Press "Enter" to skip to content

Telegraaf columns juli 2018

telegraaf columns juli 2018

Ich bin ein IJmuidenaar!

De TelegraafRob HooglandHier de stukken die ik in juli 2018 voor de Telegraaf schreef. Klik op een datum in de tabel als je de column die op deze dag in de krant werd gepubliceerd direct wilt lezen. Scroll anders naar beneden.

• dinsdag 3 juli
• donderdag 5 juli
• zaterdag 7 juli
• dinsdag 10 juli
• donderdag 12 juli
• zaterdag 14 juli
• dinsdag 17 juli
• donderdag 19 juli
• zaterdag 21 juli
• dinsdag 24 juli
• donderdag 26 juli
• zaterdag 28 juli
• dinsdag 31 juli
.

dinsdag 3 juli 2018

Het was om het eggie deze keer

Zo ik iets ben, ben ik een kustmens.

Best gemakkelijk inderdaad, zo’n beginnetje met een variant op een Couperus-zin. Maar het klopt wel. Het besef drong op mijn zevende, achtste voor het eerst tot mij door, toen ik bij mijn oom en tante op het strand logeerde. Zij woonden de hele zomer ‘op Noord’ in hun bungalowtent en ik mocht elke avond voor het slapen gaan de zon in de zee zien zakken. Inmiddels woon ik zelf ook alweer 32 jaar aan de kust, vlakbij datzelfde strand. Vermoedelijk koos ik die plek destijds onbewust al uit.

Mooi volk, de derpers, zoals de inwoners van Egmond aan Zee heten. Onderling spreken ze een dialect dat zelfs voor mensen die een paar kilometer landinwaarts leven, zij die door de Egmonders boiterippersgasten worden genoemd, nauwelijks verstaanbaar is. Hondje is oinkie, het strand is de strangt en samenwonen wordt door hen als okke met mukkaar omschreven. Ruig volk ook, met zijn eigen wetten: de koddebaijers hebben de stropers en jutters nog altijd niet definitief kunnen deactiveren. Zoals alle andere kustvolkeren beschouwen ze iedere vorm van arrogantie als uitsloverij.

Duur praten, zoals bekakt converseren er wordt genoemd?

Ook dat kejje maar beter late.

Afgelopen zondagavond, uur of half acht. Ik heb gedaan wat ik zo vaak doe: naar de zee zitten staren vanaf het terras van strandpaviljoen de Zilvermeeuw, een weemoed oproepend ritueel dat mij ditmaal zomaar de eerste zinnen van Slauerhoffs  De Zee deed prevelen: “De zee, het enige leven dat strekt / Van begin tot einde / – Terwijl alle andre, voor kort gewekt, / Gedwee en weerloos verdwijnen – / Geeft in eeuwige breking / De groote, zachte verzeekring / Dat, wanneer allen versterven, verstijven, / Zij bevallig zal blijven.”

Ach, het is de leeftijd.

Ondertussen heb ik, nabij de branding, enige activiteiten met de Adriaan Hendrik waargenomen, de Egmondse reddingsboot die 24 uur dag op uitruk staat. Wekelijkse oefening zeker, dacht ik. Als ik een klein uurtje later wegrijd wordt de Adriaan Hendrik toevallig net weer de loods bij de strandopgang in gemanoeuvreerd, een handeling die mij tot wachten dwingt omdat zij wordt uitgevoerd op de weg die tot mijn route naar huis behoort.

Ik draai mijn raampje open en vraag aan de grote KNRM-man die het verkeer ter plekke regelt, in wiens woeste gelaat de zon, de wind en de branding in de loop der jaren grote groeven hebben geslagen, of het inderdaad een oefening was.

“Nee, het was om het eggie deze keer”, grijnst hij. “Twee jongens die achter een wegdrijvende bal aan zwommen.”

“Goed afgelopen?”

“Tuurlijk. Rijen maar!”

Het was om het eggie. De woordkeus alleen al. Ze redden twee jongens van de verdrinkingsdood en dan grijnzen ze dat het om het eggie was.

Ook het eufemisme is op ‘t derp een populaire stijlfiguur.

Nog een variant dan maar: zo ik iets ben, ben ik blij dat ik dit soort mannen tot mijn dorpsgenoten mag rekenen.


donderdag 5 juli 2018

De priester, dacht ik, waar is de priester?

Het becommentariëren van getatoeëerde voetballers – pleonasme? – is heden ten dage eenvoudiger dan het becommentariëren van andere mensen.

Neem de Braziliaan Neymar. Zou er, nu Columbia godzijdank is uitgeschakeld, nog een grotere criminele komediant op het WK in Rusland rondlopen? Zijn tegenstanders hoeven hem maar met het nageltje van hun linkerpink aan te raken, of meneer stort ter aarde alsof hij vol door een UM-133 Trident II-kernraket is getroffen.

Het gekrijs dat hij al rollend over veld laat horen, is tot diep in Baltische staten hoorbaar. De priester, dacht ik de eerste keer, waar is de priester? Zoals zovele Zuid-Amerikaanse voetballers is Neymar toch van de roomskatholieke persuasie? Hier gaan de fysio of de ploegarts echt geen redding meer brengen. Raap zijn ledematen bij elkaar en laat een priester hem de laatste sacramenten toedienen.

Moet je ‘m een halve minuut later zien.

De honderd meter in 11.1 seconden.

Bij mij gaan dan alle remmen los, in de Tochtige Ooi, waar mijn vrienden en ik de WK-wedstrijden volgen. Daar zitten PvdA’ers en D66’ers bij, vergis je niet. En ook GroenLinksers, van wie een enkeling af en toe zelfs een rondje geeft, al is-ie wel altijd de laatste, als de helft naar huis is. En niemand, echt helemaal niemand, die “Tut-tut-tut” zegt, of “Hou je een beetje in, lange”, wanneer ik roep dat die Brazilianen typische Zuid-Amerikanen zijn, met andere woorden: matennaaiers van hors catégorie met wie geen afspraak te maken is omdat ze altijd en eeuwig tot het slechte zijn geneigd. Moet je die misdadigerskop zien, zeg ik dan ook over schurken als Neymar. Die zou zelfs z’n ouwe moedertje verraaien.

En toen moest de Derde Wereldoorlog tussen de Engelsen en die gewetenloze Columbiaanse huurmoordenaars nog beginnen.

Iedereen knikt dan instemmend. En daar vermaak ik mij immer zeer mee, omdat ik maar al te goed besef hoe zij zouden reageren wanneer ik het over andersoortige vertegenwoordigers van die landen zou hebben.

“Je stigmatiseert weer eens, Goof.”

“Weet je wel wat wij die mensen vroeger hebben aangedaan?”

Ach, ik ben een ouderwetse sportman, moet u maar denken. Ik hecht nog waarde aan sportiviteit, ofschoon dat misschien ook komt doordat ik sinds een kwart eeuw een sport beoefen – golf – waarbij nauwelijks een scheidsrechter benodigd is.

Voetbal is tot een sport verworden waarin alles is toegestaan wat de scheidsrechter niet ziet. En waarin het al als fair play wordt beschouwd wanneer na een blessurebehandeling de bal bij de tegenpartij wordt ingeleverd door ‘m zo ver mogelijk terug te schieten, desnoods vijftig meter van de plek waar de opponent ‘m over de zijlijn werkte om die behandeling mogelijk te maken.

Er is een uitzondering.

De kleedkamer van Japan gezien, na de dramatische uitschakeling door België? De tribunes waarop hun supporters zaten?

Geen propje meer.

Voor mij is Japan al wereldkampioen.


zaterdag 7 juli 2018

Hoera, we discrimineren ook lelijkerds

Laat ons juichen, landgenoten: er is toch weer een gediscrimineerde bevolkingsgroep gesignaleerd. Ik dacht dat ze op waren, maar nee. Naast het Afro-volk, de geel- en roodhuiden, de wijffies, de ouderen, de jongeren, de bruinwerkers, de schuurmeiden en de 1001 varianten waarin de genderqueers zich manifesteren blijken we ook nog de lelijkerds te hebben.

Hiep-hiep-hoera!

Aan het eeuwenoude, dagelijks in de maatschappelijke praktijk gebrachte verschijnsel dat lelijke mensen minder kansrijk zijn dan mooie mensen, moet terstond een einde aan worden gemaakt, begrijp ik in elk geval uit een oproep, in dagblad Trouw, van de Italiaanse filosofe Francesca Minerva aan de overheden: “Gun lelijke mensen een operatie. Plastische chirurgie kan de gevolgen van verschillen in uiterlijk minimaliseren.”

Nu denkt u wellicht: hallo meneer de stukkiesschrijver, moet dit nou, ik heb niet voor niets voor de Gezond Verstand-krant gekozen, in Trouw publiceert potdorie een zonderling type als Seada Nourhussen, de columniste die dit soort regels in het onlinemagazine One World durft te schrijven: “Journalisten beweren wel eens dat hulporganisaties gemarginaliseerde mensen – zoals onderdrukte vrouwen of vluchtelingen – ‘een stem’ of ‘een gezicht’ willen geven. Maar als het goed is hebben die mensen dat al. Alternatief: Een podium bieden.”

Je zult maar een gemarginaliseerde toneelspeler zijn, dacht ik toen.

Want dat podium, dat heb je al.

Omdat het mij nogal een probleem lijkt om vast te stellen wie lelijk is en wie niet, wil ik toch niet zomaar aan de stelling van Francesca Minerva voorbijgaan. Zo heb ik mezelf altijd een beeldschone jongen gevonden, maar viel de overgrote meerderheid van de meisjes altijd meedogenloos ten prooi aan een aanval van de slappe lach wanneer ik na het nuttigen van vijftien bier – eerder durfde ik niet – een gesprek met hen aanknoopte (heel gek: toen ik dergelijke toenaderingspogingen met uitspraken als “Tja, je bent een Dreesmann of je ben het niet” begon te kruiden, werden ze ineens succesrijker).

Hoe onderscheid je in vredesnaam schoonheid van lelijkheid? De een vindt dikke, wiebelende konten lelijk, de ander raakt er juist opgewonden van. Bovendien herinner ik mij een vrouwelijke collega die uitsluitend mannen met grote haakneuzen wilde, want als een man een grote haakneus had, nou, dan wist je het wel.

Hoe dan ook zal Francesca Minerva in haar onophoudelijke streven naar totale maatschappelijke gelijkheid niet rusten voordat de Playgirl met een cover van een poedelnaakte Arnon Grunberg uitkomt en de Playboy met een cover van een poedelnaakte… eehh… sorry, ik moet straks nog in mijn eentje de stad in.

Nog meer oplossingen, signorina Minerva?

Verplichte openbare tongzoensessies met de Eucalypta’s en de Elephant Men onder ons omdat die arme mensen ook recht op intimiteit hebben?

Ik las dat wij zo’n gelukkig volk zijn.

Kan dat eigenlijk, gelukkig zijn zonder ook maar een millimeter eelt op de ziel?


dinsdag 10 juli 2018

Pa is veel goedkoper dan Obama

Heb ik er € 995, exclusief 21% btw, voor over om naar Barack Obama te kijken en te luisteren? Of zelfs € 1.295, ook exclusief 21% btw, in ruil waarvoor men bij dezelfde bijeenkomst een van de duizend betere zitplaatsen, alsmede ruimte in een VIP-lounge tijdens de pauzes krijgt?

Tja, goh, pfff, daar vraag je me wat.

Die btw kan ik dus niet aftrekken, hè?

Ik niet.

Aan de andere kant is het niet zomaar een meneer, die op 28 september aanstaande hoofdgast op het seminar Forward Thinking Leadership in Nederland zal zijn. Het is de yes-we-can-meneer. Oké, later, toen-ie eenmaal in functie was, bleek hij vooral een no-we-cannot-meneer. Maar je kunt niet alles hebben. Barack Obama is wel een voormalige Mister President, die overigens zijn hele verdere leven Mister President genoemd mag blijven worden. Zo doen ze dat in de VS. Bovendien werd en wordt Obama hier nog steeds aanbeden gelijk de Messias en heeft hij een hartstikke leuke vrouw, al zal hij die wel weer thuislaten.

Zal ik gaan of zal ik niet gaan?

Afgelopen zaterdag zat ik toevallig even op het terrasje van het Amsterdamse café waar een van de andere vijf andere nog levende Misters President een paar jaar terug zomaar naar binnen liep om er appeltaart te gaan eten. Het was Bill Clinton, die trouwens een iets minder leuke vrouw heeft. De jofele stamgasten inschattende konden ze hun neiging om er een Monica Lewinsky-grapje tegenaan te gooien – “Sigaartje, Mister President?” – nauwelijks bedwingen, maar mede daardoor bleef het, zoals de foto’s die van het bezoek werden gemaakt verraden, wel lollig in het Papeneiland.

Waarom vertel ik dit?

Omdat Bill Clinton toen ook ter opluistering van een seminar naar Nederland was gekomen.

Hij kreeg er, zo liet ik mij vertellen, een miljoen voor, en Barack Obama doet het ongetwijfeld voor geen cent minder. Heb ik wel zin om dat mede te financieren? De titel van het seminar, Forward Thinking Leadership dus, doet het ergste vrezen en als ik het resterende programma bekijk zakt de moed mij eveneens bij voorbaat in de schoenen.

Blok 3, Leadership: “Forward Thinking-leiders zetten visie om in actie. Ze zetten moedige stappen en betrekken anderen daar actief bij. Hoe zorg je dat je wegblijft uit de waan van de dag om te focussen op wat écht belangrijk is? Om zo de leider te worden die je graag zelf had gehad?”

Grote goedheid.

Moet je daar een Forward Thinking-leider voor zijn?

En dan moet Barack Obama dus nog komen, bij wie het getuige het schema om de volgende vragen zal gaan: “1. Hoe creëer je een beweging van hoop en verandering? 2. Hoe neem je anderen mee naar het hogere doel van je organisatie? 3. Wat is je persoonlijke rol hierin en hoe ga je om met tegenslag?”

Ik herinner mij ineens mijn vader als ondernemer.

Ik loop daarom, op 28 september, gewoon maar even naar zijn graf.

Een stuk goedkoper en minstens zo leerzaam.


donderdag 12 juli 2018

De arrogantie van de macht

Er is de afgelopen maanden al veel over gezegd en geschreven, met iets te veel bewondering omdat de door nostalgie gedreven sprekers en schrijvers er veelal zelf producten van waren: vijftig jaar geleden ontbrandde in Parijs de studentenrevolte.

De tegencultuur nam het op tegen de dominante cultuur en hoewel het een Processie van Echternach werd – drie stappen vooruit, twee stappen achteruit – won uiteindelijk de tegencultuur.

Zeker daar waar men zichzelf maar al te graag als intellectueel presenteert, op de universiteiten en daaruit voortvloeiend in hogere politieke en ambtelijke kringen en de zogenaamde kwaliteitsmedia, werd de tegencultuur, links van aard ditmaal, de nieuwe dominante cultuur.

En wat blijkt?

Ook deze dominante cultuur kenmerkt zich, nog meer dan de vorige, door arrogantie.

De arrogantie van de macht, inderdaad.

Ik citeer nu de Franse filosoof André Glucksmann, helaas niet meer onder ons, die zelf een kind van de ’68-beweging was: “De revolutionairen van toen zijn verantwoordelijk voor een intellectueel en moreel relativisme dat Frankrijk kapot maakt.”

Niet alleen Frankrijk, voeg ik daaraan toe.

Leon de Winter legde het gisteren in zijn rubriek uit. Hij verwees naar het klimaatakkoord en de daarmee verbonden afschaffing van het gasverbruik die het volk ongevraagd worden opgedrongen, naar het ondemocratische gedrag van de Europese Commissie, naar het traditionele gekonkel buiten de kiezer om dat de benoeming van Femke Halsema tot burgemeester van Amsterdam typeerde, naar het zoeken binnen de afdeling brokkenpiloten (mijn toevoeging, RH) van dezelfde elite naar de Nederlandse vertegenwoordiger bij de Wereldbank, naar de afschaffing van het referendum, naar het taboe op het plaatsen van vraagtekens bij het toelaten van vele honderdduizenden economische migranten, enzovoorts.

Ook De Winters woorden maakten duidelijk hoe de burger – ik herinner me hoe studentenleiders als Daniël Cohn Bendit opriepen tot een gezamenlijke strijd van de student en de arbeider, haha – meer en meer monddood wordt gemaakt. Mede daardoor gaat het zoals het altijd gaat: er ontwikkelt zich een nieuwe tegencultuur, die door de dominante cultuur wordt vervloekt en gehaat. Er behoren, zoals gebruikelijk, minder frisse types tot die tegencultuur. Maar het gaat wel om mensen die zich zorgen maken en steeds minder de gelegenheid krijgen om dat te verwoorden.

Ik krijg die gelegenheid wel.

Op het gevolg daarvan wees Leon de Winter al: framing, beledigingen, bedreigingen zelfs, met veel te zware termen (zo ben ik sinds gisteren een nederfascist).

Waar behoudzucht al niet toe kan leiden.

Ik kan ermee leven hoor, it comes with the job, maar ik heb wel het gevoel dat steeds meer andere mensen zich steeds meer buitengesloten voelen.

Hoe de macht te breken?

Dat was toen de vraag en nu weer.


zaterdag 14 juli 2018

De terreur der minderheden werkt

Kinderboekenschrijfster Sanne de Bakker komt dit najaar met een nieuw boek: Alles wat je moet weten over scheten.

Ook al omdat ik nergens mijn neus voor ophaal heb ik het boek nu reeds besteld. Bij Kluitman, de alweer 154 jaar oude uitgeverij die mijn jeugdjaren met de reeksen over Pietje Bell, Dik Trom en de Kameleon mede heeft bepaald. Bovendien worden mijn eigen boeken door Kluitmans volwassenenimprint Pepper Books op de markt gebracht. Dat schept eveneens een band.

Ik heb dus al veel met deze uitgeverij en dat gaat dankzij Sanne de Bakker nog meer worden. Ik reken er namelijk op dat Sanne in Alles wat je moet weten over scheten tevens het recept voor bruine bonen met rijst zal publiceren, het populaire gerecht dat mijn darmflora vaak dusdanig in vuur en vlam zet dat mijn vrouw zich genoodzaakt ziet het huis als de wiedeweerga te verlaten, ten eerste wegens geluidsoverlast, ten tweede omdat de tegelijkertijd verspreide geur alle vegetatie in de woonkamer pleegt te doden.

Ook dat moet je weten over scheten, dunkt mij.

Wat zeg je?

Bruine bonen met rijst is een Surinaams gerecht?

Nee, hè?

Zo jammer dit. Was ik van plan om er vandaag eens een gezellig Kluitman-onderonsje ter promotie van mijn onstuitbare literaire activiteiten van te maken, voel ik mij nu toch door de actualiteit gedwongen uit te doeken te doen wat Sanne de Bakker is overkomen: zij heeft zich de toorn van onder andere de anti-Piet groeperingen op de hals gehaald door in een ouder boek, getiteld Suriname, here we come, door Kluitman heruitgegeven, weetjes te vermelden als: “Weet je dat het in Suriname heel normaal is om vreemd te gaan? De meeste mannen in Suriname hebben minstens één ’buitenvrouw’ en het liefst meerdere.” En: “Weet je dat telefoongesprekken tussen Surinamers vaak lang kunnen duren? Een Surinamer heeft een eindeloze intro nodig en is niet in staat om een gesprek te beëindigen.”

Beweer zoiets over een Italiaan en ze zeggen: tja, klopt best wel.

Beweer zoiets over een Surinamer en de wereld is te klein.

Niet voor de meeste Surinamers hoor. Het zal ze worst wezen (een broodje Surinaamse worst: mmm, heerlijk). Maar wel bij een piepklein clubje met een heel grote bek, dat krankzinnig veel aandacht krijgt. Zo werkt dat anno 2018 in Nederland, waar het gekrijs van de Black Lives Matter-groeperingen andermaal niet van de lucht was nadat iemand toevallig op deze passages was gestuit. Het gevolg: de Facebook-pagina van Sanne de Bakker wegens talloze bedreigingen afgesloten, extra politiesurveillance in haar woonwijk en het boek uit de handel: bewijs numero 5.868.397 van de stelling dat de terreur der minderheden alhier werkt.

Ik heb ineens zó’n trek in bruine bonen met rijst.

Ach, die arme Sanne.

Als troost reik ik haar alvast de titel voor haar volgende boek aan: Alles wat je moet weten over herstelbetalingsapologeten.


dinsdag 17 juli 2018

Peuters met genderproblemen? Ja dag!

Wat bij mij de afgelopen dagen het langst bleef hangen?

Toch de foto van die twee kinderen op de voorpagina van de Telegraaf van zaterdag.

Niet de WK-finale dus. Niet Jean-Claude Juncker, wiens veelbesproken wankelingen menigeen journalistieke grondprincipes lieten schenden. Niet de schitterende verrichtingen, in de Tour, van Dylan Groenewegen, over wie ik altijd denk dat er nog wel een paar kilootjes babyvet vanaf kunnen. Niet de FIFA-diversiteitsdirecteur: hij/zij schijnt er in het kader van het gelijkheidsbeginsel naar te streven dat de cameralieden die belast zijn met de taak om tribuneshots te maken, zich bij het volgende evenement niet langer op beeldschone vrouwen focussen.

Niet…

Nee, wacht even, over dat laatste wil ik toch wel iets kwijt. Ten eerste: curieus, nuchter beschouwd, dat de FIFA daarover gaat en de regisseur blijkbaar in zijn macht heeft. Wat is er toch gebeurd met de journalistieke onafhankelijkheid? Ten tweede componeerde ik er een tweetje over dat ik nu ook met u deel: “Stel, je bent een vrouw die tijdens een WK-wedstrijd op de tribune zit, en je ziet op het grote scherm in het stadion dat je in beeld wordt gebracht. Dat weet je dat ze je lelijk vinden.”

Alleen al om humanistische redenen niet buigen voor de MeToo-terreur dus, FIFA, en tijdens het volgende WK volop op lekkere wijven inzoomen.

O ja, da’s waar ook, dat WK staat voor Qatar gepland, ik doe die zin daarom even over.

Alleen al om humanistische redenen niet buigen voor de MeToo-terreur dus, FIFA, en tijdens het volgende WK volop op die menselijke wigwams inzoomen.

Meer dan genoeg opmerkelijke ontwikkelingen derhalve, de laatste tijd, waaraan ik comfortabel een volledige rubriek zou kunnen wijden. Toch stonden ze voor mij in de schaduw van de foto en het bijbehorende verhaal die deze krant publiceerde, met als onderwerp de negenjarige Finn en de zevenjarige Sanne, vroeger broertjes en tegenwoordig broer en zus. De toch al overbezette genderkliniek is er bij een van hen reeds aan te pas gekomen en het lijkt erop dat zulks binnenkort tevens bij de ander zal geschieden. Hun moeder besteedt er een heus blog aan.

Daar vind ik óók iets van.

Dat er een genderproblematiek bestaat erken ik hoor. Laatst las ik een verhaal met de kop ‘Op zijn 75ste werd Jan dan toch vrouw’. Het was een repo die mij rillingen bezorgde, net als veel andere getuigenissen waarin deze kwestie centraal stond. Ik wil best geloven dat mensen dankzij een weeffoutje van Moeder Natuur in een verkeerd lichaam geboren worden en het lijkt mij geen pretje om vervolgens je hele leven in dat lichaam te moeten rondlopen.

Toch wil ik u in dit speciale geval deelgenoot maken van mijn huiveringen.

Het gaat hier om peuters, namelijk.

Om kleine kinderen, die zich zowel fysiek als mentaal nog moeten ontwikkelen.

Die WK-finale?

Geen brrr.

Dit?

Wel brrr.


donderdag 19 juli 2018

Kiss & Fly: een redelijk alternatief

Is de massale verontwaardiging over het plan van Schiphol om voor de kiss & ride voortaan vijf euro te vragen terecht?

Hm, ik weet ‘t niet.

Laten we wel wezen: veel automobilisten die reizigers wegbrengen of ophalen lappen er de regels uitbundig aan hun laars, bijvoorbeeld door zo lang mogelijk – en dus gratis en voor niks – geparkeerd te blijven staan.

Het kan anders.

Neem Nice, die heerlijke toegangspoort naar de Cote d’Azur. Daar hebben ze de kiss & ride best goed geregeld. Al noemen ze het op dat vliegveld kiss & fly, doch dit terzijde.

Oké, die twee terminals zorgen op Nice Aeroport vaak voor verwarring: sta je op 1, moet je op 2 wezen, omdat je even vergeten bent dat je niet met Transavia terugvliegt, maar met KLM. Je wilde als ervaren reiziger natuurlijk niet tot de domme massa behoren die zich liefst 2 1/2 uur tevoren bij de incheckbalie meldt. En dan ontdek je tot je schrik dat je nog slechts 30 minuten over hebt om je van de ene naar de andere terminal te haasten. En dat voor het transport slechts een bus beschikbaar is die altijd een eeuwigheid op zich laat wachten.

Bovendien plaats ik vraagtekens bij de keuze voor de term kiss. Ik heb daar in Nice wel eens staan observeren – alle tijd toen, ik had bij toeval de goede terminal gekozen – hoe de betrokkenen ter plekke afscheid van elkaar nemen. Nu en dan gaven de chauffeur en de reiziger elkaar inderdaad een zoen. Eén stel – lesbiennes, neem ik aan, het waren twee vrouwen – maakte zelfs van de gelegenheid gebruik om minutenlang op z’n Pornhubs te gaan staan tongen. Met de wetenschap van nu snap ik het wel: de Britse krant The Independent onthulde vorig jaar dat lesbiennes aanzienlijk vaker een seksueel hoogtepunt bereiken dan heteroseksuele vrouwen. Maar toen was er vooral veel onbegrip, met name bij de automobilisten die met hun drop-off moesten wachten totdat de dames de klus hadden geklaard. De meeste betrokkenen kusten elkaar echter niet. Zij hielden het bij een knikje of handdruk. Sommige chauffeurs bleven gewoon zitten, terwijl de passagier de bagage uitlaadde. Eén van hen zag ik zelfs, nadat hij de vrouw had afgezet die vermoedelijk zijn wederhelft was, al wegrijdend stiekem zijn vuist ballen.

Enfin.

Hoe hebben ze het in Nice geregeld?

Daar moet je, als automobilist, langs een parkeerautomaat met een slagboom. Je bent er, met andere woorden, gedwongen een parkeerticket te nemen, waarna je voor een keuze wordt gesteld: óf parkeren op P1, wat maximaal twee uur mag, óf de reiziger terstond afzetten en doorrijden. Doe je dat laatste binnen een kwartier, dan gaat de slagboom van de automaat bij de uitgang gratis voor je open.

Een redelijk alternatief, me dunkt.

Het maakt meteen ook een einde aan het gelieg en gedraai, van de automobilisten, waarmee de Schiphol-controleurs nu dag in dag uit worden geconfronteerd.

Trouwens, over Nice gesproken: nog anderhalve maand, mes amis.

Kusje!


zaterdag 21 juli 2018

Jawohl Vati, zei Hoss Cartwright

Hoog tijd om uit te leggen waarom meneer Van Bemmelen, onze leraar Duits, die wij om die reden uiteraard Herr Von Bemmelen noemden, zich telkens gedwongen zag mijn proefwerken van het predicaat ‘onvoldoende’ te voorzien.

Het lag niet aan mij.

Het lag aan Der Hoss .

Lees & huiver.

Toen ik een jaar of veertien was vatten mijn ouders een woningruilplan op: wij een vakantie in een huis in Neede, een Needs gezin een vakantie in ons Alkmaarse huis. Het geschiedde met gesloten beurzen en reeds tijdens onze eerste Needse avond trok mijn oude heer, als ik het goed heb tijdens het naar binnen klokken van beugelfles Grolsch numero zeven, de conclusie dat het niet alleen een budgetbeperkende, maar ook cultuurverrijkende deal was.

De volgende ochtend voelde pa zich ietwat sloerig in de rakker, op z’n Achterhoeks, maar hij had wel gelijk.

De Achterhoek? Mooi man!

Toch wordt de herinnering aan deze vakantie zelfs dik een halve eeuw later overschaduwd door de diepe teleurstelling die ik moest ervaren toen ik op de Duitse tv naar Bonanza mocht kijken.

Ik had nog nooit Duitse tv gezien. Tv-kijken was nog antennewerk, dus de Nederlanders die de Duitse zenders konden volgen woonden aan onze oostgrens. Daarom was ik zo blij dat ik in Neede op Bonanza kon afstemmen.

Hoss Cartwright (Dan Blocker) was mijn favoriet. Zijn broers Adam en Little Joe vond ik maar pienekottels, om het andermaal op z’n Achterhoeks te zeggen, maar zoals Hoss zijn vader Ben Cartwright (Lorne Green) bejegende: fantastisch.

“YEAH PA!”

Wat een kerel, met die bas.

Maar wat zei Hoss in Neede?

“Jawohl Vati”, met amper een bariton.

De mof bleek aan nasynchronisatie te doen en dat deed zo’n pijn aan mijn oren, dat het mij een posttraumatische stress-stoornis zonder weerga opleverde, die zich vooral tijdens de lessen van Herr Von Bemmelen uitte. Wat ik ook moest leren (o, gruwel: de naamvallen, de onregelmatige meervoudsvorming), steeds hoorde ik Hoss Cartwright geen “Yeah pa!”, maar “Jawohl Vati” zeggen.

Ik was voor jaren verloren, tot op de dag van vandaag misschien wel, want toen ik deze week werd geïnformeerd over het feit dat de NPO de Duitse serie Bad Banks, met Barry Atsma in de hoofdrol, gaat nasynchroniseren, kwam alle ellende in één klap terug.

Verklaring van de NPO: steeds meer Nederlanders hebben moeite met het lezen van de ondertiteling.

Verklaring van ondergetekende: steeds meer Nederlanders krijgen slecht onderwijs.

Waar ik ook kwam op deze planeet, overal kreeg ik hetzelfde compliment: wat spreken Nederlanders goed Engels. Ik gaf steeds dezelfde uitleg: wij nasynchroniseren niet, wij ondertitelen, wij leren de vertaling daardoor vanzelf, daarom spreken veel Duitsers en Fransen slecht Engels, want daar nasynchroniseren ze wél.

Bekiek et ow, NPO!

Jullie zijn toch Vadertje Staat?

Ik schreeuw het van de daken:

NEIN, VATI!


dinsdag 24 juli 2018

Alleen geschreeuw, gekrijs en gegil

Doofheid schijnt erger dan blindheid te zijn, maar toch zijn er momenten dat mijn verlangen naar stilte onweerstaanbaar is.

Dat geschreeuw van de laatste tijd, dat onophoudelijke gekrijs en gegil met name ter linkerzijde, doet mij er in elk geval soms toe neigen SleepSoft-oordopjes te bestellen.

Ben ik misschien blind voor de argumenten?

Welnee, ik hóór geen argumenten.

Ik hoor alleen geschreeuw, gekrijs en gegil.

Wat in de openingszin wordt beweerd is trouwens geen verzinsel. Er is onderzoek naar gedaan, al vind ik het wel jammer dat het Willem Drees sr. niet meer kan worden gevraagd. Toen hij 98 jaar was interviewde ik hem in zijn beroemde woning aan de Beeklaan in Den Haag. Het was voorjaar 1984 en het onderwerp van gesprek heette prinses Juliana, die een paar weken later 75 jaar zou worden.

Vadertje Drees was vrijwel blind en voor tachtig procent doof. Volgens afspraak had ik de vragen over zijn belevenissen met Juliana daarom tevoren schriftelijk bij zijn zoon Jan ingediend, zodat hij zich kon voorbereiden. Graag had ik hem, bij nader inzien, toen ook willen vragen wat hij, ook in dit geval de ervaringsdeskundige bij uitstek, als hinderlijker beschouwde, zijn doofheid of zijn blindheid. Maar ja, toen wist ik nog niet dat ik 34 jaar later dit stukje zou schrijven.

Klopt, slightly off topic dit. Aan de andere kant herinner ik mij het interview óók omdat er, door de vader van de polderlandse sociaaldemocratie nota bene, geen moment werd geschreeuwd, gekrijst of gegild. Op elke vraag – tijdens het gesprek stelde ik ze nogmaals, vlak naast de oude Drees in de erker zittend, op twintig centimeter afstand van zijn iets minder slechte linkeroor – volgde een perfecte monoloog, diep doordacht, foutloos geformuleerd en beargumenteerd, rustig uitgesproken.

Willem Drees was lange tijd de held van links.

Dat zeg ik er graag bij omdat de mensen over wie ik het nu heb zichzelf eveneens graag als links omschrijven, terwijl zij slechts schreeuwen, krijsen of gillen, in het meest recente geval over wat Stef Blok zich met name over Suriname en de multiculturele samenleving heeft laten ontvallen.

Dat waren inderdaad uitspraken die een man in zijn positie beter niet kan doen. Maar kom op, de grootste machthebber van Suriname is een moordenaar cq drugshandelaar, die voor het tweede vergrijp alhier bij verstek tot elf jaar cel is veroordeeld. Bovendien was wat Stef Blok over de multiculturele samenleving zei ook niet helemáál onzinnig.

Zal ik er nóg een prominente PvdA’er tegenaan gooien?

Ach, waarom niet.

Paul Scheffer schreef ooit een geruchtmakend verhaal met de alleszeggende kop Het multiculturele drama.

Vraag hém eens, niet schreeuwend, niet krijsend, niet gillend, wat hij van de uitspraken van Stef Blok vindt.

Zonder argumentloos geschamper, svp.

Denk ik intussen aan Tao Meng: “Stilte is niet de afwezigheid van geluid. Stilte is de diepste klank.”


donderdag 26 juli 2018

Tip: laat bij hittegolf schaatsen in het vet

Zo verschrikkelijk Nederlands, dat massale gevit op het Nationaal Hitteplan. Zo zeikerig, zo zeurderig, zo ziegezagerig. Het is ook nooit goed.

Er wordt wél optimaal over ons gewaakt, ja!?

Wees daar dankbaar voor!

Als je het mij vraagt staan er zelfs nog lang niet genoeg aanbevelingen in.

Dat je onder deze omstandigheden geen driedubbel gewatteerde winterjas met een dikke bontkraag dient aan te trekken: ze zijn helaas vergeten het te vermelden. Dat je je extra gelaagde borstrok op dit soort dagen in de klerenkast moet laten liggen en ook maar beter geen krant achter je t-shirt kunt vouwen: idem dito. Persoonlijk had ik verder de volgende punten sterk benadrukt willen zien: laat je niet verleiden de lange Jaeger-onderbroek van je vader zaliger te dragen, besef dat wollen mutsen, sjaals en snowboots tijdens een hittegolf uit den boze zijn, realiseer je dat het dragen van winterwanten geen aanbeveling verdient, weet dat het nu onverstandig zou zijn om je bed met een elektrische deken en/of een warme kruik voor te verwarmen, doe geen sneeuwkettingen om je banden, laat je schaatsen in het vet.

Ietwat overdreven, vind je?

Weet je dan niet dat het Nederlandse volk door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu als volslagen debiel wordt beschouwd?

En als het RIVM dat vindt, dan kan het alleen maar waar zijn, want ze hebben daar allemaal heel erg lang doorgeleerd.

De Volkskrant publiceerde dinsdag zeven tips van die betuttelclub.

Ik heb ze dankbaar uitgeknipt en voor eeuwig boven mijn bed gehangen.

  1. Drink voldoende. 2. Draag dunne kleding. 3. Zoek de schaduw op. 4. Smeer de huid in met zonnebrandcrème. 5. Beperk lichamelijke inspanning ‘s middags. 6. Houd de woning koel. 7. Let extra op kwetsbare mensen.

Dat kan volgens mij alleen maar betekenen dat ze bij het RIVM – en ook bij de Volkskrant – hebben ontdekt dat wij een gemiddeld IQ van 25 hebben, met uitschieters naar beneden. Wist jij dat je op warme dagen voldoende moet drinken? Nee, uilskuiken! Wist jij dat je dan beter dunne kleding kunt dragen? Nee, domkop! Zoek de schaduw op: ook zo eentje. Mijn hond doet het, de kat van de buren doet het, ieder paard en elk schaap en alle koeien in de vergeelde polderlandse weilanden die momenteel zo meedogenloos door de koperen ploert worden geteisterd doen het, maar wees eerlijk, onnozelaar: bij jou weigert die gedachte zich te ontvouwen. En dat geldt ook voor de vier andere aanbevelingen. De woning koel houden: een gouden advies werkelijk, omdat anders iedereen de thermostaat helemaal opendraait.

Ik las dat seniorenorganisatie ANBO van mening is dat het RIVM met al die tips enigszins doorslaat.

“Wat staat er nou eigenlijk in dat je nog niet wist?” aldus een woordvoerster.

Dat mens moet door de hitte bevangen zijn.

Al heb ik ook nieuws voor haar: als ik later groot ben, sluit ik mij subiet bij de ANBO aan.


zaterdag 28 juli 2018

Joehoe, feministen! Kom van dat strand af!

Nog steeds geen idee hoe dat moet, omgaan met vrouwen.

Zo vaak uitgegleden op het liefdespad, zo vaak de weg kwijtgeraakt tijdens een conversatie, zo vaak in verwarring gebracht en achtergelaten.

O ja, het ligt vast ook aan mij.

Maar als vrouwen een verhaal vertellen, dan… nou ja, zoek op YouTube maar eens op deze twee termen: ’Ronald Goedemondt’ en ’Vrouwen’. Wat die zeldzaam geestige cabaretier vertelt maakt duidelijk wat ik bedoel.

Ik begon met deze verzuchting over mijn relatie tot het vrouwvolk nadat ik – op zoek naar voorbeelden van de nationale gekte sinds we hier ineens een tijdje, qua temperatuur, op z’n Zuid-Europees kunnen leven – op een DFT-bericht was gestuit waarin ene Anne-Marie van Leggelo van Het Etiquettebureau aan het woord werd gelaten.

Nederlandser kan het niet: Anne-Marie heeft een probleem geconstateerd. Dat heeft de Grote Borduurder in onze volksaard meegeweven. Als wij geen problemen kunnen constateren, zoals massaal geschiedt tijdens de huidige uitgebreide warmteperiode, dan ervaren wij dat alsof ons ons bestaansrecht is ontnomen.

Zo hebben we sinds gisteren de superhittegolf – probleem: hittegolf was te zwak – en zo meldde Buienradar welhaast apocalyptisch dat het ’s nachts in Deelen niet kouder dan 24,4 graden was geworden. Probleem: een plaknacht. Terwijl ik gewoon een lauwe douche nam en daarna weer lekker verder knorde, niet onder het dekbed maar erbovenop, en vijf uur later heerlijk in de tuin ontbeet.

Er schuilt blijkbaar een Zuid-Europeaan in mij.

Ik zie dat ook aan de familiefoto’s van moederskant: er moet ooit een Italiaan of Spanjool zijn langsgefietst.

Maar goed, ik had het over Anne-Marie van Leggelo, die zich het volgende liet ontvallen over het ‘probleem’ bij hete zomerse dagen dat werkgevers vaak geen ‘interne dresscode’ hebben: “Moeten vrouwen panty’s dragen bij dit soort temperaturen? Mijn advies is om goed naar je benen te kijken: komen die representatief over?”

Daar raak ik dus óók van in de war.

Oké, Anne-Marie wil Het Etiquettebureau op de kaart zetten. Dat begrijp ik ook nog wel. Maar wat ik niet begrijp is dat zij vrouwelijke werknemers die zich afvragen of zij bij deze temperaturen een panty zullen dragen glashard adviseert om eerst maar eens goed naar hun benen te kijken, zonder dat daar tot nu toe met veel kabaal door derden tegen is geprotesteerd.

Joehoe, feministen!

Kom van dat strand af!

Komen je benen representatief over? Dat vraagt Anne-Marie. Waarmee ze in feite bedoelt: is dat onderstel van je niet veel te dik? Of: zitten er niet te veel blauwe spataderen op? En daar zou ik, als ik een vrouw was, ongelooflijk de pest over in krijgen.

Met dit weer trek je geen panty aan, punt.

Laat die bronstige chef van je maar de kolere krijgen.

Tot zover oom Rob’s bemoeienissen met vrouwenperikelen.

Ik ga snel weer met m’n maten naar de Tour kijken.


dinsdag 31 juli 2018

Eva raakte mij vol op de lever

Oppassen nu, Hillbilly ziet binnenkort het levenslicht en de vrouw die de bevallingsklus moet klaren is eerder dan de bedoeling was met haar talkshow gekapt omdat haar bloeddruk aan de hoge kant is. Niets mag juffrouw Jinek verontrusten en daarom dien ik haar met de grootst mogelijke hoffelijkheid te bejegenen.

De naam Hillbilly voor de baby jat ik overigens met toestemming van mijn kompaan in het kwaad Arthur van Amerongen. Hij bedacht de naam nadat Eva ook tijdens haar gesprek met Bill Clinton – eerder al interviewde zij Hillary – had bewezen dat zij aan een ernstige vorm van clintonofilie lijdt, weliswaar geen levensbedreigende aandoening, maar toch eentje die het vermogen tot een objectieve beeldvorming danig pleegt te verminderen.

Wat ik zeggen wil?

Dat Eva Jinek de inwoners van IJmuiden, tot wie ik mij tweemaal mocht rekenen, diep heeft beledigd.

Eva behandelde de oververhitte Amsterdamse woningmarkt. Dat deed zij door twee woningzoekenden te interviewen, alsmede econome Barbara Baarsma. En Barbara, zij zei desgevraagd: “Ze moeten ietsje verder van Amsterdam gaan wonen.” En Eva, zij verzuchtte toen met pijnlijke neerbuigendheid: “Dus dan moeten ze naar IJmuiden.”

Net als die vervloekte Belgische krant die IJmuiden Tsjernobyl aan de Noordzee noemde raakte juffrouw Jinek mij vol op de lever.

Ik woon er al 33 jaar niet meer, maar zeg het toch: “Ich bin ein IJmuidenaar.” Platgebombardeerd in de oorlog, moest IJmuiden na 1945 opnieuw worden opgebouwd. Dat was inderdaad een haastklus waarbij het begrip schoonheid uitbundig terzijde werd geschoven. Verder heb je er nu eenmaal die eeuwige wind en aan de overkant de Hoogovens. Maar er zijn ook nog altijd de oude stadsdelen, de pier, het grote strand en de prachtige vissershaven. Bovendien is er dat heerlijke IJmuidense volk, dat zich met name kenmerkt door rauwe zelfspot.

Na intensieve Kennemerlandse nachten raakte ik destijds wel eens, om een uur of zes, zeven in de ochtend, verzeild in de strandtent van opa Verswijveren (nu Zuidpier). Ik knoopte er indringende gesprekken aan met de visafslagmedewerkers wier werknacht op dat moment werd afgerond met een stuk of wat pikketanesies. Hun rauwe filosofieën leverden mij meer wijsheid dan Schopenhauer.

Ik stel mij dan ook volledig op achter wethouder Jeroen Verwoort, die na de uitzending deze tweet verstuurde: “Hoi @JinekLive! Ik keek net de aflevering terug en zie dat jullie nogal vervelende dingen zeggen over IJmuiden. Bij deze de uitnodiging om toch eens langs te komen hier aan de monding van het kanaal. Tot snel!”

Gewoon doen Eva, na de bevalling.

Hillbilly hoeft trouwens niet hoor.

Noem hem Cornelis als het een jongetje wordt, naar de weergaloze IJmuidense troubadour Cornelis Vreeswijk.

Noem haar Olga als het een meisje wordt, naar de beste IJmuidense atlete ooit, te weten Olga Commandeur.

Deal?

Sterkte, meid!

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

rob@hoogland.nl