Press "Enter" to skip to content

Telegraaf columns april 2018

telegraaf columns april 2018

Wadlopen met Shane? Bollenpellen?

De TelegraafRob HooglandHier mijn Telegraaf-columns van april 2018. Ik ga onder andere in op het feit dat steeds meer studenten een burn-out ontwikkelen. Gratis advies: zuip eens wat minder. Verder vraag ik mij gezien de exploitatie van het kind van Patrick Kluivert af waarom het boek Wadlopen met Shane nog niet is uitgegeven, belicht ik mijn afscheid van Facebook en sta ik stil bij het feit dat rapper Kendrick Lamar als eerste hiphopper de Pulitzer Prijs voor Muziek heeft gewonnen. En dat is slechts een greep.

Klik op een datum in de tabel hieronder als u de column van die dag direct wilt lezen. Scroll anders naar beneden.

• dinsdag 3 april
• donderdag 5 april
• zaterdag 7 april
• dinsdag 10 april
• donderdag 12 april
• zaterdag 14 april
• dinsdag 17 april
• donderdag 19 april
• zaterdag 21 april
• dinsdag 24 april
• donderdag 26 april
• zaterdag 28 april

dinsdag 3 april 2018

Doe het, 010. De ultieme vernedering

Plannetje dat nadere bestudering verdient: een lobby via Joost Eerdmans, of Jules Deelder voor mijn part, alhoewel Jules een hardcore Spartaan is, om ergens in de Rotterdamse wijk Feyenoord zo snel mogelijk een plantsoen of iets dergelijks naar Johan Cruijff te vernoemen.

Al is het maar een steegje.

Het moet kunnen, Rotterdamse vrienden. Bij Feyenoord heeft die gozert van Cruijff immers óók gespeeld, in het seizoen ‘83-’84 om precies te zijn, toen hij als 36-jarige boos op Ajax was, met als gevolg dat de Rotterdammers landskampioen werden. Zijn salaris: vijf gulden voor iedere toeschouwer boven de 20.000. Feyenoord trok dat seizoen gemiddeld 25.000 toeschouwers.

Akkoord, er waren Feyenoord-fans – wanneer ik ze wil typeren denk ik aan de legendarische Kuip-suppoost Crooswijk, zoals door Ton van Duinhoven neergezet – die de andere kant op keken zodra Johan aan de bal kwam. Als ze tenminste al niet, nadat de vedette van de aartsvijand was gecontracteerd, hun seizoenkaart in stukjes gescheurd terug hadden gestuurd.

Maar dat maakt niet: Johan Cruijff spéélde er, een heel seizoen lang.

Doe het, 010!

Het zou de ultieme vernedering van 020 zijn!

U heeft het het laatste nieuws vernomen, mag ik hopen?

Niet alleen dat stadion langs de A2 is nog altijd niet van de officiële naam Johan Cruijff ArenA voorzien. Iets met centen uiteraard, misschien zijn die Mokumse Scrooges daarom voor deze uitleg vatbaar: als je de waarde van Cruijffie in geld wilt uitdrukken dan kan iedere marketingdeskundige voor je uitrekenen dat hij de gemeenschap in de loop der jaren miljarden heeft opgebracht. En dat een beetje eerbetoon om die reden dus eveneens op zijn plaats is.

Zo dan?

Daar blijft het helaas niet bij. Ook een gemeentelijke poging om het Stadionplein bij het Olympisch Stadion in het Johan Cruijff-plein om te dopen stuit nu op bezwaren van een groep bewoners. Ja, echt: ze voelen zich niet gekend. Zo gaat dat in Amsterdam. Niemand voelt zich er gekend. Het aantal dwarspissers is er angstaanjagend groot, hetgeen zich tegenwoordig tevens in gênante uitspraken over het toenemende toerisme uit (samen te vatten onder ‘eigen volk eerst’, maar als je dat zegt worden ze kwaad). Vorige week had het trouwens nóg een opvallend resultaat: de sluiting van de beroemde klassieke scheepswerf van Koning William, nabij Artis. Ook daar omwonenden – zij vestigden zich er nota bene veel later dan de werf zelf – die dat met hun voortdurende gedram wisten te bewerkstelligen.

GroenLinks is er niet voor niks de grootste partij.

Het Amsterdam van straks: autovrij, cruiseschipvrij, toerismevrij, deurwaardervrij (geen grapje, dat laatste, het staat in meest lachwekkende en naïeve verkiezingingsprogramma dat ik ooit mocht lezen, dat van GroenLinks 020, dat niet zou misstaan in een poëziealbum).

We kunnen er ook Cruijffvrij aan toevoegen.

Ik reken op je, Eerdmans!


donderdag 5 april 2018

Het is kinderexploitatie?  Uw woorden

Is Wadlopen met Shane eigenlijk al uitgegeven? Bollenpellen met Shane? Glasblazen met Shane?

Ik weet het niet.

Ik weet helemaal niks meer.

Het drong van de week ook al genadeloos tot mij door op de sportschool, waar ik mij in een doldrieste poging Magere Hein om de tuin te leiden vervoegd had. Links van mij drukte een kloon van Doutzen Kroes in een maillot glimlachend 85 kilo weg op de leg press, rechts van mij trapte de nieuwe Niki Terpstra achteloos 500 watt aan gort op de bike (ik wist zelfs niet eens dat een fiets daar een bike heet). En wat deed ik zelf? In mijn 45 jaar oude Adidas-trainingsbroek met hangkont tot de ontdekking komen dat de loopband in mijn geval beter tot strompelband had kunnen worden omgedoopt. De blik van mijn begeleidster, nota bene voor 10 euro extra ingehuurd, was dodelijk. En toen wist ik het: mijn tijd is voorbij.

Wie Shane is?

Dat wist ik óók niet eens.

Shane is Shane Kluivert, leerde ik later, het zoontje van Patje, Paddy, Kluif, of weet ik veel hoe ze Patrick Kluivert wel niet noemen.

Het joch is tien, Shane bedoel ik. Hij is een broertje van Ajacied en kersverse Oranjeklant Justin, staat al onder contract bij Nike en verhuisde onlangs van Paris St. Germain naar FC Barcelona. Mijn reeds jaren geleden geponeerde stelling dat ooit de dag zal aanbreken dat sportmanagementsbureaus zich over de rechten van een foetus zullen ontfermen indien onomstotelijk vaststaat dat bij de verwekking ervan het zaad van een voetbalvedette is betrokken, werd daarmee andermaal bevestigd. Daar komt in het geval van Shane bij dat hij zich van 69.000 volgers op zijn YouTube-kanaal weet verzekerd en inmiddels een boek onder de titel Koken met Shane heeft uitgebracht, dat deze week binnen kwam op de derde plaats van Bestseller Top 60.

De derde plaats!

Eén week in mijn leven, circa een jaar terug, werd het mij eveneens gegund deel uit te maken van het selecte Bestseller Top 60-gezelschap. Champagne, champagne: het Grote Foute Jongensboek verscheen op de 48ste plaats. Zeven dagen later was het er alweer uit verdwenen, maar dat maakte niet uit. We waren even beroemd geweest, mijn co-auteur Tuur en ik, we hadden eraan geroken en dat was genoeg.

En nu worden we dus snoeihard afgetroefd door een tienjarig gozertje, niet eens met het Kleine Lieve Jongensboek, wat je in dit geval zou hopen, maar met een kookboek. Toen ik tien was at ik alleen maar. Wanneer mijn moeder mij vroeg wat ik die avond voorgeschoteld wilde krijgen, antwoordde ik “Als het maar veel is.” Maar die dekselse Shane kóókt ook. “Het kookboek bevat recepten waar zowel ouders als kinderen van zullen smullen”, aldus de uitgever.

Wat zegt u?

Het is kinderexploitatie?

Dat zijn uw woorden, mevrouw.

Voor mij is het veel belangrijker dat 4 april 2018 de dag was dat ik definitief ontdekte dat ik het allemaal niet meer kan volgen.

Bel maar aan, Hein, ik doe terstond open, wees genadig.


zaterdag 7 april 2018

Schending privacy best wel een dingetje

Van het wel en wee van Barbie – niet de pop, maar het blonde Haagse kijkcijferjachtslachtoffer van RTL – liet ik mij tot voor kort nauwelijks op hoogte stellen. Ik zag de beelden, de foto’s en de koppen, voelde mij soms in de verleiding gebracht om mij nader te laten informeren, maar haakte meestal vroegtijdig af.

Ik heb al moeite genoeg met mijn eigen wereld, waarin overigens eveneens een aantal poppen een rol speelt.

Of zou ik in dit geval – ik bedoel de boven ons gestelden die ik tot die wereld reken – wellicht beter van marionetten kunnen spreken?

Hoe dan ook heeft zich ineens een gevoel van mededogen met Barbie van mij meester gemaakt. Ik weet inmiddels wat Samantha de Jong, zoals zij volgens de burgerlijke stand heet, recent is overkomen. Zij moest ervoor in het Haga Ziekenhuis worden opgenomen. En wat blijkt nu? Dat alle 2.800 verpleegkundigen en artsen van dat hospitaal zich desgewenst toegang hadden kunnen verschaffen tot haar epd (elektronisch patiëntendossier), en dat enkele tientallen medewerkers dat ook daadwerkelijk deden.

Omdat het Barbie was, in veel gevallen.

Ja, er bestaan een gedrags- en beroepscode.

Ja, een medewerker van het Westfries Gasthuis in Hoorn kreeg vorig jaar haar congé nadat zij voor tweede keer op het grasduinen in epd’s was betrapt.

Maar de deur staat gewoon open.

Overal, zonder slot, naar alle dossiers.

Privacy, of de schending ervan, is best wel een dingetje vandaag de dag. Het houdt mij ook nogal bezig en ik heb mij daarom flink verdiept in wat ik gemakshalve maar de Facebook-affaire noem, al moet je er naar mijn stellige overtuiging ook Google, de andere internetgigant, bij betrekken. Toch ligt wegens die immense privacyschending voornamelijk Facebook onder vuur. Met alles wat op het toetsenbord wordt gecomponeerd, inclusief woorden, zinnen en stukken die later weer worden geschrapt, kunnen ze zich een angstaanjagend nauwkeurig beeld van iemand vormen. Zelfs computerbezigheden buiten het programma worden door de Zuckerberg-clan geregistreerd.

Ontelbaren hebben Facebook vaarwel gezegd en het moment dat ik mij zelf ook niet langer met dit soort ondernemingen verbonden wens te voelen is nakende. Die wetenschap geeft ongetwijfeld voeding aan mijn mededogen met Barbie, de vrouw die de schending van haar privacy nog veel directer heeft moeten ervaren.

Ik herinner mij de felle kritiek toen Edith Schippers, de toenmalige marionet van Volksgezondheid, de nieuwe EPD-wet introduceerde.

“De gevolgen zijn niet te overzien!” riepen ze bij de stichting Privacy First.

Ik vertrouwde Schippers wel, maar besef nu, mede dankzij de Autoriteit Persoonsgegevens, dat ik te naïef was.

Zeker, er is vanaf 25 mei een strengere privacywet van kracht.

Toch geef ik u hierbij het IBAN-rekeningnummer van Privacy First, dat het van donaties moet hebben: NL95ABNA0495527521.

Het is voor de goede saeck.


dinsdag 10 april 2018

Hebben we nog geen watjes genoeg?

Komt het misschien doordat mijn Amsterdamse pied-à-terre slechts enkele panden verwijderd is van een studentenhuis, waar de bewoners – kom, hoe zeg ik dat nou vriendelijk, het zijn mijn buren – tamelijk lawaaiig zijn?

Ik lees deze eerste alinea terug en denk: welk een voorzichtigheid, jij laffe buurtbewoner! Waarom in dit geval zoveel vriendelijkheid in acht nemen? Die gasten maken namelijk, zowel binnenshuis als op straat, een oorverdovende kolereherrie, met name tijdens de ontgroeningstijd maar ook daarbuiten. Ze hebben lak aan de omwonenden en het delirium is daarbij nooit ver weg.

Zo, dat is eruit.

Het is vooral dáárom, lieve lezers en lezeressen, dat ik slechts schamperend kon reageren toen het mij gegund werd te vernemen dat de bestuurders van onze hogescholen en universiteiten zich gedwongen hebben gevoeld een heus actieplan op te stellen, met als doel het welzijn onzer studenten te bevorderen.

De stress waaraan die arme ploeteraars ten prooi vallen is mensonterend, maak ik uit de berichten op. Overlopend van bezorgdheid hebben de universitaire hotemetoten vastgesteld dat eenderde van hen een verhoogde kans op een burn-out heeft. Dat kan zo niet langer en daarom moet er, onder andere, ‘een betere toegang’ tot psychologen worden bewerkstelligd.

Woehahaha!

Een betere toegang tot psychologen!

Een betere toegang tot de Jellinek zal je bedoelen!

Zelf heb ik slechts de lom-school gevolgd, plus een onafgemaakte avondcursus blind typen. Aangezien ik wél een ervaringsdeskundige op het gebied van drankmisbruik ben, beschouw ik mezelf echter toch bevoegd genoeg om te verklaren dat men slechts meewarig het hoofd dient te schudden over dit lachwekkende actieplan.

Ja, ik zal best generaliseren.

Nee, ik ga het niet nuanceren.

Studeren kan best moeilijk zijn en daarom buig ik diep voor de bollebozen in ons hoger onderwijs die zich de leerstof vaak tot diep in de nacht eigen trachten te maken. Maar zouden aan al die burn-outs – “Gewoon een paar dagen op tijd naar bed”, zei mijn moeder altijd wanneer iemand de blunder maakte haar mede te delen dat hij overspannen dreigde te worden – niet vooral een overvloed aan nevenactiviteiten ten grondslag liggen?

Zeg ik het toch weer te voorzichtig.

Never mind, de lezer weet vast wel wat ik bedoel, ik verhul nog even lekker door: in de loop der jaren zijn de prioriteiten in het studentenleven anders komen te liggen. Ook onder invloed van veel ouders overigens, zelf kinderen van de jaren zestig en zeventig, met alle gevolgen van dien, waaronder de regelmatig geuite redenering dat hun kroost die periode tevens behoort te gebruiken om het leven te verkennen.

“Laat ‘m er nu nog maar even van genieten.”

Dat soort kreten.

Een burn-out op je twintigste…

Hebben we hier soms nog geen watjes genoeg?

Excuses dat ik ook deze vraag weer zo vriendelijk stel.


donderdag 12 april 2018

Zou de maître happen? Ja dus

Wat ik zelf heel erg zou missen in een sociaalmediumloos bestaan: dat ik de boel dan niet meer even flink kan opnaaien.

Ja, klopt, ik speel óók met de gedachte om ermee te kappen. Ze moeten me wel voor vol blijven aanzien. Bovendien liet ik zojuist, al schrijvend aan mijn memoires, een wind. Persoonlijk vond ik ’m, zoals altijd, wel lekker ruiken, maar zelfs de sansevieria op de vensterbank, die ik nog van mijn oudtante Fennigje had gekregen toen ik in augustus 1923 op kamers ging, legde ditmaal het loodje. Werkelijk alle vegetatie in mijn werkkamer werd bij deze gifaanval gedood. En wat denk je dat er vervolgens gebeurt? Floept er een pop up tevoorschijn, waarin de geneeskracht van uien wordt toegejuicht!

Nu vraag ik je!

En ik maar steeds het oog van de camera op mijn laptop afplakken.

Waar zit in vredesnaam z’n neus?

Ik belde meteen mijn broer om te vragen of hij die oude Adler-typemachine van ons pa nog had staan. Hij had ‘m natuurlijk alweer verpatst. Dit stukje diende daarom toch weer online te worden gecomponeerd, al installeerde ik uiteraard wel eerst nog de Tor-browser, een VPN-verbinding van Nord, een zevenstaps-authenticatie voor al mijn programma’s en Duckduckgo in plaats van de Google-zoekmachine. Mijn privacy mag dan wel definitief naar de filistijnen zijn, ik laat me ook weer niet vrijwillig naar de galg leiden.

Hoe moet dat nu, straks?

Gewoon naar buiten, zeg je?

Oei!

Mensen op straat in levenden lijve ontmoeten, sterker nog, ze áánraken: daarvoor zal ik toch heel wat schroom moeten overwinnen. Nu kun je, op Messenger, nog risicoloos naar ze zwaaien. Ja, echt, dat noemen ze daar zwaaien. Op Facebook kun je ze zelfs porren, zonder dat je terstond een MeToo-aanklacht aan je broek krijgt. En wat ik al in de beginzin zei: op Twitter kun je af en toe een verbaal bommetje laten ontploffen, zonder dat er meteen een nieuwe Mohammed B. voor je snufferd staat.

Neem dat gedoe met die uitgeprocedeerde krakers in Pyongyang aan de Amstel.

Ik vernam dat het OM ze liefst acht weken de tijd gunt om te vertrekken en een hele week om tegen deze beslissing in beroep te gaan. Ik was verbijsterd en dacht: laat ik maar eens een grote steen in de Twitter-vijver gooien, want dit vindt iedereen de idiotie ten top, behalve waarschijnlijk die ene advocaat.

“Ook uitgeprocedeerden mogen hier dus procederen”, tweette ik met een link naar het bericht. Gevolgd door: “Schiet mij maar lek.”

Zou de maître happen?

Ja dus: naast de honderden steunbetuigingen waarvan de woede en de frustratie over het beleid van afdroop, stond één tweet van die ene advocaat. Zijn naam: Juriaan de Vries. Voor de zoveelste keer probeerde hij mij inderdaad lek te schieten, ditmaal door erop te wijzen dat alle mensen gelijk zijn.

Dat hij bij Bénédicte Ficq werkt zal geen verbazing wekken.

Kijk, dat zou ík nou missen, in een sociaalmediumloos bestaan.

Ik ben er nog lang niet uit.


zaterdag 14 april 2018

Dit is het dan, qua Facebook

Dit is het dan, ook mijn Facebook-account en -pagina zullen worden ontmanteld. Net als trouwens mijn WhatsApp- en Instagram-accounts. Eén pot nat namelijk.

Nee, ik draaf daarmee niet amechtig achter Arjan Lubach aan, met z’n Bye bye Facebook-actie. Ik vind hem geestig, snel en scherp, maar geef in dit geval gehoor aan een karaktertrekje: als volgzaamheid van mij wordt verlangd ga ik dwarsliggen. Met andere woorden: zodra de massa op iets dreigt los te gaan, maak ik mij los van de massa.

Georganiseerde woede en verontwaardiging?

Mij te griezelig.

Klopt, de privacy-schendingen van de Zuckerberg-clan waarover Lubach zich zo druk maakte, hadden ook mijn emmer al gestaag gevuld. Maar de druppel die ‘m deed overlopen was wat gisteren bekend werd: dat twee Nederlandse publicisten, Bert Brussen en Arthur van Amerongen, een Facebook-ban van vier weken aan hun broek hebben gekregen omdat zij, in een ver verleden nota bene, iets onaardigs over Reçep Tayyip Erdogan hebben geschreven.

Zover is het dus al gekomen.

En er zijn nog veel meer voorbeelden.

Is er iets aardigs over Reçep Tayyip Erdogan te schrijven? Bij mijn weten niet. De man is een dictator met fascistische trekjes. Neem zijn levensloop door en je beseft dat hij altijd maar één doel voor ogen heeft gehad, ook toen de seculieren hem tot celstraffen hadden veroordeeld: een machtig, soennitisch geregeerd Turkije onder zijn heerschappij, zonder scheiding der machten. Hij onderdrukt bevolkingsgroepen en roeit ze soms zelfs uit. Journalisten met een hem onwelgevallige mening smijt hij in de gevangenis en sinds de mislukte coup voorziet hij iedereen die hem tegen durft te spreken van een Gülen-stempel, met soms verschrikkelijke gevolgen van dien.

Enzovoorts.

Reçep Tayyip Erdogan is een agressieve, haatzaaiende engbek, die er alles aan doet om grip te houden op de Turken – en hun nazaten – die zich elders op de wereld hebben gevestigd. In Nederland heten die mensen Nederturken. Velen zijn verwesterd en hebben maling aan Erdogan. Anderen niet. Zij verdedigen hem te vuur en te zwaard en zijn er zelfs in geslaagd door te dringen tot de krachten die bepalen wat er op de grote sociale media wel en niet mag worden gezegd.

Hoe zij dat doen is mij onduidelijk. Facebook weigert er zelf mededelingen over te doen. Hebben deze Nederturken een plekje in het team van moderators weten te bemachtigen, of is er in gezamenlijk overleg een club gevormd die om elk wissewasje zijn beklag bij die moderators doet? In elk geval hebben de islamisten, zelfs de meest extreme, nu bijkans vrij spel op Facebook, terwijl hun criticasters, ook in toenemende mate op Twitter trouwens, steeds meer de mond wordt gesnoerd.

Bah.

Ik herinner mij nog de studentikoze baasjes van de sociale media van de beginjaren: jong, enthousiast volk, nerds die over de grond rolden van het lachen om wat hen in financieel opzicht plotseling allemaal overkwam.

Bij hen wilde ik wel horen.

Bij wat er van hen geworden is niet.


dinsdag 17 april 2018

‘Nine eleven’ heeft er ingehakt

Binnenkort reis ik af naar New York. Iets met een vrouw en haar verjaardag, u kent dat wel, zo’n partijtje dat vroeger thuis werd gevierd: het zwakke geslacht in de achterkamer rondom de eettafel met het veel te kleine Perzische tafelkleed, de mannen in de voorkamer met opgestroopte hemdsmouwen rondom twee op elkaar gestapelde kratten bier.

Plus een fles Hartevelt uiteraard.

“Hier jongen, een gulden. Schenk je me steeds effies bij als tante Leentje niet oplet?”

Ach, ome Herman.

Hij is jong gestorven, niet verwonderlijk gezien de recente wetenschappelijke ontdekking dat elke alcoholische versnapering een mensenleven gemiddeld met een half uur inkort.

En iedereen maar paffen toen.

Lang leve de vooruitgang: inmiddels volstaat voor zo’n festiviteit, zeker bij een kroonjaar, zelfs het afhuren van een strandpaviljoen of een rondvaartboot niet meer en vliegen wij dus in acht uur naar the city that never sleeps, waarvoor je nog niet eens zo lang geleden slechts je koffer moest inpakken (al deed ik dat de laatste keer niet erg nauwkeurig. Eenmaal door de paspoortcontrole op Schiphol ontdekte ik waarom iedereen mij steeds gniffelend nawees: ik had mijn pantoffels nog aan).

Anno 2018, echter, moet je ruim van tevoren online een Electronic System for Travel Authorization-formulier invullen, een heel gedoe waarbij je zelfs je paspoort moet inscannen.

Ze willen er boeven mee tegenhouden, maar ik werd er ietwat uiïg van.

“Is deze reiziger ooit gearresteerd of veroordeeld voor een misdrijf dat heeft geleid tot ernstige materiële schade of ernstig letsel aan een andere persoon of schade aan een overheidsinstelling?”

Dat soort vragen.

“Heeft deze reiziger ooit een wet overtreden omtrent bezit, gebruik of distributie van illegale verdovende middelen?”

“Nou en of!” wilde ik even antwoorden. “Onder invloed van zowel cocaïne als nederwiet, lsd en ecstasy, heb ik ooit onze premier vermoord en het Binnenhof in brand gestoken. Ik wil daarnaast grote hoeveelheden van deze drugs New York binnensmokkelen om op Times Square de dealer te kunnen uithangen. Verder zou ik graag met de Amtrack naar Washington doorreizen om mijn geweldige Haagse stunt nog eens dunnetjes bij het Witte Huis over te doen.”

Zou er ooit iemand zijn geweest, bedoel ik, die dergelijke ESTA-vragen met een volmondig ‘ja’ beantwoordde?

Nog zo eentje: “Is deze reiziger van plan om deel te nemen of heeft deze reiziger ooit deelgenomen aan terroristische handelingen, spionage, sabotage of genocide?”

“Ja, 9/11! Wat een feest was dat! Trump Tower, here I come!”

Ach, ergens begrijp ik het ook wel. Nine eleven heeft er bij de Amerikanen behoorlijk ingehakt, net als wat Allah’s slagers daarna allemaal nog voor de VS in petto hadden.

Dan wil je gewoon weten wat je in huis krijgt.

Gehoorzaam klikte ik daarom maar, naar waarheid, bij alle vragen op ‘nee’.

Ik had trouwens best ome Herman willen meenemen.


donderdag 19 april 2018

Zo racistisch: ‘There won’t be snow in Africa’

Over racistisch en seksistisch uitschot gesproken: wat dacht je van Mozart. Een wonderkind, riepen ze 2 1/2 eeuw lang. Een genie, een vernieuwer. Nou, mooi niet. Onbegrijpelijk dat zijn opera’s anno 2018 nog worden uitgevoerd.

Nee, niet meteen afhaken, jongens en meisjes. Dit stukje gaat niet alleen over die saaie opera. Jullie muziek komt ook aan de beurt. Weet je wat? We doen het meteen. Wat kan ons het schelen. Rapper Kendrick Lamar heeft als eerste hiphopper de Pulitzer Prijs voor Muziek gewonnen. Zo gruwelijk vet. Een wonderkind, onze Kendrick. Een genie, een vernieuwer. In één song is hij weliswaar vrouwonvriendelijker dan Mozart in al zijn opera’s bij elkaar, maar zijn huidskleur is tenminste onschuldig.

Bij Kendrick Lamar zit er diepgang in de teksten, kwijlde een Nederlandse deejay, dus ik deed nieuwgierig een greep in de lyrics van zijn prijswinnende album Damn.

Het refrein van het nummer God:

This what God feel like, huh, he-yeah / Laughin’ to the bank like, ‘A-ha!’, huh, he-yeah / Flex on swole like, ‘A-ha!’, he-yeah / You feel some type of way, then a-ha! / Huh, he-yeah (a-ha-ha, a-ha-ha).


Daar kan die platte Wolfgang Amadeus inderdaad nog een puntje aan zuigen. Gelukkig maar dat er operaregisseurs als Lotte de Beer zijn. Lotte staat bekend om haar (ik citeer de Volkskrant) “frisse, schaamteloos opgeknipte operaversies”, verdiepte zich in het libretto van Die Zauberflöte (de tekst is in feite van Emanuel Schikaneder) en oordeelde: “Afschuwelijk. Zo van: een vrouw kletst veel maar zegt weinig, of: jouw ziel is net zo zwart als je huid.”

Daar moest in gesneden worden, hi-ha-ho!

Door verschillende schrijvers zelfs, onder wie uiteraard Anousha Nzume. Hun versies van Die Zauberflöte zullen komend weekeinde worden vertoond. Zelf zal ik er helaas ontbreken. Ik ben namelijk géén verbijsterend diep in het diversiteits- en gelijkheidsmoeras gezakte jankebalk die zelfs de muziek van Wolfgang Amadeus Mozart aan De Grote Zuivering wil onderwerpen.

Ontsnappen de babyboomers weer, zoals gebruikelijk?

Nee hoor, bij USA Today hebben ze laatst twintig beroemde popnummers op een rijtje gezet, die ook racistisch en seksistisch zijn.

De opvallendste: Do They Know It’s Christmas uit 1984 van Band Aid.

And there won’t be snow in Africa this Christmas time / The greatest gift they’ll get this year is life / Where nothing ever grows, no rain or rivers flow / Do they know it’s Christmas time at all?

Zo racistisch, die tekst.

Zo beledigend.

Let wel: dat lied leverde honderden miljoenen op voor Ethiopië, waar de bevolking destijds aan de hongersnood ten onder dreigde te gaan.

Blijkbaar hadden ze die mensen beter kunnen laten sterven.

Intussen, in de echte wereld, werden in Suriname twee blanke toeristen gemolesteerd ‘omdat ze nakomelingen van slavendrijvers’ waren.

Ik kon het een niet los van het ander zien en dacht: ze zaten zeker naar Eine Kleine Nachtmusik te luisteren.


zaterdag 21 april 2018

Nieuws op een nieuwszender. Schande

Van alle voorbeelden die benadrukken dat wij het zeikerigste, dreinerigste, zanikerigste zeur-, mekker- en foetervolkje van gans de aardkloot zijn, is dit toch wel een van de meest intrigerende: het regende klachten nadat afgelopen zondag bij het radioprogramma Vroege Vogels (NPO1) nu en dan was ingebroken met flitsen over de Grand Prix van China (F1).

Was dat even schrikken.

Stond plotseling niet het baltsgedrag van de kleine karekiet centraal, maar het wangedrag van Max Verstappen.

Schande!

De Telegraaf lichtte mij over het massale geweeklaag in. Het resultaat was dat ik mij weer eens wanhopig begon af te vragen waartoe wij op aarde zijn. O ja, zeker, ik ken mijn religieuze klassieken: om God te kennen en lief te hebben, naar Zijn wil het goede te doen en ooit in de hemel te komen. Ik heb op de zondagschool gezeten, ziet u. Mijn ouders hadden mij daar ingeschreven zodat ze zelf in alle rust konden proberen gelukkig te worden. Al waren ze volgens mij destijds, op die zondagochtenden in hun twijfelaar, toen Vroege Vogels nog niet eens bestond, meer met elkaar bezig dan met het hiernamaals. Met ‘wij’ omschreef ik ditmaal de ontelbare Nederlanders die over alles jeremiëren wat zij op hun levenspad tegenkomen.

Zijn zij dáártoe op aarde?

Ach, laat maar, het antwoord vreet ruimte. Bovendien wil ik nog kwijt dat het bestaan van de natuurliefhebber in het algemeen en de vogelaar in het bijzonder mij lief is. Gedurende een korte periode in mijn leven, toen ik weer eens was verlaten, sloop ik zelf regelmatig met een verrekijker door Neerlands bossen en velden. Ofschoon ik ook toen al liever naar dat zich onbespied wanende vrijende mensenstel in het Schoorlse duin stond te turen – oei, wat een wilde tante was dat – dan naar de klimcapriolen van de boomklever. Verder maak ik nog steeds elk jaar trouw mijn contributie over naar de Vogelbescherming en Landschap Noord-Holland.

Duidelijk?

Mooi.

Welke verschrikkingen hebben in je armetierige GroenLinks-leven plaatsgevonden, waar en wanneer heeft het je allemaal tegengezeten, hoeveel rampspoed heb je wel niet moeten ervaren voordat je bij de NOS gaat klagen over het feit dat op een nieuwszender nieuws wordt gebracht?

Dat is namelijk het geval bij NPO1. Het is een nieuwszender. En hoe je het ook wendt of keert, sinds Max Verstappen tot de grote acrobaten van het circus behoort zijn de F1-races nieuws. Je zou zelfs kunnen stellen dat die flitsen over de Grand Prix van China meer op NPO1 thuishoren dan Vroege Vogels. Maar laat ik daarover niet te pietepeuterig doen.

Alleen al die verklaring van Vroege Vogels-eindredacteur Anneke Naafs.

“We hebben er alles aan gedaan om het contrast zo klein mogelijk te maken. Zo lieten we geen racegeluiden horen en werd alleen voor de finish het gesprek echt onderbroken.”

Nu ben ikzelf ineens óók heel erg met mijn geluk bezig.

In het hiernamaals, bedoel ik.


dinsdag 24 april 2018

De tranen van Bob van Persie

Gaat Robin door of niet?

That’s the question.

Nu zijn er natuurlijk, over tal van onderwerpen, wel meer questions. Het leven, de liefde, het j beweert dat jouw AZ niet zo bang voor de grote drie moet zijn, waarom laat je dan zelf tegen Feyenoord ineens de speelwijze los, met twee vleugelaanvallers, waarmee jullie dit seizoen zo aan de weg hebben getimmerd?”

De belangrijkste question, echter, betreft de voetbaltoekomst van Robin van Persie.

Stopt-ie of stopt-ie niet?

Hij wordt mooi grijs, Robin. Het geeft hem iets voornaams en hij begint er steeds meer mee op zijn vader te lijken, goeie ouwe Bob, die over een prachtige grijze kuif beschikt en de finale in de Algarve volgde. Tegenwoordig zijn Robins ledematen de eerste paar etmalen na zo’n energievretende wedstrijd bovendien stijf en stram. Achttien jaren topvoetbal beginnen hun tol te eisen, zeker bij iemand die waar ook ter wereld vaak slechts met doodschoppen was af te stoppen.

Niemand zou het hem dus kwalijk kunnen nemen als hij er de brui aan geeft.

Maar of-ie dat doet?

In de rust had ik zijn oude heer, die beeldend kunstenaar is, aan de lijn. We zaten elkaar een beetje te jennen, mede als gevolg van het feit dat Bob niet slechts de vader van Robin is, maar ook een Rotterdammer, terwijl ik het levenslicht in Alkmaar zag. Leuk hè, wéér een thuiswedstrijd voor jullie. Dat werk, al meende ik het in dit geval ook wel een beetje: Feyenoord speelde dit bekertoernooi, zelfs de finale dus, alleen maar in de Kuip, ontegenzeggelijk een groot voordeel. Niks, integendeel zelfs, antwoordde ik naar waarheid op zijn vraag wat ik tegen Feyenoord had. Maar hé, mijn wieg stond hemelsbreed 650 meter van het oude stadion van AZ, toen nog Alkmaar ’54. Hij begreep het en zei: “Het spijt mij voor jou, maar Robin gaat de wedstrijd straks beslissen.”

Twintig minuten later reeds zag ik mij gedwongen de volgende tweet te componeren: “Bob van Persie heeft er kijk op.”

Het doelpunt waarmee zijn zoon de finale van het KNVB-bekertoernooi inderdaad besliste illustreerde diens zeldzame klasse. Van alles droop de brille af: de loopactie, de balaanname na het eentweetje met Berghuis, de stift met zijn ‘zwakke’ rechterbeen over de spartelende AZ-doelman Bizot heen, echt alles. Zelfs zijn juichen was mooi. En ik dacht: van jouw soort zijn ze verder niet meer, als jij er nu ook nog mee kapt zijn we als voetballand helemaal naar de filistijnen.

Een paar minuten het zoveelste fenomenale doelpunt uit Robins carrière kreeg ik een sms’je vanuit de Algarve.

“Bob zit te huilen”, stond er.

Huilen doe je bij een afscheid, dacht ik meteen.

En toen snikte ik zomaar mee.


donderdag 26 april 2018

Met op haar hoofddoek ‘Geef vrijheid door’

Vast van plan het ellendige addergebroed dood te zwijgen dat het plan heeft opgevat om de twee minuten stilte, 4 mei ’s avonds om acht uur, met lawaai te versjteren, vestig ik hierbij de aandacht op het ellendige addergebroed dat het plan heeft opgevat om de twee minuten stilte, 4 mei ’s avonds om acht uur, met lawaai te versjteren.

Je bent consequent of je bent het niet.

Het groepje dat de traditionele dodenherdenking wil misbruiken om met zoveel mogelijk herrie actie te voeren ‘tegen de fascisten die het land regeren dat tijdens de volkerenmoord in Indonesië 150.000 moslims uitroeide’, is zo pietepeteuterig klein, dat je er niet eens een fatsoenlijke klaverjasdrive mee kunt organiseren.

De Grauwe Eeuw behoort ertoe, dat handjevol geteisem waarvan de leider vorig jaar in zijn Zwarte Piet-haat een opmerkelijk plan had ontwikkeld: de kinderen langs de Sinterklaasoptocht bedelven onder de botsplinters van de vermoorde goedheiligman. Verder zitten er hooguit nog enkele mensachtigen bij, aan wier functioneren wel eens een verloskundige fout ten grondslag zou kunnen liggen: vermoedelijk werd na de bevalling het kind weggegooid en de nageboorte opgevoed. Zo gek was het dus ook weer niet dat ik in eerste instantie van zins was om er geen woorden aan vuil te maken.

Waarom ik het dan toch doe?

Voordat ik die vraag beantwoord, hecht ik eraan uiting te geven aan een voorgevoel. Ik vermoed dat het volk, althans: het grote deel dat nog weet hoe het zijn fatsoen dient te bewaren wanneer de Nederlandse doden van de Tweede Wereldoorlog worden herdacht, een dergelijke onderbreking van het indrukwekkende tweeminutenritueel zou beschouwen als de druppel die de emmer doet overlopen. De Nederlander heeft inmiddels een centimeters dikke laag eelt op zijn ziel, maar dit gaat-ie niet pikken. De Nationale Dodenherdenking is voor hem heiliger dan het Sinterklaasfeest.

Goed, dat is gezegd, tevens als waarschuwing aan het adres van dat ellendige addergebroed.

Dat ik er toch mijn rubriek mee begin, heeft te maken met mijn constatering dat deze actie symptomatisch is. Met name onder invloed van jodenhatend extreemlinks vervaagt de betekenis van de Tweede Wereldoorlog steeds meer. Nota bene het Nationaal Comité 4 en 5 mei propageert bovendien al jaren een herdenking in een breder perspectief en kwam nu zelfs op het potsierlijke idee om een poster met een moslima te laten maken, met op haar hoofddoek de tekst Geef vrijheid door. Ja, u leest het goed: uitgerekend op dat symbool van ONvrijheid. Op veel Nederlandse scholen kan de holocaust vaak niet eens meer worden behandeld. Het antisemitisme neemt her en der – ook elders in Europa – weer onrustbarende vormen aan en het wordt steeds ‘normaler’ om de oorlog die de Nederlandse maatschappij grotendeels heeft gevormd mede daarmee te bagatelliseren.

Het krankzinnige initiatief voor deze lawaaidemo is daar een voorbeeld van.

Het kan niet, het mag niet.

Duidelijk?!?


zaterdag 28 april 2018

Amsterdam en handhaven: twee werelden

Denkend aan Amsterdam zag ik ineens oom Leo voor mij.

Oom Leo en tante Miep – geen familie, maar we noemden ze wel oom en tante – hadden vier zonen. Ik was goed bevriend met de oudste twee, Paul en Pim. Zij waren deugnieten, die zich bij de streken die zij uithaalden bepaald niet door hun vader gehinderd wisten.

Altijd stelde oom Leo, voordat Paul en Pim de hort op gingen, enorme straffen in het vooruitzicht als zij zich zouden misdragen. Een maand geen zakgeld, een langdurig uitgaansverbod, dat soort maatregelen. Maar wat ze ook flikten, er kwam nooit iets van terecht. Oom Leo streek steeds weer de hand over het hart.

Herkende hij misschien iets van zichzelf in zijn jongens?

Of wist tante Miep hem telkens weer over te halen?

Hoe dan ook vond ik oom Leo maar een slappeling en doet Amsterdam mij vooral om die reden aan hem denken.

Ik tikte gistermiddag op DuckDuckGo – het veilige alternatief voor Google – de zoektermen ‘Amsterdam’, ‘Koningsdag’ en ‘geluidsoverlast’ in en vond meteen wat ik zocht: de aankondiging van de gemeente, op haar eigen website, dat hard zou worden opgetreden tegen degenen die de grachten tijdens Koningsdag met te veel lawaai zouden terroriseren.

Ik citeer: “Op de vooravond en op Koningsdag wordt er op het water gecontroleerd op alcoholgebruik, de hoeveelheid alcohol die aanwezig is op de boot, vaargedrag, te hard geluid. U mag op 26 en 27 april op het water geen geluidsoverlast veroorzaken. Versterkte muziek op een boot mag niet. Muziek kan gedoogd worden als deze muziek niet hoorbaar is op tien meter afstand van de boot. De politie, Waternet en Handhaving beslissen of de muziek gedoogd wordt en kunnen de geluidsapparatuur in beslag nemen.”

Waarom ik die stoere aankondiging opzocht?

Omdat het in de grachten, vooral waar de ontelbare grote commerciële boten, stuk voor stuk volgepakt, noodgedwongen moesten varen omdat de Prinsengracht voor hen was afgesloten, een gigantische kolereherrie was. Zeker rond twee uur was de geluidsoverlast nog heviger dan in de voorafgaande jaren. De luidsprekers waren in sommige gevallen anderhalve meter hoog, de basdreunen deden de ramen van de woningen zelfs trillen. De muziek was niet op tien meter afstand hoorbaar, maar op tweehonderd meter afstand. Blijkbaar spelden steeds meer mensen zichzelf op de mouw dat het opendraaien van de volumeknop gezelligheidsbevorderend werkt. Maar intussen werd mijn oude buurvrouw, die al haar hele leven op die plek woont, er ziek van. Letterlijk. Zij moest valium slikken om de dag door te kunnen komen.

Amsterdam en handhaven?

Twee totaal verschillende werelden.

Dat wordt dagelijks bewezen, onder andere op de fietspaden en in de door illegalen gekraakte panden in stadsdeel Oost.

En gisteren dus ook op het water.

“Ach, het is maar eens per jaar”, liet men mij op Twitter vergoelijkend weten.

“Je lijkt oom Leo wel!” had ik moeten antwoorden.

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

rob@hoogland.nl