Press "Enter" to skip to content

Telegraaf 28 januari 2021

Rob Hoogland – Telegraaf 28 januari 2021

Martelaren krijgen zelden de eer

Tussen zeven en negen ’s ochtends, had de planner per e-mail laten weten. Dat bleek adequaat ingeschat: om vijf over half acht werd er op het raam geklopt. De nacht maakte aarzelend plaats voor de dag. U bent de vierde vandaag, klonk het met een aanstekelijk Brabants accent. Ontroering maakte zich van mij meester.

Ze kwamen meubels brengen. Nieuwe meubels, maanden geleden besteld. Om vijf uur waren ze vanuit Waalwijk vertrokken en terwijl ze de bank en stoel snel en vakkundig installeerden dacht ik: dit soort mannen hoor je dus nooit. Die hebben helemaal geen tijd om zich door verachtelijke en gevaarlijke manipulators als Willem Engel te laten opnaaien. Die zullen ook nooit op een of ander illegaal ingenomen plein hevig verontwaardigd de longen uit hun lijf schreeuwen omdat ze onoverkomelijke bezwaren tegen de lockdown hebben, of omdat ze tussen negen en half vijf binnenshuis moeten blijven. Die laten zich niet door vernielzucht leiden. Die laten zich door arbeidsethos leiden en trekken al uren voor de baas over ’s Heren wegen als het tuig nog bewusteloos in z’n stinkende nest ligt.

Ik gaf hun een kop koffie en checkte intussen mijn telefoon.

Er waren alleen mensen uit de middenklasse die zich schuilhielden

Het was natuurlijk toeval. Alles is namelijk toeval, laat u niets op de mouw spelden, anders was de boel wel anders geregeld. Maar ik las toen, op dat moment, op Twitter, wel dit: „Er was nooit een lockdown. Er waren alleen mensen uit de middenklasse die zich schuilhielden terwijl mensen uit de arbeidersklasse dingen bij hen bezorgden.” Het was in The Telegraph opgeschreven door Julie Burchill, een rauwe, controversiële Britse schrijfster en columniste die zich wel vaker druk maakt over de klasseverschillen in de maatschappij. Zij citeerde er op haar beurt, met instemming, kunstcriticus J.J. Charlesworth mee.

Kippenvel.

„En maar ’volhouden!’ roepen naar elkaar”, zei Kleis Jager, de Parijse correspondent die zijn volgers van dit citaat op de hoogte had gesteld. Het was zijn commentaar nadat ik erop had gereageerd.

Kleis zag het niet, maar ik knikte.

Zijn cynisme beviel mij.

Er zijn martelaren en apostelen, zegt een oud spreekwoord. Het geldt ook tijdens deze lockdown en de daaraan verbonden avondklok. De martelaren krijgen maar zelden de eer en daarom haalde ik, toen de Brabantse mannen alweer monter op weg waren naar het volgende afleveringsadres, de bundel Verzamelde gedichten, 1987 van Gerard Reve uit de boekenkast. Het gedicht onder de titel Roeping is misschien wel zijn beroemdste. Nog hoor ik mijn vader schateren toen Reve het met die kenmerkende stem van ’m op de roeptoeter voorlas.

Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet ’s avonds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.

Telegraaf 28 januari 2021

Mijn Telegraaf-stukjes worden enkele dagen na publicatie op dit blog geplaatst. Wil je ze direct lezen, abonneer je dan op de krant. Daar bestaan verschillende mogelijkheden voor. Klik op onderstaand logo.

volgendevorige

2 Reacties
Inline Feedbacks
Zie alle reacties
Hans van Rooijen
1 maand geleden

Elke dag weer blijkt dat gedicht van Reve bewaarheid.

Peter
1 maand geleden

Noeste arbeiders bestempelen als martelaren?
Martelaren zijn types die met hun vermeend lijden lopen te pronken.
Zeikers dus.

send coins
2
0
Reageer!x
()
x