Press "Enter" to skip to content

HP/De Tijd Foute Jongens 6 – 2019

hp/de tijd foute jongens 6 – 2019

De postume belediging van Gerard Reve

HP/De TijdRob HooglandOnlangs, mijnheer Van Amerongen, is Gerard Reve postuum beledigd. Een van mijn grootste literaire helden, die mij ondanks zijn platvloersheid en onhebbelijkheden – het ex-liefje van uitgever Johan Polak vertelde mij ooit dat hij op feestjes vaak plompverloren zijn voortplantingsorgaan op tafel placht te deponeren – tot het schrijverschap heeft gebracht, indien men columneren daartoe althans kan rekenen. Twijfels nemen eerlijk gezegd de overhand wanneer ik dat laatste overpeins, doch daarover straks.

Ik heb het nadrukkelijk n√≠et over zijn debuutroman¬†De avonden, die hij schreef toen hij nog Simon van het Reve heette. Dit gewrocht moest ik op de middelbare school van mijn leraar Nederlands lezen. Ik kwam er niet doorheen, hetgeen overigens tevens gold voor¬†Max Havelaar van Multatuli, nog zo’n doodsaai verplicht nummer. De ware Reve stond voor mij pas op met¬†Op weg naar het einde,¬† Nader tot u, De taal der liefde en Moeder en zoon. De stijl van die man, de ironie die van zijn vaak archa√Įsche taalgebruik afdroop: onovertroffen.

Wat wil nu het geval? Onze collega Bert Wagendorp, columnist van de Volkskrant, heeft andermaal een DWDD-f√§hige roman geschreven, ditmaal getiteld¬†Ferrara. Voor de heer Wagendorp hoop ik dat het boek net zo succesvol wordt als het voorafgaande¬†Ventoux.¬†Ik hoop echter √≥√≥k dat hij in de interviews die hij nog ter promotie zal afgeven, zodra gevraagd naar het belang van de stijl, voortaan zal afzien van een antwoord als: “Ik denk nooit: wat een waardeloos verhaal maar w√°t een mooie stijl. De stijl staat ten dienste van het verhaal. Daarom vind ik Gerard Reve een mislukte schrijver. Altijd maar die brieven aan Jan en alleman. Kom op jongen, denk ik dan, schrijf nou eens een goede roman. Maar dat kon hij na¬†De avonden en¬†Werther Nieland niet meer. Krullen draaien om de krullen, beschouw ik als leegte.”

Ik zal hier niet herhalen wat ik in al mijn grimmigheid allemaal riep toen ik deze uitspraak in de Volkskrant las. Wel voel ik de behoefte de laatste regel van mijn eerste alinea in herinnering te brengen, waarin ik betwijfel of columnisten ook schrijvers zijn. Bedrijven zij literatuur? Nog hoor ik, jaren geleden alweer, een andere collega, Frits Abrahams van NRC Handelsblad, die vraag niet echt ontkennend beantwoorden toen hem dat in het radioprogramma¬†Kunststof¬†werd gevraagd nadat er weer eens een bundeltje van hem was samengesteld. Luid en duidelijk zeg ik nu: nee, nat√ļ√ļrlijk is het geen literatuur! Het is stukkies bakken! Omdat je dat contractueel verplicht bent!

Ik waardeer het nog altijd dat de heer Wagendorp bereid was bij wijze van verrassing als tafelheer te fungeren toen ik de hoofdgast was in een radioprogramma van de heer Jeroen Wielaert. Nu hij jaren later Gerard Reve een mislukte schrijver heeft genoemd, besef ik dat hij de plank ook heel erg mis kan slaan.

Dit is heiligschennis!

De heer Wagendorp zei het echt: “Kom op jongen, denk ik dan, schrijf nou eens een goede roman.”

Nu vr√°√°g ik u, mijnheer Van Amerongen.


Broodschrijver, inkthoer, schrijvende aap

Arthur van AmerongenJe brengt mij in verlegenheid, ouwe. Bertus Wagendorp is een door mij zeer gewaardeerd collega bij de Volkskrant. Bovendien is hij getrouwd met Wilma de Rek, de literatuurpaus van mijn geliefde ochtendkrant. Die kan jonge, beginnende romanciers als ik maken en breken.

Ik vind het prima dat jij heel Nederland tegen je in het harnas jaagt met jouw scheldkritieken in de Telegraaf maar ik ben met de jaren milder geworden. Wat heeft het nou voor nut om weerloze mensen als Bert Wagendorp, Bert Vuijsje, Joshua Livestro, onze koning Willem-Alexander, Sylvie Meis en Twan Huys tot op het bot te kwetsen? Ik zie er de lol niet meer van in.

Ben je niet vergeten dat Wagendorp jou een paar jaar geleden in Vrij Nederland tot de beste columnist van Nederland uitriep? Stank voor dank, vriend! Is het gewoon geen ordinaire kinnesinne bij jou? Jij bent immers net als Bert ook sportjournalist van origine. Heb jij niet stiekem een onuitgegeven sportroman in de bovenste la van je bureau liggen, boordevol dampende en zinderende seks met Bettine Vriesekoop, Ria Stalman, Sari van Veenendaal, Shanice van de Sanden, Martina Navratilova en Caitlyn Jenner? Jij hebt toch ook de Tour de France verslagen voor de Telegraaf, wat in de praktijk inhield dat jij elke dag op kosten van de baas, à la Mart Smeets, zat te kanen in met Michelin-sterren bekroonde restaurants? En dat verhaal dat je me in vertrouwen vertelde, toen je Willy Alberti (dat zijn herinnering tot een zegen mag zijn) namens de Telegraaf op een dolle nacht fêteerde in het vermaarde huis van plezier La Cage aux folles in Saint-Tropez, daar smult een sportuitgeverij als Jan Rap van hoor!

Ik lees geen sportboeken, laat staan sportromans. Heb je in het oeuvre van Reve wel eens een verhandeling over sport gelezen, of een sportscene? Reve beoefende hoofdzakelijk de edele sport der onanie, en bij voorkeur in groepsverband tijdens het zogeheten soggy biscuit-spel. Je weet wel, wanneer twintig man rond een tafel staan, waarop een Maria-kaakje ligt. Ze gaan dan tegelijkertijd fappen, en wie zijn lauwe but het verste van het koekje kwakt, moet het inmiddels rijk belegde koekje opeten.

Ik wil zodalijk wel even terugkomen op Reve hoor, maar eerst wil ik je langs deze mij onsympathieke weg laten weten dat ik mijzelf een ordinaire cursiefjesbakker vind, een broodschrijver, een inkthoer en een schrijvende aap. Veel mensen denken dat mijn columns literatuur van een buitenaardse orde zijn, met door God geschonken inspiratie. Maar dat is allemaal gelul, vriend. Zo’n stukkie voor de Volkskrant tik in een half uur. Mijn opiniestukken (proest) voor dit prachtblad tik ik in een kwartier en volgens mijn zandloper heb ik over dit stukje 6 minuten gedaan. Het is allemaal slap geouwehoer waar Gods zegen op rust. Van mij hoef je dan ook geen Grote Nederlandse Roman te verwachten, in de geest van Martin Bril. Ik heb geen pretenties, heer Hoogland.

Apropos, waar komt die weerzinwekkende hetze tegen collega Wagendorp, notabene de Nederlandse Nick Hornby, toch vandaan?


Dit is geschreven in ongekende zwaarmoedigheid

Rob HooglandZo begint het derde deel van Reve’s van immense vertwijfeling getuigende, maar schitterend gecomponeerde¬†Nader tot u, de met alcohol doordrenkte¬†Brief door tranen uitgewist: “Dit is geschreven in ongekende zwaarmoedigheid en immer toenemende wanhoop; toen de schrijver 3,5 dag niet had gedronken; nadat hij zich als een krankzinnige gedragen had. Voor de orkestmeester. Een herfstlied, of avondzang.”

Dat is schrijven, mijnheer Van Amerongen, net als het slot: “Nu weet ik, wie gij zijt / die jongen die ik eenzaam zag te Woudsend en daarna, / nog op dezelfde dag, in een kafee te Heeg. / Ik hoor mijn moeders stem / O Dood, die waarheid zijt; nader tot U.” En zo zou ik nog duizend adembenemende citaten van deze grootmeester kunnen noemen. Ik zal daarvan afzien omdat ik er vanuit ga dat de HP/De Tijd-lezer literair voldoende is onderlegd. Hoe dan ook: mislukte schrijvers vertrouwen dat soort briljante zinnen niet aan het papier toe, punt.

Toch ontroert het mij bijna dat u de heer Wagendorp in bescherming neemt. Hij behoort tot dezelfde stal als u, al heeft u in politiek opzicht het licht gezien en hij (nog) niet, en blijkt u bovendien niet op de hoogte van de burgerlijke staat van uw collega, die in werkelijkheid heel ordinair in concubinaat met mevrouw De Rek leeft (het blijft maar aan tussen die twee, ik begin met toenemende vreze te vrezen dat ik nooit de grap zal kunnen maken dat de rek eruit is). Solidariteit en betrouwbaarheid zijn zeldzame begrippen geworden, zoals ook blijkt uit de affaire Zihni √Ėzdil, die meedogenloos door een fractiegenoot van het bij de Volkskrant angstaanjagend populaire GroenSlinks is verraden. Op u kan men tenminste nog rekenen. Maar geef toe: hier getuigt de heer Wagendorp er toch echt van dat hij zijn plaats niet kent.

Ach, weet u, mijnheer Van Amerongen ik ben een roepende in de woestijn, met een paar lotgenoten. Slechts een handjevol ware literatuurkenners maakte zich druk om deze onthutsende uitspraak. Het is mijn lot, vrees ik, hetgeen trouwens ook bleek, tot woede van diverse kijkers die mij een¬†partypooper noemden, tijdens de finale van het Eurovisie Songfestival. Vijf minuten had ik nodig om online uit te zoeken – de gegevens waren voor iedereen beschikbaar – dat ook de televoters in totaal 2378 punten mochten verdelen. Toen Duncan Laurence 261 punten toebedeeld had gekregen, leerde een simpel rekensommetje dat er van die 2378 punten, met alleen de waarderingen voor Noord-Macedoni√ę en Zweden nog te gaan, slechts 151 punten over waren, en dat Nederland dus niet meer kon worden ingehaald.

De spanning was er toen dus al vanaf, terwijl zij er toch zo treiterend lang in werd gehouden dat zowel Duncan als de Zweedse kandidaat bijkans bezweek van de zenuwen. Waarom wist niemand van de delegaties dit, of van de ruimschoots ter plekke aanwezige Nederlandse pers? Laat ik mijn vermoedens dienaangaande als volgt verwoorden:¬†ongekende zwaarmoedigheid en immer toenemende wanhoop waren tijdens dat 24 uur per dag doorlopende festijn in Tel Aviv ver te zoeken. Ik ben te netjes opgevoed om ze op deze plek nader te specificeren. De lezer heeft ook zo zijn fantasie. U weet hoe ze het zeggen in de literatuur:¬†show, don’t tell.


De projectielbrakende partijpoeper

Arthur van AmerongenAls er iemand de titel partijpoeper verdient, ben ik het wel. Ik moet een jaar of zestien geweest zijn toen ik in kennelijke staat een fuif bezocht van een vriendin. Zij had van haar liefhebbende moedertje een pannenset gekregen omdat ze in de grote stad Arnhem bij Schoevers ging studeren. Het was geen duur spul van Le Croiset, BK, Schumann of Beka of hoor, eerder van die aluminium meuk waarin je op de camping wonderstamppot ‚Äėbereidt‚Äô.

Ik zat in die tijd zwaar aan de bessenjenever van Coebergh, op zich een licht drankje waar hoogstens een dozijn bessen overheen vliegt in de fabriek, maar ik mixte dat bocht met valium en librium die ik uit mama’s medicijnkastje leende en dan werd ik toch lekker wappie.

Op die fuif heb ik toen een hele emmer huzarensalade van Johma leeg gelepeld want dat kreeg ik thuis niet omdat mama de eerste vrouw op de Veluwe was die macrobiotisch kookte. Volgens ma kreeg ik van dat ‚Äėveevoeder‚Äô van Johma darmkanker.

Je raadt het al, oom Rob: dat werd projectielkotsen! Nou ben ik netjes opgevoed en dat weerhield mij er van het Rauhfaserbehang in dat arbeierswoninkie in Ede-oost onder te barfen met mijn vomitus.

De pannenset (ik meen zes stuks) stond in volle glorie te shinen op de cadeautafel, opgesteld als een rijtje matroesjka’s, dus van groot naar klein.

Ik weet nog goed dat ik bij de grootste pan begon en met een flinke kwak gal en doperwtjes keurig eindigde bij het kleinste pannetje, dat vermoedelijk bestemd was om melk in te koken. Nou, het feest was voorbij en mijn geplande neukpartij met het feestvarken kon ik op mijn buik schrijven. Sindsdien sta ik in Ede bekend als de projectielbrakende partijpoeper van de Nachtegaallaan en werd ik nooit meer voor een fuif uitgenodigd.

Ik had je nog beloofd op onze gezamenlijke held Reve terug te komen, nietwaar? Mijn lievelingsverhaal is Een Lezing op het Land, uit Tien Vrolijke Verhalen. Daar zit veel narigheid met drank in en toen ik dat verhaal las, besloot ik ook om Reviaans schrijver te worden maar wil je dat alsjeblieft tegen niemand vertellen?

Ik wens je een fijne vakantie met moeders de vrouw op de naaktcamping en ik hoop dat je niet teveel van je nemesis Bertus Wagendorp droomt, daar in Cap d’Agde.

Ik sluit af met een voor jou zeer toepasselijk rijmpje van Reve, en het heet Avondrood.

Eens was ik jong en schoon.

Vrouwen die met mij dansten werden in mijn armen

medegevoerd tot duizelingwekkende hoogten.

Nu gaat er niets meer omhoog:

het enige dat stijf staat zijn mijn gewrichten.

Ach, waar zijt gij gebleven

zoete, bittere, onstuimige jeugd?

volgendevorige

4
Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Freek van Beetz

Mijn dag is weer helemaal goed!!!

F.C.J.M. Koster

Hier past alleen maar overpeinzen, genieten
en zwijgen over zoveel herkenbare jongens-, deels, dromen….

Annelies Paulsen

Schitterend!!! LOL. Ik houd van Van ‚Äėt Reve. Moet altijd verschrikkelijk om hem lachen.

marc

Briljante “interactieve columns”, zo noem ik ze maar even, wat een humor, heerlijk. Kom maar snel op met dat 2de boek!!!

rob@hoogland.nl