Press "Enter" to skip to content

Telegraaf columns februari 2018

telegraaf columns februari 2018

Minder herrie en kabaal, svp

De TelegraafRob HooglandHier mijn Telegraaf-columns van februari 2018. In de laatste, die van dinsdag 27 februari, doe ik een vurig pleidooi voor minder herrie en kabaal op de sociale media, waar men steeds minder gehinderd lijkt door een gebrek aan kennis. In de eerste, die van dinsdag 6 februari, spreek ik net teruggekeerd van een vakantie naar Singapore en Thailand een vrijwel onbedwingbaar verlangen uit naar Het Grote Niets. Daartussenin nog veel meer lezenswaardige stukkies. Al zeg ik het zelf.

Klik op een datum in de tabel hieronder als u de column van die dag direct wilt lezen. Scroll anders naar beneden.

• dinsdag 6 februari
• donderdag 8 februari
• zaterdag 10 februari
• dinsdag 13 februari
• donderdag 15 februari
• zaterdag 17 februari
• dinsdag 20 februari
• donderdag 22 februari
• zaterdag 24 februari
• dinsdag 27 februari

<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>dinsdag 6 februari 2018

Ik verlang naar Het Grote Niets

Dat iets goed kan komen is een wijdverbreid misverstand. In werkelijkheid loopt alles altijd slecht af: met de dood. De hemel? Het hiernamaals? Op hoop van zegen verzonnen, mevrouw. Al geef ik toe dat de dood ook verlossing kan bieden.

Soms verlang ik best naar het Heerlijke Grote Niets.

Geen pijn meer, geen besef.

Geen ergernis, vooral.

Het is dan ook best knap van Moeder Natuur dat zij erin geslaagd is de homo sapiens dusdanig te kneden, dat hij het bestaan over het algemeen levenslustig tegemoet blijft treden.

Eerste voorbeeld: Kathy, mijn 87-jarige voormalige buurvrouw. Welgemoed begon zij enkele jaren terug aan een studie Latijn. Dat zij het einde van die studie misschien niet zal halen, weerhoudt Kathy daar geenszins van. Dat met haar heengaan ook al die vers opgedane kennis abrupt zal verdwijnen, stopt haar evenmin. Zij studeert onverdroten door en wandelt ook nog eens vijftien kilometer per dag.

Tweede voorbeeld: moi. Voor de zoveelste maal in mijn leven slaagde ik er een paar weken geleden in mezelf iets optimistisch op de mouw te spelden, in dit geval de verwachting dat de sociale rechtvaardigheidsstrijd die een bevolkingsgroepje van microscopische grootte met de maatschappij is aangegaan, binnenkort onder de overweldigende druk van de rede zou uitwoeden. Met een gerust hart begon ik daarom aan mijn trip door Zuidoost-Azië. Als ik terug zou komen, dacht ik, zou het begin van de teloorgang van dit onbetekenende clubje reeds zijn ingezet.

Nou, mooi niet dus.

Hoe krachtig het Aziatische Wirtschaftswunder zich ook voltrekt, in de straten en steegjes van Bangkok werd ik tevens ontelbare malen met bedelaars en andersoortige armoelijders geconfronteerd, alsmede met hun povere behuizingen, die mij duidelijk maakten dat men daar qua sociale rechtvaardigheid pas echt mijlen achterloopt.

En wat trof ik mij mijn terugkomst in Nederland aan? Opgeblazen, in feite zeer decadente nieuwtjes met koppen als: NOS noemt blanken voortaan witten, afschaffing pitspoezen bij Formule 1 en dartevenementen, blanken die aan yoga doen bevorderen white supremacy, zangeres Merrill Garbus worstelt met haar Afrikaans klinkende stem (“Is dat geen culturele toe-eigening?”), musea zakken voor MeToo-examen, temperaturen op kantoren getuigen van seksisme, pleidooi voor aanpassing straatnamen- en standbeeldenbeleid, massale kritiek op René van der Gijp na opzetten blonde pruik.

Let wel, dit is slechts een greep.

En ja hoor: er werd in dit zo langzamerhand wel heel erg foute land meteen ook weer een adverteerdersboycot van Voetbal Inside ontwikkeld, onder andere door GroenLinks en de PvdA, omdat Gijp (“Ik heet voortaan Renate”) daarmee de transseksuelen onder ons te kakken zou hebben gezet.

Met terugwerkende kracht zijn straks ook Koot & Bie, Jiskefet, André van Duin en Benny Hill aan de beurt.

Brrr, zo eng.

Terug naar Bangkok lukt niet meer.

Welke kwalificatie gaf ik Het Grote Niets ook alweer?


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>donderdag 8 februari 2018

De oude Gerrit draait zich om in zijn graf

Creativiteit vereist moed, zei Henri Matisse. Hoewel ik als rebellerende tiener heb overwogen om mij als student bij de Gerrit Rietveld Academie in te schrijven – ik dronk Rioja, rookte zware shag, vond Mao te gek en kon volgens mijn tekenleraar aardig luchtpartijen aquarelleren – ben ik er nooit geweest. Toch durf ik te wedden dat die Matisse-quote daar niet ingelijst in de bestuurskamer hangt.

De lafbekken die er tegenwoordig de dienst uitmaken, hebben het gewaagd een debat te schrappen. Een der initiatiefnemers van die bijeenkomst, Kate Sinha, deed onlangs namelijk enkele uitspraken die door de Rietveld-hotemetoten als ‘racistisch en seksistisch’ worden gekenmerkt. Daarom wordt ‘prioriteit aan het waarborgen een veilige leeromgeving’ gegeven.

Zucht.

U weet dat de bestuurders van de Berkeley University in Californië hun studenten in september vorig jaar bij voorbaat professionele hulp aanboden, enkel en alleen maar omdat de conservatieve opiniemaker Ben Shapiro daar zou komen spreken?

Die kant gaat het hier ook op.

Kate Sinha is van het kunstkritiekplatform Keeping It Real Art Critics en had het laatst bij The Post Online over de ‘links-geëngageerde onverschilligheid’ van het Stedelijk Museum Amsterdam: “Het toppunt was wel de tentoonstelling van Zanele Muholi, waarbij de bezoeker geacht werd geïnteresseerd te zijn in de luie spinsels van een verwende snol, alleen omdat ze uit Zuid-Afrika komt, lesbisch en zwart is.”

En laat Kate nu óók nog eens, verwijzend naar de MeToo-discussie, beweren dat ‘veel vrouwen van hun eigen begeerlijkheid genieten door de grens van bezoedeling op te zoeken’!

Oei, oei!

Het laat zich raden waar mijn eigen standpunten in beide gevallen liggen. Toch wil ik best toegeven dat je erover kunt redetwisten. De vrijheid van kunst die in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland een grondrecht is, is dat hier niet. Desondanks is het van de zotte dat uitgerekend door een Nederlandse academie waar de expressievrijheid grenzeloos en onvoorwaardelijk zou moeten zijn, op deze wijze censuur wordt toegepast.

De oude Gerrit draait zich om in zijn graf.

Dit is het en niets anders: zuivering. Onwelgevallige meningen zijn niet welkom bij de elite van de Rietveld. Ook deze onderwijsinstelling is in de wurggreep geraakt van het politiek-correcte wensdenken dat om zich heen grijpt als een middeleeuwse pestepidemie. En welke wereld wordt daarbij met name bedreigd, zoals deze week meerdere malen bleek? Nota bene die van de schone kunsten. Nog behoudender dan de kunstpausen van vroeger, proberen degenen die hen wisten te verstoten paal en perk te stellen aan andere overtuigingen en ideeën. Slechts zíj hebben de wijsheid in pacht. En terwijl zij al die nieuwe taboes in stand houden, kweken zij generaties zonder eelt op de ziel, zonder neigingen tot non-conformisme, zonder moed.

Daar heb je dat woord weer: moed.

Wat zei Henri Matisse er ook alweer over?


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>zaterdag 10 februari 2018

Het is nu te koud voor die lieverds

Hij is al 48 jaar de pijp uit. Zo onbegrijpelijk is het dus ook weer niet dat ik niet weet of het graf van mijn grootvader er nog ligt. Dat neemt niet weg dat ik plots de behoefte heb gekregen om het te bezoeken.

En dan te bedenken dat mijn opa vroeger mijn held was. Hij was wel een van de oprichters van de SDAP afdeling Alkmaar, ja!? Ik moet echter toegeven dat er de laatste jaren hele dagen voorbij zijn gegaan dat ik, hard op weg naar mijn eigen teraardebestelling, niet meer aan hem dacht. Bovendien realiseer ik mij nu dat hij verschrikkelijke dingen met mij heeft uitgehaald. Dat wil ik hem toch even inwrijven.

“Hoe heeft u dit kunnen doen, opa? Waarom heeft u mij dat aangedaan? Was dit nu wat ze bij die arrebeierspartij van u verheffing noemden? Dankzij u kamp ik met een uiterst verwrongen wereldbeeld. Welke zaken wel van belang zijn, welke niet: ik heb geen idee. Ik haal alles door elkaar en dat is uw schuld.”

Dat soort woorden wil ik uitschreeuwen, bij dat graf. Het kan me niet schelen of er omstanders aanwezig zullen zijn, net bezig de laatste eer te bewijzen aan een naaste. Ik moet het kwijt. Van mij mag heel Alkmaar, wat zeg ik: heel Nederland, weten aan welke gevaren mijn grootvader mij heeft blootgesteld als hij mij elke woensdagmiddag kwam ophalen om samen met hem de eendjes in de Hout te gaan voeren.

Ja, het is echt waar!

Mijn opa ging met mij eendjes voeren!

Iedere week!

U heeft het gelezen, mag ik aannemen?

“Een boterham in het water gooien om de eendjes te voeren, lijkt een onschuldige bezigheid. Toch kan eendjes voeren schadelijk zijn: voor de vogels zelf, én voor de kwaliteit van het stadswater. Om die reden heeft het Nederlands Instituut voor Ecologie een heus eendjesvoer-meldpunt ingesteld.”

Een eendjesvoer-meldpunt. Ik herhaal het maar even, al was het alleen maar om te benadrukken dat daarmee helemáál niet definitief bewezen wordt dat de NSB-mentaliteit hier nog altijd welig tiert, getuige ook het benaderen, door derden, van bedrijven met de vraag om voortaan niet meer bij GeenStijl en Voetbal Inside te adverteren. Zo’n eendjesvoer-meldpunt leert de burger eindelijk eens wat wel kan en wat niet. Links berooft een bontkraaghufter een omaatje van haar tas: soit. Rechts steelt een bezopen Oost-Europeaan een scooter: peanuts. Het stelt allemaal niks voor vergeleken bij wat in de vijvers, slootjes en grachten van Nederland wordt geflikt.

Daar worden eendjes gevoerd, landgenoten!

Van al dat brood gaat de blauwalg sneller groeien!

Aangeven, dat tuig!

Maar wat zie ik nu ineens, starend uit het raam? De liefde van mijn leven, staande aan de rand van de Keizersgracht terwijl zij de meeuwen, meerkoeten en duiven oud brood staat te voeren.

“Het is nu te koud voor die lieverds”, zei zij zojuist.

Hoe het komt weet ik niet, maar ik begin zomaar zachtjes te schreien.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>dinsdag 13 februari 2018

Pechtold krijgt heel Scheveningen cadeau

Aan: Zijn Excellentie Sergej Viktorovitsj Lavrov, minister van Buitenlandse Zaken Russische Federatie, Moskou.

Hooggeachte heer Lavrov,

Als ik goed ben geïnformeerd ontvangt u morgen onze minister van Buitenlandse Zaken. Dat beweert hij althans. Hij beweerde tot voor kort ook, in strijd met de waarheid, dat hij uw president in diens eigen datsja had horen zeggen dat hij een Groot Rusland wilde leiden, bestaande uit Rusland, Wit-Rusland, Oekraïne en de Baltische Staten. Toch ga ik er vanuit dat de ontmoeting zal plaatsvinden.

Ik citeer auteur Isaac Singer: “Toen ik een kleine jongen was, noemden ze mij een leugenaar, maar nu ik ben opgegroeid noemen ze mij een schrijver.” Ondanks het feit dat ik mijn brood eveneens met de pen verdien, durf ik u in deze open brief toch om erbarmen met het Nederlandse volk te vragen. Dan maar boter op mijn hoofd.

Wij zijn ook maar tot onze leiders veroordeeld, ziet u.

De leugen van de heer Zijlstra was u natuurlijk allang ter ore gekomen. Toen de baron Von Münchhausen van het kabinet Rutte III tot uw collega werd benoemd, werd u er waarschijnlijk meteen al door de FSB over ingelicht: doe er uw voordeel mee, kameraad.

Als rechtgeaarde Rus speelt u morgen een schaakpartij tegen de heer Zijlstra. In de wetenschap dat u bij voorbaat al twee stukken heeft kunnen bemachtigen, een toren en een loper, zult u vol vertrouwen achter het bord plaatsnemen. De toren is mevrouw Ollongren, die Rusland verantwoordelijk acht voor de verspreiding van nepnieuws. Haar verdediging van de heer Zijlstra, die óók nepnieuws verspreidde, was ondeugdelijk: “Hij deed het voordat hij minister werd.” Gek genoeg viel zij wel het FvD aan op grond van een uitspraak die al voordat het FvD bestond werd gedaan. De loper is de heer Pechtold, die zei dat hij de eerste Rus die niet liegt nog moest tegenkomen.

Zij staan dus al naast het bord.

En dan hebben we uiteraard nog de machteloze koningin in de persoon van de heer Zijlstra zelf, die u subiet van het bord zou kunnen plukken omdat hij niet alleen meer door u, maar door geen enkele minister van Buitenlandse Zaken nog serieus zal worden genomen. Toch denk ik dat u hem zult laten staan. En daarmee laat u ook de koning staan, oftewel de heer Rutte, die glashard durfde te beweren dat de heer Zijlstra niets aan geloofwaardigheid heeft ingeboet.

Waartoe heeft de heer Zijlstra zichzelf in deze schaakpartij gemanoeuvreerd?

Tot machteloos verdedigen, terwijl er iets heel anders op het programma staat: de MH17-catastrofe.

U bent een van de hoogste vertegenwoordigers van een perfide schurkenstaat, hooggeachte heer Lavrov. Dat weet u zelf ook wel. Daarom steekt het ons extra dat u het schaakmat door gepruts van onze regering zo lang mogelijk, met een duivelse grijns, zult kunnen uitstellen.

Mijn Sergej, mijn Sergej, heb medelijden met mij en dit arme volk.

Excuses, excellentie, ik liet mij even gaan.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>donderdag 15 februari 2018

Ik hou die uitspraak er nog een tijdje in

Je kunt zeggen wat je wilt over Mark Rutte, maar hij zet je wel aan het denken.

Pardon?!?

Jazeker, heren en dames, Mark Rutte zet je steeds weer aan het denken. Hij mag dan zelf, naar eigen zeggen, visieloos zijn, maar na zoveel jaar premierschap slaagt hij er toch steeds weer in mij met bepaalde uitspraken te triggeren. Ook nu weer. Halbe Zijlstra, wiens vertrek onvermijdelijk was omdat zijn collega’s anders tot in lengte van jaren grappen zouden hebben gemaakt als “Jezus had een paar ferme tikken op de billen nodig voordat hij ging huilen, ik hoorde het net van de minister van Buitenlandse Zaken van Nederland, hij was een der Drie Koningen”, die Halbe Zijlstra was nog niet eens uitgehuild toen zijn zelfverklaarde bloedbroeder tussen diens eigen tranen door fascinerende woorden sprak.

“Liegen is geen doodzonde.”

Sapperdeflap!

Voor de leugen is in het koninkrijk Gods geen plaats. Ik hoor het die uitgedroogde juffrouw met dat knotje nog zeggen, op de Zondagsschool, waar mijn broertje en ik, als seculiere kinderen nota bene, door mijn ouders waren ondergebracht zodat zij in de aanloop naar voetbalwedstrijden als Alkmaar ’54 – Sportclub Enschede, waar mijn vader reeds rond high noon aanwezig moest zijn omdat de kantine dan open ging, hun doordeweeks opgelopen achterstand op het amoureuze vlak ongeïnterrumpeerd konden inhalen. En wat te denken van: “U mag niet liegen, roddelen of kwaadspreken van een ander, hem niet onverhoord (ver)oordelen en hem zo door uw woorden met opzet pijn doen. Heb veeleer de waarheid lief en bevorder de eer en het goed gerucht van uw naaste.”

Het negende gebod, Halbe.

Hoe dan ook: ik kreeg het regelmatig ingepeperd, destijds, maar ontwikkelde toen al, in gedachten, antwoorden als: “Het is maar hoe je het bekijkt, jufferdepuf: als ik niet tegen mijn moeder had gelogen dat mijn broertje de koektrommel had leeg gepeuzeld en ik natuurlijk helemáál niet, dan had niet hij gisteren het verbod gekregen om naar Bonanza te kijken, maar ik.”

En laten we wel wezen, vrienden, we liegen allemaal wel eens.

“Hoe gaat het met je?”

“Goed, hoor.”

Terwijl je je in werkelijkheid ruk voelt omdat die blonde stoot van de postkamer, van wie je toch echt dacht dat zij het MeToo-tijdperk nog lang niet betreden had, je zojuist een uiterst pijnlijk knietje gaf.

Liegen is geen doodzonde.

Ik hou ‘m er nog een tijdje in, die uitspraak. Zijn kabinet heeft immers nog 3 ½ jaar te gaan, Alexander Penthouse zal al die tijd het beleid moeten blijven verdedigen, Kajsa Ollongren gaat nog heel vaak beweren dat de Russen nepnieuws verspreiden, de Russen zelf zullen zonder enige twijfel hun best blijven doen om te bewijzen dat van alle geboden de bijbelse wel de allerlaatste zijn waaraan je je dient te houden.

Zo, nu maar eens weemoedig denken aan de jaren dat niet Mark Rutte, maar de staatsman Ruud Lubbers aan het roer stond.

Je hoeft tenslotte niet altijd te liegen.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>zaterdag 17 februari 2018

Een eerlijk en oprecht elfje, zonder kapsones

En toen kwam er zomaar een elfje aanvliegen, dat heel Nederland in één keer betoverde.

Haar naam is Esmee Visser en ik zag haar in Peyongchang boven de ijsbaan zweven. Men zegt dat zij zich met haar schaatsen tegen het ijs afzette, maar ik geloof daar niks van. Ze zweefde erboven, neem dat maar van mij aan. Ze zweefde er vederlicht boven, met de snelheid van het licht, rondje voor rondje voor rondje. Toen zij na afloop van haar gouden 5000 meter-race zo spontaan haar vreugde en verbazing voor de NOS-camera’s uitte, begon mijn oudemannenhart weer net zo wild en onstuimig te kloppen als diep in de vorige eeuw, op het moment dat in Barcelona plotsklaps Mickey aan mij verscheen.

Ook een elfje, Mickey. Zij zweefde net zo mooi en was het enige meisje waarvoor ik ooit een gedicht schreef (nou ja… jatte). In het Frans, om indruk te maken. “Suis ton coeur, Mickey, pour que ton visage brille durant le temps de ta vie.” Geen idee wat het betekende, maar het stond wel goed.

Kansloos uiteraard, op één vluchtige kus na.

Mickey had al een Spanjool.

Enfin.

Ik was zo langzamerhand wel toe aan Esmee, dat mag u best weten. Mijn beeld van de vrouw in het algemeen en de Nederlandse vrouw in het bijzonder was de laatste tijd niet echt wat je noemt positief beïnvloed. Dat kwam door Kajsa Ollongren. Geen Mickey, zal ik maar zeggen. Eerder een diepvrieskist. Ik weiger bovendien te geloven dat er een andere minister in de westerse wereld is die zelf zoveel amateuristische beginnersfouten maakt en dan toch nog met zoveel dédain over haar medemens durft te oreren als deze D66-jonkvrouw. Hoe zij, het ‘gewone’ volk tussen de regels door tot op het bot beledigend, de afschaffing van het referendum – nota bene een van de kroonjuwelen van D66 toen HAFMO de partij oprichtte – bepleitte, hoe zij het gepeupel ook bij andere gelegenheden kleineerde, hoe zij zelfs als minister van Binnenlandse Zaken (!) weigerde afstand te nemen van haar uitspraak, eerder als wethouder van 020, dat Amsterdam zichzelf tot republiek zou moeten uitroepen als Geert Wilders aan de macht kwam: brrr.

En toen, gisteren, was er ineens dat elfje.

Zo vertederend.

O, zeker: mijn vertrouwen in de Nederlandse vrouw was al gegroeid dankzij Carlijn Achtereekte, die de 3000 meter won. Ook zo’n remedie tegen de randstedelijke D66-arrogantie, die Carlijn. Zij komt uit Lettele in Salland, een dorp van 605 inwoners tussen Okkenbroek en Schalkhaar. Die heeft dus geen adellijke Zweedse vader, zoals juffrouw Ollongren. Die heeft gewoon een hardwerkende Nederlandse pa.

Maar ja, geen elfje, onze Carlijn.

Daar is er maar eentje van: Esmee Visser, 51 kilo schoon aan de haak, lid van de IJsclub Nut & Vermaak uit Leimuiden, eerlijk en oprecht, geen kapsones, ongekunsteld.

Voor haar maak ik ook een gedicht, ditmaal toch maar in het Nederlands.

Als jij, Esmee, nog heel lang blijft zweven,
Dan blijf ik vast nog heel lang leven.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>dinsdag 20 februari 2018

Een ouwejongenskrentenbroodsfeer

Spoel je na een schipbreuk samen met koning Willem-Alexander op een onbewoond eiland aan, dan noem je hem binnen de kortste keren geen majesteit meer, maar Alex. Zo gaan die dingen. Daar waar geen afstand is, vervaagt de etiquette.

Dat geldt ook op het Binnenhof. Ik herinner me mijn eerste bezoek, in 1984. Ik moest Gerard Peijnenburg interviewen, in de jaren zestig staatssecretaris van Defensie en op dat moment secretaris-generaal. Ik meldde mij eerst op Nieuwspoort. Wat mij vooral opviel was dat de aanwezigen zo amicaal met elkaar omgingen. Kamerleden, kabinetsleden, journalisten, ambtenaren, lobbyisten: ze noemden elkaar vrijwel allemaal bij hun voornaam en hingen gezamenlijk aan de bar. Ik kwam uit de sportjournalistiek en was dus wel wat gewend: sporters en journalisten hebben soms ook hechte vriendschappen. Maar dit verraste mij. Dezelfde dames en heren die elkaar op tv soms weliswaar uiterst kritisch, maar altijd welgemanierd en met gepaste afstand bejegenden, bleken buiten de schijnwerpers dikke mik.

Soms deden ze het zelfs met elkaar, begreep ik later.

Wat ik toen óók al begreep was dat het een logische gang van zaken was.

Zie eerste alinea.

Dat de afstand voor de buitenwereld gehandhaafd bleef, beviel mij wel. Het maatschappelijk verkeer is voor mij gebaat bij enige basisregels op het gebied van fatsoen en wellevendheid. Of ze het willen of niet, de boven-ons-gestelden bekleden een voorbeeldfunctie. Daar hoeven ze echt geen hiërarchische invulling van Noord-Koreaanse snit aan te geven. Zolang ze, net als de journalisten, maar doordrongen blijven van het besef dat de grenzen van het spel dat zij moeten spelen – het spel van de goede vormen, de uiterlijke waardigheid – niet overschreden worden.

Zijn ze altijd van dat besef doordrongen?

Vorig jaar wilden Arthur van Amerongen en ik het eerste exemplaar van ons Grote Foute Jongens Boek aan Mark Rutte overhandigen. Tot onze verrassing werden wij daartoe op het Torentje uitgenodigd. De premier had de deur na de verwelkoming nog niet gesloten, of hij zei, breed lachend als altijd: “Jongens, we tutoyeren elkaar, oké?” Wat volgde was een ontspannen conversatie, op een plek waar we behalve door zijn persoonlijke medewerker door niemand konden worden bespied en afgeluisterd. En waarom ook niet.

Toen ik zondagavond naar het gesprek tussen dezelfde Mark Rutte en Rick Nieman zat te kijken (WNL, NPO1), kromden mijn tenen zich echter. Ik ga ditmaal niet in op de inhoud. Ik ga wel in op de manier waarop die twee met elkaar omgingen. Ze zaten elkaar steeds te jijen en jouen. Er ontstond daardoor een ouwejongenskrentenbroodsfeer die mij slecht beviel. Er was geen afstand meer. Het spel werd niet meer gespeeld. En dat terwijl ze bepaald niet afgesloten in het Torentje of op een onbewoond eiland zaten: er waren honderdduizenden kijkers getuige van.

Losjes, ontspannen?

Geen probleem.

Nu werd het te ver doorgevoerd en had het een averechts effect.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>donderdag 22 februari 2018

Probleem is: je hebt niet zoveel te willen

Daar ging ik eens even goed voor zitten. Dit zou de ouders van nu toch wel wakker schudden. Hier zouden ze ongetwijfeld iets over gaan roepen. Het kon niet anders of nu zouden er her en der vaders en moeders opstaan die met het nodige cynische commentaar op de proppen zouden komen.

Niet dus.

Ja, een enkel, verwaarloosbaar kreetje hoorde ik. In de verte, anoniem, op platforms als Twitter en Facebook, zoiets als: “Hallo?! Het is míjn kind, ík moet het opvoeden, ja!?”

Maar verder?

Vooral instemming met de bezwaren van het kroost.

“Ook kinderen hebben recht op hun privacy.”

Dat soort redeneringen.

Ik heb het over de reacties op een reportage in het Journaal en een verhaal op NOS.nl, vorige week aan het Nederlandse volk gegund, over het feit dat veel schoolkinderen problemen hebben met het feit dat hun ouders zich bijvoorbeeld via de Magister-app bijna real-time op de hoogte kunnen stellen van wat de leerkrachten aangaande hun functioneren noteren. Niet alleen hun cijfers kunnen er worden opgezocht, ook informatie over hun sociaal-emotionele ontwikkeling, zoals dat heet, staat paps en mams ter beschikking, terwijl de spijbelavontuurtjes evenmin onopgemerkt blijven.

Diepe verslagenheid onder de geportretteerde pubers uiteraard: “Je wilt niet dat je ouders alles weten.”

Kijk, dat kan ik mij nog voorstellen.

Natúúrlijk wil je niet dat je ouders alles weten. Maar het probleem is: je hebt niet zoveel te willen. Je bent nog een kind. Je staat onder ouderlijk toezicht. Je wordt nog altijd door je vader en moeder opgevoed (oké, er zijn ook talloze andere varianten tegenwoordig, maar je weet vast wel wat ik bedoel). Zij zijn verantwoordelijk voor jou, betalen zich ook scheel voor je en hebben daarom elk moment van de dag het recht om te weten wat jij uitvreet. Op je privacy kun je je na je opleiding nog zeventig jaar beroepen. Niet alles wat de digitale wereld ons oplevert is van waarde, maar deze apps zijn dus een geweldige vondst. Je ouders kunnen nu veel sneller, al dan niet via je docent, actie ondernemen wanneer iets fout dreigt te gaan (en je de hemel in prijzen wanneer je iets goed doet, voeg ik daaraan toe). En daar is helemaal niets op tegen.

Toch, vaders en moeders van Nederland?

Maar nee hoor, de meerderheid knikte braaf met hun protesterende nageslacht mee.

Verontwaardiging zelfs bij de Kinderombudsman, wie anders: “Om los te komen van je ouders en op je eigen benen te leren staan, is het belangrijk dat niet alles wat je doet door je ouders wordt gecontroleerd.”

Boosheid ook bij D66, waar anders: “Ouders hoeven niet via een app te zien dat zoonlief een keer te laat op school was. Misschien stond-ie nog even te zoenen in de fietsenstalling.”

Aldus kamerlid Paul van Meenen.

En ik dacht: als het straks definitief fout gaat met dit land, ligt dat niet aan de kinderen van nu, maar aan hun opvoeders.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>zaterdag 24 februari 2018

Turk roept ‘diskriminaasie!’ Turk krijgt gelijk

Hoe het tegenwoordig functioneert, alhier?

Daar zou ik een stijlvol betoog aan kunnen wijden, afgewogen en genuanceerd, wijsheidje hier, knipoogje daar, afgerond bijvoorbeeld met een Taoïstische spreuk waaruit blijkt dat het allemaal goed zal aflopen met ons. “Als je troebel water met rust laat, wordt het vanzelf helder.” Met Lao Tse is het altijd goed scoren.

Maar weet je, ik zit zo boordevol met niet weg te relativeren ergernis, dat ik er eens een tamelijk zwartwitte Jip en Janneke-alinea tegenaan gooi.

Turk belazert de kluit. Turk wordt betrapt. Turk raakt uitkering kwijt. Turk roept ‘diskriminaasie!’ Turk krijgt gelijk van de rechter. Turk ontvangt weer uitkering.

Ziehier, dames en heren, het hedendaagse Nederland.

Verschillende steden schakelen in hun speurtocht naar bijstandsfraude bureaus in die uitsluitend vermogensonderzoek op Turks grondgebied doen. Die methode druist volgens de rechter in tegen het discriminatieverbod. Miljoenen aan onterecht verkregen bijstand hoeven daarom niet worden terugbetaald.

Zo stond het gisteren in deze krant.

Turk mág de kluit dus belazeren.

En de gevestigde orde zich maar verbazen over het feit dat zoveel Nederlanders voor de PVV en het FvD kiezen.

De steden schakelen deze bureaus niet zomaar in. Twintig tot vijfentwintig procent (!) van de Nederturken die gebruik maken van onze bijstandsvoorzieningen fraudeert. Zij bouwen een vermogen in Turkije op en reizen soms zelfs zes keer per jaar naar hun land om daar de gebraden haan uit te hangen.

(Idioot eigenlijk dat ik over ‘hun land’ spreek, maar ja: ondanks het feit dat ze veelal hier zijn geboren beschouwen ze Turkije als hun land. Zij worden daartoe overigens welhaast gedwongen door de ultra-nationalistische Erdogan-kliek. Extreemrechtser kan het niet, maar wie dat beweert, of iets zegt over het wangedrag van Selçuk Öztürk in de Tweede Kamer, of over de Armeense genocide, heeft volgens nogal wat anonieme Twitteraars meteen een kk-moeder die keihard in haar achterste moet worden genomen)

En dat, die massale fraude die Nederland miljoenen kost, mag dus niet met die speciale bureaus worden bestreden.

Oneerlijk, zegt de rechter, want te veel op Turken gericht.

Ik heb gisteren de hele ochtend zitten bestuderen wat dat discriminatieverbod inhoudt. Eerste artikel grondwet, tal van studies en wetenschappelijke artikelen doorgeploegd, de rol van de EU erin, dat werk. Ik slaagde er maar niet in te ontdekken wat er discriminerend is aan het bestrijden van grootscheepse criminaliteit.

Het leerde mij wél dat er een andere bevolkingsgroep wordt gediscrimineerd.

Ik citeer daartoe instemmend wethouder De Ridder van Tilburg: „Wij hebben er moeite mee dat er verschil wordt gemaakt tussen uitkeringsgerechtigden met vermogen in Nederland en die met buitenlandse bezittingen.”

Hoe het tegenwoordig functioneert, alhier, lijkt mij dus wel duidelijk.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>dinsdag 27 februari 2018

Kan het voortaan wat minder?

Hallo, landgenoten, hebben jullie even? Ja, jullie ook, achterin de zaal. Een paar minuten aandacht. Dat is alles wat ik wil.

Ik heb een verzoek aan jullie. Een vraagje, meer niet. Ik ben wel eens voorbij de molen geweest, dus heb genoeg ervaring met de homo sapiens in het algemeen en de Nederlander in het bijzonder om te weten dat de meerderheid er niet naar zal luisteren. Voor mij is dat geen reden om er dan maar het zwijgen toe te doen.

Het gaat me om de overvloed aan uitroeptekens die tegenwoordig worden gebruikt. Dat luidkeelse geschreeuw en gegil. Die smalende, achterdochtige, giftige, zo extreem opgenaaide en bovenal uitermate domme scheldpartijen, met name op platforms als Twitter. De polderlandse Erdogan-fans hebben er eveneens een handje van. Zij delen niet alleen een belabberde kennis van de Nederlandse taal, maar ook een grote muil. Dat krijst, dat beschimpt, dat hoont, dat schoffeert en dat beledigt maar, in alle gevallen defensief, in alle gevallen humorloos.

Die oorverdovende boosheid: brrr.

Helaas zijn zij lang niet de enigen.

Niks tegen harde woorden, zolang ze maar voortvloeien uit kennis van zaken. Jeroen Brouwers, de schrijver, beschikt daar bijvoorbeeld over. Hij kon – en kan – genadeloos tekeer gaan, maar legde tussen de regels ook uit waarom hij het zo formuleerde. Tip: lees Hamerstukken. Alle polemieken en korzeligheden. De pennenstrijd die hij daarin voert heeft honderdmiljoen maal de waarde van het achterlijke gekanker dat Twitter nu zo kenmerkt.

Hedendaagse voorbeelden: de reacties op de referendum-afschaffing, het FvD-gedoe, de Rusland-connectie, Donald J. Trump.

Wat een kolereherrie.

En dan bedoel ik dus de reacties van alle kanten.

Het simpelste voorbeeld: het weer.

Gerrit Hiemstra, de weerman, verstuurde zondag deze tweet: “Voorstel: stop met schrijven over de gevoelstemperatuur. Het roept meer verwarring op dan dat het helpt. Het wordt de komende dagen koud, maar niet extreem koud zoals een groot aantal artikelen ons wil laten geloven. Een warme trui lost het probleem wel op.”

Ik retweette zijn bericht met instemming en schreef: “Wat zullen we nou krijgen?! Nuchterheid?! Gezond verstand?! Nou ja, zeg!”

Ook deze ironie was aan onrustbarend veel Twitteraars niet besteed. Hiemstra is namelijk een aanhanger van de theorie dat de aarde door toedoen van de mens opwarmt. Of dat waar is weet ik niet. Ik ontbeer de benodigde kennis van zaken, die naar ik vrees ook heel veel andere mensen ontberen. Eén ding staat vast: Gerrit heeft zich meer in de materie verdiept dan – laat ik het maar voorzichtig schatten – negen van de tien lieden die op zijn tweet reageerden.

Dat krijste, dat beschimpte, dat hoonde, dat schoffeerde en dat beledigde maar, in alle gevallen defensief, in alle gevallen humorloos.

Ik heb een beetje mijn bekomst van dat soort reacties, landgenoten.

Mijn verzoek is daarom: kan het voortaan wat minder?

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

rob@hoogland.nl