moeder. En daarna was, in hetzelfde water uiteraard, mijn broertje aan de beurt. Een douche? Die was voor de rijken. En ik herinnerde mij óók de tv-serie Stiefbeen & Zoon met Rien van Nunen en Piet Römer. Ik zie Van Nunen nog in zo’n teil zitten, onderwijl de zilveruitjes eruit vissend die hij er per ongeluk in had laten vallen. Hij peuzelde ze daarna lekker op.

Kunt u, mijnheer Van Amerongen, zich nu enigszins voorstellen wat ik dacht toen ik eind augustus een foto in de krant zag staan van kinderen, terwijl zij door hun ouders met mobiele airco’s naar school werden gebracht omdat het een beetje warmer was dan normaal?

Had opa dáár die bittere strijd voor gevoerd?

Dit liet Een bezeten wereld. Nederland tussen de oorlogen ook zien: aan de teloorgang gaat vaak een periode van decadentie vooraf.

Ik werd ineens door een grote somberheid overvallen.

Jouw tobbeverhaal kan ik bevestigen

Arthur van AmerongenKom kom, Hoogland, stel je niet aan. In die door jouw zo geromantiseerde tijd stierven mensen als vliegen, in jouw gedroomde Nederland. Aan polio, tuberculose, pokken, de Spaanse kraag, Griekse anusherpes en aan nog veel meer van die ouderwetse ziektes die je vandaag de dag alleen nog maar in donker Afrika, in de Mokumse darkrooms en in Nederlandse AZC’s vindt.

Goed, hoor ik jou brommen, maar we waren gelukkig want AIDS, bipolarireit en borderlinitis bestonden nog niet.

Daar heb je een goed punt. Wel had je in Ede, en met name in de chique vogelenbuurt, heel veel huisvrouwen die in de voorkamer in bed lagen, zodat iedereen ze kon zien. Als een taartje in de vitrine van banketbakkerij In den Soete Suykerbol.

Jarenlang! Dan zei mijn mama: die vrouwen hebben vallende ziekte, Tuurtje, maar dat moet je niet geloven want ze zijn gewoon te lui om elke dag piepers te schillen en spruitjes te koken en om slavinken te bakken. Jij boft maar met jouw mamma, Tuurtje. Kom, laten we snel naar huis gaan, dan maakt mammie lekker Saroma voor je, met aardbeiensmaak.

Jouw verhaal van die tobbe kan ik bevestigen. Mijn opa, Arthur Taets van Amerongen van Natewisch, woonde met mijn oma Gerdientje op kasteel Renswoude. Eens per maand gingen die twee in bad. Ze hadden zo’n enorme Franse keuken, met open vuur en een hakblok van tweeduizend kilo, en overal hing wild te veredelen, je kent dat wel.

Op zondag slachtte het personeel in die keuken altoos een zwijn en die werd dan geserveerd met een appeltje in zijn bek. Smullen hoor!

Op de eerste zaterdag van de maand gingen opa en oma in bad. Het personeel zette dan allemaal pannen met water op het vuur in de keuken, voor in de tobbe. Eerst ging opa in bad, en daarna oma, in hetzelfde water want ze waren best zuinig.

Ik mocht dan daarna. In het troebele water dreven dan allemaal hele rare vlokken, een soort Italiaanse pasta maar niet bepaald al dente.

Als ik dan aan zo’n butler vroeg wat dat was, zei hij schuchter: dat is de shampoo van je opa, de door iedereen geliefde baron Taets van Amerongen van Natewisch. Maar, riep ik dan, die is zo kaal als een biljartbal! Bovendien heeft hij zeep-allergie, net als de zonnekoning! En oma heeft heel vies haar en die zegt altijd dat shampoo van het merk Palmolive voor het plebs is en dat je daar schedelkanker van krijgt.

Uiteindelijk ging ik al die merkwaardige vlokken in de tobbe aan elkaar plakken, en dan werd het een soort enorme kauwgombal. Die smaakte niet eens zo vies hoor, ik had er de hele dag lol van. Op een gegeven moment moest ik ‘gezellig’ bij opa in bad zitten. Ik wist niet beter natuurlijk, en later is dat nog een hele rechtszaak geworden. Enfin, toen ben ik onterfd en daarom ben ik nu arm als een kerkrat. Niets pijnlijker dan adel zonder centen, Hoogland. Jeetje! Ik kreeg toevallig net een telex van uitgeverij Kluitman te Alkmaar, dat ons Grote Foute Jongens Boek deel 2 naar de zetterij is! We hebben een feestelijke vernissage op woensdag 30 december, in boekhandel Scheltema in de grote stad Amsterdam! Nou jij weer!

Is de westerse wereld nu ook zo bezeten?

Rob HooglandPardon? Woensdag 30 december zei u? Nog zie ik mijn oud-oom Cornelis, op het laatst goed voor twee liter oude genever per dag, hartje zomer gekleed in een dikke wollen wintertrui waaronder hij een oude Telegraaf tegen de koude wind had gestopt, over het snikhete strand van Egmond aan Zee lopen, aan iedereen vragend waar precies de kerk stond waar de kerstnachtdienst zou plaatsvinden.

Mede daardoor weet ik al geruime tijd dat drank- en drugsmisbruik een desastreuze uitwerking op het tijdsbesef kan hebben. Maar dat het bij u al zover is verbaast mij toch enigszins. De presentatie van ons tweede boek bij Scheltema zal niet woensdag 30 december, maar woensdag 30 OKTOBER plaatsvinden, mijnheer Van Amerongen. Ik zal uw vriendin hier voor alle zekerheid eveneens van verwittigen. Ik ken haar goed. Ik help haar vaak al chattend van haar verpletterende eenzaamheid af wanneer u uw roes ligt uit te slapen.

Wat mij misschien nog wel meer verbaast is dat u mijn eerste bijdrage slecht heeft gelezen. Ik romantiseer het interbellum en de jaren vijftig en zestig waarin ik zelf opgroeide helemaal niet en besef terdege dat er vele redenen zijn, waaronder ook medische, om de tijd van nu boven die van toen te prefereren. Het enige wat ik ermee wilde zeggen is dat de jeugd van tegenwoordig – heerlijk voor een oude man als ik om die omschrijving weer eens van stal te kunnen halen – zich wel eens wat beter mag realiseren onder welke omstandigheden er destijds werd geleefd. En dat zij in werkelijkheid, in angstaanjagend veel gevallen, door en door verwend zijn, door veel te toegeeflijke ouders als prinsjes en prinsesjes opgevoed, op wier ziel dientengevolge nog geen millimeter eelt is gegroeid.

De serie Een bezeten wereld. Nederland tussen de oorlogen laat perfect zien hoe pover het bestaan destijds was. Zoals u ongetwijfeld weet zijn de eerste drie woorden van Johan Huizinga, die in 1935 in zijn verzameld werk ‘In de schaduwen van morgen’ deze profetische zin publiceerde: “Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken.” Vijf jaar later brak de Tweede Wereldoorlog uit. De heer Huizinga, overigens de vader van Leonhard Huizinga (Telegraaf-journalist en schrijver van de schelmenromans waarin Adriaan en Olivier de hoofdrollen speelden) beschikte dus over een vooruitziende blik. Daarom is het zeer terecht dat Hans Goedkoop zijn woorden voor zijn serie gebruikte.

Is de westerse wereld van nu net zo bezeten? Zal de waanzin van tegenwoordig, zoals door mij geïllustreerd met het voorbeeld van de ouders die hun kinderen in verband met de hitte met mobiele airco’s naar school brachten, ook uitbreken in een razernij? Er zijn momenten dat ik het werkelijk vrees, mijnheer Van Amerongen.

Ik snap dat je een doemdenker bent geworden

Arthur van AmerongenWie waren Alzheimer en Korsakov ook alweer? Enfin, 30 december staat genoteerd. Komt meester Hiddema? Wel een rare datum hoor, zo net na de Kerst en vlak voor de jaarwisseling. Dan komt er natuurlijk geen hond naar café Scheltema, maar dan zuipen wij gezellig met zijn tweetjes die twee flessen wijn op die beschikbaar worden gesteld voor de vernissage. En ik neem zelf wel een Portugees stinkkaasje mee en een moot stokvis, ter verhoging van de feestvreugde.

Ach, café Scheltema aan de Nieuwezijds, de Fleetstreet van Mokum. Hoe vaak heb ik me daar niet vergaapt aan Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt, Gerard Reve, Harry Mulisch en Henk Hofland. Jou zag ik daar trouwens nooit, was je toen nog met je eerste vrouw van wie je niet mocht drinken? Ik ben in Scheltema een keer opgepikt door majoor Bosshardt, die daar altoos op een onzalig tijdstip met de collectebus van het Leger des Heils kwam rammelen. Ik was net het gekraakte voormalige Handelsblad-complex uitgeflikkerd door een boze ex die ik schaamluis zou hebben bezorgd en zocht naar een slaapplek. Enfin, ik mocht mee met de majoor. Wat er die nacht gebeurd is in haar schamele woninkie, nou, dat komt in mijn memoires die na mijn dood viraal gaan. Je snapt nu waarom ik in die periode graag met oudere acteurs zoals Leen Jongewaard, Henk Molenberg, Willem Nijholt en Johan Ooms ‘omging’ (tegen een kleine vergoeding) want ik was na mijn ervaring met het Leger effe helemaal klaar met de vrouwtjes.

Ik snap best dat je een doemdenker bent geworden, in je pied-à-terre in die claustrofobische grachtengordel, dat hok waarin je zogenaamd de hele dag Johan en Leonard Huizinga bestudeert maar dat in feite een duiventil is voor piepjonge Telegraaf-stagiaires die ‘het vak willen leren’.

Je enige nieuwsbronnen zijn het NOS-journaal en de reeds genoemde krant van wakker Nederland. Je mijmert dat de Tweede Wereldoorlog de fijnste tijd van je leven was, temeer omdat je grootvader van moederskant voorzitter van de NSDAP in Alkmaar was. Ik woon in een hut in de Algarve en merk niets van de bezetenheid van de wereld. Ik schrik al als er een kip de weg oversteekt!

Je laat je gek laat maken door de giftige linkse agitprop van jouw NPO Start-app.

Mijn enige nieuwsbron is de Pornhub Start-app. Kost niks en er zit zelfs voor jou een categorie bij. Google maar eens ‘Anorexic Toothless Grannies’. Daar word je lekker zen van, ouwe! Met je bezeten wereld. Pfffff.

Kusje!


foute jongens hp/de tijd 09 – 2019

Als een gremlin tussen de happy few

Rob HooglandEven betwijfelde ik of dit wel de juiste plek is om er kond van te doen, mijnheer Van Amerongen. Moest ik de buitenwacht hier wel mee lastig vallen? Maar toen besefte ik dat het de lezer wellicht zou prikkelen om ook de rest van deze rubriek eindelijk eens tot zich te nemen. Dat is een zeldzaamheid die wij ondanks het fatale gezichtsverlies dat het mij onverbiddelijk gaat opleveren, niet onbenut mogen laten. Daarom vertel ik het toch: ik liep u tot mijn grote schrik tegen het lijf op de fameuze nazomerborrel van trendwatcher Adjiedj Bakas in zijn paleis te Almere.

Ik had het natuurlijk kunnen weten. U had er persoonlijk voor gezorgd dat de heer Bakas – ik wil liever niet weten waarom, maar in jullie mailuitwisselingen hieromtrent, waarvan ik als co-auteur de kopieën mocht inzien, noemen jullie elkaar snoes, pop en darling – een van de twee voorwoorden voor ons Grote Foute Jongens Boek deel 2 schreef (het andere voorwoord is van de onvolprezen heer Leon de Winter). Ik ging daarmee akkoord en heb daar nu al spijt van. Hij zou u anders immers nooit hebben uitgenodigd om de party die hij en zijn partner traditioneel aan het einde van de zomer houden bij te wonen.

Ineens stond u daar, als een gremlin tussen de prinsen en prinsessen van de happy few. Sander Dekker had na mijn binnenkomst reeds naar mij geknipoogd, Mickey Huibregtsen wilde mij al uit de doeken doen hoe hij de wereld van de economie nu weer een enorme boost zou geven, de onweerstaanbare Blokkeerfriezin Jenny Douwes stond op het punt om mij uit te nodigen voor een dagje en nachtje Dokkum. En toen verscheen u plots op mijn netvlies: ongeschoren, uitgezakte spijkerbroek, birkenstocks, Hawaii-shirt, in het gezelschap bovendien van de vlerk Robbie Muntz. En toen ging u ook nog eens heel luidruchtig vriendschappelijk tegen mij doen.

“Heeeeee, ouwe!” galmde het door de druk bevolkte achtertuin van de heer Bakas.

Een pijnlijke stilte viel, zelfs de heer Bakas hield even zijn mond.

Wat denkt u dat dit voor mijn imago betekende, mijnheer Van Amerongen? Dit was mijn wereld verdorie, dit was exclusief Stan Huygens-territorium, hier legde ik als chroniqueur van het hogere segment van de samenleving altijd de contacten met degenen die mij op mijn weg omhoog in ruil voor een paar positieve woorden in mijn veelgelezen rubriek ter wille waren. U had daar nooit mogen verschijnen. Sander Dekker wendde zich onmiddellijk af, Mickey Huybregtsen draaide zich plotseling om, Jenny Douwes stamelde pardoes dat zij zich even wilde verfrissen. Ik vrees dat het gedaan is voor mij. Hier kom ik nooit meer overheen.

Vijf keer oefenen met Kim

Arthur van AmerongenDit wordt weer een inkoppertje, snode gerontïer. Want over welke stralende ster op het tuinfeest van baron Bakas zwijg je in alle toonaarden? En waarom dook je weg achter de rodondendrons toen deze Goudsche tijger haar entree maakte op stilettohakken van 25 centimeter? Was dat omdat je in gezelschap was van je overigens beeldschone eega?

Jazeker Hoogland, ik heb het over de powervrouw die schitterde in kassakrakers als Anal Cum Bang, Kinky Anal Games en Sexshop Gangbang: Yvonne Meulendijk-van Zelderen die onze lezers natuurlijk beter kennen als Kim Holland.

Ik vond het al verdacht dat jij het door ons in opdracht van GeenStijl geschreven Nationaal Dictee maar liefst vijf keer moest ‘oefenen’ met Kim, en wel in de Zwembad Suite van het Van Der Valk in Akersloot. Zo moeilijk was dat tekstje niet en bovendien heeft Kim in 1973 met goed gevolg de VOS-cursus van de gemeente Gouda afgesloten.

Pas toen Kim vertrokken was, sloop je naar mij toe, enkel en alleen om ook even in het aura van Jenny Douwes te mogen staan. Ik had net verteld aan de heldinne fan Fryslân dat ik de twee laatste Elfstedentochten heb uitgeschaatst en dat ik nog voor Jenny geboren was een zeer talentvolle kaatser was en meningmaal het Sjûkelân op het Sternse Slotland in Franeker heb stil gekregen met mijn legendarische opslagballen. En precies op het moment dat ik uit mijn hoofd dat epische gedicht van Jelle Pieter Troelstra voordroeg aan vrouw Douwes.

(Fan ’e wylde see besprongen,

Tûzen kearen op ’en nij,

Faak bekampe, nea betwongen,

Wien’ de Friezen rûn en frij;

Frijdom wie de heechste wet

Yn ‘t eale Friez’ne hert)

onderbrak je mij en zei: zeg, Tuur, niks persoonlijks verder hoor, maar is onze grote vriend Adjiedj wellicht van de verkeerde kant?

Jenny was dusdanig opgewonden geraakt van mijn kennis van Friesland en mijn beheersing van het Fries (denk aan Archie in A Fish called Wanda) én het Harkema’s dialect, dat zij zich daarom ging verfrissen én verschonen.

Ik verborg mijn irritatie over jouw brute interrumpering en antwoordde: jazeker, ons Djiedj is sinds zijn geboorte de Griekse beginselen angehaucht, alleen weet zijn man Vinco dat nog niet.

Ik denk dat wij met onze keuze voor een mindervalide, zwarte homosueel en een joodsche meneer voor de ouverture van ons Grote Foute Jongens Boek 2 meer bijdragen aan ‘s vaderlands diversiteit dan de Joop, DWDD en Bij1 bij mekaar. Dit is mij trouwens bevestigd door Han van der Horst, de grijze eminentie van de Joop met wie wij tijdens de Nacht van de Kaap een kostelijke avond mochten beleven op het SS Rotterdam, waar wij gedrieën optraden.

Ik vond het wel raar dat jij op een gegeven moment hand in hand ging ‘passagieren’ met oom Han, in het holst van de nacht. Hoe zit dat, Hoogland? Hebben wij door jouw matrozenromantiek nu ineens een ingang bij De Joop, al dan niet de artiesteningang? Dat ik dat nog mag meemaken op mijn zestigste!

Uitkijken geblazen in de columnistiek

Rob HooglandHet is heel eenvoudig, mijnheer Van Amerongen: de heer Van der Horst kwam er al tijdens ons vermakelijke voorgesprek in hut 2712 van de SS Rotterdam achter dat ik niet de extreem- dan wel domrechtse altright fascist ben die zijn hoofdredacteur Francisco van Jole altijd van mij maakt sinds ik bijna tien jaar geleden in mijn Telegraaf-rubriek enige aandacht aan deze omhooggevallen kwijlebabbel besteedde.

De heer Van Jole, misschien de foutste VARA-medewerker aller tijden, en dat wil wat zeggen, had bij de introductie van WNL als publieke omroep – een initiatief van de Telegraaf – geroepen dat er sprake was van een rechtse coup. Dat schreeuwde om een jolig weerwoord en daarom suggereerde ik in mijn column om hem een behandeling te geven waar rechtse coupplegers patent op hebben. Ik stelde dus voor om hem uit een vliegtuig te gooien. Dat de heer Van Jole, tegenwoordig vooral bekend dankzij zijn witte onderbroeken, een Argentijnse vader heeft wist ik op dat moment nog niet.

Zo ziet men maar dat het altijd uitkijken is geblazen in de columnistiek, u weet dat als geen ander en de heer Van der Horst is een vakkundig historicus. Dat wil ik er graag in dezelfde zin aan toevoegen, zeker ook omdat hij uit volle borst meezong toen ik tijdens ons Foute Jongens-optreden in de Queen’s Lounge van de SS Rotterdam tot groot enthousiasme van het massaal toegestroomde publiek het fameuze Ierse volksliedje Molly Malone ten gehore bracht, iets waar u natuurlijk weer vanaf zag. Dat laatste vermeld ik vooral omdat u desondanks dezelfde gage kreeg uitgekeerd als ik.

Nog even over mevrouw Holland: haar aanwezigheid op de party van de heer Bakas is mij helaas volledig ontgaan. Dat kwam wellicht door haar kleding. Ik ben het niet gewend dat zij iets draagt. Ik had het graag nog even met haar willen hebben over haar rol als voorlezeres van het Groot Nationaal Dictee dat u en ik inderdaad voor GeenStijl schreven.

Met de zin Is dit een dionysisch geassaisoneerd axioma van een à contrecoeur functionerende, zijn referte-eisen zelfs verzakende gynaecoloog, het dagelijks geürm zijner patiënten zat en dientengevolge neigend tot laag-bij-de-grondse misogynie? had zij na onze talloze repetities in Akersloot nauwelijks nog moeite. Het feit dat zij de komma’s ook diende te noemen zorgde daarentegen voor enige verwarring.

“Komma!” riep Kim steeds met dat hese stemmetje. Veel deelnemers, onder wie een opvallend groot aantal kenners van haar oeuvre, verstonden “Kom maar!”, legden dientengevolge onwillekeurig verbanden met haar filmoptredens en waren daarna, op de eveneens aanwezige Adjiedj Bakas na (zijn interesses liggen inderdaad elders), niet meer in staat om zich voor de volle honderd procent op het dictee te concentreren.

Enfin, u fantaseerde er hierboven weer lekker op los, mijnheer Van Amerongen. U gaat uw gang maar, mij raakt u er na al die jaren niet meer mee, de goede lezer weet allang dat ik ondanks het sterk erotiserende plukje haar onder zijn onderlip nooit met de heer Van der Horst zou ‘passagieren’. Toegegeven, dat zou ik wel met mevrouw Douwes doen en desnoods ook nog een keertje met mevrouw Holland, al was het alleen maar omdat ik inmiddels als geen ander weet hoe ruim haar inkomen is.

Eindelijk salonfähig in de linkse kerk

Arthur van AmerongenIk raad je aan de volledige equipe van de Harlem Globetrotters mede te nemen als je met Kim gaat ‘passagieren’, vriend. Want toen ik tegen haar zei dat je verstoppertje speelde in de rodondendrons van baron Bakas, schoot ze keihard in de lach.

Ze wilde niks kwijt over de geheime filmopnames die ze heeft gemaakt in Akersloot. Dat was een privékwestie tussen haar en jouw vrouw die op discrete wijze schijnt te zijn opgelost. Kim gaf wel een hint: mocht jouw ‘Van der Valk home movie’ ooit viraal gaan vanwege een achterstallige betaling, dan gebeurt dat onder wervende titel Tena Diapers presents: Naughty nurse Kim checks off Dirty Uncle Rob’s bucket list.

Overigens is Yvonne Meulendijk-van Zelderen na jullie ontmoetingen gestopt met het maken van ondeugende filmpjes. Haar man Mark Kruitwagen is nogal jaloers aangelegd, zo las ik in Party Scene, het vooraanstaande vakblad van de vaderlandse adult industry. Dhr. Kruitwagen: “Ik zou het niet trekken als zij nog films zou maken en met andere mensen zou vrijen. Ik wil en kan Kim niet delen met anderen. Ik ben een echte alfaman. Die smeerlapperij met die opa van de Telegraaf was voor mij de limiet.”

Kim’s vorige vrijer, Ruud Slakhorst, ‘trok het wel’ want die vond het geil om een stout filmpje van z’n vrouw te kijken. Zijn lievelingsfilm is die waarin Kim in de kleedkamer op sportpark Sloten te 020 gaat solliciteren als quarterbarebacker bij de Amsterdam Crusaders.

Bobbi Eden, Kim’s eeuwige rivale in het polderpornogebeuren, maakt nog wel filmpjes maar alleen met haar echtgenoot. Ik vind daar iets van. Stel dat je in Dronten woont, als vrijgezel, en je wil jezelf op vrijdagavond tracteren op een stukje ontspanning, met pinda’s, een Frans kaasje, een mooie wijn en een lekker pornootje. Dan ga je naar de videotheek en vind je op de volwassenenafdeling 30 verschillende video’s van Bobbi Eden met haar echtgenoot. Dan verdwijnt je faplust toch als sneeuw in de zon?

Iets heel anders: je mag nooit ‘de’ SS Rotterdam zeggen als je in Rotjeknor verpoost. SS staat voor Stoomschip en volgens ‘t Kofschip-ezelsbruggetje wordt het dus: het SS Rotterdam.

Overigens kregen wij van Han van der Horst de kus des doods, daar in bomvolle balzaal op het SS Rotterdam want hij zei: “De Grote Foute Jongens zijn eigenlijk hele lieve, deugzame jongens. Ik ga van mijn chef Jolo eisen dat hij de heksenjacht op die twee stopt.”

En wat schreef Han van der Horst reeds op 26 juni 2018 op de Joop, kennelijk omdat hij toen al van jou gecharmeerd was: “De Telegraaf is een stuk van het Nederland waarin ik ben opgegroeid en dat mij dierbaar is. Ik houd van de Telegraafmensen. Bovendien was het Algemeen Handelsblad tijdens de oorlog net zo fout als de Telegraaf.”

Dankzij mijn inspanningen én mijn goede reputatie ben je nu eindelijk salonfähig in de linkse kerk. Naast jou, ‘dat toonbeeld van nuance en mildheid’ (dixit Van der Horst), ben ik nu de clown van de alt-right. Je zou mij wel eens dankbaar mogen zijn.


foute jongens hp/de tijd 10 – 2019

De Jap doet het nauwelijks nog

Rob HooglandOoit, mijnheer Van Amerongen, tijdens een van mijn talloze wereldreizen, verbleef ik als eregast in de Singita Game Reserve in Zuid-Afrika. Ik zal er vanaf zien u deelgenoot te maken van een van mijn favoriete anekdotes aangaande dit bezoek, zoals regelmatig door mij onder het genot van een single malt verteld bij de open haard van Ex Nihilo Nihil Fit, de herensociëteit waarvan ik sinds jaar en dag lid van verdienste ben. Hoe die giraffe daar in het Paul Kruger Park verwonderd over de muur van mijn buitendouche toekeek terwijl ik mezelf, onderwijl ‘Kleine Jongen’ van André Hazes galmend, uitbundig stond in te zepen: onvergetelijk. Daar laat ik het bij, u legt toch alleen maar vunzige verbanden en daarom wil ik het liever over iets anders hebben.

In de lodge was tevens een groep van zo’n 25 Japanners neergestreken, onderknuppels van het management van een grote multinational onder leiding van hun ceo. Ik beperk mij tot hun gedrag tijdens het diner, waaraan zij in gezamenlijkheid aan een lange tafel deelnamen. Zij slijmden er beschamend op los bij de baas. Dat Japan een hiërarchisch ingerichte maatschappij is wist ik al, maar dat het zo erg was? Op een gegeven moment bestelde de ceo een fles Ballantines voor zichzelf. En wat deden vervolgens zijn ondergeschikten? Bang om de sympathie van hun chef te verliezen bestelden ze allemáál een fles Ballantines voor zichzelf, met als resultaat dat het complete gezelschap binnen een uur laveloos bovenop en onder de tafel lag.

Waarom vertel ik dit? Omdat ik onlangs, tijdens mijn laatste wereldreis, in Japan zelf verbleef. De indrukken die ik destijds in de Singita Game Reserve opdeed werden er slechts bevestigd. Het is werkelijk onvoorstelbaar hoe gezagsgetrouw de Japanner in alle denkbare maatschappelijke geledingen is. Strakker dan bij de bevolking van het Land van de Rijzende Zon kan een keurslijf niet zitten. Dat heeft ontegenzeggelijk zijn voordelen: de werklust is er ongeëvenaard, er is nauwelijks criminaliteit, in het verkeer kunnen de zaken niet ordentelijker verlopen en in winkels en horeca-etablissementen is de beleefdheid zo groot dat de medewerkers de klant, uitgebreid excuses stamelend, achterna rennen wanneer hij per ongeluk te weinig wisselgeld heeft ontvangen, zoals ik zelf mocht ervaren. Voor dienstverlenend personeel is het bovendien not done om tips in ontvangst te nemen.

Toch zijn er ook nadelen aan die strengheid verbonden. De grenzen die de culturele tradities hen hebben opgelegd zijn dermate beperkend dat werkelijk alle remmen los gaan wanneer ze eenmaal worden overschreden. Het beest is zo lang gekooid gehouden dat het bij zijn uitbraak nog slechts wild en onstuimig kan zijn. Vaak ligt er hetzelfde alcoholmisbruik aan ten grondslag als toen in de Singita Game Reserve. Het gebeurt meestal op vrijdag, als de lange werkweek erop zit. Een aanzienlijk aantal Japanners werpt het keurslijf dan al zuipend van zich af, totdat zij de avond languit liggend op straat beëindigen, niet meer in staat op hun benen te staan.

Er is nog iets, mijnheer Van Amerongen: de Jap doet het nauwelijks nog. Het blijkt uit talloze onderzoeken: Japan wordt steeds meer een seksloze samenleving en vergrijst dientengevolge onrustbarend.

Heeft u daar een verklaring voor?

De nationale sport is bukkake

Arthur van AmerongenDe nationale sport in Japan is bukkake, oom Rob-san, en dat is waarom de Jap niet meer neukt. Niet meer neuken – althans niet de paring die louter gericht is de voortplanting – is overigens gunstig voor klimaat & en milieu. Met een verplichte neukstop zouden de klimaatclowns in het droevige Nederland maar wat blij moeten zijn want de homo sapiens is nu eenmaal de grootste en goorste vervuiler, en niet jouw schitterende dieselbolide en mijn drie hondjes.

Fijn dat je over bukkake begint want als ik aan Japan denk, denk ik aan bukkake! Het betekent letterlijk plons of douche en is een specifieke bereidingswijze van noedels, hetgeen jou als foodie bovenmatig zal interesseren. Buiten de keuken verwijst de term naar een vorm van groepsseks waarbij een serie mannen – in de regels collega’s van de afdeling boekhouding – ejaculeren over een knielende vrouw. Het is dan de kunst om met grote precisie op het gezichtje van de juffrouw van dienst te ‘plonzen’.

De legende gaat, zo lees ik bij meneer Van Dale, dat bukkake tijdens de middeleeuwen opgelegd werd als een straf voor overspelige vrouwen. Nederlandse feministen zoals Jens van Tricht, Anja Meulenbelt, Stella Bergsma en Sunny Bergman roepen dan onmiddellijk: wat een walgelijke vernedering voor onze Japanse zusters maar die denken in de regel: zo’n lekker organisch masker is een stuk heilzamer dan die dure cremes van Yves Rocher.

Mijn enige argument tegen bukkakeren in de Nederlandse polder is dat het dan culturele toe-eigening wordt en je weet dat ik daar fel tegen ben.

Ik heb een leuke bukkake-anekdote voor je, en nog waar gebeurd ook! Ik zat eens moederziel alleen op het strand van Varadero op Cuba, met een polsbandje voor onbeperkt rum & bonen buffelen. Als in een droom kwam er een beeldschoon Japans meisje naast mij zitten. Ze was ook nog eens kunstenaar te Tokio dus wellicht dreigde er die avond een keertje gratis onveilige Cubaanse seks want tot dan toe had ik er keiharde dollars voor moeten betalen.

Mijn geestige openingszin luidde: “Is het waar dat bukkake jullie nationale sport is?”

Nou, dat bleek volgens Yoko Ono allemaal de schuld van internet en die vieze fotograaf Nobuyoshi Arākī.

Ik reageerde verontwaardigd: “In Nederland beschouwen wij Arākī als een groot kunstenaar. Wat weet je eigenlijk van mijn land, los van de clichés?”

Toen zei ze: “Anne Flank en Dick Bluna!”

Mijn favoriete boek van Arākī is Tokyo Lucky Hole en ik kan je reeds verklappen dat dat foto-album niet bepaald over jouw geliefde golfsport gaat.

Wist je dat Jappen niet kunnen zuipen omdat ze aan genetische enzymafwijking lijden? Dat las ik in in mijn lijfblad Alcoholism, Clinical & Experimental Research. Ze hebben maar één functionerend gen voor het enzym dat acetaldehyde afbreekt en daarom significant vaker last van openbare dronkenschap en kateren des doods. Wij dus godzijdank niet, Hoogland-san, met onze Teutoons genenstelsel.

Dus als je de volgende keer op safari weer Jappen tegenkomt, moet je ze geen whisky aanbieden maar een lekker glaasje schuimende glutenvrije, alcoholvrije gokkun.

Zeg maar gewoon dat het Amarula cream is.ianen, amigo, daar zit geen greintje kwaad in. Hoe zit het trouwens met jouw dieet, waar je altijd over pocht?

Te streng afgebakend, te prestatiegericht

Rob HooglandIk ben niet van gisteren, mijnheer Van Amerongen, en al helemaal niet van eergisteren. Ik weet waarover u het heeft en als ik het niet had geweten had ik het wel kunnen raden. Zelfs wanneer het zo ingetogen en mysterieuze Japan het onderwerp van gesprek vormt, blijkt er hoofdzakelijk goorheid en platheid aan uw pen te ontsnappen.

Daarnaast denkt u blijkbaar mij te kunnen imponeren met een betoog aangaande de Japanse kunst. Welnu, daar ben ik toevallig een kenner van, hetgeen overigens tevens mijn portemonnee ten goede komt. Ik zal dit voor één keer met een voorbeeld illustreren. Vijftien jaar geleden kocht ik voor 1.800 euro uit een gelimiteerde oplage een prent van de door u reeds genoemde Nobuyoshi Arākī. Dezelfde prent werd onlangs op een veiling verkocht voor 30.000 euro.

De luchtreis Amsterdam-Tokio v.v. werd door mij dan ook in de business class ondernomen.

Neen, ik leen u geen geld. Dat zeg ik u meteen maar. Ik vermoed dat er bij u nauwelijks sprake is van een teruggavebeleid. Wel wil ik nog even ingaan op mijn bezoek aan Japan, waar de maatschappelijke regels zo streng worden nageleefd dat zelfs ik mij afvraag of ik er wel permanent zou kunnen wonen.

U weet dat ik op orde en gezag ben gesteld en dat ik de mening ben toegedaan dat wij in Nederland de boel wat dat betreft volledig uit de hand hebben laten lopen. Verreweg het grootste deel van de problemen waarmee wij als samenleving te kampen hebben zijn een gevolg van het feit dat men ons ter linkerzijde, als antwoord op wat men ‘de verstikkende jaren vijftig’ noemde, een alles-moet-kunnen-mentaliteit heeft opgedrongen. Daar plukken wij nu de wrange vruchten van. Het geweld tegen onze ordehandhavers en hulpverleners? Daar ligt de oorzaak.

Japan is het andere uiterste. In de Roppongi Hills Mori-toren in Tokio, waar het Mori-museum voor moderne kunst is gevestigd, stond ik samen met een tiental andere bezoekers voor de lift. Op de vloer was met brede witte lijnen een vak uitgezet waarin wij op onze beurt moesten wachten. Op een gegeven moment zette ik mijn voet per ongeluk buiten zo’n lijn. Ik werd terstond streng gecorrigeerd door een medewerkster. Terug die voet!

Ook dat is Japan, mijnheer Van Amerongen. Bij rood licht voor een zebrapad oversteken omdat er geen verkeer te bekennen is? Geen Jap die het doet. Ze blijven allemaal wachten tot het licht op groen springt.

U mag het best weten: ik kreeg het er benauwd van en ging steeds beter begrijpen waarom zoveel Japanse meisjes in decora-stijl gekleed gaan: de kawaii-, oftewel schattigheidscultuur. Zij hangen zoveel versierselen op en dossen zich zo fel gekleurd uit, dat het lijkt alsof zij zichzelf willen vermommen in een wereld die hen te hard, te streng afgebakend en te prestatiegericht is. Ze gaan liever als poppen door het leven. En of dat nou alles is?

Ik geef eerlijk toe dat het mij raakte

Arthur van AmerongenHeb je voor mij nog die amper gedragen onderbroekjes van Japanse schoolmeisjes meegenomen, die je daar gewoon overal op straat uit een automaat kan trekken, zoals wij een speciaaltje uit de muur van Febo?

Ik wilde het overigens met je hebben over de weergaloze presentatie van het Grote Foute Jongens Boek deel 2, in boekhandel Scheltema op het Rokin. Niet in het legendarische café Scheltema op de Nieuwe Zijdsvoorburgwal, waar wij de avond in stijl eindigden en jij mopperend een rekening van 600 euro aftikte omdat al onze ‘fans’ gemeend hadden dat die nazit onderdeel was van de officiële presentatie. Ik vond het merkwaardig dat ze allemaal tournedos bestelden, terwijl ze thuis in het beste geval een bonenstoofje eten.

Enfin, ik wilde dus die nu al historische boekpresentatie beschrijven, met gasten als Barry Hay, Berend Sommer, Leon de Winter, Martin Koolhoven, Maarten Spanjer, de voltallige redactie van GeenStijl, Syp Wynia, Sylvia Witteman, Theodor Holman, Roderick Veelo, Rob Muntz, Eddy Terstall, Jenny Douwes, Machteld Zee en John van de Heuvel en de voormalige souschef van HP/de Tijd, de jonge romancier Kevin van Vliet. Onze geliefde hoofdredacteur Tom ‘Kelly’ Kellerhuis was verhinderd wegens een Grindr-videoconferentie.

René van der Gijp kreeg het eerste exemplaar! Net toen ik aan de recensie van de die avond begon, klapperde de brievenbus en lag de kersverse Propria Cures op de mat. Ik logeer bij Rob Muntz en die is abonnee. De andere abonnee is ex-Propria-redacteur Beau van Erven Dorens. Onbezoldigd hoofdredacteur van de Propria Cures is de onvergetelijke Arie Storm, die in het satirisch schotschrift schrijft onder het pseudoniem Tessa Sparreboom. Arie was ooit redacteur Letteren bij het Mokumse huis-aan-huisblad Het Parool en werd oneervol ontslagen omdat hij steevast recensie-exemplaren van romans van Tommy Wieringa, Leon de Winter en Kluun ‘leende’.

Nu schrijft hij dus onder het pseudoniem Tessa Sparreboom. Ik vind dat een geestige trouvaille want vermoedelijk is het een vette knipoog naar de duizenden autreutels die op hun 20ste debuteren met een novellette, een jaar later bezwangerd raken door een register-accountant en daarna in de vergetelheid raken in Vinexland.

Juffrouw Sparreboom laat geen spaan van onze prachtboek heel, noemt mij een vieze kleptomane heroïnejunk (terwijl de lezers van deze rubriek weten dat ik alleen maar krek rook) en jou het alt-right-boegbeeld van de Telegraaf, met bovendien prostaatklachten. Ik geef eerlijk toe dat het mij raakte, maar dacht meteen aan mijn adagio en dat van Oscar Wilde: the only thing worse than being talked about is not being talked about, oftewel: there is no such thing as bad publicity.

Nou maar hopen dat Beau van Erven Dorens, die andere abonnee van Propria Cures, het oppikt.

Reageren

rob@hoogland.nl