Press "Enter" to skip to content

Telegraaf column 4 september 2020

Ferds snik liet mij niet onberoerd

Telegraaf 4 september 2020
Na het Ruttetje van woensdag doe ik nu even, met een kleine aanpassing, een Fratertje Venantius (de lezers jonger dan 104 jaar moeten ‘m maar even googelen): “Ja, je bent dan wel columnist, hè, maar je bent toch niet van beton, hè.”
Ik heb nooit,
bij welke
van mijn
bruiloften
ook, een
schoonmoeder
omhelsd

Het gaat me om Ferd. Om Ferdinand Grapperhaus, wiens snik achter het spreekgestoelte in de Tweede Kamer mij niet onberoerd liet. Dat komt, als ik eerlijk ben, ook door de treffende overeenkomsten met alle bruiloftspartijen waarbij ik zelf als bruidegom fungeerde. Stuk voor stuk waren dat eveneens feesten die de bruid en ik achteraf, net als Ferd, om verschillende redenen liever met z’n tweeën hadden gevierd. Vooral die ene waarbij oom Godfried en Hillegonda, een nichtje van toenmalige schoonmoederskant, een half uur van de aardbodem leken te zijn verdwenen, staat mij nog helder voor de geest. Ik wist niet dat tantes zo luid konden gillen. Uiteindelijk werd er maar één persoon beter van: oom Godfrieds advocaat. Maar goed, dat is een stukje familiegeschiedenis.

Ferd is er weliswaar in geslaagd om er een onvergetelijke bruiloft van te maken, maar hij had toch iets anders voor ogen. Vooral dat maakt mij week, al voel ik toch wel de behoefte om te benadrukken dat er één belangrijk verschil bestaat tussen mijn huwelijksfeesten en dat van Ferd en Liesbeth: ik heb nooit, maar dan ook echt nooit, bij welke bruiloft ook, een schoonmoeder omhelsd. Zelfs ik heb mijn grenzen. Terwijl het feit dat Ferd zijn schoonmoeder omhelsde, hem juist bijna zijn politieke kop kostte.

Hád het hem zijn politieke kop moeten kosten?

Ter illustratie van het antwoord op die vraag neem ik u mee naar café Marcella op het Amstelveld in Amsterdam, alwaar ik de ochtend na het debat een kop koffie bestelde en terstond het bekende Covid 19-formuliertje onder mijn neus kreeg geschoven.

“Je weet toch zo langzamerhand wel wie ik ben?” zei ik tegen de serveerster.

“Sorry, het moet. Ik ben benieuwd of je een andere naam invult dan die man hier op het terras.”

“Hoezo?”

“Hij schreef Grapperhaus op.”

Kijk, dat bedoel ik dus. Mark Rutte kan nog duizend keer om mildheid en genade smeken, en ik meen het ook werkelijk als ik Ferd en zijn vrouw veel voorspoed en geluk toewens. We hebben die anderhalvemetermaatregel allemaal wel eens geschonden, nietwaar. Maar het is en blijft een feit dat de minister van justitie, juist omdat hij de overtreders eerder zo hard aanpakte en voor aso’s uitmaakte, zijn geloofwaardigheid kwijt is. Dit is veel erger dan die deuk waar iedereen het nu over heeft.

Ferdinand Grapperhaus had de eer aan zichzelf moeten houden. Dan was de taak der handhavers er veel gemakkelijker op geworden. Nu is de anderhalvemetersamenleving vrijwel dood. Veel minder mensen zullen zich nog iets van de beperkingen aantrekken, veel méér mensen zullen er bij het invullen van hun personalia een grap van maken, zoals de man op het terras van café Marcella. Ook uit boosheid over het feit dat de strafmaatregelen, die velen zware boetes opleverden en in een aanzienlijk aantal gevallen een strafblad, pas werden versoepeld nadat Grapperhaus ze aan zijn laars had gelapt. Dat is volgens mij een staatsrechtelijk unicum en bepaald niet voor herhaling vatbaar.

Ik begon met een Fratertje Venantius, ik eindig er ook mee.

Mij richtend tot het bruidspaar, zing ik: “Zeg maar ja tegen ‘t leven.”

En zeg nee tegen de rest.

Telegraaf 4 september 2020
2 Reacties
Inline Feedbacks
Zie alle reacties
Sity
23 dagen geleden

Raar, dat iedereen over Grapperhaus valt. En dat we een koning hebben, die de regels aan zijn laars lapt en voor de zoveelste keer moet zeggen dat hij dom was heel gewoon vinden blijkbaar. Of durven we daar niet over te praten?

marc
22 dagen geleden
Reply to  Sity

Volgens mij is dat zo omdat Grapperjas iedereen ASO’s noemde die zich niet aan de regels wensten te houden. Wie de bal kaatst…..???

rob@hoogland.nl
2
0
Reageer!x
()
x