Press "Enter" to skip to content

Telegraaf column 10 maart 2020

We hoeven tante Mathilde niet meer te zoenen

Nee, ‘t is niet best allemaal. We gaan naar de verdoemenis en dat is natuurlijk nooit prettig. Liever was ik pas op mijn 104de hemelen gegaan, rustig in mijn slaap. Nu gaan we potdorie met z’n allen aan de corona ten onder.

Maar hé, er is een lichtpuntje!

We hoeven tante Mathilde niet meer te zoenen!

Excuses aan alle vrouwen, in het bijzonder uiteraard degenen die Mathilde heten. Ze hebben het al zo moeilijk sinds Jacques Brel een lied aan iemand met die naam wijdde: “Mon cœur, arrête de bringuebaler / Souviens-toi qu´elle t´a déchiré / La Mathilde qui est revenue.” Een bitch hors catégorie dus, dat Brel-liefje. Toch moeten er ook Mathilde’s bestaan die mooi en trouw en lief zijn. Dat kan niet anders.

Ik ken ze alleen niet.

Tante Mathilde kwam in mijn leven toen ik een peuter was. Hoewel ze allang is overleden staat ze zelfs nu nog, voor mij althans, model voor alle vrouwen die een homoseksualiseringsproces, indien latent aanwezig, aanzienlijk kunnen versnellen. O, die half geopende mond waarvan de vochtige lippen slechts door slijmslierten met elkaar verbonden waren. O, die lillende, met lichtblauwe aderen doorspekte bleke vleesmassa. O, die hebberige, uitpuilende schelvisogen als zij haar dikke armen om mij heen sloeg. O, dat onpeilbaar diepe decolleté waarin ik welhaast werd verzwolgen.

Ik wilde altijd meteen naar mijn zolderkamertje rennen als oom Rudolf en tante Mathilde op verjaardagsvisite kwamen. Maar dat mocht niet van mijn moeder. Uitzonderingen maken was uit den boze. Mij wel door tante Sophie laten omhelzen (op haar was ik ernstig verliefd, zeer terecht volgens mijn vader), maar niet door tante Mathilde – hoe haalde ik het in mijn hoofd. Als tante Mathilde mij wilde zoenen, dan mocht tante Mathilde mij zoenen, klaar. En dat terwijl de ongezonde gretigheid waarmee zij de handeling verrichtte niemand kan zijn ontgaan. Oom Rudolf ontging het in elk geval niet. Maar hij loste dat op door binnen een half uur een halve liter Hartevelt naar binnen te klokken.

Ik zeg u: was er toen corona geweest, dan zou dat mijn bestaan aanzienlijk hebben vereenvoudigd.

Nu hoeven we de tantes Mathilde onder ons immers niet meer te zoenen.

Sterker nog, we mogen het niet eens!

Geniet, landgenoten! Vier feest! Het zal soms best moeite kosten, gezien de toekomstverwachtingen, maar máák er nog iets van! We hebben eindelijk een excuus als we door de tante’s Mathilde van nu worden benaderd: slechts de elleboogtik is toegestaan. Oké, persoonlijk had ik betere varianten bedacht. Een serie onderlijfstoten voor degenen die daarvoor door de initiatiefnemer worden uitverkoren, bijvoorbeeld. Met oplopend ritme, het liefst resulterend in een opdracht aan het kroost om een half uurtje buiten te gaan spelen. Maar je kunt niet alles hebben. We moeten gewoon hartstikke blij zijn dat de zoen wegens de hoge gezondheidsrisico’s niet langer als maatschappelijk aanvaardbaar wordt beschouwd.

Toch nog een happy end!

Wie had dat gedacht!

3
Reageren

Ruud

Wij worden fragiele ‘oude’ mannen die niets meer mogen #metoo, vooraf toestemming moeten vragen, geen handen mogen geven. Gelukkig heeft Hartevelt ook literflessen dan zien we het op het einde van de dag toch nog zonnig in. Vroeger was zo slecht nog niet en dat gaan we ons steeds meer… Lees verder »

marc

614 besmettingen in Nederland, oftewel 0.0036% 6 doden (oude zieke mensen) , oftewel 0,000035% Normaal worden dit soort percentages afgerond naar NUL Zet dat af tegen dit: Wereldwijd wordt jaarlijks 5 tot 10 procent van de populatie geïnfecteerd met influenza. Bij kinderen is dat percentage nog hoger, namelijk 20 tot… Lees verder »

rob@hoogland.nl