Press "Enter" to skip to content

HP/De Tijd Foute Jongens september 2018

hp/de tijd foute jongens september 2018

Poere zitroensap und ein schlaappil

HP/De TijdRob HooglandMijn goede vriendin Helène toog onlangs naar Marokko. Nee, niet om de handelingen te verrichten waarvan de beelden bij mededelingen van deze aard natuurlijk weer onmiddellijk in uw verdorven geest opborrelen, mijnheer Van Amerongen. Helène maakt op mij weliswaar niet de indruk de geneugten des levens te negeren. Als zij een potente naffer had willen scoren, bedoel ik, had zij dat binnen een mum van tijd gedaan. Ditmaal ging het om een bezinningsreis. Deze hardwerkende zakenvrouw was door haar yogalerares overgehaald om zich in te schrijven voor een stilte-retraite. Met een groepje andere vrouwen bracht Helène acht dagen hoofdzakelijk zwijgend door in de Sahara.

Ik citeer de brochure die de yogalerares haar overhandigde: “Een stilte-retraite is het perfecte medicijn tegen opgelopen stress, uitputting, ballen in de lucht houden, volle agenda’s en vooral veel moeten maar weinig ruimte hebben om te kiezen. De zon, de woestijnnatuur en de bijzondere vergezichten maken dit tot een reis van ruimte, ontspanning en gezond omgaan met het lichaam in de buitenlucht. Weinig hoeven, maar vooral veel mogen en een halve dag of een complete dag in stilte zijn. Deze reis gaat over verstillen, wijsheid in belangrijke levensvragen, ontdekken wie je werkelijk bent.”

Ziet u het voor zich, mijnheer Van Amerongen? Een kippenhok vol kippen die niet kakelen, alsof zij zich in een stomme film bevinden? Dat moet voor de omringende hanen het paradijs toch wel heel dicht hebben benaderd. Ik wil u best onthullen waarop al mijn huwelijken, tot nu toe met uitzondering van het laatste, zijn stukgelopen: het onvermogen van de betrokken dames om langer dan vijf minuten hun snavel te houden. Ooit, als ik het mij goed herinner tijdens mijn vierde echtelijke verbintenis, dacht ik de oplossing te hebben gevonden: Sleepsoft oordopjes van de firma Alpine Hearing Protection. Normaal worden die dingen gebruikt door partners van notoire snurkers. Maar er was geen kruid tegen gewassen.

En hebben ze het zelf door? Welnee. Mijn vrouw wijst mij in een restaurant wel eens stiekem op zo’n stel aan een belendend tafeltje, die geen woord met elkaar wisselen. U kent ze vast wel: ze kauwen, ze nemen af en toe een slokje, ze zwijgen en ze staren intussen in het luchtledige. “Die hebben elkaar echt niks meer te vertellen”, fluistert mijn vrouw dan. Voor de goede vrede beaam ik dat meestal. In werkelijkheid benijd ik de man. Zoals ik ook Frits benijd, de echtgenoot van Helène. Frits was toch maar mooi acht dagen van haar gekwebbel verlost. Al kan ik mij tevens voorstellen dat hij er dubbele gedachten bij had. Hield ze eindelijk eens haar lippen op elkaar, deed ze dat pas toen ze zonder hem op vakantie ging.

Wat denkt u dat Helène antwoordde toen Frits haar na haar thuiskomst netjes vroeg hoe zij de reis had ervaren?

“Daar mag ik niks over zeggen”, zei zij.

U mag het best weten: toen vermoedde ik óók even een potente naffer, daar in de Sahara.

Heeft u trouwens nog vakantieplannen, mijnheer Van Amerongen?

Zo ja, is zo’n stilte-retraite dan niet iets voor u?

Als er eentje is die eindelijk eens moet ontdekken wie hij in werkelijkheid is, bedoel ik, dan bent u het wel.


Die vakantie in Gambia was de laatste keer

Arthur van AmerongenJe weet donders goed, Hoogland, dat de allervreselijkste stellen op de wereld setjes zijn die in een restaurant zitten en als tafelconversatie alleen nog het vilein en vooral goedkoop affakkelen van de andere knagers hebben. Ik vind dat zó gemakkelijk, en al helemaal als het over fysieke uitdagingen gaat. ‘Oh, wat erg, die mevrouw heeft psoriasis en nu zit ze gewoon de vellen van haar kop te trekken terwijl hij zijn kaassouffé naar binnen propt.’

Dat doet mij denken aan een tekening van Kamagurka, van een versleten, uitgedroogd echtpaar in een horeca-etablissement in West-Vlaanderen dat volgens mij Herberg In de Stinkende Roede heet.

Dan zie je Bert Vanderslagmulders, het alter ego van Kamagurka, een tafeltje verderop brullen terwijl hij naar dat stel wijst: NEUKT DAT NOG?

Ik suggereer hier niets mede, maar ik kan jou en mevrouw Hoogland het prachtige boek Bored Couples van Magnum-fotograaf Martin Parr aanraden. Dat kunnen jelui dan meenemen als je naar de Oesterbar gaat, d’Vijff Vlieghen, biefstukkenkoning Piet de Leeuw of gewoon bij jullie om de hoek, bij Gerrit & Toos Van der Valk in Akersloot.

Die goede vriendin van jou die voor haar gerief en ontspanning naar Marokko gaat, is dat toevallig niet Helène-Ybeltje Berckmoes-Duindam, het betreurde & gesjeesde kamerlid van de VVD? Dat was toch een ex van je? Je zult het niet geloven maar die kwam ik een jaar of wat geleden tegen op het strand van Gambia. Ze zat daar met een hele grote zwarte meneer te trommelen op zo’n vrolijke djembé-tamtam (de enige Afrikaanse uitvinding, zo vertelde jij mij ooit) maar het kan ook Tineke de Nooij zijn geweest hoor, ik haal die twee altijd door elkaar. Haar toyboy zat achter haar, eveneens in een soort kleermakerszit, en hield haar armen en ander lipo vast. Er hoefde nog net geen emmer ijskoud water over heen, als je begrijpt wat ik bedoel.

Het betrof, nog los van de vreselijke herrie die de tamtam maakte, absoluut geen stilte-retraite want Ybeltje zat aan één stuk door te kakelen. De communicatie tussen de twee ging in een soort pidgintakkietakkie maar ik distilleerde uit de conversatie – ze hadden elkaar in ieder geval iets te melden, Hoogland – dat de zwarte meneer graag met het trommelmeisje naar de notaris in Banjul ging want hij had een prachtig lapje grond in de aanbieding en dan kon Ybeltje daar een prachtig huissie op laten zetten van haar zuurverdiende spaarcentjes.

En hiermee kom ik bij jouw vraag terecht: of ik weleens op vakantie ga. Nou, die vakantie in Gambia was dus de laatste keer. Man man, het is de culinaire hel. Enfin, wat verwacht je anders van de Engelse keuken in West-Afrika. Ik was een uur na aankomst al geveld en gevloerd door de wraak van Montezuma, al heet dat in Gambia de wraak van Mandinka. Omdat ik bij een reisprogramma op campingzender SBS (gepresenteerd door Arie Boomsma) had gezien dat ze nogal losse zeden hebben in het mohammedaanse Gambia, had ik een maandje geboekt bij Ad Latjes. Toen bleken dus alleen de mannen daar van de losse zeden te zijn! Dat is leuk voor Arie Boomsma maar niet voor zo’n keiharde hetero als ik.

Enfin, daar lag ik dan gerold in handdoeken in mijn stinkende hotelkamer want Pampers en Tena kennen ze niet in Gambia. Toen heeft de receptionist toch een “escort” kunnen regelen en dat bleek zijn zus, vrouw, moeder of oma te zijn. Die heeft toen ook nog mijn Rolex gejat, die op het nachtkastje lag om haar tijd bij te houden terwijl ze niet eens kon klokkijken! Toen ik mij na mijn ‘seksvakantie’ strompelend bij de Eerste Hulp van de soa-kliniek in Mokum meldde, werden alle dermatologen van Nederland stante pede opgeroepen voor een speciaal congres omtrent mijn ‘exotische aandoening’. Het leek verdorie wel een flashmob en ik voelde me net de Elephant Man, daar in mijn blote reet op die tafel. Maar die had die ellende alleen maar op zijn kop.

Ga jij trouwens weer naar de naaktcamping in Callantsoog met moeders de vrouw? Dat wordt lachen hoor, als jullie in de naturistencafetaria gaan steengrillen, gourmetten en kaasfonduen. Dan heb je in ieder geval genoeg tafelconversatie! Ik zou je kreeftenschort maar meenemen, vriend.


Ybeltje, waarheen is uw vlucht?

Rob HooglandHet is heel jammer, mijnheer Van Amerongen, dat het u ten tijde van uw kortstondige vakantie aan The Smiling Coast, zoals de kuststrook van Gambia wel eens schalks door leden van de Nederlandse Vereniging voor Postmenopauzale Huisvrouwen wordt genoemd, nog niet gegund was mij tot uw kennissenkring te mogen rekenen. U zou die aanval van de Wraak van Mandinka aanzienlijk minder heftig hebben kunnen ervaren wanneer u op de hoogte was geweest van het bestaan van een even simpel als doeltreffend tegengif, waarover ik tevens in ons Grote Foute Jongens Boek heb verhaald: ein glas poere zitroensap und ein schlaappil.

Met opzet maak ik hier gebruik van een half-Duitse schrijfwijze. De tip om dit uitermate probate middel tegen de schijterij te gebruiken werd mij namelijk, met dat onmiskenbare accent, verstrekt door Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard nadat hij in mijn Telegraaf-rubriek had gelezen hoe ik tijdens een golftripje door Tunesië ten prooi was gevallen aan buikloop: één stukje geitendij dat geen zeven uur maar slechts zes uur had staan pruttelen en de sluizen gingen open. De prins belde mij terstond op om uit de doeken te doen dat zulks hem eveneens ooit was overkomen, hoog in de lucht. Een Canadian Airlines-purser, zo vertelde hij, had zich liefdevol over de koninklijke patiënt ontfermd zodra hij had opgemerkt dat ZKH geen glas champagne had besteld, maar een kopje thee. Hier moest iets ernstigs aan de hand zijn. Bernhard legde hem desgevraagd uit wat eraan scheelde, waarna de purser hem een glas pure citroensap en een slaappil aanreikte.

“Alstublieft, Your Highness, als u wakker wordt bent u weer het mannetje.”

De eerste regel van mijn volgende column staat in mijn geheugen gegrift: “Schrijf je dat je aan de racekak bent, krijg je Soestdijk aan de lijn.”

Bij nader inzien weet ik eigenlijk niet of de Rijksvoorlichtingsdienst daar zo blij mee was.

Het zou u zeker en vast van uw ongesteldheid af hebben geholpen, daar in Gambia, en laat ik meteen ook maar uw laatste, zoals gebruikelijk hondsbrutale vraag beantwoorden (de rest negeer ik maar weer): nee, een heer van mijn kaliber gaat niet naar een naaktcamping, en al helemaal niet naar Callantsoog. Het wordt een thuisblijvertje deze zomer. Nu en dan zal men mij in het Kurhaus aantreffen, een andere keer wellicht in Huis ter Duin. De resterende tijd zal ik besteden aan de voltooiing van mijn nieuwe boek, dat ik ditmaal gelukkig in mijn eentje schrijf, een road-novel voor senioren, hopelijk als serie te verfilmen voor Omroep Max, waarin aan de hand van een wereldreis van twee geliefden van oudere leefijd naar de onvermijdelijke apocalyps wordt toegewerkt. Titel: Ybeltje, waarheen is uw vlucht.

Of ik er een uitgever voor vind? Het zal verdraaid moeilijk worden. Ik ben geen migrantenkind en als ik in de spiegel kijk zie ik helaas geen spetter van een blondine, maar een oude nadruppelaar met levervlekken. Aan de belangrijkste hedendaagse literaire voorwaarden voldoe ik dus niet.

U kent echter mijn levensdevies, mijnheer Van Amerongen: hoop doet leven.

Ja, u leest het goed: hoop, geen dope.


Ik heb toen gezegd dat ik Tommy Wieringa was

Arthur van AmerongenSchaam je je trouwens voor mij? Die opmerking ‘mijn nieuwe boek, dat ik ditmaal gelukkig in mijn eentje schrijf’ komt keihard aan hier in de Algarve, na alles wat wij en onze respectievelijke echtgenotes hebben meegemaakt op de camping in Callantsoog maar ook op de camping in Istrië, toen Joegoslavië nog gezellig was, en niet te vergeten onze gemeenschappelijke vakanties op camping Port Nature in Cap d′Agde. Om nog maar te zwijgen over onze gezellige avondjes bij Fun4TWo in Moordrecht. Enfin, discretie is mijn middelste naam zoals je weet en ik ben echt niet zo’n type dat de vuile tenaluiers buiten gaat hangen al moet dat binnenkort wel eens gebeuren want ik krijg een tennisarm van mijn elektrieke vliegenmepper.

Toen wij saampjes op audiëntie gingen bij meneer Rutte met ons Grote Foute Jongens Boek, zag ik je heus wel vergoeilijkend smoezelen met de premier hoor, en druk wijzend naar mij terwijl ik daar bleu en bedremmeld in het hoekje van het Torentje stond. Vermoedelijk heb je toen vals geachterklapt over mijn bourgondische levensstijl en mijn vermeende genderverwarring. Nou, ik kwam Mark, vergezeld door Jort en Gordon, toevallig tegen op Mykonos tijdens de Pinkstervakantie en je wilt niet weten wat ze over jou en Ybeltje te roddelen hadden. Mark vertelde me tussen neus en lippen door dat ‘die lange’ het mooi kon schudden en dat hij wel een andere persvoorlichter ging zoeken.

Was dat ook de reden dat je niet op kwam dagen bij de Libelle Zomerweek? Ik stond daar mooi voor Jan met de korte achternaam op dat podium, vriend, terwijl duizend koene en struise huisvrouwen jouw naam scandeerden. Over kippenhok gesproken!

Mij kenden ze niet eens. Ik heb toen maar gezegd dat ik Tommy Wieringa was en dat ik net een nieuw haarstukje had gekregen van het Algemeen Dagblad, model Joling. Leuk maar niet heus want ze zeurden me een uur de oren van de kop, of dat allemaal echt gebeurd was, over mijn vrouw die terminale K had en dat ik toen maar vreemd ging met alles wat bewoog.

Ik ben toen bijna verkracht in de kleedkamer, door vrouwencollectief De Bonte Was uit Wolvega want die dames waren woedend dat jij er niet was. Enfin, ik ben gered door Libelle-icoon Ebru Umar en werd de volgende dag wakker in haar flatje annex makelaarskantoor in de wijk Charlois te 010. Daar heb ik aangifte van gedaan bij de hermandad maar dat vertel ik je de volgende keer wel, ‘vriend’. Ik ga strompel dus maar zonder de Hooglandjes naar het naakstrand, deze zomer. Wel met mijn hondjes, dus toch nog een beetje erotiek. Beijinhos!

 

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

rob@hoogland.nl