Press "Enter" to skip to content

Golfers Magazine reisverhaal Old Head

golfers magazine reisverhaal old head oktober 2018

Old Head: per slag goedkoop

Golfers MagazineRob HooglandHoog in de lucht wendt de man op stoel 1A van vlucht EI841 van Amsterdam naar Cork zich tot de geluksvogel en diens vrouw op de stoelen 1B en 1C. “Ik zag dat jullie ook een golftas incheckten”, zegt hij, terwijl de pretoogjes achter zijn bril glinsteren. “Klopt”, antwoordt de geluksvogel. “Voor het eerst sinds jaren brengen wij onze oude liefde Ierland een bezoek. Dat kan niet zonder golftassen. Wij spelen enkele kleinere, minder bekende banen in West-Cork, zoals Bantry Bay en Glengarriff. En u?”

“Old Head”, grijnst de man, onderwijl knikkend naar de stoelen op de eerste rij met blonde tieners aan de andere kant van het gangpad. “Met mijn zoon en dochter daar. De derde, bij het raam, is een vriendinnetje van mijn dochter, met een single handicap. Benieuwd wat haar score op Old Head zal zijn.”

De geluksvogel zit dan al te likkebaarden. Mamma mia, Old Head of Kinsale. Twintig jaar geleden, toen die baan net een jaar open was, speelde hij er zelf ook een keer, op uitnodiging van het Iers Verkeersbureau, helaas in de mist die er vaak boven de warme zee blijft hangen op de dagen dat het er toevallig níet waait. De ronde leverde hem dientengevolge minder plezier op dan gehoopt. Toch herinnert hij zich de ruige schoonheid van het Ierse schiereiland in de Atlantische Oceaan waarop de baan is aangelegd, de hoge kliffen, de onvermijdelijke vuurtoren, de mysterieuze misthoorn die die dag dreigend vanuit de vochtige, onzichtbare verte weerklonk, en in de daaropvolgende jaren de enthousiaste verhalen van Europese en Amerikaanse golfjournalisten die er zonder mist hadden gespeeld.

Wat hij zich bovenal herinnert is de hoogte van de greenfee die hij gelukkig niet hoefde te betalen: 150 Ierse pond (de euro was nog niet ingevoerd).

“Old Head? Oei, wat mooi”, zegt de geluksvogel welgemeend tegen zijn medepassagier. En dan plagerig, zoals zo vaak: “Met vier man? Is uw portemonnee wel dik genoeg?”

De man op stoel 1A: Bart-Jan van Genderen – lid van Old Head en voorzitter van De Goyer

“Ja hoor”, lacht de man. “Al is dat in mijn geval geen vereiste: ik ben lid van Old Head en kan de kinderen tegen sterk gereduceerd tarief introduceren. Even voorstellen: Bart-Jan van Genderen. Ik ben ook voorzitter van De Goyer.” 

Van Genderen vertelt even later hoe hij, tijdens de meest recente economische crisis waar Ierland zo onder leed, tot de Old Head-elite doordrong, toen de entreefee die naast de jaarlijkse contributie voor een lidmaatschap van het prestigieuze golfresort moest worden opgehoest noodgedwongen was verlaagd. Sindsdien, zegt hij, betaalt hij een jaarcontributie die niet afwijkt van die van de gemiddelde Nederlandse golfclub. Regelmatig vliegt hij voor een dag of vier, vijf met Aer Lingus van Schiphol naar Cork Airport om op zijn tweede thuisbaan te gaan logeren en golfen, op nog geen half uurtje rijden van dat vliegveld.

“Zal ik jullie anders óók op Old Head introduceren?” vraagt Bart-Jan plotseling. “Dan betaal je minder dan de helft, oftewel 125 euro per persoon. Normaal is het in het hoogseizoen 320 euro.”

Reeds voordat zijn vrouw kan protesteren – wat zij doorgaans heel snel doet – hapt de geluksvogel toe. Hun Ierse tripje zou toch al in Kinsale eindigen. Dat komt dus goed uit. De afspraken worden direct gemaakt, de telefoonnummers worden uitgewisseld, de geluksvogel herinnert zijn wederhelft op fluistertoon aan een wijsheid van wijlen zijn op luxe gestelde oude heer: “Je moet niet kijken naar wat het je kost, maar naar wat het je extra kost.” Op de dag dat het stel in Ierlands hoogst ontwikkelde culinaire plaats zal arriveren zullen Bart-Jan van Genderen en zijn puberale gevolg weliswaar alweer huiswaarts zijn getrokken, maar dat is volgens de Goyer-praeses geen probleem. Hij belooft alle zaken bij Old Head alvast te regelen en ook een starttijd te reserveren.

In de dagen erop spelen de geluksvogel en zijn vrouw inderdaad de banen van Bantry Bay en Glengarriff, hidden gems in West-Cork. Intussen ontdekt hij, regelmatig appjes uitwisselend met Bart-Jan van Genderen, dat Old Head op de lijst van de tien duurste golfcourses ter wereld de derde plaats inneemt, achter Shadow Creek in Nevada en het fameuze Pebble Beach in Californië, maar vóór bijna net zo beroemde banen als Whistling Straits (Wisconsin), TPC Sawgrass (Florida) en Pinehurst no. 2 (North-Carolina). 

Ineens herinnert de geluksvogel zich ook wat een caddy van de oude golfbaan van Cork City hem twintig jaar geleden over de hoogte van greenfee van het toen pas enkele maanden geopende Old Head zei.

“It’s a rip off”, zei de caddy.

Vertaling: “Het is afzetterij.”

Klopt dat? Nadat zijn eega en hij een week later vanuit de oergezellige en al vaker door het tweetal bezochte watersportplaats Kinsale op het schiereiland zijn gearriveerd, de slagboom met de vriendelijke guard zijn gepasseerd en over het kronkelende oprijpad met aan weerszijden de prachtige hortensia’s naar het imposante clubhuis zijn gereden, lijkt de geluksvogel oor een moment geneigd de Cork-caddy gelijk te geven. Het introductietarief van Old Head bedraagt geen 125 maar 160 euro per persoon, voor de benodigde vbuggy moet 60 euro worden afgerekend. Er wordt derhalve meteen 380 euro van de creditcard afgeschreven, waar later nog 50 euro voor een originele Old Head-headcover, 120 euro voor een origineel Old Head-regenjack en 60 euro voor een handvol originele pints of Murphy en twee originele glazen Pinot Grizio aan de bar bij kunnen worden opgeteld.

Totaal: 610 euro.

Dan helpt zelfs die oude wijsheid van de vader van de geluksvogel even niet meer.

Toch hebben de geluksvogel en tot zijn grote verrassing ook zijn vrouw later geen seconde spijt. De ontvangst blijkt allerhartelijkst, de caddymaster laat zich gelden als een goedlachse humorist en de baan zelf is wat iedereen ervan zegt: een beauty van een linkscourse die haar gelijke in de wereld niet of nauwelijks kent. Nergens zijn de kliffen en rotspartijen adembenemender dan op dit schitterende bijna-eiland, waar de waanzinnig mooie, hier en daar uitbundig geonduleerde holes met hun moeilijke greens zich een weg langs al die eeuwenoude, naar goede Ierse traditie nooit met de grond gelijk gemaakte ruïnes banen, in aangenaam veel gevallen richting de fraaie witte vuurtoren die Old Head markeert, daar waar de branding beneden met woest uiteen spattende schuimkoppen op de basaltblokken stukslaat.

De geluksvogel kan zich goed voorstellen dat een groot deel van de lokale bevolking destijds lange tijd dwars lag toen de plannen voor de golfbaan werden ontvouwd. Dit was hun eigen, unieke, eeuwenoude wandel- en natuurgebied waar ook hun voorouders al verpozing zochten. Bovendien was het een waardevol vogelreservaat. Toch kan het hem bekoren dat het de initiatiefnemers uiteindelijk gelukt is de vergunningen te verkrijgen: Old Head is werkelijk een van de meest imponerende golfbanen die hij ooit speelde, met holes pal langs tientallen meters hoge, vrijwel verticaal aflopende kliffen (vooral bij de twaalfde en de nieuwe dertiende hole, respectievelijk een par-5 en een par-3) waar in verband met de harde wind meestal op de oceaan moet worden gemikt om de kans op een veilige landing van de bal te verhogen (op die par-3 stopte de bal van de geluksvogel op twee centimeter van de vlag, misschien zelfs wel tot zijn opluchting omdat het verplichte hole-in-one-rondje voor het clubhuis vol dorstige Amerikanen hem waarschijnlijk een faillissement zou hebben opgeleverd).

“Wat vind je van die Amerikanen?” vraagt een inwoner van Kinsale ‘s avonds aan de bar van het Blue Haven hotel in Kinsale aan het van tevredenheid gloeiende echtpaar, terwijl de mannelijke helft ervan een positieve bijdrage levert aan de winst- en verliesrekening van brouwerij Murphy (lees: Heineken).

Tja, de Amerikanen. Ze komen er met bussen tegelijk. Dat zouden ze trouwens ook doen wanneer de greenfee 500 euro per persoon zou bedragen: hoe duurder hoe aantrekkelijker voor dat soort golfers. Meestal is Old Head daarbij onderdeel van een trip waarmee zo’n groep in zeven, acht dagen tijd alle dure topbanen van Ierland afwerkt, tegenwoordig inclusief het nieuwe peperdure resort Hogs Head in Waterville (“Het nieuwe Old Head” in Kerry), soms zelfs niet per bus maar per helikopter. 

“Vaak zijn ze de aardigheid zelve, nu en dan bevestigen ze de vooroordelen”, antwoordt de geluksvogel zo diplomatiek mogelijk.

“Mijn vrouw werkt hier in een steakhouse”, vervolgt de man aan de bar van het Blue Haven-hotel. “Gisteren serveerde ze een groep Amerikaanse golfers, ware proleten die twaalf flessen wijn van 200 euro per stuk bestelden en aan het eind van de avond 650 euro aan tip op tafel lieten liggen. Krankzinnig toch?”

Ja, een beetje wel.

Wat zegt u?

Wat de scores van de geluksvogel en zijn vrouw waren?

Ach, als je het per slag uitrekent was het best een goedkoop dagje.

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

rob@hoogland.nl