Press "Enter" to skip to content

Telegraaf columns juni 2018

telegraaf columns juni 2018

O, dat daar dat loeder voer

De TelegraafRob HooglandHier de columns van juni 2018. Ik gooi er een pastiche op De moeder, de vrouw van Nijhoff tegenaan. Titel: Dat loeder, de vrouw. Verder een reactie op de bewering dat mannen slechte luisteraars zijn, een column waarin de digibeet Hans Wiegel een voorname rol speelt, de vaststelling dat Formule 1-races saai en voorspelbaar zijn, het feit dat Femke Halsema mij altijd aan Hans Klok doet denken en Hans Klok aan Femke Halsema, de schoonheid van Fastnet Rock onder Ierland, enzovoorts.

Klik op een datum in de tabel hieronder als u de column van die dag direct wilt lezen. Scroll anders naar beneden.

• zaterdag 2 juni
• dinsdag 5 juni
• donderdag 7 juni
• zaterdag 9 juni
• dinsdag 12 juni
• donderdag 14 juni
• zaterdag 16 juni
• dinsdag 19 juni
• donderdag 21 juni
• zaterdag 23 juni
• dinsdag 26 juni
• donderdag 28 juni
• zaterdag 30 juni
.

zaterdag 2 juni

De kunst is: hoe faket men interesse?

Dat Nederlanders slechte luisteraars zijn, zoals een onderzoek van de landelijke luisterlijn Sensoor schijnt te hebben aangetoond, is natuurlijk de grootst mogelijke flauwekul.

Zit Opzij hier achter of zo?

Heeft dat mens van Meulenbelt het weer op haar heupen?

Nederlanders zijn juist goede luisteraars!

Oké, ik moet nu wel, voor alle duidelijkheid, beamen dat ik in dit geval niet namens de Nederlandse vrouwen spreek, maar uitsluitend namens de Nederlandse mannen. Mag het een keertje alstublieft? Wij hebben met dat #metoo- en gendergedoe al genoeg voor onze kiezen gekregen. Toch wil ik hier, al was het maar voor mijn persoonlijke veiligheid, tevens verklaren dat er wel degelijk Nederlandse mannen bestaan die een afwijkend standpunt huldigen. Laatst is er nog eentje aangetroffen in Oost-Souburg.

Wat is een goede luisteraar?

Het enige deugdelijke antwoord op die vraag is: iemand die in staat is het juiste moment in te schatten waarop ‘ja’, ‘nee’, ‘mmm’ en ‘zo is het, schat’ dient te worden gezegd. Niet iedereen heeft daar het talent voor. Over die vent in Oost-Souburg ben ik bijvoorbeeld pessimistisch gestemd. Hij drinkt muntthee en heeft een knotje.

Wat de normalen onder ons bindt, is de wetenschap dat het ondoenlijk is alle verhalen die de wederhelft voor ons in petto heeft van a tot z tot ons te nemen. Dat kan niet. Dat is onmogelijk. Hunnie zijn namelijk vrouwen. Met andere woorden: er zit geen uit-knop op.

Neem de dag van gisteren. Ik las iets over ontsnapte wilde dieren in de Eifel: twee tijgers, twee leeuwen, een jaguar en een beer. Een beetje man wordt dan zelf een ontsnapt wild dier. Hoe je het ook wendt of keert: ik bén een beetje een man. Eindelijk de vrijheid herwonnen, joeg ik in gedachten meteen op een niets vermoedend edelhert ten zuidwesten van Lünebach. Dan zijn oeverloze onthullingen over de povere kwaliteit van de koffiepads van Senseo niet aan de Nederlandse man besteed. Om nog maar te zwijgen over het voorstel om de volgende vakantie eens in eigen land door te brengen, gezellig, op een camping in Lunteren.

De kunst is dan: hoe faket men, al jagend op dat edelhert, interesse?

Geen pijnlijke stiltes laten vallen. Dat ten eerste. Dan valt men subiet door de mand. De intuïtie ontwikkelen om precies op het goede ogenblik, instemmend knikkend, naar de eega op te kijken, terwijl zij maar doorkakelt. Plus het vermogen om uit de verbale mogelijkheden die dan ter beschikking staan, zoals ik al zei ‘ja’, ‘nee’, ‘mmm’ en ‘zo is het, schat’, de enige juiste te kiezen. Men moet als het ware een tweede gehoor kunnen opbouwen, een simultaangehoor zo u wilt, zonder echt te luisteren. Dat is geen sinecure als men net, rauw grommend, de grote glimmende hoektanden in een sappige Duitse edelhertdij heeft gezet. Maar oefening baart kunst. Mij kostte het zeven huwelijken voordat ik het onder de knie had. Al kunnen het er ook acht zijn geweest.

Wij zijn goede luisteraars, mannen!

Moedig voorwaarts!


dinsdag 5 juni

Geen privacytsunami voor de heer H. Wiegel

Onlangs dronk ik iets met de heer H. Wiegel. Wij zaten op een terras aan de Noordermarkt in Amsterdam en slaagden er steeds net op tijd in weg te duiken voor de GroenLinks-stadswachten belast met de controle op afwijkende gedachten. Hij nam een kopstootje, ik een spaatje rood, want hij heeft een chauffeur en ik niet. De heer H. Wiegel bevestigde toen wat ik bij geruchte al vernomen had: dat-ie digitaal niet bestaat.

Internet, e-mail, etcetera, hij laat het allemaal aan zich voorbijgaan. De heer H. Wiegel bestaat alleen als mens van vlees en bloed en in zijn bijzondere geval van resten sigarenrook in oude longen. Als het web dan toch betreden moet worden – het is nu eenmaal 2018 – heeft hij daar een nette mevrouw voor.

Ik dacht er de laatste weken regelmatig aan terug terwijl mijn mailbox vol liep met privacyverklaringen van ondernemingen, die tot het verzenden ervan gedwongen waren door de nieuwe, strengere EU-privacywetgeving. Het waren er honderden en ik werd daar op het laatst zo gallisch van dat ik reeds vóór lezing op de deleteknop drukte (exclusieve mededeling voor de heer H. Wiegel: de deleteknop is een knop op het toetsenbord waarmee informatie kan worden gewist).

Dat was nou net niet de bedoeling, geloof ik.

Toch nam ik één verklaring tot mij. Zij was mij verstuurd namens het bedrijf van een Italiaanse New Yorker die mij jaren geleden op één avond drie restaurants in Little Italy had binnengesleept, stuk voor stuk geschikt als decor bij The Soprano’s. In de eerste bestelde hij de primi piatti, in de tweede de secundi piatti, in de derde – waar ze de kogelgaten van de laatste schietpartij bij wijze van aanbeveling in de muur hadden laten zitten – de dolci en digitivi. Logisch, me dunkt, dat ik zijn privacy-statement wél las. Maar helaas, de mededeling werd niet afgesloten met: “If you would like to unsubscribe, I will make you an offer you can’t refuse.”

Ik had het zo gehoopt.

Hoe dan ook, die privacytsunami is de heer H. Wiegel als digibeet bespaard gebleven. Het bracht mij wederom tot de vaststelling dat je martelaren en apostelen hebt. Eerst ik noodgedwongen aan het water en hij comfortabel aan het bier en de jenever, vervolgens dit. Het is slecht verdeeld in de wereld, al kan híj op zijn beurt geen aanspraak maken op het recht op vergetelheid en ikke lekker wel.

Mijn hart maakte een sprongetje, toen ik mij over dat recht liet inlichten.

Het recht op vergetelheid!

Iedereen die wel eens in de schijnwerpers staat zal het koesteren. Ik kan mij bijvoorbeeld voorstellen dat Loris Karius, de Liverpool-doelman die in de Champions League-finale tegen Real Madrid twee afgrijselijke blunders maakte, dat recht momenteel vurig opeist. En het bestáát nu. Je kunt volgens die nieuwe privaywetgeving werkelijk het recht op vergetelheid opeisen wanneer je contract met een internetorganisatie wordt beëindigd. Dat bedrijf is dan verplicht alle data over jou te wissen.

Pardon?

Of dat daadwerkelijk ook gebeurt?

Ik denk dat zelfs de heer H. Wiegel het antwoord op die vraag wel weet.


donderdag 7 juni

Dag Barendrecht. Groetjes van het kartel

Hè hè, eindelijk potsierlijk politiek nieuws van buiten de bubbel: de lokale partij Echt voor Barendrecht is ondanks het behalen van veertien van de 29 zetels – bijna de absolute meerderheid – buiten het college van B&W gehouden.

Nou ja, voor mij was het nieuws. Die bubbel, hè? Ik zit er ook in. Laatst ging ik er in een sfeerschets zomaar vanuit dat ze in Waterlandkerkje wel wisten dat de Enge Kerksteeg in Amsterdam ligt. De boze papieren brief die lezeres Stoffelijntje van den A. uit IJzendijke mij stuurde loog er niet om: “Zet toch eens die oogkleppen af, verdoemde Hollandse hond!”

Ik deed het en een wereld ging voor mij open.

Huh?!

Leven er buiten de randstad ook mensen?!

En ik mij maar druk maken over Pyongyang aan de Amstel, dat afgelopen zaterdag tijdens een andere, overigens buitengewoon waarheidsgetrouwe, hooguit misschien iets te ambtenarenvriendelijke sfeerschets van het bestaan in onze geliefde hoofdstad Stalingrad aan de Amstel werd genoemd. Ik ervoer dat enigszins als een belediging voor de toenmalige inwoners van Stalingrad, onder wie zich helemaal niet zoveel verraders bevonden.

Zelf blijf ik daarom Pyongyang aan de Amstel prefereren, zeker nu de hoofdstedelijke aanpak van het illegale krakersgajes suggereert dat met het nieuwe college een stel totaalidioten aan de macht is gekomen dat bij het aanschouwen van buitensporig crimineel gedrag spontaan begint te soppen en/of kopjes in de pendek krijgt (gezien de genderuitbreidingen waarmee wij vanuit die kringen worden doodgegooid sluit ik niet uit dat bij sommigen zowel de ene als de andere fysieke reactie plaatsvindt).

Rotterdam, een ander voorbeeld. De politieke gang van zaken in de tweede stad van Nederland bleef mij eveneens maar bezighouden. Ook weer niet zó raar natuurlijk. Je zult maar, met elf zetels, verreweg de grootste partij worden, zoals Leefbaar, en dan toch buiten de coalitie worden gehouden door de gefrustreerde resterende splinters, door Paul Rosenmöller – altijd weer die Rosenmöller – bij elkaar geveegd en gelijmd met liefst tien (TIEN!) wethoudersfuncties.

Dit is de dikste middelvinger ooit van het partijkartel naar het electoraat, stelde ik vast. Naast Pyongyang aan de Amstel herbergt Nederland nu ook Caracas aan de Maas. VVD, D66, GroenLinks, PvdA, CDA en CU-SGP hebben gezamenlijk een meerderheid van één zetel, dus waarom niet gewoon alle raadsleden tot wethouder benoemd? Dat leidt onherroepelijk tot meer pluchegehechtheid en de kiezers weten nu toch al dat ze zijn genaaid.

Die gedachten gingen door mij heen.

Maar toen kwam daar, via de krant van gisteren, plots het Barendrechtse nieuws overheen.

Dag Echt voor Barendrecht! Bekijk het maar met je 44,67% van de stemmen! Groetjes van het kartel!

Natuurlijk, ook daar is het, net als in Tilburg trouwens, slechts uitstel van executie.

Maar ook daar is het zo zonde van de tijd.


zaterdag 9 juni

Oei, ik vind Formule 1-races niks aan

Kogelwerend vest aan? Check. Helm op? Check. Arm- en beenbepantsering goed bevestigd? Check. Schild voor d’n snufferd? Check.

Voor alle zekerheid dank ik mijn vrouw voor de tientallen gelukkige jaren die wij met elkaar hebben mogen doorbrengen.

Komt-ie.

Ik vind Formule 1-races niks aan.

Stel, ik word nu ondanks de talloze beschermende maatregelen door een woedende F1-fan gelyncht. Ik hoor het zijn advocaat Inez Weski al zeggen: “Het slachtoffer sprong met die woorden in een aquarium vol piranha’s.” Dan wordt het dus vrijspraak. Het heet hier Nederland, nietwaar. Zoiets roept een verstandig mens niet in dit Max Mania-tijdperk. Ik vroeg erom. Je kunt je ook wat al te halsstarrig beroepen op de vrijheid van meningsuiting.

Maar ja, ik verdien mijn brood met het uitventen van mijn meningen, zelfs als ze de meerderheid onwelgevallig zijn. En ik ging niet over één nacht ijs, hè. Zo heb ik laatst toch weer naar een Grand Prix zitten kijken, ditmaal die van Monaco. Het boeide me exact elf seconden. Toen was de start voorbij, reden ze in een rijtje naar de finish van anderhalf uur verderop en was iedereen van het Ziggo-deskundigenpanel dolblij dat er een Aussie had gewonnen omdat-ie voor dezelfde Oostenrijkse renstal rijdt als de halve Belg Max Verstappen. Inhalen? Ho maar. Vroeger kon je dan nog wel eens verlekkerd naar die hitsige pitspoezen gaan zitten staren. Maar die mogen ook al niet meer.

Jazeker, ik vraag me best wel eens af of het misschien aan mij ligt. Dan ben ik er getuige van hoe die gozer van Coronel – Tim, Tom, Tum of Tam, daar wil ik vanaf wezen – op de bank bij dat deskundigenpanel meervoudige orgasmes ondergaat tijdens de replay van zo’n inhaalpoging van onze Max waarvan er dagelijks 794 zijn te zien op de N381 tussen Boekhorst en Drie Tolhoeken. En dan mompel ik tegen mezelf: er is een diepe depressie in jou gevaren, Hoogland, jij ziet niet meer wat het leven mooi en aantrekkelijk maakt, nog even en je gaat zitten beweren dat het volgen van een zeilwedstrijd minder saai is.

En laat dat nou precies zijn wat ik wil zeggen!

Er is te weinig spanning binnen de F1. Het regent nu eenmaal niet altijd, bij de bandenwissels wordt nooit meer eens lekker gefaald en er zijn drie teams van twee wagens die veel te ver boven de rest uitsteken. De eerste zes staan daardoor altijd vast, behalve wanneer Max zo onverstandig is geweest om zijn Red Bull in de kwalificatie tegen een muur te karten. En daarom zou ik, als ik het in dat circus voor het zeggen had, iedereen verplichten om in precies dezelfde auto plaats te nemen.

Net als bij de huidige Volvo Ocean Race inderdaad, waar de deelnemers allemaal in precies dezelfde boot varen.

En kijk eens hoe spannend het dáár is.

Gaat niet lukken natuurlijk, want iets te veel commerciële belangen.

Of ik mij er intussen mee blijf bemoeien?

Reken maar.

Hij die sterven gaat, groet u.


dinsdag 12 juni

Ga je mee naar Schull, Jochem?

Ah, daar was-ie weer: Fastnet Rock, oftewel Carraig Aonair in het Gaelic.

In het Nederlands: Eenzame Rots.

“Pak de koffers, vrouw!” riep ik watertandend. “We gaan erheen!”

“Nog twee maanden wachten, schat”, zuchtte zij.

“O ja, sorry.”

Ierse namen maken sinds jaar en dag veel in mij los. Ooit, tijdens een van mijn eerste reizen naar mijn favoriete land, ontdekte ik dat er aan de kust van Donegal, helemaal in het noordwesten, waar Ierland Ierser is dan Iers en de Atlantische Oceaan het land al miljoenen jaren tracht te slopen, een strook hoge rotsen ligt die Bloody Foreland wordt genoemd.

Kon het mooier?

Huppekee, daar ging ik: in één ruk vanuit Dublin, niemand die mij kon stoppen.

Ik kwam niet bedrogen uit.

En nu volg ik geobsedeerd de Volvo Ocean Race, een zeilrace rondom de wereld met twee Nederlandse boten (Brunel en AkzoNobel) waarvan de voorlaatste etappe zondag in Cardiff (Wales) van start ging en de route om de zuid-, west- en noordkust van Ierland heen richting het Zweedse Gothenburg gaat, een trip die ze een sprintetappe noemen omdat hij ‘slechts’ 1300 zeemijl lang is. Daarvandaan volgt de laatste korte etappe naar Scheveningen.

Gisteren passeerden de zeilers de Eenzame Rots, een onbewoond stuk rots van leisteen met een omtrek van enkele tientallen meters in de oceaan onder de Ierse zuidwesthoek. Er staat een vuurtoren op, die een baken voor zeezeilers is. Ik voer er zelf ook eens langs, veilig aan boord van een veerboot weliswaar, maar toch. En inderdaad zal ik dat over twee maanden eindelijk weer doen, vanuit het havenplaatsje Schull.

“Vluchten kan niet meer”, zongen Frans Halsema en Jenny Arean.

Ze hadden een punt, maar als er één West-Europese plek is waar ik mezelf redelijk succesvol op de mouw kan spelden dat vluchten nog steeds tot de mogelijkheden behoort, dan is het daar wel, in het land van de dorstige verhalenvertellers en liedjeszangers die bescheidenheid aan gevoel voor humor koppelen, en waar de nationale omroep nooit en te nimmer online-reportages zal publiceren met opruiende koppen als: ‘Filmpjes van politiegeweld: doen agenten hun werk of gaan ze te ver?’

De NOS deed dat uiteraard wel van de week. Ook het laatste beetje polderlandse gezag moest kennelijk worden ondermijnd, met als resultaat dat zelfs komiek Jochem Myjer, de grappigste gozer van Nederland die nooit eerder op een politieke of maatschappijkritische uitspraak werd betrapt, zich de volgende tweet liet ontglippen: “Als je aangehouden wordt of als de politie je aanspreekt, werk je gewoon mee. Dat hebben we ooit in dit land met elkaar afgesproken. Ga in het buitenland maar eens handtastelijk doen of in discussie met een politieagent! Hou toch op!”

Jochem Myjer: ook een eenzame rots.

Ga je mee naar Schull, Jochem?

Jij koppelt je gevoel voor humor eveneens aan bescheidenheid.

En ze geven je daar nog gelijk ook.

Daar wel.


donderdag 14 juni

Maarten van Rossem ontwijken? Onmogelijk

En ja hoor, daar was-ie weer, onvermijdelijk, de onbetwiste aanvoerder van het polderlandse betwetersteam, ditmaal in zijn oorspronkelijke rol van Amerika-deskundige.

“Deze top was een grootschalige poppenkast waar de media stompzinnig aan hebben meegewerkt”, liet Maarten van Rossem weten. Hoe voorspelbaar wil je het hebben? Hetzelfde geldt voor het commentaar van de meeste andere Nederlandse deskundigen.

Over poppenkast gesproken.

Trump prijzen? Over hun lijk.

“Ja, maar de mensenrechten! Hij zei niks over de mensenrechten in Noord-Korea!” schreeuwde Jan Klaasen.

“Het was een PR-show waarmee een dictator werd gelegitimeerd die nooit gelegitimeerd had mogen worden!” gilde Katrijn.

Alsof al het Noord-Koreaanse wangedrag even in die paar uurtjes had kunnen worden weggepoetst.

Het begin is er, punt.

Wees gerust, Trump-haters, mijn tenen krommen zich nog steeds als ik The Donald aanschouw. Zijn definities van fatsoen, wellevendheid en bescheidenheid, zijn mimiek, zijn tact, zijn woordkeuze, noem maar op, het is allemaal even tokkie.

Toch prefereer ik het om hem in de eerste plaats op zijn politieke daden te beoordelen.

Dit was een politieke daad.

Hoe onorthodox ook en wat Maarten van Rossem er ook van vindt.

Wat ik mij intussen wel afvroeg: was het voor Maarten al een jongensdroom om deskundige te zijn?

Wie ‘m wil ontwijken, als televisiekijker, staat voor een schier onmogelijke taak. Tijdens de serie De Slimste Mens, waar hij uiteraard óók weer als deskundige fungeerde, stak ik laatst, in de hoop tenminste nog één zintuigorgaan bij de neus te kunnen nemen, een geurbrander met etherische lavendelolie aan. De herinnering aan Van Rossems onthulling, jaren geleden, dat hij zich slechts één keer per week doucht, bleek echter nog steeds te sterk.

Omdat hij zo verschrikkelijk vaak in beeld komt, tegenwoordig soms zelfs samen met zijn broer en zus (drie Van Rossems: de NTR haat ons), heb ik hem genoeg kunnen bestuderen om de conclusie te trekken hij inderdaad zo ongeveer sinds het aanschouwen van het levenslicht maar één streven moet hebben gekend: Nederland ervan overtuigen dat er slechts eentje is die alles weet, namelijk Maarten van Rossem. Daarom werd hij vast ook, als historicus, lid van een beroepsgroep waarbinnen men de dingen achteraf altijd zo briljant weet te duiden.

Zo rollen onthutsend veel historici en zo rolt ook het ernstig bevooroordeelde PvdA-lid Maarten van Rossem, wiens ego net zo groot is als dat van Donald Trump.

Zijn prijzen van Obama’s van naïviteit aan elkaar hangende en inmiddels door Trump ongedaan gemaakte Iran-deal, enkele jaren geleden, zal ik niet licht vergeten.

“Een geweldig succes”, lispelde Maarten destijds.

Een grootschalige poppenkast?

Uit mensenliefde wil ik het ‘m eigenlijk niet aandoen, maar ik zeg het toch: kijk eerst eens in de spiegel, man.


>zaterdag 16 juni

Geen Witte de With, wel Barbaros

Toch maar even, voor alle zekerheid, gecheckt. Had het journaille zich weer eens vergist en kwam die straat niet gewoon in Istanbul te liggen? O, daar bleken ze al een groot park en een hele boulevard naar de man te hebben vernoemd. In Ankara dan? In Izmir? In Sereflikoçhisar misschien?

In Turkije, immers, zijn ze er onder aanvoering van sultan Erdogan juist trots op dat hun voorvaderen meedogenloze massamoordenaars waren.

Maar nee hoor, het klopte. De Barbarosstraat ligt straks, als-ie over een jaar of drie klaar is, in Eindhoven. Ondanks bezwaren van bijvoorbeeld de lokale LPF houdt het college van B&W vast aan die naam voor de nieuwe straat, omdat hij ‘via burgerparticipatie tot stand is gekomen.’

Burgerparticipatie?

Of Nederturkenparticipatie?

Gezellige kerel hoor, die Barbaros, of Barbarossa, of Khair ad-Din, zoals zijn naam officieel luidde. Hij was een Ottomaans-Turkse grootadmiraal, die in de zestiende eeuw moordend en plunderend door Noord-Afrika en Zuid-Europa trok. Complete bevolkingen van kuststroken en havensteden aan de Ionische en Egeïsche zee werden door Barbaros uitgeroeid of tot slaven gemaakt. Vergeleken met hem was onze Witte de With een eeuw later een watje.

Op zich dus al tamelijk opvallend dat een Nederlandse straat naar zo’n oorlogszuchtig buitenlands type wordt vernoemd.

Maar ja, die burgerparticipatie, hè?

“Gezien de nieuwe samenstelling van de wijk moest en zou er een ‘buitenlandse’ zeeheld benoemd worden”, verklaarde Louis den Brok, voormalig lid van de straatnamencommissie, al eerder in het Eindhovens Dagblad.

Licht betreurend dat u mijn veelbetekenende blik nu niet kunt zien, voeg ik er toch maar even aan toe dat onderzoek onlangs heeft uitgewezen dat driekwart van de Nederturken, in wier integratie honderden miljoenen zijn geïnvesteerd, zich meer Turks dan Nederlands voelt.

En trouwens, de naam van Witte de With noemde ik natuurlijk ook niet zomaar. Ik roep nooit zomaar iets, dat zou u zo langzamerhand wel eens mogen weten. Want let op: die naam mag nu ook in Eindhoven niet meer. De plaatselijke autoriteiten hebben in al hun wijsheid beslist dat de Witte de With-straat, nota bene in dezelfde wijk, binnenkort een andere naam krijgt. Witte de With was namelijk helemaal geen zeeheld, zoals wij vroeger altijd op school leerden. Witte de With was… nou ja, ik neem aan dat u het SJW-gejeremieer over hem en Jan Pieterszoon Coen en de angsthazerige reacties van de boven-ons-gestelden erop een beetje heeft gevolgd.

Wél Barbaros, géén Witte de With.

Welkom in Eindhoven.

Zou ooit duidelijker zijn aangetoond dat wij met name in de grote steden worden geleid door een stel halfzachte oikofoben, zelfhaters met een ziekelijke afkeer van het thuis en angst voor het eigene, om het maar eens als Thierry Baudet te zeggen?

“Opa, wat is dat eigenlijk, een weg-met-ons-mentaliteit?”

Nou, dit dus, lieverd.


dinsdag 19 juni

Schade Deutschland, alles ist vorbei

Oude sentimenten maakten zich zowaar van mij meester nadat de Mannschaft op het WK in Rusland in het stof had gebeten tegen FC Sombrero.

Schade Deutschland, alles ist vorbei“, riep ik schrikbarend vrolijk na de 0-1, mij nog maar al te goed de soortgelijke kop herinnerend die Bild voor ons in petto had nadat Oranje op het EK 2012 reeds in de groepsfase roemloos ten onder was gegaan.

Nog geen half uur later voelde ik hoe mijn leedvermaak extra werd gevoed toen op het web reeds de eerste grap voorbij fietste: “Duitsland heeft tot nu toe op dit WK net zoveel punten behaald als het Nederlands elftal, dat echter een wedstrijd minder heeft gespeeld.”

En ik maar denken dat het eindelijk over was.

Nou, mooi niet dus.

Naar nu te vrezen valt, zal die schwalbe van Bernd Hölzenbein op 7 juli 1974 pas definitief uit mijn geheugen verdwijnen wanneer ik op op 7 juli 2024, de dag waarop ik om persoonlijke redenen mijn overlijden heb gepland, mijn laatste adem heb uitgeblazen.

Ik las ook dat de Mexicanen voorafgaand aan het duel werden geplaagd door een seksschandaal. Na de laatste oefenwedstrijd tegen Schotland hadden ze liefst dertig meisjes van plezier ingehuurd, die daar wel chicas der placer zullen heten en in Duitsland Mädchen der Freude (cliffhanger: zo direct zal duidelijk worden waarom die Duitse vertaling eraan werd toegevoegd), met wie tot in de kleine uurtjes schwalbes werden uitgeprobeerd waarvoor zelfs Bernd Hölzenbein zich zou hebben geschaamd.

Ook dat maakte weer een bittere herinnering in mij wakker.

“Cruijff, Seckt und nackte Mädchen”, kopte Bild, wéér die krant, enkele dagen voor 7 juli 1974.

Een Bild-verslaggever was er getuige van geweest hoe een aantal spelers van het Nederlandse elftal van toen, onder wie Johan Cruijff, zich in het zwembad van hotel Krautkrämer in Hiltrup, nabij Münster, opperbest had vermaakt met een stel lokale Mädchen der Freude. Dat werd vlak voor de finale tegen de Duitsers in de krant gegooid. Het doel werd ermee bereikt: heibel met het Holländische thuisfront.

Steeds meer leden van de Michels-selectie van toen beamen dat die ernstige verstoring van de voorbereiding Oranje de wereldtitel kostte. Zo zie je maar weer dat er verschillen in landsaard bestaan. Wij verloren erdoor, maar de Mexicanen zetten na de publicatie van het verslag van hun avonturen met die dertig chicas der placer gewoon een tandje bij, met een overwinning op Duitsland als resultaat.

O ja, dat is waar ook: twee jaar terug bezocht ik hotel Krautkrämer. Het bestaat nog steeds, als Best Western-filiaal. Ik heb de zaak diepgaand onderzocht. Die Mädchen der Freude heb ik weliswaar niet kunnen vinden, ook niet in de bejaardentehuizen in de omgeving. Toch heb ik helaas moeten vaststellen dat de Bild-verslaggever de waarheid sprak.

Scheisse.

En let maar op: de Mannschaft wordt toch weer wereldkampioen.


donderdag 21 juni

Ik wort. Hij bepaald. Zij houd van mij

Zij is niet de eerste de beste, en daarom maak ik mij er drukker over dan wanneer een of andere nitwit het zou roepen: de Belgische schrijfster en taaldocente Kristien Hemmerechts heeft het vermoeden uitgesproken dat de dt-regel binnen afzienbare tijd zal worden afgeschaft.

“Ik heb nu al studenten die gewoon systematisch d schrijven, bijvoorbeeld hij antwoord met een d”, stelde zij. “Ik denk dat heel wat dingen die wij nog altijd heel belangrijk vinden, pakweg over tien of twintig jaar compleet verdwenen zullen zijn.”

Dat Kristien Hemmerechts dat blijkbaar zomaar accepteert, dáár verbaas ik mij nog het meest over.

En ik maar denken dat de Vlamingen, gezien ook hun verrichtingen door de jaren heen bij het onlangs afgeschafte Groot Dictee der Nederlandse Taal, veel fanatiekere taalpuriteinen zijn dan wij.

Ik wort.

Hij bepaald.

Zij houd van mij.

Ik maak ook wel eens een spelfout. Toch kost het mij moeite de woorden op die manier op te schrijven en ook bij lezing doen ze pijn aan mijn ogen, terwijl mijn autocorrect eveneens op hol slaat. Waar gaat dit eindigen? Nog even en de chattaal wordt aan het Nederlands toegevoegd: “HF CYA <3 ((H)).” Dat betekent zoiets als: “Veel plezier en zie je later, ik hou van je, dikke knuffel.”

Wie, zoals ik, Nescio als een der belangrijkste Nederlandstalige schrijvers beschouwt, kan geen fundamentalistische taalzuiveraar zijn. Hij schreef bijvoorbeeld ‘datti’ in plaats van ‘dat hij’, en ik vind al zijn zinnen nog steeds even prachtig. Ofschoon ik zelf een lichte neiging tot het gebruik van archaïsche woorden en zinsconstructies regelmatig niet kan onderdrukken, besef ik terdege dat ook onze taal voortdurend aan verandering onderhevig is. Bovendien wijs ik erop dat ik mezelf ooit tot voorzitter heb benoemd van de Nederlandse Vereniging tot Afschaffing van de Hoofdletter.

Jazeker, ik ken de tegenwerpingen in dit geval. Hoofdletters zorgen nu en dan voor meer duiding en nuancering, en soms zelfs voor een extra betekenis. Toch blijf ik van mening – wellicht speelt bij mijn afwegingen ook mijn typografische achtergrond een rol: ik vind het er mooier uitzien – dat onze schrijftaal er nauwelijks hinder van zou ondervinden wanneer de hoofdletter werd afgeschaft.

duidelijk?

mooi zo.

Geen enkele grammaticaregel is dus heilig voor mij. Desondanks vind ik dat je bij sommige, wat mij betreft fundamentele regels, met wel heel doorslaggevende argumenten moet komen als je daar verandering in wilt aanbrengen.

De dt-regel is zo’n fundamentele regel. Een foutieve interpretatie ervan is mijns inziens in de eerste plaats een gevolg van de verarming van ons onderwijs. Maak dáár een einde aan. Ik ben het ook eens met Ruud Hendrickx, taalkundige van de VRT. In een reactie op wat Kristien Hemmerechts zei, verklaarde hij: “Een werkwoord kan eindigen op een d of op een t. Het is eigenlijk een vrij simpele regel.”

Ik hoop dattu het goet begrepe hep.


zaterdag 23 juni

Zij was alleen aan dek, op heksentoer

Deze stukjesbakker,

gehoord de beraadslaging;

constaterende, dat het geneuzel lang genoeg heeft geduurd;

overwegende, dat het Boekenweekthema zoals gekozen door de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, De moeder de vrouw, naar de titel van het deze week wel heel vaak geciteerde gedicht van Martinus Nijhoff, de scribentengemoederen iets te obsessief bezighoudt;

overwegende, dat men vergeten lijkt dat er op deze wereld belangrijkere zaken bestaan dan het feit dat twee auteurs van mannelijke kunne door het CPNB zijn uitverkoren om het Boekenweekgeschenk en -essay te schrijven;

overwegende, dat het op zich niet onbegrijpelijk is dat de vrouwelijke auteurs in dit land zich achtergesteld en gediscrimineerd voelen, maar dat de betrokken dames moeilijk kunnen ontkennen dat mannelijke schrijvers ook moeders hebben, moeders van wie bovendien onomstotelijk vaststaat dat zij vrouwen zijn;

overwegende, dat de stukjesbakker zelf een welhaast traumatische ervaring met De moeder de vrouw heeft, waarmee hij niet op een ervaring met zijn eigen moeder wijst, een vrouw die hij elf jaar na haar verscheiden nog steeds elke dag mist, maar op het sonnet van Martinus Nijhoff, dat hij van zijn leraar Nederlands uit en te na diende te analyseren, hetgeen hij verafschuwde, net als overigens het bespreken van Multatuli’s Max Havelaar en Van het Reve’s De Avonden, boeken waar hij maar niet doorheen kon komen;

overwegende, dat de puberale haat die hij dientengevolge ten opzichte van De moeder de vrouw ontwikkelde, hem destijds noopte tot het componeren van een pastiche, waarbij hij overigens iets te gretig werd geassisteerd door zijn oude heer;

overwegende, dat hij zich bij het schrijven van de pastiche exact hield aan het aantal lettergrepen dat Nijhoff per regel voor het gedicht gebruikte en dat de tekst, inclusief titel, als volgt luidde:

 

DAT LOEDER, DE VROUW

 

Ik ging naar Bommel om de brug te zien

De nieuwe brug, waarover ik zou vluchten

Zodat ik echt nooit meer zou hoeven zuchten

onder haar juk. Na een minuut of tien

dat ik daar lag, in ‘t gras, van geluk dronken,

mijn hoofd reeds vol van vrijheid zonder meid

begon daar midden uit de oneindigheid

haar snerpstem tegen mijn oren te bonken.

Het was de vrouw. Het schip dat zij bevoer

kwam langzaam stroomaf naar de brug toe varen,

Zij was alleen aan dek, op heksentoer,

en wat zij riep hoorde ik dat vloeken waren.

O, huil ik nu, dat daar dat loeder voer.

Prijs God, riep zij, de brug kapot gevaren;

 

verzoekt het schrijversvolk eindelijk weer eens normaal te gaan doen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naschrift: hier de originele versie van De moeder de vrouw, in 1934 door Martinus Nijhoff gepubliceerd in zijn bundel Nieuwe gedichten:

 

DE MOEDER, DE VROUW

 

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.

Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden

die elkaar vroeger schenen te vermijden,

worden weer buren. Een minuut of tien

dat ik daar lag, in ‘t gras, mijn thee gedronken,

mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –

laat mij daar midden uit de oneindigheid

een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer

kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.

Zij was alleen aan dek, zij stond bij ‘t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.

O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.

Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

 


dinsdag 26 juni

Nederlanders? Een dikke middelvinger krijgen ze

Lezend over het gedrag, in onze straten, der Toeterturken, nadat sultan Erdogan reeds na het uitbrengen van ongeveer veertien Turkse stemmen de overwinning had opgeëist, vroeg ik mij af aan wie wij het bestaan van een dubbele nationaliteit ook alweer te danken hebben.

Het almaar donkerder wordende tweeduuster in mijn geheugen belemmert de terugblik op wat ooit was steeds nadrukkelijker, maar ineens wist ik het weer: Mohamed Rabbae. De man die zelfs bij GroenLinks niet meer welkom is, en dat terwijl men het bij die partij juist ver pleegt te schoppen wanneer men het een en ander op zijn kerfstok heeft. In 1991, toen hij nog als directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders fungeerde, wist Rabbae premier Ruud Lubbers ervan te overtuigen dat immigranten óók de Nederlandse nationaliteit zouden moeten krijgen.

“Ies goed voor die integraasie”, zei Mo.

Zijn wil geschiedde en het was dus slecht voor die integraasie.

Ja ja, het gedachtegoed van Mohamed Rabbae heeft ons tal van zegeningen gebracht.

De krankzinnige, maar tegenwoordig alom in islamkringen gebezigde kreet dat de moslims in Nederland dezelfde behandeling krijgen als de Joden in het Duitsland van de jaren dertig: Mo kwam er als eerste mee op de proppen.

Dat moslimorganisaties, waarvan er zoals wij allen weten inmiddels meer zijn dan moslims zelf, naar de rechter stapten in een poging om publicatie van het boek De Duivelsverzen van Salman Rushdie te verbieden: het geschiedde op zijn advies.

En wat riep hij tien jaar geleden?

“Het is tijd voor een moslimpartij.”

Welnu, ook dat is gelukt. Het resultaat heet Denk en de personen die namens dat AKP-filiaal in de Kamer zitten, ondermijnen de maatschappij op klassieke wijze. Ik zag het Erdogan noteren, na de Kamerverkiezingen, voor zijn memoires: “15/03/2017. Infiltratiepoging Nederlandse politiek geslaagd.”

Wat een slecht plan van Rabbae, al moet je de invoering ervan vooral Lubbers kwalijk nemen. En nu plukken wij de vruchten ervan. Zeventig procent van de Nederturken, vrijwel allemaal in Nederland geboren, die hier nota bene in alle vrijheid leven en tal van bijbehorende privileges genieten, werd in de gelegenheid gesteld een ultranationalistische islamitische dictator die de vrijheid van zijn volk juist wil beperken, electoraal te steunen. En die gasten mogen dus twéé keer stemmen, hier en daar. Over ongelijkheid gesproken.

Nederlanders?

Een dikke middelvinger kunnen ze krijgen, begeleid door Grijze Wolf-gebaren en luid getoeter.

Op Nederlands grondgebied, midden op straat, na elke belangrijke gebeurtenis in Turkije.

En wij? Wij staan erbij en kijken ernaar, bibberend van correctheid, lees: angst.

Sybrand Buma had gelijk vorig jaar: dit werkt niet, afpakken die andere nationaliteit, wat ze er ook van vinden.

En anders doen we maar een Ruttetje: pleur op!

Thx, Mo.


donderdag 28 juni

Kom niet naar zee, Tommy

Dit is zijn naam: Tommy Wieringa. En nee, dit wordt niet echt een portret van een heer, of van de heilige Tommy, die ooit doorbrak met Joe Speedboot, best een aardig boek. Vanaf nu is hij voor mij vooral de man van de Heel Erg Foute Opmerking.

Tommy W. sprak op een congres van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten in Maastricht. Dat soort bijeenkomsten is kat in ‘t bakkie voor de schnabbelende, zichzelf als intellectueel beschouwende BN’er die zich maar wat graag tussen de bestuurlijke elite begeeft. Easy money bovendien. Twan Huys was er ook. Bewijs geleverd. Waar poen, daar Twan. En ook Tommy.

Uit welke woorden die Heel Erg Foute Opmerking bestond?

Drie stuks slechts.

Namelijk: “Dat werd tijd.”

Ze waren bedoeld als commentaar op de aanslag op de Telegraaf, een heftige gebeurtenis waarover terecht veel ophef ontstond. De aanslag is een regelrechte aanval op de vrijheid van de pers en heeft grote impact op het leven, in de breedst mogelijke zin, van de verslaggevers voor wie deze ‘waarschuwing’ bedoeld was.

Zorgeloos, op z’n Tommy’s dus, over straat lopen?

Dat is er niet meer bij.

“Heb je het gehoord, Tommy? Er heeft een aanslag op de Telegraaf plaatsgevonden.”

En toen die Heel Erg Foute Opmerking, waarna de helft van de zaal ook nog eens begon te applaudisseren, hetgeen voor de zoveelste maal bewees dat zich onder burgemeesters en wethouders ook veel heel erg foute schoften bevinden.

Van welke huize zij komen?

Ik heb zomaar een vermoeden.

Wij zijn best wat gewend bij de Telegraaf. De verwensingen en scheldpartijen die wij dagelijks over ons heen krijgen zijn talloos, maar glijden in 99 van de 100 gevallen van ons af. Het hoort erbij. Daarnaast beseffen wij dat ze meestal door losers worden geuit, die nog net niet definitief door het maatschappelijke afvalputje zijn opgeslurpt.

Soms schater ik er zelfs om.

“Dit is een inside job”, werd bijvoorbeeld over de aanslag geroepen.

Hahaha!

Een enkele keer, echter, voel ik mij geraakt. Dan zijn het woorden van mensen die in bepaalde kringen een zekere naam hebben opgebouwd, zoals onlangs de journalist Bert Vuijsje. Hij noemde mij op Twitter een ‘extreemrechtse agitpropper’. Nu ben ik veel, en het zal in de meeste gevallen wel kloppen, maar dit was zo ver bezijden de waarheid dat ik hem toch maar even vroeg of hij het wilde aantonen, of anders zijn woorden wilde terugnemen. Ik zou nog van hem horen, zei hij. Tot nu toe laat hij zijn timeline gewoon in de waan.

Wat Tommy W. – ook geen kleine jongen – riep had op mij hetzelfde effect, zeker toen hij het daarna hield bij de verklaring dat het een grap was.

Hoe heel erg fout wil je het hebben.

Ik had je best hoog zitten, Tommy Wieringa. Die arrogantie van je, ik grijnsde er altijd om. Ik wist dan weer hoe groot de rol van de pose in het bestaan is. Daarachter, vermoedde ik, school een andere vent.

Nu weet ik ineens welke vent.

Weet je dat ik aan zee woon?

Kom niet naar zee.


zaterdag 30 juni

Femke in de Koninklijke Loge

Zie ik Femke Halsema, dan denk ik aan Hans Klok.

Zie ik Hans Klok, dan denk ik aan Femke Halsema.

Dat denkhoofd van mij?

Een flipperkast.

Nu denkt Femke zelf ongetwijfeld niet zo vaak aan Hans, en zal Hans vast niet zo vaak aan Femke denken. Verder haast ik mij te verklaren dat ik de openingszinnen niet componeerde om te beweren dat Femke Halsema het burgemeesterschap van 020 op z’n Hans Kloks bij elkaar heeft gegoocheld.

Dat was een half jaar terug al een done deal. De poppenkast daarna, inclusief die lachwekkende tweede sollicitatieronde omdat zich zogenaamd niet genoeg goede kandidaten hadden gemeld: alleen maar voor de bühne.

Dat Femke over grote illusionistische kwaliteiten beschikt staat weliswaar buiten kijf. Kijk maar eens welke trucs zij in de loop der jaren in Den Haag heeft uitgehaald. Daarnaast staat vast dat zij ooit het plan opvatte om de circusschool te gaan volgen, hetgeen haar door haar ouders verboden werd. “Ze wilden niet dat ik de rest van mijn leven drie ballen in de lucht zou houden”, vertelde zij aan De Groene.

Dat is echter niet de reden waarom Femke en Hans voor mij zo nauw met elkaar verbonden zijn.

Wij doen een stap terug in de tijd. Hoe groot zal die stap zijn? Schatting: zes, zeven jaar. In Carré vindt, op initiatief van de onvermoeibare Henk van der Meyden, de première van een grote show van Hans Klok plaats.

Ik mag in een loge zitten.

En wie zie ik in de loge naast mij, samen met haar kroost?

Femke Halsema.

Het is niet zomaar een loge waarin zij heeft plaatsgenomen.

Het is de Koninklijke Loge.

Femke staat nog en oogt inderdaad als een koningin, minzaam knikkend naar de onderdanen onder wie zich blijkbaar enige bekenden bevinden. Wat een ontvangst, stel ik vast. Dat er voor haar plaatsen zijn gereserveerd in de Koninklijke Loge, waar anders alleen vertegenwoordigers van het Huis van Oranje en andere hoogwaardigheidsbekleders worden toegelaten: opvallend dat Henk van der Meyden op dat idee kwam.

De show van Hans Klok moet nog aanvangen, de lichten zijn zelfs nog aan, ik wend mijn blik even van Femke af om naar andere BN’ers te speuren.

Hé, daar is André van Duin.

Dag André!

Hé, daar zit Mariska van Kolck.

Dag Mariska!

Dan draai ik mijn hoofd weer naar de Koninklijke Loge toe en ben ik, terwijl Hans Klok nota bene nog moet beginnen, getuige van een Grote Verdwijntruc: de loge is leeg.

Wat is er gebeurd?

Heeft Femke in eerste instantie voor de verkeerde zitplaatsen gekozen?

Vond zij de Koninklijke Loge voor een vrouw van haar statuur de meest voor de hand liggende plek?

Is zij met zachte hand verwijderd?

Eén ding staat vast: in de Koninklijke Loge zit ook regelmatig de burgemeester van Amsterdam.

Laten we het op een vooruitziende blik houden.

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

rob@hoogland.nl