Press "Enter" to skip to content

Telegraaf column 2 september 2020

Dat kan toch niet, dat kleffe gedoe?

Telegraaf 2 september 2020
Een heel enkele keer doe ik wat een Ruttetje zou kunnen worden genoemd: gelijk de premier toen hij RIVM-bobo Jaap van Dissel destijds bedankte iemand zomaar een hand geven. Verstrooidheid wellicht, alzheimer light misschien, wie zal het zeggen.
Steeds zie
je ze
denken:
dan hebben
wij het
toch beter
voor elkaar

Het gekke is dat-ie meestal nog wordt geaccepteerd ook, die handdruk, zoals laatst door Seger baron van Voorst tot Voorst, directeur van de Hoge Veluwe, toen hij mij na een wolfvriendelijke column op zijn kantoor had uitgenodigd om te vertellen hoe het nu werkelijk met die rotbeesten in Nederland zit.

Dat wil zeggen: híj vindt het rotbeesten.

Toch valt het mij op dat het aanpassingsvermogen van de mens groot is. Het is nog maar een half jaar terug dat wij onze begroetingsrituelen rigoureus dienden te veranderen. Een ander rotbeest, dat van het corona-virus, was hier nog nadrukkelijker dan de wolf ten tonele verschenen. Ook dit beest bleek niet van zins vrijwillig weer te verdwijnen. Van overheidswege werd ons om die reden een hele reeks beperkingen opgelegd, waaronder het zoveel mogelijk vermijden van lichamelijk contact indien de betrokkenen niet tot dezelfde huishouding behoorden. Minstens anderhalve meter afstand dienden we te bewaren.

Geen handen schudden, geen zoenen, hooguit een tikje van elleboog tegen elleboog. Zo moesten wij elkaar vanaf maart begroeten. In het begin werd er her en der lacherig over gedaan, maar inmiddels hoort het bij ons dagelijkse leven zoals een kopje thee bij ons ontbijt (al bestaat er nu, zoals het afgelopen weekeinde in Berlijn en Londen bleek, een steeds meer uitdijende groep mensen die in de beperkingen een duister complot herkennen waarmee ons onze vrijheid wordt ontnomen).

Ik weet zelfs bijna niet beter meer.

Vorige week zat ik naar Bed & Breakfast te koekeloeren, dat programma van Omroep Max waarin drie stellen die een B&B beheren allemaal één nacht bij elkaar logeren. Het is een van de weinige publieke tv-programma’s die ik tegenwoordig nog bekijk, in de eerste plaats omdat het zo’n mooi inkijkje in de menselijke geest biedt. Ik geniet van de commentaren van de stellen wanneer zij zich, eenmaal op hun kamer, verlost weten van de anderen en de B&B waar zij logeren vergelijken met hun eigen nerinkje. Hier missen zij een kastje, daar een handdoekje, het matras is aan de harde kant en goh, wat kraakt de vloer. Dat soort opmerkingen. En steeds zie je ze denken: dan hebben wij het toch beter voor elkaar.

Maar daar gaat het mij nu niet om.

Waar het mij om gaat is dat het programma vorig jaar al was opgenomen en dat de stellen elkaar bij binnenkomst én bij het afscheid allemaal, volgens traditioneel Hollands gebruik, met volle overgave drie dikke zoenen gaven, telkens weer, keer op keer.

En ik?

Ik vond het ineens raar.

“Dat kan toch niet, dat kleffe gedoe?” dacht ik, reeds geheel gehersenspoeld.

Alles went, zelfs hangen, zei mijn moeder altijd.

Als er straks een vaccin is mag het van mij voortaan op z’n Japans.

Telegraaf 2 september 2020
0 Reacties
Inline Feedbacks
Zie alle reacties
rob@hoogland.nl
0
Reageer!x
()
x