Press "Enter" to skip to content

Telegraaf column 5 maart 2020

Weg met de verzachtende omstandigheden

Over vreemde gedachtenkronkels gesproken: lezend over Gökmen T. dacht ik aan professor Smalhout.

Die moet ik uitleggen, neem ik aan. Dr. Bob, zoals ik mijn nog steeds zeer gemiste collega met verwijzing naar de Muppet Show weleens noemde, vroeg mij ooit namens een juridisch blad of ik daar een stuk voor wilde schrijven. Hij had dat zelf een jaar eerder gedaan, was er toen al, in tegenstelling tot zijn gesprekspartner, van overtuigd dat het tot de taken van een columnist behoorde om te trachten de wereld te verbeteren en zei: “Het is belangrijk, jongen. Je kunt er veel eer mee inleggen.”

“Maar ik ben helemaal niet juridisch onderlegd”, antwoordde ik.

“Dat maakt niet uit”, zei professor Smalhout. “Geef je gezonde verstand de ruimte.”

Een verzoek van dr. Bob weigerde je niet, punt. En dus schreef ik een column voor dat blad, waarin ik enige vraagtekens plaatste bij een juridisch gegeven waarvan ik toen reeds vond dat men er in de rechtspraak in de loop der jaren te veel waarde aan was gaan hechten: de verzachtende omstandigheid.

Mijn vrienden – ahum – in de strafadvocatuur lazen mijn stuk zonder enige twijfel met plaatsvervangende schaamte. Ik kwam aan hun speeltje, maar dat kon mij niet schelen. Ik vond toen en vind nu nog steeds dat de verzachtende omstandigheid bij het bepalen van een straf een veel te grote rol heeft gekregen. Inmiddels is het zelfs een lapmiddel voor een verouderd strafprocesrecht geworden, zoals de Belg Wim Mommaers het acht jaar terug in een proefschrift formuleerde.

Stel, Sjakie schiet zomaar de buurman dood. Haalt Sjakie dan zelf de trekker over, of zijn vader die hem vroeger zo vaak sloeg? Er zijn heel veel mannen die óók vaak door hun vader werden geslagen en helemaal niemand doodschieten. Sjakie is in de eerste plaats een slechterik, net als de moordenaar van Anne Faber bijvoorbeeld, en net als de man die ik in dit stukje als eerste noemde: het onmens Gökmen T.

Ik sluit niet eens uit dat er ook voor deze tramschutter – brrr, over eufemismen gesproken – verzachtende omstandigheden worden bedacht, misschien zelfs wel door zijn advocaat, die hem ondanks het feit dat hij geen juridische bijstand wenste door de rechtbank werd toegewezen: eveneens een staaltje van veel te ver doorgevoerd daderknuffelen als je het mij vraagt. Het leverde de jurist al een stevige fluim in zijn gezicht van zijn cliënt op toen hij, naar te vrezen valt inderdaad in een eerste poging om een verzachtende omstandigheid aan te voeren, openlijk aan diens beperkte verstandelijke vermogens refereerde.

Met wat Gökmen T. in de rechtszaal flikte (de rechtbankschets hierboven is van de briljante Telegraaf-tekenaar Petra Urban), met wat hij met zijn schokkende wangedrag zijn advocaat en vooral de nabestaanden van zijn slachtoffers aandeed, met hoe hij de rechters en de vertegenwoordigers van het OM bejegende, verspeelde hij wat mij betreft al zijn rechten, op wat dan ook.

Als dat juridische blad nog bestaat, zou ik er best een pleidooi voor het uitbreiden van verzwarende omstandigheden voor willen schrijven.

1
Reageren

marc

Helemaal mee eens, verzwarende omstandigheden in dit geval. Ik begrijp al zo goed als niks van de rechtsspraak/advocatuur, maar in zulke gevallen al helemaal niet. Hoezo recht op verdediging??? Vertel hem maar wat hem te wachten staat, maar zo’n griezel ga je toch niet meer verdedigen?

rob@hoogland.nl