Press "Enter" to skip to content

Telegraaf columns april 2019

telegraaf columns april 2019

Dat grote Ajax-logo? Weg ermee!

De TelegraafRob HooglandHier de stukken die ik in april 2019 voor de Telegraaf schreef. Klik op een datum in de tabel als je de column die op deze dag in de krant werd gepubliceerd direct wilt lezen. Scroll anders naar beneden.

• dinsdag 2 april
• donderdag 4 april
• zaterdag 6 april
• dinsdag 9 april
• donderdag 11 april
• zaterdag 13 april
• dinsdag 16 april
• donderdag 18 april
• zaterdag 20 april
• dinsdag 23 april
• donderdag 25 april
• zaterdag 27 april
• dinsdag 30 april
.

dinsdag 2 april 2019

Peter Koekebakker, een voorbeeld

Twee vragen. 1. Hoe moet het nu verder met de honden in La Linéa de la Concepción? 2. Hoe gaat de wereld het zonder Peter Koekebakker redden? Bij vraag 1 hoeven we de hoop niet te laten varen: de stichting waar dat opvangcentrum met zijn circa 500 honden tegenover Gibraltar onder ressorteert wordt gevormd door toegewijde mensen onder leiding van voorzitter Irma Neijman, die van wanten weet. Vraag 2 is moeilijker te beantwoorden.

Van de soort waartoe Peter Koekebakker behoorde kan de wereld er niet genoeg huisvesten. De man die in de nacht van zaterdag op zondag in een Zuid-Spaans ziekenhuis overleed – en maandag al werd gecremeerd – had weliswaar een zwak hart, maar het was een groot hart, op de juiste plaats. Zijn dierenliefde was ongeëvenaard.

Het lot van de Spaanse honden in het opvangcentrum van de Nederlandse Second Chance Foundation betekende alles voor Peter Koekebakker, die slechts 58 jaar werd. Wanneer hij niet als antiekhandelaar op Zuid-Spaanse markten zijn brood verdiende, een taak die vaak door zijn Zwitserse vrouw Madeleine werd overgenomen, was hij in zijn asiel te vinden. Hij gaf er leiding aan enkele vaste medewerkers en een wisselend aantal, meestal Nederlandse vrijwilligers (“De poepscheppers”, grapte hij). Dankzij een adoptieprogramma wist ‘Pedro’ in de veertien jaar dat het opvangcentrum bestaat duizenden honden een nieuw leven te bezorgen. Bavink, mijn eigen hond, is ook zo’n koekebakkertje, zoals deze honden worden genoemd.

Een unieke plek, dat asiel. Een centrum van onvoorwaardelijke liefde, ook voor andere dieren. ‘s Winters wordt het vaak door overstromingen geplaagd, maar de onvermoeibare Koekebakker wist de boel dan altijd weer te redden, dankzij giften van buitenstaanders waarvan de SCF (www.animalinneed.com) sowieso volledig afhankelijk is. Onorthodox meestal, zo zat-ie nu eenmaal in elkaar. Zo moesten de vaak zo onwillige gemeentelijke autoriteiten tandenknarsend toezien hoe hij het dodingsstation tegen hun wil in sloot en zonder nader overleg bij zijn pal ernaast gevestigde opvangcentrum voegde. Uiteindelijk accepteerden ze het. Ik herinner mij ook dat zijn moeder mij vertelde hoe hij destijds naar Spanje emigreerde: in een volgeladen oude auto, met verschillende huisdieren waaronder een papegaai aan boord.

Ruwe bolster, blanke pit, dat was Peter Koekebakker, hard en sentimenteel tegelijk. Hij deinsde er niet terug de plaatselijke verordeningen zo ruim mogelijk te interpreteren wanneer hij ergens een hond in nood ontwaarde. Hij kon zonder aanzien des persoons op zijn Facebook-pagina tekeer gaan als hij dierenonrecht herkende. En hij werkte gretig met deze krant samen toen er op ons initiatief een luchtbrug werd opgezet waarmee uiteindelijk zo’n 250 honden een nieuw bestaan in Nederland werd bezorgd.

Een vriendschap ontstond.

Alles voor de dieren, dat was zijn motief.

Peter Koekebakker was een voorbeeld voor ons allemaal.


donderdag 4 april 2019

Vroeger noemden ze het een werkbezoek

Nee hoor, persoonlijk heb ik geen problemen met het Antilliaanse schoolreisje dat Khadija ter bevordering van de onderlinge verhoudingen met de fractievoorzitters voor ogen heeft. Niet van dat benauwde, mensen. Ze runnen de Staat der Nederlanden, niet de Harmonie van Noordergat (Fr).

Die ene fractieleider, helaas slechts anoniem in de Telegraaf geciteerd, die de angst voor imagoschade van sommige collega’s hoofdschuddend van zich afwierp met een pleidooi voor een reis met grandeur – wie het was weet ik niet, maar het gerucht gaat dat hij over boreale grandeur sprak – heeft in dit geval dan ook mijn onvoorwaardelijke steun.

Vroeger hè, vroeger, toen er in Den Haag nog gewoon beleid werd gemaakt en uitgevoerd en niet eerst alles langs de moralistische meetlat werd gelegd, vroeger deed niemand moeilijk over dat soort politieke snoepreisjes. Niet zodra was ik ingelicht over de wens van mevrouw Arib, of ik zag bijvoorbeeld Barend Biesheuvel weer angstaanjagend zomers gekleed in de lobby van het Avila Beach op Curaçao staan. Hoewel iets minder zomers uitgedost, hing ik daar destijds zelf eveneens rond, om uit te puffen van Pina Colada numero 7 zoals genuttigd aan de bootbar op het privéstrand van dat hotel. Dat was me er eentje, die Barend. Hij was premier van 1971 tot 1973, de oogjes van Haya van Someren-Downer begonnen altijd te twinkelen als zijn naam werd genoemd en het kostte hem ondanks zijn antirevolutionaire inborst geen enkele moeite om zich bij het peloton polderlandse politici te voegen dat de overzeese gebiedsdelen bijkans vaker frequenteerde dan het Binnenhof.

Dat heette dan een werkbezoek.

Nou, zo noemde ik mijn reis ook, zij het pas na Pina Colada numero 8.

Maar goed, die anonieme fractieleider staat alleen, zo heb ik begrepen. De rest is bang voor imagoschade, een van hen omdat hij in ‘een zwembroek met schildpadjes’ zou kunnen worden gefotografeerd. Wie dat zei weet ik niet, maar het gerucht gaat dat het de eikeltjespyjamaman is. Het zou mij derhalve niet verbazen als Klaas Dijkhoff zijn zin krijgt – ach, die Klaas, lekker nuchter doen, maar ondertussen – en het veelgeplaagde Groningen dus de bestemming van die door Khadija zo vurig gewenste gezamenlijke reis ter bevordering van de onderlinge verhoudingen wordt.

Fatsoenlijk, hè?

Ik hoor de opmerkingen al.

“Beef je nou van jezelf, Sybrand, of is het je stoel?”

Leer mij die Nederlandse fractievoorzitters kennen. Daarom weet ik nu al dat er met verwijzing naar het klimaat ook gesteggeld zal worden over de manier waarop ze zich met z’n allen naar het hoge noorden zullen begeven. Het zal uiteindelijk wel de trein worden, tweede klas, buiten de spits, met als groepsaccommodatie een goedkope vakantieboerderij in Wehe den Hoorn met een overdekte schuur voor trampoline en barbecue, waarop Khadija hoogstpersoonlijk Marokkaanse lamsspiesjes braadt.

Eén ding staat in elk geval vast: zelf verblijf ik dan voor een werkbezoek in het Avila Beach.


zaterdag 6 april 2019

Ene iPhone weet wat andere iPhone doet

Nee, ik ging niet meteen in het kapje van de oude schemerlamp naar een verborgen Google-, Apple- of FB-microfoontje speuren. Ik laat graag argeloosheid in mijn leven toe, zo lang mogelijk. Maar ik geef toe dat mijn wenkbrauwen zich direct enigszins fronsten toen mijn vrouw mij meldde dat zij ineens vliegretourtjes Amsterdam-Hamburg op haar iPhone kreeg aangeboden.

“Hoe kan dat nou?” vroeg zij.

Die middag had ik, samen met haar op het terras van een strandpaviljoen, naar vliegretourtjes Amsterdam-Hamburg gezocht, let wel: op mijn iPhone. Er staat voor het najaar een tripje naar die stad op het programma, autorijden is niet echt onze favoriete manier van vervoer, de gemiddelde treinreis tussen beide steden neemt inclusief een overstap een kleine zes uur in beslag. Misschien is het wel een optie om het luchtruim te kiezen, dacht ik daarom. Uurtje vliegen, maar lang genoeg om de volgelingen van de Jessias op te naaien met deze dikke, witte, mannelijke, opgestoken middelvinger naar Zijn klimaat. Dat is altijd meegenomen.

Hoe wist de iPhone van mijn vrouw dat op de iPhone van haar echtgenoot, op een ander ip-adres, de zoekterm ‘vliegretourtjes Amsterdam-Hamburg’ was ingetikt? Want dat stond buiten kijf: voordien had zij nooit vliegretourtjes Amsterdam-Hamburg aangeboden gekregen. Ook in digitaal opzicht ben ik wel eens voorbij de molen geweest. Wat cookies zijn, dat je in allerlei programma’s flink wat vakjes moet aanvinken als je privacy je lief is, dat het installeren van een VPN-verbinding aanbeveling verdient, ik wist het eveneens. Sterker nog, die verbinding wás geïnstalleerd, op al mijn apparaten.

Ik legde de zaak voor aan mijn volgers op Twitter en ontving tal van soortgelijke getuigenissen. Eentje sprong eruit, namelijk die van @pillenman1: “Ik heb Google Home (een stemaangestuurd speakertje waar je van alles aan kunt vragen, RH). Praten we thuis over onderwerp X, krijg ik later via websites reclame over onderwerp X. Big Brother houdt alles in de gaten.” Tevens kreeg ik allerlei verklaringen, die meestal niet deugden, totdat één reaguurder mij in dit speciale geval plots het licht liet zien: zijn tweet herinnerde mij eraan dat ik sinds kort, met name ter voorkoming van dubbele afspraken en omdat ik toch niet zoveel meer voor haar te verbergen heb, mijn Apple Agenda met mijn vrouw deel.

Dat was het!

Puur en alleen doordat wij nu dezelfde digitale agenda gebruiken, waarop de vliegreis Amsterdam-Hamburg v.v., als-ie al plaatsvindt, nota bene nog niet eens is ingevoerd, werd mijn wederhelft geconfronteerd met mededelingen over iets waarover ik op een ander mobieltje informatie had ingewonnen.

Nu doe ik het niet zo graag met paarden. Ik vind koeien leuker, om nog maar te zwijgen over geiten. Maar stel, ik had op dat terras, toen mijn grote liefde even in gedachten verzonken naar de zee zat te staren, geen ‘vliegretourtjes Amsterdam-Hamburg’, maar ‘seks met paarden’ ingetikt.

Waar staat die oude schemerlamp tegenwoordig ook alweer?


dinsdag 9 april 2019

Vrees voor een patat in het aangezicht

Niet dat ik er de hele dag voor naar de Vlaamse kwelbuis zat te koekeloeren. Dat behoorde helaas niet tot de mogelijkheden. Ik diende mij op de dag van de Ronde van Vlaanderen in Noord-Frankrijk te vervoegen en kón dus niet eens tv kijken. Toch bleek ik zelfs onder die omstandigheid niet aan de Vlaamse Hoogmis voorbij te kunnen gaan: op de heenreis schotelde mijn gelukkig bijtijds geupdate gps-systeem mij zowel bij Antwerpen als Gent een andere route voor omdat de koers der koersen – Vlaamse Hoogmis is slechts een van de bijnamen voor deze klassieker, die in Vlaanderen net zo populair is als de Elfstedentocht bij ons – altijd voorrang heeft.

Waaróm ik er desnoods de hele dag voor naar de Vlaamse kwelbuis zou hebben zitten koekeloeren?

Omdat ik zo graag weer een coureur zonder vrees voor een patat in het aangezicht wilde zien.

Nogmaals: coureur zonder vrees voor een patat in het aangezicht.

De term werd een kleine week geleden aan mij geopenbaard en staat sindsdien in de voorste rijen te dringen wanneer ik mijn vocabulaire moet aanspreken.

De wielersport heeft onze woordenschat reeds met vele taalkundige hoogstandjes verrijkt. De Kneet, ach de Kneet, speelde daar een grote rol in. De dood of de gladiolen: van hem. Net als deze, mijn favoriet: Je kunt een koe moeilijk uit het weiland halen als ze er niet in staat.

Tekstschrijver Olivier ten Kate veegde op de website van Copydogs een aantal wielertermen bij elkaar: “Een renner met pap in de benen zal nooit met twee vingers in zijn neus winnen. Die zit met zijn hol open of met zijn tong op het stuur. Een wielrenner die al een paar jasjes heeft uitgedaan, fietst zich vrijwel zeker het snot voor de ogen.”

Etcetera.

Nooit, echter, hoorde ik een mooiere dan ‘een coureur zonder vrees voor een patat in het aangezicht’, zoals vorige week woensdag aan de kijkers geïntroduceerd door Sporza-wielercommentator Michel Wuyts tijdens de koers Dwars door Vlaanderen, die elk jaar het voorspel van de Ronde van Vlaanderen vormt.

‘Patat’ is in dit geval afgeleid van chasse patate, een wieleruitdrukking die er vaak bij wordt gesleept wanneer een renner solo voor het peloton uit blijft rijden terwijl de kans groot is dat hij het, in zijn eentje, niet tegen de op hem jagende meute zal kunnen bolwerken. Wuyts verzon er zijn eigen variant op toen hij, vol bewondering overigens, Mathieu van der Poel beschreef, vlak voordat deze nieuwe Belgisch/Frans/Nederlandse wielerheld Dwars door Vlaanderen won.

Ik zal ‘m eeuwig blijven gebruiken en zou er zondag, vurig hopend dat Michel Wuyts ‘m nog één keer van stal zou halen, inderdaad de hele dag voor naar de Vlaamse kwelbuis hebben zitten koekeloeren.

Bovendien doet-ie wonderen.

“Hou je nog wel van mij?” vroeg mijn vrouw mij gisteren in Noord-Frankrijk.

“Natuurlijk”, antwoordde ik. “Jij bent een vrouw zonder vrees voor een patat in het aangezicht.”

En wat denk je?

Ze bleef bij mij!


donderdag 11 april 2019

Spannender dan de gemiddelde F1-race

Het nieuws ligt op straat, vrienden. Dat zei mijn allereerste hoofdredacteur ook al, toen ik – als ik het mij althans goed herinner – voor de Donald Duck de tekstballonnetjes van Kwik, Kwek en Kwak met voor de hand liggend gekwek mocht vullen. Wat de liefde betreft was er toen trouwens, in dat blad, uitsluitend nog plaats was voor de heterovariant, al heb ik mij wel altijd afgevraagd waarom oom Donald zich zomaar over die drie onschuldige eendjes mocht ontfermen.

Doch dit terzijde.

Effe opnieuw beginnen dus: het nieuws ligt op straat, vrienden, en niet op de digitale snelweg, en dat was dan ook de reden dat ik mijn laptop dichtklapte om mij, met als doel een hardnekkig gerucht bevestigd te krijgen, onder de inwoners van Zandvoort te begeven. Ik geef toe dat ik de voorafgaande zin óók componeerde ter opnaaiing van de reaguurders die mij er voortdurend op wijzen dat je een komma nooit door ‘en’ moet laten volgen, en dat doe ik dus lekker wel. Maar het blijft een feit dat ik Zandvoort een bezoek bracht, en in het befaamde lokale etablissement Het Wapen van Zandvoort mijn flapoor te luisteren legde.

En wat hoorde ik daar desgevraagd?

Dat de terugkeer van de Formule 1 naar het plaatselijke circuit inderdaad allang in kannen en kruiken is.

“De zaak is rond”, vertelde ene Cees mij. “De wethouder heeft het mij hoogstpersoonlijk verteld.”

En het mooie is: verreweg het grootste deel van de bevolking juicht het samen met die wethouder toe dat het kabaalcircus waarvan Max Verstappen voor het thuispubliek de belangrijkste vertegenwoordiger is, vanaf volgend jaar weer op en rond het circuit van Zandvoort neerstrijkt. Zelfs de plaatselijke afdeling van GroenLinks stemde voor het gemeentelijke besluit om 4,1 miljoen euro aan gemeenschapsgeld beschikbaar te stellen.

Enkele dagen verstreken na mijn bezoek aan de badplaats, totdat het doorgaans goed ingevoerde Motorsportweek.com met het volgende nieuwsbericht op de proppen kwam: “Aangemoedigd door het succes van de nationale held Max Verstappen, hebben de Formule 1-chefs de haalbaarheid van een terugkeer naar Nederland onderzocht. Motorsport Week heeft vernomen dat er met Zandvoort een overeenkomst voor vijf jaar is gesloten. De datum van de race is nog niet bekend, maar het zal waarschijnlijk een zondag in de lente worden.”

Heeft Assen dus verloren?

Krijgt Prins Bernhard jr. weer eens zijn zin?

Op straat – nou ja, in het Wapen van Zandvoort dan – weet men het allang, maar om de een of andere reden wordt nog afgezien van een officiële bevestiging, sterker nog: worden hier en daar nog steeds openlijk twijfels gezaaid over de haalbaarheid van het plan.

Jantje Lammers spreekt ze niet eens hevig verontwaardigd tegen.

Het is spannender dan de gemiddelde F1-race.

Al kan dat gauw.

Nu de Zandvoortse vox populi heeft gesproken rest mij eigenlijk nog slechts één commentaar: „Kwek, kwek!”


zaterdag 13 april 2019

In Google Translate plakken, Mr. President

Kom er maar in, Mr. President. Ze hebben een fakefoto tot World Press Photo-winnaar uitgeroepen. Ik zie uw tweets dienaangaande derhalve met belangstelling tegemoet.

De foto droeg bij, zo las ik in deze krant, waarin de jury werd geciteerd, ‘aan de groeiende publieke verontwaardiging over het onmenselijke zero tolerance vluchtelingenbeleid van president Donald Trump’.

Nou moe!

Het betreft een kiek van de Amerikaanse fotograaf John Moore, op 12 juni 2018 geschoten in McAllen, een plaatsje op de grens van Texas en Mexico. De internationale verontwaardiging over het plan van Donald Trump om illegale kinderen van hun ouders te scheiden was op dat moment op het hoogtepunt. Moore, werkzaam voor Getty Images, fotografeerde de Hondurese kleuter Yanela en haar moeder Sandra Sanchez nadat ze illegaal hadden geprobeerd de grens over te steken tijdens hun daaropvolgende arrestatie. Yanela huilde tranen met tuiten, de fotograaf registreerde dat en suggereerde daar dus mee dat het meisje zo overstuur was omdat de grenspolitie op het punt stond om haar bij haar moeder weg te halen.

“Blijf bij mij, mama, laat mij niet in de steek!” leek het arme wicht in paniek te roepen.

Dat was dan ook de reden dat ontelbare media de foto plaatsten.

Met het aandoenlijk huilende koppie van Yanela Sanchez gaf John Moore het ‘onmenselijke zero tolerance‘ scheidingsplan van Donald Trump een gezicht. Kijk eens wat die vieze vuile smerige rotzak, dat gevoelloze varken in het Witte Huis, nu weer flikt, vertelde de foto. Onmenselijker kon het niet, wat een schande.

Maar ja, wat bleek later?

Yanela werd helemáál niet van haar moeder gescheiden. De politie, daar bij de grens tussen Texas en Mexico, was dat domweg niet van plan en liet de twee na het nemen van de foto begripvol bij elkaar, net zoals wanneer ouders en kinderen onder vergelijkbare omstandigheden onder het bewind van Brack Obama werden opgepakt. Het kan daarom zelfs niet uitgesloten worden geacht dat het grietje zo stond te huilen omdat ze – ik noem maar iets – het zojuist in haar broek had gedaan.

Ze zeggen wel eens dat een foto meer zegt dan duizend woorden. In dit geval zegt-ie, voor mij althans, vooral dat ook de juryleden die moesten beslissen welke inzending de World Press Photo wedstrijd zou winnen, zich in de eerste plaats weer eens door de Trump-haat hebben laten leiden die na de afronding van het Mueller-onderzoek óók al van die gênante gevolgen bleek te hebben.

Ik had er ook zo mijn ideeën over hoor, over dat plan van Donald Trump. Iets met gevoelloos, niet-presidentieel en politiek slecht voorbereid. Maar hoe kun je in vredesnaam een foto kiezen waarvan achteraf is gebleken dat-ie een verkeerd beeld schetst?

Zet je daarmee niet in de eerste plaats de bijl aan de wortels van het belangrijkste journalistieke principe dat je onbevooroordeeld de waarheid dient te vertellen?

Plak bovenstaande alinea maar even in Google Translate, Mr. President.

Hij past met gemak in een tweet.


dinsdag 16 april 2019

De Heer prijzen? Prijs vooral Tiger zelf

Wat mij ook wel beviel aan de spectaculaire terugkeer van Tiger Woods op het hoogste podium: dat hij niet meteen de Heer begon te prijzen.

Hij schreeuwde het minutenlang uit van authentieke blijdschap, vierde zijn overwinning op de Masters uitbundiger dan ooit met alles en iedereen en legde vervolgens bewogen uit wat hij er de afgelopen jaren, soms in verpletterende eenzaamheid, allemaal voor had moeten doen en laten.

Zo hoorde het.

O jee, denkt u nu misschien, meneer de columnist maakt weer eens van de gelegenheid gebruik om z’n atheïstische stokpaardje te berijden. Dat is niet mijn intentie. Zolang de medemens er niet overmatig mee wordt gehinderd, mag iedereen van mij lekker z’n gang gaan, op welke manier dan ook. Vrijheid, blijheid, ieder z’n ding. Maar ik weet ook dat het in Amerikaanse topgolfkringen niet ongebruikelijk is om na een succesvolle prestatie in de eerste plaats God te danken. Ik herinner mij hoe Zach Johnson reageerde nadat hij in 2007 had gedaan wat Tiger Woods twaalf jaar later deed. Het was toevallig Pasen destijds. En wat waren dus, desgevraagd, de eerste woorden van Johnson na diens winnende putt? Dat het hem zo dankbaar stemde dat hij mocht zegevieren op de dag dat de wederopstanding van Jezus Christus werd gevierd.

Dat kon geen toeval zijn, met andere woorden.

Oftewel: dit was zijn beloning.

Hou toch op man, dacht ik toen. Bedank in de eerste plaats jezelf. Besef dat je niet voor niets zoveel uren, dagen en maanden in je trainingsarbeid hebt gestopt. Realiseer je dat het zich heeft uitbetaald dat je zoveel tijd op de puttinggreen hebt doorgebracht (golflesje van oom Rob, jongens en meisjes: op de greens worden de toernooien gewonnen en verloren, dat puttje van één meter telt even zwaar als een drive van 320 meter). Er is maar één iemand verantwoordelijk voor wat je hebt geflikt: jij. Wees daar trots op en maak dát kenbaar.

Tiger Woods was er trots op, na de Masters. Hij was uit een ravijn geklauterd. In feite leende zijn levensloop van de laatste tien jaar zich uitstekend voor een christelijke approach. De diep gevallen zondaar, zich schuldig makend aan veelwijverij, aan wie de Heer in al Zijn goedertierenheid vergiffenis had geschonken: zo’n verhaal schrijft zich welhaast vanzelf. Er zullen vast ook wel sportscribenten zijn die deze invalshoek hebben gekozen. Maar in werkelijkheid is zijn verhaal er eentje van doorzetten, doorzetten en nog eens doorzetten, jarenlang, van een nooit opgevende sportman die er op een gegeven moment echt niets meer van kon, die zichzelf het spel zelfs helemaal opnieuw moest aanleren, met een compleet nieuwe swing waarmee zijn vier keer (!) geopereerde rug veel minder werd belast.

Geloof me, zo’n comeback is nooit eerder vertoond, welke sport je daarbij ook maar in gedachten neemt.

De Heer prijzen?

Ach, het zal geen kwaad kunnen.

Maar prijs vooral Tiger.


donderdag 18 april 2019

Hoort Ajax nog wel thuis in Amsterdam?

Zou Femke Roosma zich aangaande Ajax nog langer kunnen bedwingen?

Heeft de fractieleidster van GroenLinks-020 haar ideeën over de toekomst van de club reeds besproken met de burgemeester, die mij vorige week een onbedwingbare aanval van de slappe lach bezorgde toen zij tegen haar collega van New York zei dat haar slechts bescheidenheid past?

Is er, in een klimaatneutraal hoekje van de Stopera, ook al overleg geweest met kameraad Rutger Groot Wassink?

Over de aanloop naar zo’n gesprekje met Rutger geen twijfels. Bidden doen ze niet, de volgelingen van de Religie van Klimaat & Milieu. Maar ze dienen wel steeds, ter voorkoming van excommunicatie, een overtuigende getuigenis tegenover elkaar af te leggen.

“Je ruikt zurig, Rutger.”

“Het nieuwe beleid, Fem. Om water te besparen douche ik nog maar één keer per maand, niet langer dan anderhalve minuut en uitsluitend met opgevangen regenwater dat mijn partner (m/v/x) voorzichtig over mij heen giet.”

“Je ruikt heerlijk, Rutger.”

Hoe, echter, pakt Femke Roosma het Ajax-probleem aan?

Dit riep madam toen zij het initiatief nam om die veel te succesvolle IAmsterdam-letters van het Museumplein te verwijderen: “IAmsterdam staat voor het individualisme, terwijl wij in deze stad solidair en divers willen zijn.”

En nu is er dan ineens dat egoïstische, kapitalistische Ajax, dat dankzij die hoogst verontrustende, vaak zelfs door individualisme tot stand gekomen successen in de Champions League, een competitie waaruit van alles blijkt maar géén solidariteit en diversiteit, eveneens een symbool van het massatoerisme lijkt te gaan worden. Reken maar dat er nóg meer fans zullen toestromen. Volk van buiten, getverderrie! En die willen dan allemaal in van die afschuwelijke vijfsterrenhotels logeren waarvan Amsterdam er veel te veel heeft.

Bah!

Neem dat grote Ajax-logo bij de hoofdingang van de Johan Cruijff Arena. “Dit voorstel gaat om de ziel van Amsterdam”, zei Femke over het verwijderen van de IAmsterdam-letters. Dezelfde woorden kan zij gebruiken om de verwijdering van het logo te bepleiten, zodat de Arena eindelijk een symbool van hoop en liefde wordt, met vrijkaartjes voor ongedocumenteerden en appartementen voor We Are Here in de kantoren van Overmars en Van der Sar.

Hoort Ajax nog wel in Amsterdam thuis? Als ik Fem was vroeg ik mij ook dat hardop af. Ze blijven maar winnen, de mannen van Ten Hag. Dat is nou niet bepaald een boodschap die een stad met een gemeentebestuur dat alleen maar losers wenst te omarmen wil uitdragen.

Heb je bovendien gezien hoe wit en blond Frenkie is?

En Matthijs?

Geen enkele vrouw in het team bovendien, geen enkele LHBTIQ-plusser, geen enkel genderneutraal toilet in de kleedkamers.

Zeg het, Fem!

Naar Almere die club!

Net als de oorspronkelijke inwoners!

Het gaat om de ziel van Amsterdam!


zaterdag 20 april 2019

Het domme vissersvolk moet z’n bek houden

Ook hierom vertoefde ik, toen IJmuiden nog mijn vaste woon- en verblijfplaats was, zo graag tussen het vissersvolk: ze zeiden waar het op stond, zonder dure woorden. Als eenvoud ergens het kenmerk van het ware was, dan daar, in de strandtent van opa Verswijveren bijvoorbeeld, om half zeven ‘s ochtends, wanneer hun werkzaamheden op de visafslag en mijn nachtelijke strapatsen erop zaten.

“Bek houden, lange!”

Dat riepen ze dan, als ik ze vergeefs trachtte te jennen, terwijl ze grijnzend en hoofdschuddend een kantelbeweging met duim en wijsvinger maakten om niet geheel en al ten onrechte te suggereren dat ik weer eens te diep in het glaasje had gekeken.

Ik denk er vaak met weemoed aan terug, van de week nog toen op de nationale roeptoeter de net zo smalende stem van een Urker visser weerklonk, die bij het Europees parlement in Straatsburg met een groep lotgenoten protesteerde tegen het EU-besluit om de pulsvisserij definitief te verbieden.

“Die Fransen konden ons niet bijbenen”, zei hij. “En nu moeten wíj ermee stoppen? Van de pot gerukt!”

Rauw, maar geen speld tussen te krijgen.

Het is een romantisch beeld natuurlijk, dat van de steeds kleinere vloot Noord-Franse vissers die op de manier waarop hun vaders en grootvaders hun ambacht verrichtten, namelijk met ouderwetse knoopnetten, hun brood in kleine schepen trachten te verdienen. Maar het laat ook zien dat ze zich niet aanpasten aan de eisen des tijds. Veel van hun Nederlandse collega’s deden dat wel en ontdekten de voordelen van het (elektrische) pulsvissen, dat overigens niet alleen voor een grotere vangst zorgt maar ook duurzamer en diervriendelijker is. Zij investeerden er miljoenen in.

En wat is hun loon?

Een verbod, zoals zo vaak dankzij een sterke lobby van de Fransen bij het Europees Parlement.

Dag miljoenen!

Sympathiek hoor, dat visserijminister Carola Schouten naar de rechter stapt. Maar ze zal het verliezen, waarmee dan andermaal duidelijk wordt gemaakt wat de gevolgen kunnen zijn wanneer je, als natie, je lot grotendeels in handen legt van een wereldvreemd instituut, waarvan een flink aantal Nederlandse leden ‘per ongeluk’ niet kwam opdagen toen er gestemd moest worden over een voorstel om de veel te gemakkelijk te incasseren ww-uitkeringen voor buitenlanders in te perken, en waarvan velen tranen in de ogen kregen toen een zestienjarig Zweeds grietje er voor de zoveelste maal de kans kreeg de ondergang van de wereld te voorspellen.

Je mag niet eens stemmen, op je zestiende.

Maar dit mag wel, omdat het goed uitkomt.

De Nederlandse pulsvissers hebben hun vak de afgelopen jaren te goed uitgeoefend en worden daar nu meedogenloos voor gestraft door een stel nitwits, dat blijkbaar vindt dat dat domme vissersvolk zijn bek moet houden.

Excuses dat ik het zo eenvoudig verwoord.

Tja, IJmuiden, hè?


dinsdag 23 april 2019

Een dagelijks ritueel in NPO-kringen

Tip voor Nieuwsuur: huur de volgende keer acteur George van Houts in als expert. Hij is ervan overtuigd dat de VS 9/11 zélf op zijn geweten heeft. Voor dat programma moet hij daarom de ideale deskundige zijn wanneer de Paasterreur op Sri Lanka nogmaals moeten worden geduid, oftewel: wanneer wederom een poging moet worden ondernomen om de rol van moslims bij dit soort wandaden te downplayen, een dagelijks ritueel in NPO-kringen.

“Welkom in de studio, meneer Van Houts. Zojuist zijn in Sri Lanka de namen van twee zelfmoordterroristen bekendgemaakt: Zahran Hashim en Abu Mohammed. Hashim schijnt zelfs een radicale islamitische prediker te zijn geweest. Was dat u reeds ter ore gekomen?”

“Uiteraard. De Wierd Duks onder ons zullen er wel weer uit concluderen dat de aanslagen door islamitische extremisten zijn gepleegd. Maar ik zeg u: if it looks like a Duk, swims like a Duk and quacks like a Duk, dan is het zonder uitzondering ruk. Draai de naam Zahran Hashim maar eens om. Dan staat er Mihsah Narhaz. Lust u nog een matse? Bovendien hoorde ik dat de ventilator van kamer 131 in het Mount Lavinia Hotel bij Colombo Eerste Paasdag zogenaamd om onverklaarbare redenen niet werkte. Maar ik weet toevallig wie daar in december 1981 logeerde. Het staat zwart op wit, meneer Wollaars: Duks collega Hoogland. Voor mij is één plus één nog steeds twee, dus als dit geen extreemrechts complot is weet ik het ook niet meer. Verder was dat hotel vroeger de residentie van gouverneur Sir Thomas Maitland, de hoogste vertegenwoordiger ter plekke van Groot-Brittannië, dat later de inval in Irak zou steunen. Need I say more?”

Beetje overdreven, vindt u?

Dan heeft u Eerste Paasdag blijkbaar de extra uitzending van Nieuwsuur gemist, waarin de terreur op Sri Lanka het thema vormde. Via een satellietverbinding was daar de Brit Alan Keenan te gast, Sri Lanka-analist van de International Crisis Group. Deze expert presteerde het daarbij om volledig voorbij te gaan aan het feit dat er uitgerekend tijdens de Paasviering honderden onschuldige, voornamelijk christelijke slachtoffers waren gevallen. Sterker nog, om in plaats daarvan te benadrukken dat dit wel eens, heel zorgwekkend, tot een toename van islamofobie zou kunnen leiden.

Alan Keenan maakte in een handomdraai niet die 290 doden en 500 gewonden, maar de moslims wereldwijd tot slachtoffer, de aanhangers dus van een religie waarvan, hoe je het ook wendt of keert, ook deze terroristen aanhangers zijn/waren.

Zal ik eens een deskundige citeren die wél gewoon zegt waar het op staat?

Socioloog Ruud Koopmans, al sinds 2007 directeur van de afdeling Migratie, Integratie en Transnationalisatie van het sociaalwetenschappelijke instituut WZB aan het Duitse Landwehrkanal: “Wereldwijd zijn vijftig miljoen moslims bereid geweld te gebruiken.”

Hij kan het nog onderbouwen ook.

Wat jij, George?

“Hou toch op, man. Koopmans woont in Berlijn. Weet je wie er óók in Berlijn woonde?”


donderdag 25 april 2019

De hardnekkige plaag van de plezierdrol

Oprecht hopende dat u het ontbijtbeschuitje reeds achter de kiezen heeft, voel ik mij helaas gedwongen uw aandacht te vestigen op de plezierdrol.

Neemt u rustig een slokje thee.

Hij bestaat echt, de plezierdrol, ik kan er ook niks aan doen. Hij bestond natuurlijk allang, behalve wanneer er buikloop of een vergelijkbaar ongemak aan ten grondslag ligt is iedere drol volgens mij een plezierdrol – wees niet bevreesd: ik zal ditmaal geen eigen ervaringen met u delen. Maar nu heeft het beestje ook een naam, die gisteren althans nog niet op Google traceerbaar was. Wij mogen er de Leeuwarder Courant voor danken, die een artikel wijdde aan een plaag op de Friese wateren: de toenemende neiging van plezierjachtbemanningen om hun behoeften overboord te kieperen.

Er is een oplossing, suggereerde alleen al de kop: “Boordzuivering voor bootjevaarders nieuw wapen tegen plezierdrol.”

Contracteren die scribent, Telegraaf!

Ook al omdat-ie verderop in het stuk, toen de ‘bacteriologische watervervuiling’ werd behandeld, meldde dat die vervuiling ‘de spuigaten uitloopt’, de enige juiste uitdrukking in dit verband.

Mij persoonlijk kost het overigens niet veel moeite dit onderwerp aan te roeren. Ik heb een hond, ziet u. Zij heet Bavink en ik wandel drie keer per dag met haar, zonder uitzondering uitgerust met diepvrieszakjes van Albert Heijn, mét zip-sluiting waarmee overbodige geurverspreiding subiet kan worden voorkomen nadat de drol die Bavink telkens weer tot haar grote plezier midden op straat heeft gedraaid ermee is opgeraapt. Exclusieve onthulling: het went, dat oprapen. Het wordt op een gegeven moment een routineklus. Indien de handeling in bittere winterkoude dient te worden verricht, kan de warmte van zo’n huisdierlijke plezierdrol het leven van de opraper, zolang-ie ‘m in zijn hand houdt, zelfs voor een korte wijle veraangenamen.

Maar goed, het is niet anders: op de Friese wateren vormt de menselijke vorm ervan al drijvende een plaag, en hoogstwaarschijnlijk niet alleen daar. De hufterigheid die ons polderlanders kenmerkt – we waren al wildplassers en staan nu ook als wildpoepers te boek – houdt niet op aan de oevers van het Pikmeer. Het resultaat is dat wij, in dit tijdperk van aan ons opgedrongen schaamtecultuur, niet alleen van vliegschaamte, rookschaamte, dieselschaamte, vetschaamte en bezorgschaamte kunnen spreken (de laatste variant werd deze week geïntroduceerd omdat steeds meer mensen hun spullen op internet bestellen en door vervuilende bestelwagens thuis laten bezorgen), maar ook van plezierdrolschaamte.

Gaan ze iets oplossen, de boordzuiveringsinstallaties waarmee de vuilwatertanks op de Friese wateren kunnen worden vervangen?

Welnee.

Hoeveel plezierboten hebben ruimte voor zo’n installatie?

Een op de twintig hooguit, maar wat maakt het uit, de plezierdrol heeft eindelijk het levenslicht in Ljouwert gezien, dáár gaat ‘t om.

Succes Maarten van der Weijden, bij je tweede poging.


zaterdag 27 april 2019

De eeuwige dwarsheid van Jan Mulder

Vanzelfsprekend ging ik direct los: “Als ik goed ben geïnformeerd, achterlijke piep, woon jij op drie kwartier van Ter Apel in een riant herenhuis op het Oost-Groningse platteland. Zal ik die buschauffeur vragen om de volgende keer door te rijden en dat gajes bij jou thuis te droppen, piep? Neem die arme jongens in huis, piep! Je hebt er alle ruimte voor!”

Excuses voor de piepjes, maar dit is nu eenmaal een nette krant.

Voor alle duidelijkheid: de woorden waren bestemd voor Jan Mulder.

Steeds meer begin ik op mijn vader te lijken. Steeds vaker begin ik tegen de tv te praten wanneer ik meen dat een betoog een weerwoord behoeft – idioot natuurlijk, niemand die mij zal horen, behalve mijn hoofdschuddende vrouw een luie stoel verderop. Steeds veelvuldiger begin ik er net als hij op los te schelden, al was in pa’s geval vrijwel uitsluitend Joop den Uyl het slachtoffer, waarbij die ouwe telkens weer twee miljard gulden toevoegde – “Rente niet meegerekend!” – aan de staatsschuld die ome Joop zijns inziens op zijn geweten had.

Op het laatst bedroeg die schuld om en nabij de 140 miljard.

Persoonlijk richt ik mij tot meerdere mensachtigen: de Jessias, Roboflop, een handvol VVD’ers, een aantal cabaretiers, een advocaatje of vijf, zes en nog wat van dat volk, onder wie binnenkort zonder enige twijfel ook enkele FvD-kopstukken, die zich wel héél snel de nodige karteleigenschappen eigen hebben gemaakt.

En donderdagavond sprak ik dus Jan Mulder toe zoals in de eerste alinea vervat. De voormalige profvoetballer die na zijn carrière een niet onverdienstelijke, met name door Ons Soort Mensen gewaardeerde schrijver, columnist en tv-personality werd. Lange tijd verbleef hij buiten mijn gezichtsveld, maar nu zat hij plots weer aan tafel bij Jeroen Pauw omdat hij een documentaireserie over het eeuwige leven heeft gemaakt. En uiteráárd voelde hij zich terstond geroepen een bizarre uitspraak te doen, ditmaal toen de kwestie van het asieltuig dat de busdienst naar Ter Apel zo terroriseert ter sprake kwam.

“Die jongens leiden ook een verschrikkelijk bestaan”, sprak Jan, nadat er een niets verhullend filmpje over hun wangedrag in de bus was getoond.

Nou, en toen begon ik dus ouderwets uit te varen tegen de tv. Dat ik vroeger ook zo’n irritante klasgenoot had, Albert, die net als Jan Mulder maar één ding wilde: dwarsliggen. Als de leraar zei dat gras groen was, zei Albert blauw. En dat er in dat AZC in Ter Apel nog veel meer mensen zitten die dat ‘verschrikkelijke bestaan’ leiden, die zich gek genoeg wél netjes gedragen. En dat je eigenlijk maar één ding kunt zeggen als je zo’n filmpje ziet: “Onmiddellijk de grens over, ze komen nota bene uit veilige landen”, maar dat je daarmee niet echt scoort in Jantje’s kringen. En dat het voor mij een hartverwarmende wetenschap was, nu ik hem weer zo bezig zag, dat het eeuwige leven in werkelijkheid niet bestaat. En dat dat riante Oost-Groningse herenhuis van hem vroeger dienst deed als busstalling, een symboliek die benadrukking verdiende in de vorm van…

piep piep piep!


dinsdag 30 april 2019

David & Goliath, versie 9.893.788

Telkens wanneer ik mij naar een kantoorboekhandel begeef om nieuwe inktpatronen voor mijn printer aan te schaffen, voel ik mij reeds voor het betreden van de winkel diep in mijn kruis getast.

Indien ze althans van hetzelfde merk als de printer zijn, moet je een godsvermogen voor die cartridges neertellen. Je bent veel goedkoper uit wanneer je voor een ’huismerk’ als bijvoorbeeld dat van 123inkt.nl kiest, maar die zijn bij die kantoorboekhandels niet verkrijgbaar. Bovendien moet je minimaal 24 uur wachten als je ze – online – bestelt.

De printers zelf kosten vaak een drol en worden meestal geleverd met proefcartridges waarmee je, bij gemiddeld gebruik, een paar weken van keurig geprinte A4’tjes verzekerd bent. Maar dan raken ze op en moet je vervolgens voor een nieuw setje inktpatronen een bedrag neertellen dat mij regelmatig doet overwegen om voor een paar tientjes extra weer een nieuwe printer op mijn bureau te zetten.
Normaal gesproken ben ik een gemakkelijke, zelfs laconieke consument.

Maar dit irriteert mij.

Worden we getild door grote ondernemingen als HP, dat veel meer verdient aan haar inktproducten dan aan haar printers? Ik heb sterk die indruk (net als trouwens in de kwestie van de oplaadapparatuur van Apple, die vaak niet meer te gebruiken is bij een nieuw model telefoon of tablet). Daarom heeft een bedrijf als 123inkt mijn sympathie, zeker nu het al zo lang door HP wordt gedwarsboomd. Het is beschamend wat deze machtige Amerikaanse multinational, met al z’n miljarden, met 123inkt, onderdeel van Digital Revolution, uithaalt.

HP en 123inkt hebben reeds vijf jaar van gerechtelijke procedures achter de rug, door HP aangespannen en op alle niveaus door 123inkt gewonnen, laatst zelfs bij de Hoge Raad. “Er is geen sprake van inbreuk op een HP-octrooi op de geheugenchip van 123inkt huismerk cartridges”, oordeelde de hoogste Nederlandse rechter. Met andere woorden: 123inkt had gelijk toen het stelde dat HP zich ten onrechte op het octrooirecht beriep in haar poging om het monopolie te behouden. “Het octrooi is nietig”, aldus de Hoge Raad.

Is de oorlog daarmee ten einde?

Nee dus.

Ik citeer een persbericht van 123inkt, zoals gepubliceerd op haar website: “De afgelopen dagen ontvingen wij ineens uit het niets klachten over het niet meer functioneren van nieuw geplaatste 123inkt.nl huismerk cartridges in 25 verschillende modellen HP Officejet printers. HP blijkt, net als drie jaar geleden, een firmware update te hebben uitgerold, waardoor wereldwijd huismerk cartridges niet meer geaccepteerd worden door de HP printer.”
Een firmware update?

Dat is wel heel vriendelijk gesteld.

Het is een firmware verandering, louter en alleen in een snoeiharde poging om over de rug van de consument het strijdperk alsnog als overwinnaar te kunnen verlaten.

Zo zie je maar weer dat er goede en slechte verliezers zijn.

David & Goliath, versie 9.893.788.

Ik hoop van harte dat het net zo afloopt als in versie 1.

2
Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Mart Smeets ( Maastricht)

mooi Ome Rob, geweldige site…..

rob@hoogland.nl