Press "Enter" to skip to content

Telegraaf columns augustus 2018

telegraaf columns augustus 2018

God schiep het Portugese Oorlogsschip

De TelegraafRob HooglandHier mijn Telegraaf-columns van augustus 2018. “God moet toen dus ook het Portugese Oorlogsschip hebben geschapen”, staat in de column van donderdag 2 augustus. Triggert u dat al een beetje? Of leest u liever iets over de Totale Mens Louis van Gaal? Ook dan komt u aan uw trekken, net als wanneer u geïnteresseerd bent in een verhaal over wijlen komiek John Lanting, hierboven samen met zijn vrouw in zijn woning gefotografeerd. We mailden veel met elkaar. Ik wist daardoor dat hij, ziek als hij was, zijn eigen sterven zou regisseren, in de middaguren, zodat hij ‘s ochtends nog boodschappen kon doen: “Dan wensen ze me bij de kassa een prettige dag toe.”

Klik op een datum in de tabel hieronder als u de column van die dag direct wilt lezen. Scroll anders naar beneden.

• donderdag 2 augustus
• zaterdag 4 augustus
• dinsdag 7 augustus
• donderdag 9 augustus
• zaterdag 11 augustus
• dinsdag 14 augustus
• donderdag 16 augustus
• zaterdag 18 augustus
• dinsdag 21 augustus
• donderdag 23 augustus
• zaterdag 25 augustus
• dinsdag 28 augustus
• donderdag 30 augustus
.

donderdag 2 augustus 2018

Die 28.800 badeendjes! Wat een beeld

Of ik de volgende keer weer zo snel afhaak valt te betwijfelen, want Louis van Gaal. Afgelopen zondag kon ik echter, bij de Zomergasten-aftrap met actrice Romana Vrede, reeds na een klein uurtje mijn zapneigingen niet langer bedwingen. En toen belandde ik zomaar bij een aflevering van Blue Planet II, waarin het leven op en in de wereldzeeën werd getoond.

Die 28.800 badeendjes!

Wat een beeld.

Natuurseries zoals Blue Planet II worden traditiegetrouw door de EO uitgezonden. Dat was ook in dit geval weer opvallend omdat ze bij die omroep grotere waarde hechten aan het scheppingsverhaal waarin verteld wordt dat God de wereld in zes dagen creëerde, dan aan wat die vermaledijde Darwin allemaal over de evolutie uit zijn duim zoog. En wat zegt Genesis I over dag 5? “God liet het water wemelen van levende wezens, en boven de aarde liet hij vogels vliegen. En God zegende hen, opdat de vogels en de vissen talrijk zouden worden.”

En dat allemaal op één dag.

God moet toen dus ook het Portugese Oorlogsschip hebben geschapen, de gevaarlijkste aller kwallen – eigenlijk geen kwal maar een kolonie van honderden poliepen – waarvan in deze aflevering opnamen werden vertoond terwijl het beest wreed een vis verlamde en verorberde. Tijdens zo’n haastklus snel nog even een complexe verzameling moordzuchtige organismes erbij scheppen, ik vind dat best knap van God. Mijn waardering voor Hem sloeg zelfs om in bewondering toen ook nog even het verhaal van de badeendjes werd verteld.

Die badeendjes heeft Hij natuurlijk óók geschapen, dacht ik.

Toen was Hij vast in een goede bui.

Het geschiedde op 10 januari 1992, zo leerde ik later. Op weg van Hongkong naar de VS, sloeg op een containerschip op de Stille Oceaan een container overboord. De 28.800 plastic badeendjes die erin waren verpakt kregen plotseling vrij spel. Onder invloed van de winden en de stromingen dobberden de eendjes jarenlang, geen oceaan mijdend, alle kanten van deze planeet op, met als resultaat dat ze, inmiddels van de koosnaam Friendly Floaties voorzien, op de kusten van Hawaii, Alaska, Zuid-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, Schotland, Newfoundland en de VS aanspoelden, en zelfs ingevroren werden aangetroffen op Antarctica. Tot op de dag van vandaag, ruim 26 1/2 jaar nadien, leveren de golven her en der op de kusten waar ook ter wereld badeendjes af.

Een mooi beeld natuurlijk, drijvende, vrolijk gekleurde badeendjes die in het ruime sop hun eigen weg zoeken.

Een vertederend beeld ook.

Een Disney-beeld.

Maar ja, we weten allemaal wat de rampzalige gevolgen van het overmatige gebruik van plastic voor de wereldzeeën zijn. Vraag het maar aan de deelnemers van de laatste Volvo Ocean Race: als er nu geen grootscheepse actie wordt ondernomen, krijgt het milieu een nog veel grotere knauw.

Bij nader inzien vraag ik mij af of de bewondering die ik daarstraks voor God uitsprak wel gepast was.

Op dag 6 schiep Hij immers de mens.

En of dat nou zo’n succesverhaal is?


zaterdag 4 augustus 2018

Van die jofele, brutale gabberlef

In de studio Daley Blind, de verloren zoon die is teruggekeerd op het oude nest. Daley, je…

“Godenzoon, graag.”

Hoe bedoel je?

“Bij Ajax is iedere zoon een godenzoon.”

Excuses, ik begin opnieuw. In de studio Daley Blind, de verloren godenzoon die is teruggekeerd op het oude nest. Daley, je verraste ons met je verzoek aan burgemeester Halsema om de huldiging van Ajax na het komende kampioenschap op het Museumplein te laten plaatsvinden.

“Hoezo?”

De competitie 2018/2019 is nog niet eens begonnen. Verder is het vier jaar geleden dat Ajax voor het laatst de landstitel greep. De afgelopen vier seizoenen werden achtereenvolgens PSV, PSV, Feyenoord en PSV kampioen. Wellicht was het dus verstandiger geweest enige voorzichtigheid in te bouwen.

“Sorry hoor, maar dat is zó 2017.”

Pardon?

“Weet u wat de kracht was van het grote Ajax met Johan Cruijff dat driemaal achtereen de Europa Cup I won? Papa vertelde het mij laatst nog: lef. Van die jofele brutale Amsterdamse toffe jongens gabberlef, weetjewel. Dat moeten we als Ajax weer gaan uitstralen en daarom heb ik ook een verzoek aan burgemeester Manuela Carmena van Madrid: stel het Plaza Mayor beschikbaar nadat Ajax op 1 juni volgend jaar de Champions League-finale in het Estadio Wanda Metropolitano met 7-1 van Real heeft gewonnen. Het Puerto del Sol is te shabby en het Plaza de Santa Ana te elitair. Een ploeg met de klasse en de grandeur van Ajax behoort slechts te worden gehuldigd op het Plaza Mayor.”

Maar Daley, jullie hebben alleen nog maar, in de tweede voorronde, een veredeld Oostenrijks zomeravondelftal verslagen. Loop je niet erg hard van stapel? Win eerst maar eens in de volgende voorronde van Standard Luik.

“Een ware Ajacied loopt nooit te hard van stapel. Ik heb daarom ook een verzoek aan de FIFA en aan de Verenigde Arabische Emiraten, waar eind dit jaar het jaarlijkse wereldkampioenschap voetbal voor clubs wordt georganiseerd: nodig Ajax alsnog uit. Wij horen daar thuis en denken voor de huldiging na onze zege in de finale tegen Boca Juniors aan de Burj Khalifa in Dubai, met zijn 828 meter het hoogste gebouw van de wereld. De bovenste 150 verdiepingen volstaan.”

En hoe zit het met Oranje?

“De Souq Waqif.”

Pardon?

“De Souq Waqif is het belangrijkste marktplein van Doha, de hoofdstad van Qatar. Als wij met het Nederlandse elftal, met negen Ajacieden schat ik, de finale van het wereldkampioenschap in Qatar van 2022 met 12-0 van titelverdediger Frankrijk hebben gewonnen, lijkt mij dat de enige plek die voor onze huldiging in aanmerking komt.”

Dank je, Daley. Succes tegen Heracles.

“Eeehh… Heracles?”

Ja, Heracles. Volgende week de eerste ploeg waartegen jullie in het kader van de competitie 2018/2019 moeten spelen.

“Thuis of uit?”

Thuis.

“Oef, gelukkig maar. Ik gok op een gelijkspelletje.”


dinsdag 7 augustus 2018

Vergis u niet, ik heb Louis lief

Hij mag graag over de Totale Mens palaveren, probeerde dat zondagavond bij Zomergasten, ditmaal vergeefs, ook weer en liet mij achter met de vraag of ik de Totale Louis van Gaal had gezien.

Nou, niet dus.

Vergis u niet, ik heb Louis lief. Ik houd van koppige, onhandige, sentimentele mannen zoals hij, die een groot rechtvaardigheidsgevoel aan een gladheid van linoleum koppelen: vrij uitzonderlijke eigenschappen in het professionele voetbalwereldje.

Willem van Hanegem, ook zo’n exemplaar.

Jazeker, na een van zijn legendarische uitbarstingen heb ik op deze plek best wel eens een columnistisch pijltje op Louis van Gaal afgevuurd. Maar ik herinner mij óók hoe hij, in het besef dat hij ver buiten het zicht van het voetbaljournaille vertoefde, als ambassadeur van Spieren voor Spieren tijdens een bijeenkomst in Purmerend fungeerde: betrokken, emotioneel, inspirerend.

Vooruit, nóg een herinnering: dik 41 jaar terug was het mij eveneens gegund Louis van Gaal (morgen is hij jarig, ik heb het uitgerekend: op de dag dat ik het levenslicht zag, werd hij zo’n beetje verwekt) te interviewen.

Wij schrijven 1977, de technisch begaafde maar iets te trage Louis van Gaal voetbalde zelf nog en vertrok voor één seizoen van FC Antwerp naar Telstar. Reden voor een vraaggesprek tussen twee twintigers voor deze krant op sportpark Schoonenberg in Velsen-Zuid. En verdomd als het niet waar is: de Louis van toen verschilde in weinig van de Louis van nu. Hij verwachtte een goed gedocumenteerde verslaggever en toen bleek dat dat niet op alle terreinen het geval was, serveerde hij zijn misnoegen met een extra portie norsheid. Hij had gelijk natuurlijk. Denk als professionele gesprekspartner van Louis van Gaal nooit dat je het klusje wel even onvoorbereid kunt klaren.

Misschien wel om die reden zijn er mensen die Louis van Gaal nog geen vijf minuten kunnen velen. Dat werd mij na afloop weer duidelijk op Twitter, waar de commentaren alle kanten op vlogen. Voor de een was presentatrice Janine Abbring geen partij voor Louis, voor de ander was zij, juist omdat zij niet veel over voetbal wist, zijn ideale gastvrouw. Hetzelfde geldt voor de reacties op het optreden van de gast zelf.

Er zijn tevens mensen die Zomergasten deze keer geen drie uur, maar zes uur hadden willen laten duren.

Ik behoor tot de laatste groep.

Maar wie de Totale Louis van Gaal was? Ik vrees dat de 777.000 kijkers van zondagavond het nog steeds niet weten. Waarom het tussen hem en gearriveerde voetbalvedetten nooit echt wilde boteren, met als resultaat vroegtijdige ontslagen voor de coach bij de topclubs FC Barcelona (2x), Bayern München en Manchester United, grote smetten op zijn carrière, die vraag kwam bijvoorbeeld niet aan de orde, terwijl het antwoord wellicht veel over zijn persoonlijkheid zou hebben verklaard.

Hij wilde toch ‘alles’ vertellen?

Ik had best willen weten of hij bereid was de hand in eigen boezem te steken.

Al weet ik het antwoord eigenlijk al.


donderdag 9 augustus 2018

Effe patatje scoren op de Mies Bouwman

Effe een patatje scoren op de Ferdinand Bol, hoe klinkt dat?

Best vertrouwd.

Effe een patatje scoren op de Mies Bouwman, hoe klinkt dat dan?

Jakkes.

Ik stelde – en beantwoordde – deze vragen omdat het een aantal mejoffers, verenigd in de feministische beweging Bovengrondse, heeft behaagd een actie op touw te zetten waarmee verschillende Amsterdamse straatnamen werden omgedoopt in vrouwelijke varianten. Zo werd de Ferdinand Bol inderdaad de Mies Bouwman en het Rokin de Beyonce Boulevard.

Zelfs qua straatnamen voelen ze zich namelijk achtergesteld, de vrouwtjes van nu.

“Ook hebben we de Dam omgedoopt in Dame, maar dat is meer als een grapje bedoeld”, vertelde woordvoerder Santi van den Toorn.

Toch goed dat ze dat erbij zei.

Twitter zou Twitter niet zijn als een aantal gebruikers van dat sociale platform, behorende tot de 95 procent van de Nederlandse bevolking die nog niet is bevangen door het voornamelijk in onze geliefde hoofdstad rondwarende gelijkheidsvirus, subiet met het idee aan de haal ging door andere Amsterdamse straatnamen eveneens te vervrouwelijken, zij het niet op de manier die de dames van Bovengrondse voor ogen stond.

Voor het Tienenpad opperden ze een naam waarvoor slechts één letter hoefde te worden vervangen – ja, dag, doe dat lekker zelf – en wat ze van het Kattenburgerplein maakten, ook één letter verschil, behoeft geen nadere uitleg. De winnaars waren wat mij betreft degenen – het waren er meerderen – die voorstelden de Oudezijds Voorburgwal te veranderen in de Oudezijds Voorbipswal.

Ach, boys will be boys, moet u maar denken. Zelf denk ik er dan stiekem bij dat de mensheid daar, in verband met de oeropdracht die boys dienen te vervullen, blij mee moet zijn, en óók dat het maar goed is dat er een voortrekkersrol is weggelegd voor opperboy Boris Johnson. Na zijn vertrek als MiBui van het perfide Albion heeft hij gelukkig de pen weer ter hand genomen. Voor de Daily Telegraph schreef hij een column waarin hij boerka- en niqaabdraagsters met postbussen en bankovervallers vergeleek.

“Nee hoor, ik neem er geen woord van terug”, antwoordde Boris temidden van het tumult dat daardoor ontstond.

Heerlijk, zo’n brutale boy die met één column meer voor de bevrijding van de vrouw doet dan alle hedendaagse feministes in een heel jaar bij elkaar.

Het kan vreemd lopen: ik zag gisteren een filmpje waarin de zwarte, conservatieve Amerikaanse Candace Owens door roomblanke Antifa’s met kreten als ‘Fuck white supremacy!’ om de oren werd geslagen. Zowel die video als het gedrag van de Bovengrondse-madammekes en de andere sociale gelijkheidsstrijders tijdens de momenten dat zij het bestaan anno 2018 met hun kinderlijke, lachwekkende gedrag ridiculiseren, bracht mij tot de volgende vraag: zouden die types zich nooit realiseren dat wat zij aan acties plegen te ondernemen, het gewone volk doorgaans niet echt op het idee brengt om zich stante pede bij hen aan te sluiten?

Voorstel: laten we erover discussiëren in het Leni Riefenstahl-plantsoen.

Ja, luister eens, je wilt vrouwennamen of je wilt het niet.


>zaterdag 11 augustus 2018

Daar is de uitgang, Jaap Lzn. Zwaga

Wakker gekust, helaas slechts in figuurlijke zin, door een drietal donkere prinsessen dat schrijvend voor nette kranten kwesties als racisme, discriminatie, seksisme en gebrek aan inclusiviteit cq diversiteit op z’n zachtst gezegd nogal activistisch pleegt te duiden, toog ik naar Langweer.

Wat ik daar aantrof, diep in Fryslân, tart elke beschrijving.

Dat het zo erg was, ik wist het niet. En niet alleen in Langweer, hè, lang niet alleen in Langweer. Alle Friese plaatsen waar dezer dagen de jaarlijkse competitie skûtsjesilen wordt afgewerkt zijn verderfelijke oorden waar white supremacy en ongelijkheid in al hun stuitende verschijningsvormen de lokale normen en waarden bepalen. Borden met teksten als Allinich foar blanken (Fries voor Slegs vir blankes), trof ik er nog net niet aan.

Waarom ik er het skûtsjesilen voor uitkoos?

Omdat een van de prinsessen, net als haar collegaatjes niet echt gehinderd door een alles overheersende hang naar waarheidsvinding, ditmaal het dagelijks op de televee uitgezonden Skûtsje Journaal (“Ik, Randstedeling, moest opzoeken wat skûtsjesilen is”, durfde zij te schrijven) centraal had gesteld in haar eeuwige zoektocht naar voorbeelden van een gebrek aan diversiteit, onder de alleszeggende kop ‘Water, boten, witte mensen: wellicht toont het Skûtsje Journaal het Nederland dat sommigen het liefst zien’.

Welnu, ze had gelijk. Ik meldde mij in Langweer bij Riemer, net als Foppe en Rintje een van die Friezen bij wie het noemen van de voornaam volstaat (voor de enkele onwetende: ik heb het over Riemer van der Velde, de voormalige voorzitter van SC Heerenveen die zijn paleis aan de oever van de Langweerderwielen altijd tijdens het skûtsjesilen voor zijn vrienden en relaties openstelt). Reeds snel moest ik de misselijkmakende conclusie trekken dat alles en iedereen er inderdaad wit en hoofdzakelijk blond was, niet alleen in huize Riemer maar ook op en rondom het strijdtoneel. Het woord inclusiviteit was wel het laatste dat in mij opkwam, vertoon van diversiteit was in geen velden of wegen te bespeuren, en wat de man/vrouw-verhouding betreft stelden de aanwezige dames zich veel te twintigste-eeuws op.

“Gaan we nu eindelijk eens naar huis?”

“Nog één Berenburg, famke!”

“Oké.”

Wat een hemeltergende autochtoniteit.

Opmieteren dus, Pieter Ezn. Meeter. Wegwezen, Teake Klaas van der Meulen. Daar is de uitgang, Jaap Lzn. Zwaga. Jullie hebben met die witte families van jullie Akkrum, Woudsend en Langweer nu lang genoeg bij het skûtsjesilen vertegenwoordigd. Het is een verwerpelijke, nog steeds niet aan de eisen des tijds aangepaste traditie en daarom dienen jullie terstond plaats te maken voor sociale rechtvaardigheidsschippers als Harriet Duurvoort, Seada Nourhussen, Clarice Gargard en hun manschapp… sorry… vrouwschappen.

Wat zeg je, Riemer?

Dat komt er helemaal niemand meer?

Dan maak je er maar all-inclusive van.


dinsdag 14 augustus 2018

Tijd voor een ambidextersdag

Hoera, toch weer een nieuw gevalletje discriminatie kunnen constateren: dat van de linkshandigen onder ons.

Wat aan die ontdekking vooraf ging was wel bevreemdend hoor. Liefst zeven minuten en 36 seconden achtereen werd het mij niet gegund klachten van een groepering of organisatie tot mij te nemen, inhoudende dat zij zich gediscrimineerd voelden. Hoe ik ook zocht: niks, nada, niente. Ik had mezelf reeds een paar tikken op de wangen verkocht om te controleren of ik mij nog wel in het hier & nu bevond en begon zelfs al te overwegen om er melding van te maken bij het Guinness Book of Records, toen mijn oog plots op de site van infonu.nl viel, om precies te zijn op de pagina waar uit de doeken werd gedaan wat ambidextrie is.

“Het fenomeen van links- en rechtshandigheid wordt ambidextrie genoemd”, las ik. “Met ‘twee rechterhanden’ wordt bedoeld dat men zowel links als rechts even handig is, omdat iemand met ‘twee linkerhanden’ als onhandig wordt beschouwd. Linkshandigen ervaren deze uitleg soms als discriminerend.”

Hè, gelukkig.

De klassieke ultiem gediscrimineerde zoals in tal van grappen omschreven – de homoseksuele joodse neger – heeft er een eigenschap bij: zijn linkshandigheid.

Hoe ik op die site terechtkwam?

RTL Nieuws had een vraag gesteld: “Wat lijkt jou het lastigste aan links zijn?”

Ik dacht eerst dat ze iets anders bedoelden en overwoog daarom een antwoord als: “Dat je er anno 2018 ongecontroleerd op los begint te schelden wanneer andersdenkenden het bij het rechte eind hebben, getuige de schandelijke reacties vanuit de huidige linkse hoek op de oprichting van Vrij Links, een seculiere club die simpelweg de oorspronkelijke doelstellingen van links voor ogen heeft, zeg maar van vóór de tijd dat er een knieval voor religieus extreemrechts werd gemaakt.”

Maar toen merkte ik dat ze op iets heel anders doelden, op linkshandigheid namelijk, al voelde ik mij ook door dat onderwerp aangesproken.

Komt-ie: ik schrijf rechts, gooi links, tennis rechts, voetbal links, golf rechts, biljart links, dart en bowl zowel links als rechts, fungeerde vroeger bij honkbal niet alleen als linkshandige eerste honkman maar ook als rechtshandige slagman, en als ik mijn huis aan het schilderen ben ga ik links verder zodra ik er met mijn rechterhand niet meer bij kan. Waarmee ik het trouwens nog niet zo bont maak als tekenaar Bert Witte, die ik ooit tegelijkertijd twee cartoons zag maken, de een met zijn linker-, de ander met zijn rechterhand.

Mensen als Bert en ik heten ambidexters en om een of andere reden – waarom weet ik niet precies – voel ik toch de behoefte erop te wijzen dat de geniaalsten aller genialen, te weten de heren Einstein, Michelangelo en Da Vinci, het óók waren.

Ik zocht infonu.nl dus op omdat het gisteren Linkshandigendag was.

Maar vond ik ook een Ambidextersdag?

Tuurlijk niet.

Diskriminaasie!


donderdag 16 augustus 2018

Last van je hart? Neem extra zout

Jarenvijftiguitspraak van onze oude huisarts dr. Lourens: “Zout zou honderd gulden per pond moeten kosten.”

Zout is ongezond, wilde hij ermee zeggen. Een zoutarm leven duurde veel langer en iedereen accepteerde dat als een voldongen feit. Nog zie ik, een schoonvader of zes terug, de man die toen als zodanig in mijn bestaan functioneerde en wellicht ten gevolge daarvan een te hoge bloeddruk had ontwikkeld, ‘s ochtends twee zoutarme boterhammen met zoutarm beleg nuttigen en ‘s avonds een bord zoutloze aardappelen met zoutloze andijvie ter omlijsting van een zoutloos sudderlapje.

“Tja, het moet”, zei hij berustend.

Die arme kerel was vroeger dus kastelein.

U weet toch hoe het gaat in het leven? Alles wat zwart is zal ooit wit worden, alles wat wit is wordt ooit zwart, niets dat niet aan verandering onderhevig is. De oude Chinezen zeggen het. Nou ja, zo ongeveer. Dan neem ik nu, met uw welnemen, mijn dagelijkse pilletje en onthul ik meteen maar waar deze overpeinzing een aanloopje naar vormt: een artikel in een gerenommeerd medisch/wetenschappelijk tijdschrift over een Canadees onderzoek waarin wordt beweerd dat zout ons juist tegen hartfalen beschermt.

Wat zegt u?

Zo zout heeft u het nog nooit gegeten?

Hè, wat flauw.

Ik citeer Trouw: “Zó lang zit zout al in het verdomhoekje dat je haast geen comeback meer verwacht, maar nu krijgt de smaakmaker bijval van Canadese onderzoekers. Bij de liefst 90.000 deelnemers aan hun onderzoek kwam een hogere kans op beroertes pas in beeld bij wie exorbitant veel zout gebruikt. Dat niet alleen: zout lijkt zelfs ietwat te beschermen tegen hartfalen, schrijft het team in het vermaarde vakblad The Lancet.”

Oké, er werden nog enkele mitsen en maren ingebouwd. De conclusie bleef echter overeind, hetgeen mij verleidde tot een herinnering aan de korte periode in mijn leven dat ik, om redenen van bronst, zo gezond mogelijk at. Alweer had een dame mijn pad gekruist, ditmaal een talentvolle hardloopster die ook van haar partner een volledige overgave aan de Schijf van Vijf verlangde. Ik wist wat er tegenover stond en stemde gretig in. Dat betekende geen eieren destijds, althans: geen eierdooiers. Dat betekende halvarine in plaats van roomboter. Dat betekende zo weinig mogelijk zout.

Het ging zoals het altijd ging: na twee maanden maakte ik mij uit de voeten, voor één keer als een dief in de nacht, toen ze sliep, want als ik het overdag had gedaan, had deze Dafne Schippers van de jaren zeventig mij binnen de kortste keren ingehaald. En nu, een eeuwigheid later, zijn eieren naar de nieuwste wetenschappelijke inzichten geen probleem meer, is roomboter helemaal je van het en zijn je hart en bloedvaten gebaat bij een flinke hoeveelheid zout.

Raad eens wie van ons tweeën nog leeft?

Juist.

Een sigaretje dan maar?

Niet zeuren, want dat is binnenkort vast ook weer hartstikke gezond.


zaterdag 18 augustus 2018

Je was een held, John Lanting

John Lanting had besloten om ‘s middags te sterven.

“Zo kan ik ‘s ochtends nog boodschappen doen”, zei hij tegen zijn zoon, om even later te vervolgen met: “Dan wensen ze me bij de kassa een prettige dag toe.”

Tot het einde wilde hij dat je om ‘m lachte.

Het lukte.

Op 88-jarige leeftijd nam de grootmeester van het Theater van de Lach donderdag afscheid van het leven in zijn woonplaats Breda.

“Ik ga een lange reis maken”, schreef hij mij een maand eerder. “Ik ben bang dat de Telegraaf daar niet te lezen is. Het ga je goed.”

Ik schreef hem terug dat ik danig van zijn woorden was geschrokken en hij antwoordde: “Dat ene zinnetje was dus niet camouflerend genoeg. Mijn nieren zijn zo slecht dat de artsen instemden: afscheid nemen van het leven. Is het moeilijk?… Ik heb een prachtig leven gehad. Maar langzaam uit het leven geloodst worden in een sfeerloze ziekenhuiskamer is een angstbeeld. In aanwezigheid van mijn geliefden, in mijn vertrouwde omgeving, zal ik de gifbeker zelf aan mijn lippen zetten. Cru gezegd, maar in deze fase omkleed ik mijn gevoelens niet meer. Nee, het is niet dramatisch. Ik wil het zo.”

Een van de verworvenheden van dit land is dat je tegenwoordig, als doodziek mens, niet meer lijdzaam hoeft te wachten tot je je laatste adem uitblaast, maar desgewenst kunt rekenen op een respectvol medisch zetje wanneer aan alle voorwaarden is voldaan. Ik was er eerder, op de achtergrond, getuige van bij een vriendin, die ons vrolijk zat op te peppen terwijl wij haar een dag tevoren beteuterd een laatste groet brachten. En nu heeft John Lanting zijn leven via euthanasie beëindigd.

Gelukkig was ook zijn in Venezuela woonachtige zoon Derk, die hij zo miste, erbij aanwezig.

We leerden elkaar jaren geleden kennen op het terras van De Gouden Karper in Hummelo, waar John en zijn echtgenote samen met violist Theo Olof en diens vrouw zaten te eten (dat het daarna hevig begon te onweren beschouw ik maar als toeval). Sindsdien stuurde hij mij regelmatig mails waarin hij op mijn columns reageerde. Het vereerde mij omdat ik hem bewonderde. Ondanks dat hij nauwelijks publiciteit kreeg van het hautaine, elitaire wereldje van de theaterkunst waartoe ook verreweg de meeste kunstredacties van de media behoren – alleen toneelrecensent Peter Liefhebber van de Telegraaf was altijd vol lof – slaagde hij er decennialang in volle zalen te trekken met zijn doldwaze kluchten.

John Lanting was en blijft een grootheid.

Zelfs op de ochtend van de dag dat hij overleed kreeg ik nog mails van hem, met commentaar op mijn rubriek.

“Alleen op de planken, en dan nog alleen in de rol van minkukel heb ik me superieur gevoeld; de zaligste momenten van mijn leven”, schreef hij ook.

Het ware te wensen dat er in de wereld veel meer van dit soort minkukels rondliepen.

Je was een held, John Lanting.

Van het begin tot en met het einde.


dinsdag 21 augustus 2018

Voetbal is de maatschappij

Waar ik aan denk bij goed sportmanschap?

Momenteel aan Maarten van der Weijden uiteraard. Toen ik begon te tikken was hij Bartlehiem net voorbij gezwommen, bedevaartsoord voor schaatsliefhebbers aan de route van de Elfstedentocht, en vlak voordat ik er een punt achter zette had hij het toch nog ziek moeten opgeven. Mij maakt het niks uit. Maarten is en blijft de absolute verpersoonlijking van doorzettingsvermogen, een unieke sportman die al eerder aantoonde dat je met een ijzeren wil heel ver kunt komen, zelfs als Magere Hein wenkt.

Wat-ie in z’n kop heeft, heeft-ie niet in z’n kont, zeggen ze bij ons.

Maarten is en blijft een geweldenaar.

Ik kan ook vier jaar terug gaan, naar mei 2014, toen in het zuiden van Florida een kwalificatietoernooi werd georganiseerd voor de US Open, een van de vier belangrijkste golftoernooien ter wereld. Landon Michelson deed mee. Deze toen 22-jarige Amerikaan was op dat moment de nummer 1.035 op de wereldranglijst voor amateurs. Hij was een nobody. En wat geschiedde? Hij plaatste zich. Landon Michelson wist zomaar door te dringen tot een deelnemersveld met de beste golfprofessionals van de wereld. Een jongensdroom werd werkelijkheid. En toen kwam hij er ineens achter dat hij per ongeluk zijn handtekening had gezet onder een score waarin een slag te weinig was genoteerd.

Niemand had het door, niemand zou er ooit over begonnen zijn als hij het zo had gelaten. Landon Michelson, echter, besloot zichzelf te diskwalificeren. Het zou hem zijn hele leven blijven achtervolgen, vermoedde hij, als hij gewoon aan de US Open had deelgenomen, ondanks dat dat hem wellicht goedbetaalde sponsorcontracten en een mooie carrière zou hebben opgeleverd. Maar Landon raakte in de jaren die erop volgden wél in een depressie. Later werd hij weer de oude, al haalde hij nooit meer de top.

Spijt?

Nee, dat heeft-ie nog steeds niet.

Dan gaan wij het nu, lieve jongens en meisjes, toch nog even over voetbal hebben. De amateurploegen Goes en Staphorst moesten tegen elkaar aantreden in de eerste ronde van het toernooi om de KNVB-beker. Staphorst won met 0-4 en de derde goal kwam op naam van spits Ferdi ter Avest te staan. Alleen was het geen goal. Ter Avest schoot de bal in het zijnet, waar een gat in zat. Iedereen zag het, behalve de scheidsrechter. Toen de spelers van Staphorst dat door kregen renden ze snel blij terug naar hun eigen helft.

Hoi hoi hoi, 0-3!

De scheidsrechter dacht toch dat een goal was?

Nou dan!

Heel Nederland heeft de beelden inmiddels kunnen zien, en vrijwel niemand die op de gedachte kwam om erop te wijzen dat voetbal is verworden tot een amorele sport waarin alles wat de scheidsrechter niet ziet is toegestaan.

Voetbal is niet alleen oorlog, voetbal is de maatschappij.

Ik pleit voor een KNVB-bestuur onder leiding van Maarten van der Weijden en Landon Michelson.


donderdag 23 augustus 2018

Geen vagina meer, maar voorgat

En dan nu het probleem van het voorgat.

Ja, sorry hoor, alles is heden ten dage toch bespreekbaar?

De mogelijkheid bestaat dus dat uit dit stukje iets te veel hijgerigheid blijkt, en ik verzoek u daarom de onfatsoenlijke gedachten die in u zullen opborrelen enigszins in toom te houden.

Ik ben potdorie Ed Nijpels niet.

Ik ben slechts een keurige, oudere heer die het niet meer kan bijbenen. Daarmee wil ik absoluut niet benadrukken dat indien ík een date met een dertien jaar jongere dame zou hebben, zoals Ed Raket destijds met ons aller Linda, dat de betrokken vrouwspersoon dan onvermijdbaar de problemen der menopauze allang heeft overwonnen. Dat is wel zo, maar daar zwijgt een man in mijn positie liever over. Dat het tempo mij te hoog ligt, dáár raak ik van buiten adem. Dát veroorzaakt die hijgerigheid, lieve lezers en lezeressen. De ontwikkelingen volgen elkaar sneller op dan ik aankan. Nog even en ik blijf in het gezelschap van mijn eveneens naar lucht happende medebejaarden ontredderd achter in een kale, dorre woestijn zonder zorg en liefde, terwijl de karavaan van het moderne bestaan, grote stofwolken achterlatend, onverbiddelijk uit het zicht verdwijnt.

O, Grote Regelaar, verlos mij dan!

Het is die dwangneurotische hang naar inclusiviteit van tegenwoordig.

Het is dat onophoudelijke streven naar diversiteit.

Zeker, daar heb ik op deze plek reeds menig woordje aan vuil gemaakt, net als aan het hedendaagse identiteitsdenken, mijns inziens óók een gevolg van het feit dat de westerse wereld anno 2018 steeds heviger aan decadentie ten prooi valt. Al heb ik onlangs geen commentaar geleverd toen zich in de VS een affaire ontwikkelde waarin actrice Ruby Rose, zelfverklaard genderfluïde, door invloedrijke leden van de LGBTQIA-scene (LGBTQIA staat voor lesbian, gay, bisexual, transgender, queer, intersex and asexualals) als ‘niet lesbisch genoeg’ voor de rol van Batwoman werd beschouwd.

Dat ik daarover heb gezwegen beschouw ik zelf als misschien wel mijn grootste prestatie ooit. Zoveel aanstellerige waanzin bij elkaar, bedoel ik, en daar dan, als opiniemaker, ijskoud niets over zeggen: dat vereist een bovenmenselijke zelfbeheersing, maar dat zelfs ik wat dat betreft mijn grenzen heb werd mij deze week duidelijk dankzij een opvallend statement van de veelbezochte Amerikaanse gezondheidswebsite Healtline.

Hou u vast.

Healthline maakte bekend in zijn Safe Sex-gidsen voortaan af te zien van het gebruik van de term vagina, omdat daarmee niet langer wordt voldaan aan de eisen des tijds.

“Wij zullen vanaf nu de term ‘voorgat’ gebruiken”, aldus de website. “Dat is een genderinclusieve uitdrukking waarmee ook aan transseksuelen tegemoet wordt gekomen.”

Bent u daar nog?

Ik niet.

De miljoenmiljard dubbelzinnige grappen die nu komen aanwaaien omzeilend, meld ik u dat ik mij inmiddels volledig buiten adem in het voorgat van de hel bevind.


zaterdag 25 augustus 2018

Het lijkt The Killing wel

En ik maar denken dat het heel moeilijk is om een deugdelijk script voor een spannende misdaadserie te schrijven.

Wie vermoordt wie? Waar en onder welke omstandigheden vindt de moord plaats? Wat zijn de deugden en gebreken der hoofdrolspelers en de duistere gebeurtenissen uit hun verleden die hun actuele gedrag mede bepalen? Hoe bouw je de noodzakelijke conflicten in? Op welke manier geef je de plot gestalte?

Ik heb best een grote duim, maar dat leken mij altijd lastig te beantwoorden vragen.

Soms, echter, hoef je alleen maar de werkelijkheid weer te geven.

Vreselijk wat Nicky Verstappen in 1998 overkwam. Vreselijk wat de ouders en zus van dat arme jochie in de daaropvolgende twintig jaar allemaal moesten ervaren. Vreselijk dat Jos Brech, de dader, meteen al een rol in de speurtocht blijkt te hebben gespeeld, dat hij op dat moment reeds een verleden als pedofiel had opgebouwd en dat hij desondanks nooit in beeld kwam als verdachte (althans: mij persoonlijk verbijstert het nogal, al besef ik ook dat ik gemakkelijk praten heb).

Daarover, met andere woorden, geen misverstand. Maar toen ik de persconferentie had aangehoord en de gedetailleerde reconstructies in deze krant de volgende dag tot mij had genomen, dacht ik ook: het lijkt The Killing wel.

Ik had daarbij met name het nooit meer overtroffen seizoen 1 van The Killing (‘Forbrydelsen’ in de taal van de Deense makers) voor ogen. Hoe de wanhoop en het daaruit voortvloeiende gedrag van de ouders van het verdwenen meisje worden getoond, hoe rechercheur Sarah Lund de klopjacht op de dader ondanks alle tegenslagen weigert op te geven, hoe die dader uiteindelijk wordt ontmaskerd: zo goed verzonnen.

Als er ooit een misdaadserie wordt gemaakt waarin de moord op Nicky centraal staat hoeft er niets te worden verzonnen. De schrijvers hoeven zich slechts van a tot z aan de huiveringwekkende feiten te houden en de dader bijvoorbeeld inderdaad als een eenzame zonderling presenteren, die zichzelf voortdurend, soms zelfs maandenlang, diep in de bossen van de Vogezen aan het oog van de maatschappij onttrekt (saillant detail uit The Killing I: de vader van het verdwenen en naar later bleek vermoorde meisje schiet de dader uiteindelijk in een soortgelijke omgeving dood).

Peter R. kan ook gewoon Peter R. blijven.

Ze schrijft zich vanzelf, die serie, misschien dat alleen voor de laatste aflevering enige fantasie is vereist. Hoewel… fantasie… ook dan kunnen de schrijvers zich wellicht aan de werkelijkheid houden, vooral wanneer ze de advocaat van de verdachte laten stellen dat de privacy van cliënt, omdat diens naam terstond voluit werd genoemd en er tegelijkertijd een portret zonder balkje van hem werd verspreid, meteen al dusdanig door politie en justitie werd geschonden dat er allang niet meer van een eerlijk proces kan worden gesproken.

Het moet natuurlijk wel een Nederlandse serie blijven.


dinsdag 28 augustus 2018

De zoveelste deugaanval

Eindelijk de titel van mijn binnenkort te verschijnen memoires verzonnen: ‘Van toen ik nog Rob Hoogland heette’.

Auteur: Rob H.

Als het aan mij had gelegen zou in het vignet boven deze rubriek zelfs dezelfde afkorting van mijn naam hebben gestaan en hadden ze ook een balkje voor mijn ogen geplakt.

Maar ja, daar ga ik niet over.

Mijn dank gaat in het bijzonder uit naar de media die hebben besloten om de verdachte van de moord op Nicky Verstappen voortaan geen Jos Brech meer te noemen, maar Jos B. De boef is immers in de kraag gevat en daarmee voelen ze zich verplicht hun ‘initialenregel’ weer in acht te nemen.

Zij brachten mij op het idee.

Ik wil u vooral de verklaring van RTV Noord niet onthouden: “Met de aanhouding van Jos B. is het niet meer noodzakelijk om zijn naam en herkenbare gezicht te publiceren. RTV Noord respecteert het recht op privacy van de verdachte, en heeft een aantal tweets verwijderd, Facebookposts herschreven en foto’s aangepast waarop B. herkenbaar was.”

Woehahaha!

Sorry, even een aanval van de slappe lach. Ik moet daar toch eens mee naar de zielenknijper. Vroeger kon ik mij altijd veel beter beheersen wanneer er binnen het wereldje van de ‘gewetensvolle media’ – uitdrukking van een ex-adjunct van de Volkskrant, die tussen zijn ochtenddutje en middagslaapje altijd even van de zuster op Twitter mag – van die o zo correcte, maar anno nu huiveringwekkend krankzinnige standpunten werden ingenomen.

Als mij toen ten eerste gewaar was geworden dat de meest besproken misdadiger van het moment door dat soort media eerst bij zijn volledige naam werd genoemd en na zijn arrestatie weer alleen bij zijn voornaam en de eerste letter van zijn achternaam, en ten tweede dat die media in deze internettijden, waarin alles altijd is terug te vinden, zelfs pogingen ondernamen om de geschiedenis te herschrijven, dan had ik als een ware beoefenaar van de stoïcijnse levenskunst gereageerd.

Maar nu?

Nu meteen ongecontroleerd geschater mijnerzijds over deze zoveelste deugaanval, lees: dit zoveelste vertoon van journalististieke onderschatting van de lezer, die bijvoorbeeld ook nooit meer van z’n leven zal vergeten dat Volkert van der G. voluit Volkert van der Graaf heet.

Maar goed, nu het toch zover is gekomen kan ik er zelf net zo goed gebruik van maken bij mijn memoires, zeker nu ik vorige week tijdens een tripje door Ierland, co. Cork, een strafblad heb opgebouwd door met mijn huurauto een andere auto te schampen, hetgeen ik zelf niet eens doorhad, totdat ik vijf dagen later door wachtmeester F. Curtis van de politie van Clonakilty werd gebeld met de mededeling dat een en ander was vastgelegd door een getuige.

Of ik mij maar even wilde melden.

Best lekker eigenlijk, om crimineel te zijn, want nu heb ik óók ineens recht op mijn privacy.

Al wacht mij wel een grote klus: de vernietiging van al mijn stukken tot vandaag.


donderdag 30 augustus 2018

Het hele jaar door ‘Naad op 1’, svp

Over die bezuinigingen bij de NPO wil ik het niet hebben. Die gaan toch niet door, dus verspilde moeite om daar woorden aan vuil te maken.

Maar ik spring natuurlijk wél met de gretigheid van een dekhengst bovenop Shula Rijxman, dat wil zeggen (u kent mij, alles in het nette): op het verzoek van de NPO-bazin aan het Nederlandse volk om met programma-ideeën op de proppen te komen.

Zet je schrap, Shuul, hier volgt direct een briljant idee: het hele jaar door Naad op 1, zoals ik persoonlijk Laat op 1, de late-night show van Eva Jinek-vervangster Nadia Moussaid, zou hebben genoemd. Die dame heeft alles, behalve een redactie die het revolutionaire plan ontwikkelt om Peter R. de Vries eens als tafelgast over te slaan. Of nu de wantoestanden op de visafslag van Viti Levu op de Fiji-eilanden het thema vormen, dan wel de geschiedenis van de Afrikaanse Partij voor de Onafhankelijkheid van Guinee Bissau en Kaapverdië: in elk praatprogramma mag Peter R. er zijn licht over laten schijnen. Kan dat een onsje minder, svp? Nodig bijvoorbeeld eens een advocaat uit!

Iets zegt mij trouwens dat Eva Jinek haar dochter, wanneer het althans een meisje wordt, géén Nadia gaat noemen.

Doch dit terzijde.

Ik wil wel een voorwaarde stellen aan mijn voorstel aangaande Naad op één: elke avond Jesse Klaver als hoofdgast. Van de week bracht hij in die show een ode aan allerlei beroepsgroepen die volgens hem door het huidige onmenselijke kabinetsbeleid in de verdrukking zijn geraakt. En nu wil ik nooit meer een tv-avond zonder Jesse afsluiten. Hier en daar schamperde men dat de zendtijd voor politieke partijen op wel heel erg gênante wijze was uitgebreid. Maar laten we wel wezen, vrienden: je kunt veel beter schaterend tussen de lakens duiken dan mokkend over wéér een dag vol treurnis en ellende.

“Dit is een ode”, kweelde de Jessias van de GroenLinks-aanhangers op een spreekgestoelte dat Naad hem voor deze gelegenheid ter beschikking had gesteld. “Dit is een ode aan de zorgverleners, aan de onderwijzers, aan de politieagenten, de postbezorgers, de psychologen, de huisartsen, de brandweervrouwen.”

Ja, echt: de brandweervrouwen.

Minuten achtereen bleef de snotneus odes brengen, ook aan lichaamsdelen: “Dit is een ode aan de handen die helpen, aan de ogen die opletten, aan de harten die luisteren.” Hetgeen mij in het laatste geval met name fascineerde omdat ik voor het eerst vernam dat harten kunnen luisteren. Ik kreeg er potdorie kloppende oren van. Al meende ik op een gegeven moment ook steeds vaker ‘Dit is een odol’ te horen. Krijg dat er maar eens uit.

Dit was zo pathetisch, zo cliché, zo helemaal niks.

Zo lachwekkend, daarom.

Ik smeek het je, Shula: laat Jesse elke dag bij Naad op één odes brengen.

Dan komen vanzelf steeds meer mensen er ten eerste achter dat het huidige GroenLinks in intellectueel opzicht een angstaanjagend lege huls is, en ten tweede dat er bij de NPO nog veel en veel meer te bezuinigen valt.

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

rob@hoogland.nl