Press "Enter" to skip to content

Telegraaf columns mei 2018

telegraaf columns mei 2018

Nu geen Waylon-tunnel?

De TelegraafRob HooglandHier zijn mijn Telegraaf-columns van mei 2018 verzameld. “Wie aan geheugenverlies lijdt, verliest niet per definitie zijn levenslust”, stel ik onder andere. Over het Eurovisie Songfestival: “Toen de vier danspartners van Waylon tijdens Outlaw In ‘Em aan het krumpen sloegen, had ik eerst het idee dat zij ten gevolge van het nuttigen van bedorven Portugese sardientjes aan een gezamenlijke epilepsieaanval ten prooi waren gevallen.” Verder: “Antropologie is een fopstudie.” En: “Help, ik ben ineens links.” En nog het een en ander.

Klik op een datum in de tabel hieronder als u de column van die dag direct wilt lezen. Scroll anders naar beneden.

• dinsdag 1 mei
• donderdag 3 mei
• zaterdag 5 mei
• dinsdag 8 mei
• woensdag 9 mei
• vrijdag 11 mei
• zaterdag 12 mei
• maandag 14 mei
• dinsdag 15 mei
• donderdag 17 mei
• zaterdag 19 mei
• dinsdag 22 mei
• donderdag 24 mei
• zaterdag 26 mei
• dinsdag 29 mei
• donderdag 31 mei

dinsdag 1 mei

Beslissing over leven en dood centenkwestie

De oude vrouw met de vermoeide blauwe ogen lag hooguit vijf meter verderop, slechts van ons gescheiden door een bepaald niet geluidsdichte ruit van een paar millimeter dikte. Ze was in de tachtig, had een paar uur eerder haar heup gebroken, maar was niet meer zo goed in staat te beseffen waarom ze zich op de spoedpoli bevond.

De maanden van het jaar in omgekeerde volgorde opsommen?

Dat kon ze toen al niet meer.

“We kunnen eventueel stoppen met voeden”, zei de behandelende arts op een gegeven moment ongevraagd.

Let wel, het was een arts in opleiding.

De rest van de conversatie houd ik liever voor mezelf. Wij waren de verbijsterde naasten van deze oude vrouw, daar houd ik het bij. En o ja: het gesprek vond halverwege de jaren negentig plaats. Dat is eveneens van belang, omdat het duidelijk maakt dat er bijna een kwart eeuw geleden al geneeskundigen waren die wel wisten welk antwoord ze moesten geven op de vraag of er op de afdelingen Spoedeisende Hulp van onze ziekenhuizen bij zeventigplussers, aan de hand van een korte lijst waarmee gegevens over medicatie, geheugen en zelfstandigheid worden verzameld, een kwetsbaarheidstest moet worden ingevoerd, zoals nu is voorgesteld.

“Ja!” had deze kluns in elk geval enthousiast geroepen.

Wellicht werd het antwoord hier en daar zelfs al in een daad omgezet wanneer de naasten, om welke reden ook, minder tegenstribbelden.

Ik citeer nu droge cijfers en een in mijn ogen bijna onraad voorspellende conclusie op de website rijksoverheid.nl: “Rond 1960 waren er 71 jongeren (tot 20 jaar) en 17 ouderen (65+ jaar) per 100 personen van 20 tot 65 jaar, begin 2013 waren dat er respectievelijk 38 en 28. De ‘grijze druk’ is dus flink toegenomen en zal nog verder stijgen.”

Om mijn gemoedstoestand niet al te negatief te beïnvloeden, zou ik in dit geval graag naïviteit prefereren. Met andere woorden: ik zou best willen geloven dat aan het plan om de circa 2,5 miljoen zeventigplussers die dit land nu rijk is bij calamiteiten aan een dergelijke kwetsbaarheidstest te onderwerpen, vooral goede bedoelingen ten grondslag liggen. Het klopt immers dat doorbehandelen soms weinig zinvol is. GroenLinks, de partij die de initiatiefnota opstelde, liet echter ook niet na te benadrukken dat invoering van de test kostenbesparend kan werken. En daarmee wordt, ondanks alle voorwaarden die worden gesteld, een terrein betreden dat als ontoegankelijk zou moeten worden verklaard.

Hoe je het ook wendt of keert, er wordt andermaal gepoogd een stapje te zetten richting een staat, waarin derden, onder wie zoals te vrezen valt artsen in opleiding, van een beslissing over leven en dood een centenkwestie maken.

Wie aan geheugenverlies lijdt, verliest niet per definitie zijn levenslust, voeg ik daaraan toe.

De oude vrouw met de vermoeide blauwe ogen werd inderdaad steeds vergeetachtiger, maar leefde nog vijf jaar.

Waarvan vier jaar met plezier.


donderdag 3 mei

Goed gedaan, KLM en Schiphol!

Soms is het een voordeel, soms niet: in de Grote Appel kan men des avonds te 23.30 uren alreeds de Telegraaf van de volgende ochtend consumeren (Grote Appel = Big Apple = New York, dat zeg ik er toch maar even bij voor mijn trouwe lezeres Swaantje Woppinkga uit Noordergat (Fr), die nog nooit voorbij de molen is geweest).

Ik verblijf in NYC vanwege een heuglijke gebeurtenis, hiep hiep hoera, zij leve hoog. En ik was inderdaad reeds maandagavond, dankzij het tijdsverschil, in staat online de krant van dinsdag te openen, hetgeen mijn daaropvolgende nachtrust enigszins verstoorde. Er stond een verhaal in dat mij extra deed woelen. De kop: ‘Afsluiting uit paniek’. Het onderwerp: de chaos van afgelopen zondag op Schiphol.

In het stuk ging het vooral om de schuldvraag. Ik acht mezelf niet bevoegd en voldoende op de hoogte om daar gedetailleerd op in te gaan. Ik acht mezelf wél bevoegd en voldoende op de hoogte om bijvoorbeeld iets te doen wat in het verhaal niet geschiedde: bewondering uitspreken voor de manier waarop het grondpersoneel van Schiphol en de KLM handelde.

Mijn reis naar de Grote Appel begon óók zondag op Schiphol.

Was het echt onverantwoordelijk van de luchthaven en de Koninklijke Marechaussee om de toegangswegen na de elektriciteitsuitval af te sluiten?

Klopt, een van de gevolgen was dat ontelbare mensen reeds op de snelweg hun vervoermiddelen verlieten en het vliegveld lopend trachtten te bereiken. Dat leverde gevaarlijke situaties op. Maar is dat niet in de eerste plaats die mensen zelf aan te rekenen? Ze deden iets wat niet mag.

Feit is echter dat met dit besluit de bottleneck – de plek waar het het snelst kan misgaan – werd verplaatst van de vertrekhallen naar het buitengebied van Schiphol. Stel, men had daar van afgezien en er was vervolgens paniek uitgebroken op het moment dat die duizenden reizigers – toch al boos, opgenaaid en in de war – opeengepakt in die vertrekhallen hadden gestaan. Ik verwijs naar het Heizeldrama van 1985 en de Hillsboroughramp van 1989.

Op de nationale luchthaven zelf bleef de zaak nu onder controle. In de situatie waar ik zelf deel van uitmaakte werden de reizigers rustig buitenom omgeleid naar vertrekhal 3. Daarvandaan ging het inderdaad stapje voor stapje, binnendoor, richting vertrekhal 2, maar de begeleiding door het grondpersoneel verliep voorbeeldig. De Schiphol- en KLM-medewerkers leidden heel veel in goede banen, hun geduld en stressbestendigheid waren bewonderenswaardig.

Er waren afspraken gemaakt, dat was duidelijk. Hier werd met precisie een noodplan uitgevoerd. In mijn geval – en dat van vele anderen – leidde het tot een bijtijdse check-in, een ongekend snelle security- en paspoortcontrole en een vertrek volgens schema.

Goed gedaan, KLM en Schiphol!

Of ik dit stukje óók al gisteravond om 23.30 uur terug las was bij het ter perse gaan van deze editie overigens nog niet bekend.

Er moest iets gevierd worden.


zaterdag 5 mei

Van te veel gepamper wankel je allicht

In hun niet aflatende pogingen om zichzelf van hun gelijk te overtuigen – dat is althans mijn koudegrondpsychologische verklaring – schreeuwen de Amerikanen, vurig aangevoerd door Mr. President, het zelf zo luid mogelijk van de daken: Amerika is het prachtigste, grootste, meest vrije land ter wereld.

Klopt dat?

Er lijkt best wat op af te dingen. Big Brother watcht you er sinds 9/11 nadrukkelijker dan ooit, al gebeurt dat altijd nog minder intensief dan in het malle land waar Kim Jong-un, de nieuwe vriend van de opperschreeuwer, de scepter zwaait. Bovendien zijn er complete Amerikaanse streken en stadswijken waar de armoede hemeltergend is, de infrastructuur gebrekkig en de gezondheidszorg beschamend (en de steun voor Donald Trump opvallend groot). Zelfs in New York City, waar ik de afgelopen week vertoefde, bestaat er achter al dat exhibitionistische vertoon van rijkdom, al die spectaculaire wolkenkrabbers, schitterende neonreclames en bijbehorende kolereherrie een weinig benijdenswaardige wereld waar de lagere sociale klassen van een paar centen moeten zien te overleven.

Aan de andere kant: slechts 4% werkloosheid in de Verenigde Staten, zoals gisteren bekend werd, het laagste percentage sinds 2000. Ze werken hard, de Amerikanen, ook omdat ze wel moeten.

Lezen jullie mee in Den Haag?

Van te veel gepamper wankel je allicht.

New York is de VS niet, dat moet ook gezegd. Het is een liberale stad (liberaal in de Amerikaanse betekenis van het woord), met als onvermijdelijk resultaat dat de 24 uur per dag naar inclusiviteit hunkerende sociale rechtvaardigheidsstrijders die de burgers wél graag zoveel mogelijk pamperen ( aanvulling: inclusiviteit waaraan zij hun eigen exclusieve grenzen stellen(, een stevige voet aan de grond hebben gekregen. Zeker in hippe Manhattan-wijken als Chelsea, de Meatpacking District en Greenwich Village, getuige ook de toiletten waarop geen M of W op de deur staat, maar Every body.
De terrassen worden beheersd door het beeld van bleke jongmensen, tikkend op hun Macbooks – echt allemaal Macbooks – terwijl ze bedachtzaam aan hun zorgvuldig geprepareerde cappuccino’s sippen. De oorlog win je er niet mee, maar voor een week is het een aangename bubbel. Ofschoon Donald Trump, nota bene uit New York afkomstig, daar vast anders over denkt. The Donald haat hen, zij haten The Donald. Ik dineerde in The Wavery Inn, pal naast een tafeltje waar tv-host Geraldo Rivera met twee dochters zat. En hoe prees dat restaurant zichzelf op de menukaart aan? Met deze tekst: Waverly Inn – worst food in city – Donald Trump.

Nog even terug naar de vraag van de dag.

Is Amerika in werkelijkheid ook het prachtigste, grootste, meest vrije land ter wereld?

Vandaag, 5 mei, de dag waarop wij in Nederland onze vrijheid vieren, zeg ik toch volmondig ja.

Ondanks alles kunnen wij nog veel van ze leren.

Thanks, America, you were great again!


dinsdag 8 mei

Oeps, zaai ik wéér angst!

Mohamed Lahouaiej Bouhlel was geen bekende van de veiligheidsdiensten. Getuige enkele incidenten waarin hij de hoofdrol speelde, liet zijn mentale stabiliteit te wensen over. Ooit viel hij ten prooi aan een zenuwinzinking. Hij was wel moslim, maar vertoonde geen bovenmatige interesse in een jihadistische levenswijze. Pas de laatste dagen liet hij, desgevraagd ‘om religieuze redenen’, een baard groeien.

Komt het verhaal u bekend voor?

Klopt, het zou ook over Malek F. kunnen gaan.

Onbekendheid bij veiligheidsdiensten, labiliteit, een geestelijke ineenstorting, zo op het oog geen fundamentalistische mohammedaan, recente baardaangroei: stuk voor stuk overeenkomsten, net als trouwens met nog een stel mannen dat de westerse wereld met aanslagen deed opschrikken.

Welnu.

Op 14 juli 2016, ‘s avonds om kwart voor elf, denderde een witte koelvrachtwagen dwars door een blokkade de Promenade des Anglais in Nice op. Duizenden hadden zich daar verzameld om de laatste uren van de Franse nationale feestdag Quatorze Juillet te vieren. Zigzaggend boorde de wagen zich in de menigte. Er vielen 86 doden en 434 gewonden. De chauffeur werd uiteindelijk doodgeschoten en heette Mohamed Lahouaiej Bouhlel.

Ik denk niet dat iemand eraan twijfelde dat deze 31-jarige Tunesiër een terreurdaad pleegde.

Wordt hiermee op onverantwoorde wijze angst gezaaid?

Dat – en nog veel meer – werd immers al geroepen nadat ik één tweetje – ik herhaal: één tweetje – had geplaatst toen de Syrische asielzoeker Malek F. had geprobeerd drie Hagenaars af te slachten en de politie had laten weten dat ‘een terroristische daad vooralsnog werd uitgesloten’ (inmiddels behoort het weer tot de mogelijkheden). Ik zei slechts: “Toen ik dat las riep ik van verbazing zomaar ‘Allahu Akbar’.”

Met name aan GroenLinks-zijde, maar ook elders, ging men los, niet ongebruikelijk wanneer het over iemand gaat die niet echt onder de zevendedagsadventisten kan worden gerangschikt. Dat uitgerekend een vertegenwoordiger van de partij die burgerlijke ongehoorzaamheid zo ongeveer promoot mij verweet dat ik het oordeel van de politie wantrouwde was lachwekkend. De haat die er verder vanaf spatte, als altijd argumentvrij, was echter ouderwets. Voor de originaliteitsprijs kwam helaas niemand in aanmerking. Wel constateerde ik volharding: ze bleven denken dat iets wat je niet wilt zien, ook niet kan gebeuren, zo langzamerhand een typisch polderlandse eigenschap.

“Geretweet door Wierd Duk”, zette dat GroenLinks-ventje erboven.

Hahaha!

Het definitieve bewijs dat mijn tweet niet deugde: geretweet door Wierd Duk. Erger kan niet in die kringen, terwijl Duk in werkelijkheid een van de weinige verslaggevers is die hun eigen, onafhankelijke weg boven het door de correcten onder ons uitgestippelde, dus politiek lekker veilige pad verkiezen.

Begrepen!?

Oeps, zaai ik wéér angst!


woensdag 9 mei

Dit is een win-winsituatie, Waylon

Opgelet, Waylon, hier spreekt een bevooroordeeld mens. Wat ik je vandaag te melden heb, is gekleurd door een ervaring die mij op mijn zwakkere momenten zelfs wel eens aan de zin van het bestaan heeft doen twijfelen.

Ik zeg dat maar alvast tegen je.

Laat die ouwe toch lullen, joh.

Morgen wordt de vis erin verpakt.

Waarom er nog langer omheen draaien? Ik onthul het meteen: ik heb het Eurovisie Songfestival van 1994 in Dublin bijgewoond. Vrijwillig, wel te verstaan. Met andere woorden: ik had nee kunnen zeggen toen de uitnodiging tot mij kwam. Maar ik zei ja en zat een paar weken later, op 30 april, terwijl ze in Nederland gezellig Koninginnedag aan het vieren waren, samen met tientallen landgenoten, van wie negentig procent de Griekse beginselen aanhing omdat dat nu eenmaal zo hoort in polderlandse songfestivalkringen, met een rood-wit-blauw vlaggetje te zwaaien terwijl Willeke Alberti zich met Waar is de zon naar de 23ste plaats zong.

We hebben allemaal wel eens dingen gedaan waar we niet trots op zijn. Willeke ook. Maar geloof me, erger dan dit kan niet. Ik weet niet wat mij bezielde. Ineens zat ik tussen al die kirrende nichten. Jaren heb ik daarna gehoopt dat de tv-camera’s mij niet hadden weten te vangen. Niemand begon erover. En juist toen ik er – de 21ste eeuw was nota bene al begonnen – van overtuigd was geraakt dat mijn aanwezigheid in het Point Theatre inderdaad onopgemerkt was gebleven, werd ik tijdens een wandeling op een chique landgoed in Beetsterzwaag door een voorbijganger met een geruite pet en een golden retriever aangesproken met de tekst: “Hahaha, ik zie u nog zitten, al zwaaiend met dat Nederlandse vlaggetje in Dublin. Wat vond u daar nou zelf van?”

Ik heb mij daarna nooit meer met het Songfestival kunnen bezighouden zonder aan duizelingen, hevige transpiratie-aanvallen en paroxysmale hoofdtremoren ten prooi te vallen. Ja, ik zei er wel eens iets over, op deze plek. Dan had er weer een 11-jarige transseksuele pygmee namens IJsland meegedaan, nou ja, zoiets dan, en dan schreef ik: “Volgend jaar een omgebouwde foetus graag.” Dat soort dingen. Maar dat was allemaal ter bezwering.

En nu doe jij, Waylon, andermaal namens Nederland mee en heb ik Willemijn Veenhoven op de radio al horen roepen dat je optreden niet supercatchy is en besef ik derhalve dat ik qua taalgebruik óók al hopeloos achter loop, terwijl het mij evenmin gegund is te begrijpen waarom jij nu plotseling zo boos bent op de aanwezige Nederlandse pers omdat ze zo negatief over je nummer doen.

Ik heb dat nummer beluisterd.

Ik heb dat nummer nogmaals beluisterd.

Ik heb dat nummer zelfs een derde maal beluisterd.

En ik zeg je dit, Waylon: wees maar blij, jongen, dat ík mij niet voor de tweede keer heb laten verleiden om naar het Eurovisie Songfestival af te reizen.

Hier is sprake van een win-winsituatie, Waylon.

Het is beter voor jouw gezondheid, en ook voor de mijne.


vrijdag 11 mei

Moslims aller landen, omhelst Pegida!

Het zou mij niet verbazen als Pegida is geïnfiltreerd door blondharige, blauwogige moslimbekeerlingen, autochtone trollen die er als overijverige undercoverpedigisten niet voor terugdeinzen om de parteigenossen tijdens de bijeenkomsten met gestrekte rechterarm en de handpalm naar beneden te begroeten.

Hun werkelijke doel? Het zo vaak mogelijk op tafel leggen van zogenaamde islambestrijdingsplannen waarvan zij drommelsgoed beseffen dat uitvoering ervan slechts één bevolkingsgroep er populairder op zal maken: de mohammedaanse.

Kwam men vorig jaar binnen de Nederlandse tak van de anti-islam beweging al op het idee om tijdens een demonstratie met mutsen met varkenskoppen te gaan rondlopen, ook al zo’n pareltje van fatsoen, nu hebben ze bij Pegida de gedachte ontwikkeld om gedurende de avondgebeden van ramadan, met ingang van 4 juni pal naast vijf moskeeën in Utrecht, Arnhem, Gouda, Rotterdam en Den Haag, barbecues te organiseren waarbij speenvarkens op het vuur zullen worden gelegd.

Dat kan toch niet door iemand zijn verzonnen die de islamisering een halt wil toeroepen?

Zo niet, dat zou de domheid ervan grenzeloos zijn, de smakeloosheid weerzinwekkend en het niveau nog lager dan destijds tijdens die varkenskoppenrel.

De lezer zal zo langzamerhand wel weten dat de invloed van religie in het algemeen en die van de islam in het bijzonder mij nu niet direct krijsend van blijdschap over de onstuitbare vooruitgang en modernisering van de polderlandse maatschappij door de straten doet huppelen.

Het is 2018, ziet u.

Sprookjes zijn bedrog en de middeleeuwen liggen dik 500 jaar achter ons.

Laatst zag ik hoe een moslim zich een parkeerplaats aan de Amsterdamse Keizersgracht toeëigende, er een kleedje uitrolde en op zijn knieën richting het oosten ging zitten. Ik stond in het westen, had daardoor plots uitzicht op een weldadig islamitisch achterwerk, voelde heel even de neiging opborrelen om te roepen dat voor het bezet houden van die plek tegenwoordig vijf euro per uur dient te worden afgetikt, zag daar toch maar weer vanaf om redenen die ik hierboven in feite al min of meer heb uitgelegd, maar dacht wel: “Joh, doe dat toch lekker thuis of in de dichtstbijzijnde moskee.”

Religie is een privé-aangelegenheid en dient wat mij betreft dan ook zo privé mogelijk te worden gepraktizeerd. De rillingen lopen mij derhalve over het lijf als ik in een vrije westerse stad als Parijs beelden van soortgelijke, maar dan massale straatgebeden zie. Liberté, egalité, fraternité is niet voor niets het Franse nationale motto.

Maar kom op hé, daartegen kom je toch niet met dit soort laag-bij-de-gronds Pegida-getreiter in het geweer?

Toen ik erover twitterde kreeg ik tientallen reacties.

Slechts een zeer kleine minderheid juichte het plan toe en gebruikte daarbij stuitende argumenten.

Moslims aller landen, omhelst Pegida!

Het is voor uw goede saeck!


zaterdag 12 mei

Ik schoot er bijna van in een krump

Jabs, arm swings, chest pops en stomps: dat zijn de vier bewegingen van het krumpen. Als altijd naarstig speurend naar antwoorden op de gewichtige vragen des levens, las ik het op de onvolprezen website van RTL/Nieuws, al werd ik er ditmaal geen snars wijzer van.

Help!

Wie, in vredesnaam, kan het krumpen nog voordat vanavond het 23ste liedje van de finale van het Eurovisie Songfestival ten uitvoer wordt gebracht – ‘ten gehore’ volstaat niet in dit speciale geval – voor mij duiden?

Ik geef grif toe dat er geen danswonder in mij schuilt. Foeterend op de meisjes naar wie ik in werkelijkheid in stilte hunkerde, behoorde ik zowel op de dansschool als in de disco – ja, jongens en meisjes, in opa’s adolescentiejaren heette dat nog een disco – tot de lafaards die de hele avond angstvallig op hun stoelen bleven zitten.

Ooit, vlak voordat ik er op bevel van de wanhopige wiskundeleraar vanaf werd gegooid, riep men mij weliswaar uit tot twistkampioen van de onderbouw van de Rijks HBS. Maar dat kwam doordat mijn oudere broer in de jury zat, die heimelijk verliefd was op mijn tijdelijke danspartner, een meisje dat bovenmatig bedreven was in de tennissport en op de dansvloer zelfs niet terugdeinsde voor een spagaat.

Dansen?

Zooooo stom!

Bier drinken, dáár ging het om!

Wel drie glazen op een avond!

Geen John Travolta dus, schrijver dezes. Zelfs wanneer de prachtwals She’s always a woman to me van Billy Joël weerklonk volhardde ik op de zeldzame momenten dat ik mij wel op de dansvloer waagde in schokkerige bewegingen waarin hooguit iets van een foxtrot had kunnen worden herkend. En ik leerde het nooit, want geloof me: toen de vier danspartners van Waylon donderdagavond tijdens Outlaw In ‘Em aan het krumpen sloegen, had ik eerst het idee dat zij ten gevolge van het nuttigen van bedorven Portugese sardientjes aan een gezamenlijke epilepsieaanval ten prooi waren gevallen.

“Zoek snel het Lissabon-equivalent van 112 op!” riep ik tegen mijn vrouw.

“Volgens mij is er iets heel anders aan de hand”, sprak zij nuchter.

“Wat dan?”

“Racisme.”

Ik schrok me te pletter. Konden wij, wanneer Waylon het Songfestival zou winnen, nu ook al geen tunnel naar deze nieuwe nationale held vernoemen? Ik begaf mij direct op de elektronische snelweg en ontdekte vrijwel onmiddellijk dat mijn wederhelft het zoals zo vaak bij het rechte eind had.

Meerdere kijkers bleken zich te hebben gestoord aan deze vorm van blacksploitation: “Het is het feit dat Waylon ervoor koos om zwarte dansers te gebruiken als visuele voorstelling van boeven. Het is ook het feit dat die dansers onderdanig aan de enige witte man moesten zijn. Ze moesten ook veel meer huid laten zien dan hij. Dat gaf een ongemakkelijk gevoel.”

U mag het best weten: ik schoot er bijna van in een krump.

Zet ‘m op, Waylon, vanavond.

Als je wint krijg je van mij een complete jaargang van Sjors & Sjimmie.


maandag 14 mei

De bewijsvoering van dr. Kromzwaard

Vorige week stond op deze plek een stukje waarin niet al te zachtzinnig werd omgegaan met het plan van Pegida om tijdens de ramadan-avondgebeden pal naast moskeeën barbecues te organiseren.

Dieptepunt: het braden van een speenvarken.

Van alle kanten viel men over mij heen.

“Kijk, meneer wil zo nodig even deugen”, schamperden de Pegida-fans.

“Kijk, meneer is een racist”, schamperden de islamfans.

In het tweede geval waren die reacties best bijzonder, omdat het Pegida-idee door mij als dom, smakeloos en weerzinwekkend werd gekwalificeerd. Al doopte ik mijn pen ook in de ironie-pot. “Het zou mij niet verbazen”, schreef ik bijvoorbeeld, “als Pegida is geïnfiltreerd door blondharige, blauwogige moslimbekeerlingen.”

Islamitisch Nederland moet blij zijn met Pegida, wilde ik ermee zeggen.

Wie zulke tegenstanders heeft, kan het nooit verliezen.

Maar nee hoor. Asieladvocaat Wil Eikelboom vond dat het tijd werd om mij te framen en publiceerde op Twitter uitsluitend de hierboven geciteerde woorden plus de al even cynische rest van de eerste alinea.

Stel, ik schrijf de volgende zinnen: “Het zou mij niet verbazen als ik binnenkort mijn vrouw vermoord. Mijn hemel, wat zet dat mens slechte koffie.” Dan is Wil Eikelboom zo’n type dat alleen de eerste zin citeert, met alle gevolgen van dien.

Kwaadaardig?

Nou en of.

Zijn volgelingen roosterden mij als een speenvarken op een Pegida-barbecue. En nadat hij dan toch tot het besef was gekomen dat het eerlijker zou zijn om de hele column te plaatsen, meldde zich tot mijn grote blijdschap ook de in Nijmegen wereldberoemde antropoloog Martijn de Koning. Ik wijdde ooit een stijlvol stukje aan de man nadat hij een islamitisch feestje had bijgewoond waarbij de moord op Theo van Gogh werd herdacht. Sindsdien heeft hij een oordeel over mij: ik ben een racist.

Antropologie is menskunde. Dat meld ik toch maar even voordat ik in één alinea een serietje tweets citeer, door hem gecomponeerd nadat hij had geconstateerd dat ik – voor één keer, om niet in woordherhaling te vervallen – over ‘mohammedanen’ sprak.

“De term komt uit aloude christelijke, soms koloniale, anti-islam geschriften over mohammedaanse religie en mohammedaanse volkeren. Vandaar ook dat-ie in onbruik is geraakt en bijna alleen nog in denigrerende zin wordt gebruikt. Wat in dit geval belangrijker is, is dat Hoogland met het gebruik van deze term laat zien, een bevolkingsgroep op het oog te hebben. Aangezien hij zich daarbij richt op de stijl van actievoeren van Pegida en niet op wat Pegida wil, namelijk minder moslims, zijn we er wel als het gaat om racisme.”

Goeie genade, zo komt meneer dus tot zijn bewijsvoering.

Antropologie is een fopstudie, zeggen ze wel eens.

Dr. Kromzwaard, zoals hij ook wel wordt genoemd, doet niet echt zijn best om dat te ontkrachten.

Ik zei het al: wie zulke tegenstanders heeft, kan het nooit verliezen.


dinsdag 15 mei

Had graag commentaar van de Kneet gehoord

Voor wie nog niet weet dat deze rubriek door een lid van de BWMMFDGJVHLS-gemeenschap wordt geschreven, het volgende: ik heb nog nooit een aflevering Boer Zoekt Vrouw gezien.

Pardon?

U heeft geen idee welke gemeenschap dat is?

Het is de zoveelste commune van schandelijk onderschatte slachtoffers van het bestaan, die dankzij de ontwikkeling van de identiteitspolitiek ten langen leste hun dik verdiende plaats in de maatschappij hebben gekregen. BWMMFDGJVHLS staat voor Boomlange Witte Mannen Met Flaporen Die Geen Jota Van Het Leven Snappen. Hoewel wij dat, zoals de meeste identity communities, zelf niet beseften, voelden wij ons zeer miskend. Nu mogen wij onszelf eindelijk als inclusief beschouwen.

Maar goed, ik heb dus nog nooit een aflevering van Boer Zoekt Vrouw gezien. Ja, ik zapte er wel eens langs. Daar bleef het bij. Al kwam daar gisteren tijdelijk een eind aan toen ik op de Telegraaf-site op het kopje ‘Dan sta je daar met je kwakje’ stuitte. Toch al opgehitst door een ander kopje, namelijk ‘Vrouwen hebben meer kans op een orgasme als ze hun neus snuiten’, waardoor ik in gedachten nóg hogere stapels met pakjes Kleenex naast de twijfelaars in de polderlandse slaapkamers zag liggen, besloot ik het filmpje dat aan het kopje gelinkt was te bekijken.

Het bleek om een analyse van de eerste aflevering van het nieuwe Boer Zoekt Vrouw-seizoen te gaan.

En wie figureerde daarin?

Boer Marnix.

En welke achternaam had boer Marnix ?

Knetemann.

Ik scheurde mijn kleren en weende. Boer Marnix, ponyfokker, is de zoon van Gerrie Knetemann, voor wiens Kneetstory mijn moeder, die verder helemaal niets om wielrennen gaf, Radio Tour de France vroeger altijd op vol volume zette. Pareltjes als “Wat een menselijke geest in een Tour allemaal meemaakt, kan je gelijk schakelen met een maandje Sarajevo” en “Als een voetballer valt, schreeuwt hij om zijn moeder. Als een wielrenner valt, schreeuwt hij om zijn fiets”: daar wilde zij niet van verstoken blijven. Wat bovendien te denken van termen als “doorkachelen” en “de dood of de gladiolen”? Ook van de Kneet.

Ik volgde hem als verslaggever bij de Tours van 1980 en 1981 en mocht hem meerdere malen interviewen, telkens weer een feest: hij praatte, ik noteerde. En toen, op 2 november 2004, viel hij zomaar, op 53-jarige leeftijd, dood van zijn fiets in de Bergense duinen, een verscheiden dat niet de aandacht kreeg die het verdiende omdat op dezelfde dag Theo van Gogh werd vermoord.

O, wat had ik graag het commentaar van Gerrie Knetemann gehoord op het feit dat zijn zoon aan Boer Zoekt Vrouw meedoet.

Een andere oude uitspraak van de Kneet zou ook van toepassing kunnen zijn: “Je wordt altijd door een strontkar overreden, nooit door een trouwkoets.”

Misschien dat boer Marnix er toch nog even aan terugdenkt, wanneer hij dankzij Boer Zoekt Vrouw voor het altaar staat.


donderdag 17 mei

‘Eigen volk eerst’: ook een voltreffer

Het is niet de makkelijkste krantenkop, zei de Amsterdamse SP-voorman Laurens Ivens toen hij uitlegde waarom het aanstaande Politbureau van Pyongyang aan de Amstel toch voor de term ‘Leefbaar’ had gekozen om de aanpak van het massatoerisme in de hoofdstad van een titel te voorzien.

Hoewel ik aan de ene kant bijkans een nekhernia opliep van het hoofdschudden om deze uitspraak, waarmee het maatschappelijk functioneren van de hedendaagse linkse medemens vrijwel totaal werd getypeerd, kon ik het mij aan de andere kant ook wel voorstellen. Dat het voor hen niet de makkelijkste krantenkop is, bedoel ik.

De toch al zo geplaagde volksvertegenwoordigers ter linkerzijde – het Amsterdamse Politbureau bestaat straks uit vier partijen, waarvan er bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen drie dik verloren – hadden ‘leefbaar’ natuurlijk uit hun woordenboek geschrapt nadat de partij Leefbaar Rotterdam van Pim Fortuyn in 2002 de ijsberg was gebleken waartegen de rode Titanic van 010 te pletter voer, terwijl ook elders allerlei traditionele linkse bolwerken aan de opkomst van Leefbaarachtige partijen ten onder gingen.

Oké, voor mij, met mijn gezonde boerenverstand, was het smullen geblazen destijds. Hoe sociaaldemocratische haat, arrogantie, betweterigheid, betutteling, zielenpotenkwekerij, corruptie, wegkijkerij, multiculturele samenlevingsbevordering (inclusief buigen voor een cultuur die zich ten doel heeft gesteld alle andere culturen te vernietigen), plucheplakkerij, vriendjespolitiek, kleinering en framing van andersdenkenden, enzovoorts, hoe dat alles eindelijk zelf werd afgestraft, door de kiezer nog wel: het gaf mijn leven weer zin.

Maar goed, ik ben fatsoenlijk opgevoed, ik wel, waar een enerzijds is moet ook een anderzijds zijn, lang leve de nuance, en daarom had ik ook wel weer begrip voor de uitspraak van Ivens. Een stad leefbaar maken, dat moeten we toch niet willen met z’n allen? Daarom zou ik zelf, als ik Ivens was geweest, voor ‘Vol is vol’ hebben gekozen. Dat zou het anti-toerismebeleid van Amsterdam straks, met krankjoreme maatregelen als verplaatsing van de opstapsteigers voor de rondvaartboten naar buitenwijken, nóg beter hebben samengevat.

Wat verder te denken van ‘Eigen volk eerst’? Ook een voltreffer. Om nog maar te zwijgen over kreten als ‘Ze rotten maar op naar hun eigen land’ of ‘Buitenlanders weg’. Ofschoon je in het laatste geval, voor één keer, ook voor de Duitse variant zou kunnen kiezen: “Ausländer raus’. Op de een of andere manier komt dat sterker over.

Wat zegt u?

Nee, echt, méént u dat?

O, o, die Amsterdammers toch. En maar solidair doen, met de andere volkeren op deze planeet. Maar als ze er een beetje voor moeten inschikken? Verpretparkisering, meneer! Die gasten lazeren maar op!

Let maar op, over tien jaar staat op het Rutger Groot Wassink-plein van de Hemelse Vrede, nu nog de Dam geheten, de eerste standrechtelijke executie van een bij een razzia opgepakte toerist op het programma.


zaterdag 19 mei

Lang leve Spinoza, daar kwam het op neer

Help, ik ben ineens links.

Heeft iemand misschien het telefoonnummer van Bram Bakker voor mij, die malle psychiater? Of nee, doe toch maar dat van Esther van Fenema.

Hoe dan ook was het best een schokkende ontdekking. Ik links? Waar is de hoogste balk? Stel, Meghan Markle komt er vanochtend, terwijl zij zich uit alle macht in haar trouwjurk probeert te hijsen, achter dat zij verliefd is op Harry’s oudere broer. Daarmee moet het vergelijkbaar zijn.

Niet dat er geen verklaring voor is.

Jarenlang hebben ze mij ter linkerzijde – correctie: ze dachten zelf dat ze ter linkerzijde stonden – zo intens fanatiek ingepeperd dat ik extreemrechtse sympathieën heb, of een racist ben, of een nazi, dat ik het op het laatst zelf bijna ging geloven. Dan zette ik, op een of ander formulier, een kruisje onder mijn naam (een handtekening wil nog steeds niet erg lukken). En dan controleerde ik stiekem toch even of dat kruisje geen kenmerken van een swastika had.

Klopt, met argumenten kwamen ze nooit aanzetten. Dat maakt nooit zoveel uit in die kringen. Ik had de gore lef om vraagtekens bij hun heilige functioneren te plaatsen, bijvoorbeeld aangaande de grenzeloze aanbidding van de meest ultrarechtse religie die heden ten dage in de lage landen wordt gepraktizeerd. Een van de ontelbare gevolgen van die kritiekvrije benadering was dat Tunahan Kuzu in de Kamer kwam. En daarmee ook redevoeringen als die van deze week, waarin Israël met Hitler-Duitsland werd vergeleken. Meneer schuwde niet eens termen als Lebensraum en Heim ins Reich. Heel smaakvol, inderdaad. Over dat soort dingen zei ik dan iets, liefst met een knipoog. En dan was ik een nazi, misbruik makend van het feit dat de witte man zich het alleenrecht op de ironie heeft toegeëigend.

Serieus.

Maar goed, het doet er inmiddels niet meer toe, ze krijgen allemaal maar het hompeschomp en liefst nog het een & ander, want nu is bewezen dat ik links ben.

Lekker pûh.

Filmmaker Eddy Terstall, schrijver Asis Aynan, actrice Femke Lakerveld en ex-PvdA-kamerlid Keklik Yücel hebben de Vrij Links-beweging opgericht en legden in een Volkskrant-stuk uit wat zij beoogden: een seculier Nederland waarin religie een privézaak wordt en de vrijheid van godsdienst uit de grondwet wordt geschrapt omdat dat artikel onherroepelijk tot een voorkeursbehandeling leidt. Verder streeft Vrij Links naar gelijkwaardigheid en moet er een einde komen aan het groepsdenken, zoals de nationaalromantiek op rechts en de identiteitspolitiek op links.

Ik nam het manifest een keer of vijf door en dacht bij elk van de 976 woorden: jeetjemina, zo denk ik er dus ook over. Vrijheid van denken, doen en uiten. Een neutrale staat. Een open samenleving. Seculier onderwijs. Een einde aan de politieke correctheid en de betutteling. Hoe meer schurende meningen, hoe beter. Enzovoorts. Wat ik ook las: ik snak er al jaren naar.

Lang leve Spinoza, dáár kwam het op neer.

Sorry, lezer, ik heb u blijkbaar jarenlang belazerd.


dinsdag 22 mei

Nogmaals excuses, mr. Churchill

Telkens als Erdogan zich misdraagt, denk ik aan een van de grootste staatslieden van de twintigste eeuw.

Sorry, mr. Churchill, dat ik zijn naam steeds aan de uwe koppel.

Het komt natuurlijk ook doordat ik zojuist, voor de tweede maal, Darkest Hour heb gezien, de film waarin Winston Churchill in de begindagen van de Tweede Wereldoorlog wordt geportretteerd. De naïeve Chamberlain is als premier gewipt, Churchill moet leiding geven aan een nationaal kabinet. Hij wordt daarin tegengewerkt door dezelfde Chamberlain en Lord Halifax. Zij vrezen een Duitse invasie en willen onderhandelen met Hitler, wiens troepen het continent al stormenderhand veroveren.

Er wordt in de film soms een loopje met de waarheid genomen, vooral wanneer Churchill vlak voor de beroemde Lagerhuis-toespraak waarin hij verklaart dat Groot-Brittannië zich nooit zal overgeven (“We shall fight on the beaches“), in een Londense metrotrein stapt om de mening van het volk te peilen. Regisseur Joe Wright presenteert dat als een doorslaggevend moment, terwijl de scene is verzonnen. Hoe imponerend de vertolking van Gary Oldman ook is (zowel Sid Vicious als Lee Harvey Oswald en Winston Churchill spelen: dan kun je wel iets), dat irriteerde mij.

Waarom vertel ik dit?

Omdat Winston Churchill de wereld liet zien dat je domweg geen afspraken met levensgevaarlijke, onbetrouwbare dictators maakt.

Daarom dacht ik aan hem, toen Reçep Tayyip Erdogan in Sarajevo, altijd weer Sarajevo, een verkiezingstoespraak voor ruim tienduizend Turken hield, die uit allerlei omringende landen waren toegestroomd. Hij wil na de Turkse stembusgang op 24 juni nóg meer macht en verordonneerde hen bovendien glashard om invloed te verwerven in hun tweede vaderland: “Ga er een actieve rol spelen in de politiek. Maar bescherm jullie religie en taal goed. Als jullie die verliezen, zijn jullie verloren.”

Voor Erdo zijn er dus nog lang geen Kuzu’s genoeg.

Eng nationalisme van een islamitische tiran die zijn hele leven één ding voor ogen heeft gehad: een zo groot mogelijk herstel van het Ottomaanse rijk, ten koste van veel zo niet alles. De scheiding der machten is in Turkije nagenoeg afgeschaft, zijn tegenstanders worden nu vrijwel allemaal terroristen genoemd, kritische journalisten gooit hij in de cel, enzovoorts.

Europa, echter, dat potsierlijke Europa, met aan het bewind de clown Tusk die zo dom is de VS tegen zich in het harnas te jagen terwijl zijn eigen wapenarsenaal uit twee klapperpistooltjes en een pijl en boog bestaat, deinsde er niet voor terug om afspraken met deze levensgevaarlijke, onbetrouwbare dictator te maken, in dit geval over de Syrische vluchtelingenkwestie.

En nu houdt Erdo, uitgerekend Erdo, de man die zelf vaak een loopje met de waarheid neemt, ons daarmee in een ijzeren greep.

Nogmaals excuses, mr. Churchill.

Maar u wist tenminste met wie u van doen had.

U wel.


donderdag 24 mei

Blij met een dooie mus

Over de mus kan ik helaas niet zwijgen.

Ach, laat me toch. Ik heb even geen zin om wéér mijn licht over een verontrustende maatschappelijke ontwikkeling te laten schijnen. Op het terras van een strandpaviljoen in Bergen aan Zee was het mij zojuist gegund het gedrag, met fatale afloop, van een mus te observeren. Daar wil ik óók wel eens kond van doen.

O, zeker, ik voelde mij voor de zoveelste keer uitgedaagd. In de zorg, zo las ik, zullen minstens 62 overbodige regels worden afgeschaft. Bruno Bruins, minister van Medische Zorg, noemde een voorbeeld: de verplichting, voor artsen, om jaarlijks een prothese-aanvraag te doen namens patiënten die een ledemaat missen.

Het is dat die mus – het was een mannetje – mij op het Bergense strand zo fascineerde, want anders was ik echt niet meer verlost geraakt van het beeld dat hiermee bij mij werd opgeroepen. Als dit geen verontrustende maatschappelijke ontwikkeling is, bedoel ik, wat dan nog wel?

Ik hoorde zelfs het gesprek in de spreekkamer al.

“Wilt u ook volgend jaar weer gebruik maken van een houten been, meneer?”

“Vanzelfsprekend, dokter.”

“Vindt u het goed dat ik voor alle zekerheid dan toch even controleer of uw been in de tussentijd niet is aangegroeid? Ze kunnen heel lastig zijn, die zorgaanbieders.”

Goed, die mus dus.

Ik wil wel eerst mijn blijdschap uitspreken over het feit dat hij geen heggenmus was. Hij was een huismus. Heggenmussen zijn losbollen. Vooral madam maakt zich aan menig slippertje schuldig. Maar manlief is evenmin een lieverdje. Als-ie haar met zo’n toyboy betrapt, wat regelmatig gebeurt, pikt-ie net zo lang in het geslachtsorgaan van die sloerie totdat zij het zojuist ontvangen sperma loslaat. En dan, eind goed al goed, gaat híj haar bevruchten.

Dat moeten wij eens zo flikken.

Mijn Bergense huismus was heel anders. Mijn Bergense huismus had al een snavel vol insecten en streek brutaal op mijn terrastafeltje neer nadat mij een kop koffie was geserveerd, met op het schoteltje een flink koekje dat hem volledig in beslag nam.

“Dat durf je niet”, mompelde ik.

Hij durfde het wel.

Miss Piggy deed in de Muppet Show ooit een inmiddels beroemde uitspraak: “Eet nooit meer dan je kan tillen.” Deze mus had die aflevering blijkbaar nooit gezien. Hij omvatte met zijn toch al gevulde snavel het koekje en fladderde ermee weg.

Althans, dat was de bedoeling.

Ook huismussen, zo bleek, zijn onderhevig aan de zwaartekracht, zeker wanneer zij een veel te zware prooi in hun snavel houden.

Boem, au: frontaal tegen de rand van het belendende tafeltje.

Daar ging-ie even later, zonder koekje, de oogjes gebroken, met de pootjes omhoog op het dienblad van de serveerster.

Zelfs een houten been had bij dit vogeltje geen redding meer gebracht.

Zo zie je maar dat ik tegenwoordig al blij ben met een dooie mus.


zaterdag 26 mei

Garantie krijg je alleen op stofzuigers

Vroeger, toen ze nog Journaal-presentatrice was, las ze alleen keurig uitgeschreven zinnetjes van de autocue voor. Dat deed ze netjes. Later, toen Pia Dijkstra op een belangrijk moment in haar volgende leven als Kamerlid zelf spontaan een zinnetje moest verzinnen, deed ze het minder netjes.

“Garantie krijg je alleen op stofzuigers”, zei Pia.

Dat is een columnistenzinnetje, of een cabaretierszinnetje zo u wilt, ofschoon ik mij kan voorstellen dat er polderlanders zijn die zich na de eerste aflevering van Sanne Wallis de Show afvragen wat cabaretiers precies zijn.

Ik vond het in elk geval geen politicizinnetje.

Het zinnetje bracht mij definitief op de volgende gedachte: weet u wat, mevrouw, doet u mij toch maar een referendum.

Als initiatiefneemster van de donorwet waarin geregeld wordt dat iedereen, tenzij men laat weten dat men daartoe niet bereid is, na het uitblazen van de laatste adem orgaandonor wordt, gaf Dijkstra dat antwoord nadat haar in de Eerste Kamer een voor de hand liggende vraag was gesteld: kunt u garanderen dat alle meerderjarige Nederlanders goed worden geïnformeerd?

Ze had gewoon ja moeten zeggen. Wie het initiatief voor zo’n wet neemt rest geen ander antwoord dan eentje met fatsoen. “Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam”, zegt artikel 11 van de Grondwet. Ze deed het niet en begon te schamperen. Voor mij bewees Pia Dijkstra toen dat ze geen idee had wat haar wet betekende voor de omvangrijke groep Nederlanders wier levensovertuiging niet strookt met de hare, een eigenschap die je wel vaker bij D66-volksvertegenwoordigers ziet.

Van mij hoeft niet over elk onderwerp een referendum te worden georganiseerd. Soms denk ik zelfs: het gat tussen de politiek en de burger kan mij niet groot genoeg zijn, ik breng eens in de vier jaar mijn stem op iemand uit, als die persoon het niet goed doet kleur ik de volgende keer het vakje achter een andere persoon rood, ik heb wel wat anders te doen dus hier laat ik het graag bij.

Er zijn echter zaken waarover de burger ook in mijn ogen meer zeggenschap zou moeten krijgen. Dat geldt zeker – net als in Ierland voor de abortuskwestie waarover het volk gisteren een oordeel mocht uitspreken – voor deze donorwet. Het zelfbeschikkingsrecht staat centraal. Dat is de reden dat ik de poging van GeenStijl – let wel: woordvoerder Bart Nijman is zelf orgaandonor – om tot een volksraadpleging te komen waardeer.

Wat de uitslag waard zal zijn? Weinig, waarschijnlijk. D66 = Ollongren = dikke middelvinger naar het gepeupel. Dat is inmiddels wel bewezen. Ze zijn er bovendien nog lang niet: van de 300.000 benodigde steunverklaringen is nu ongeveer 1/3 binnen.

Tja, GeenStijl, hè.

Die jongens hebben nu eenmaal met vooroordelen af te rekenen.

Ik garandeer ze toch mijn steun op referendum.nl.

Soms ben ik net een stofzuiger.


dinsdag 29 mei

Geen ‘Seafood Shop’, wel ‘Ready & Fresh’

Denkend aan Amsterdam zie ik de dappere Helmondse visboer, vechtend tegen ambtelijke haat en jaloezie.

Ja, sorry hoor, het zit in mijn bloed.
.
Mijn opa was visboer, nou ja, mijn oma eigenlijk. Hun zoon ome Henk was visboer. Diens broer ome Jan was visboer, net als zijn andere broer ome Piet en zelfs nog een tijdje ome Wim, broer numero vier. En nu is een hele rits neven visboer, of nauwkeuriger: dáár weer de nazaten van.

Waarheen zij ook zijn uitgezworven, niemand van hen die ooit problemen heeft gehad met de lokale autoriteiten over het feit dat hun haring en kibbeling in de winkel zelf genuttigd konden worden.

Ik denk te weten hoe mijn opa gereageerd zou hebben als een ambtenaar was komen aanzetten met de mededeling dat de tent om die reden gesloten zou worden. Ook hier kan ik beter zeggen: nou ja, mijn oma eigenlijk. Opa, twaalf jaar lang een Van Heutsz-soldaat met zelfkennis die met name in de Gordel van Smaragd was opgedaan, trok zich op dergelijke momenten liever terug in een horeca-etablissement.

Hij liet de oplossing van zo’n conflict dan over aan zijn wederhelft, geen vrouw van halve maatregelen. Oma verzoop eens een kat in een regenton toen dat beest, gelokt door de odeur, zich op de achterplaats had gewaagd. Met een beetje duwen, wist opa, past zo’n ambtenaar óók in een regenton.

Ze verkochten tevens fruit in die winkel.

Eén sinaasappel vier cent, zes sinaasappels een kwartje.

Zo voordelig.

De verbijstering die mij overviel toen ik hoorde dat viswinkel The Seafood Shop in Amsterdam-Centrum per 5 juni gesloten gaat worden, zal dus wel in mijn genen zitten.

Of is het toch weer gewoon mijn gezonde verstand?

De redenen die Amsterdam voor de sluiting opgeeft, zijn bespottelijk. Men wil de uitbreiding van de toeristenindustrie aanpakken. Met het sluiten van een viswinkel! Alleen al de Engelstalige naam van de zaak bewijst volgens de autoriteiten bovendien dat The Seafood Shop zich niet op Amsterdammers richt, maar op de buitenlandse bezoekers waarvan de gemeente er zoals bekend minder, minder, minder wil. Verder verkoopt men er etenswaren voor directe consumptie, zoals in elke viswinkel, maar in de ogen van het Stopera-volk is dat daar ineens een verboden horeca-activiteit.

Dat zijn de redenen en ze deugen in dit geval geen van alle, wat trouwens eveneens geldt voor enkele van de omwonenden die nu zo vurig strijden voor behoud van de winkel. Geloof me: er zijn er óók bij die stiekem bij de gemeente over The Seafood Shop hebben geklaagd. Die mensen moeten maar blij wezen dat ze niet zo’n buurvrouw als mijn oma hebben.

Leuke wandeltip: de omgeving van The Seafood Shop. Dan kom je vast ook wel langs dat supermarktje met dat keurige Perzische tapijtje voor de deur.

Echt een multiculturele verrijking, die winkel, met een naam die blijkbaar wél typisch Amsterdams is: Ready & Fresh.


donderdag 31 mei

Het dorp der onverdraagzaamheid

Wat de mensen mij de laatste tijd ook wel eens vragen: wat heeft u toch met Amsterdam, ome Rob? Er is in Nederland heus nog wel meer te doen.

Mijn antwoord luidt dan meestal: het is onze hoofdstad, jongens en meisjes. Het is ons uithangbord. De naam Amsterdam doet op deze planeet nu eenmaal sneller een belletje rinkelen dan de naam Marolleput, om een dwarsstraat te noemen. Om die reden heb ik onlangs ook de domeinnaam robhoogland.amsterdam vastgelegd en niet robhoogland.musselkanaal.

Zo ga ik dan nog een tijdje door.

Tussen u en mij: ze hebben wel een beetje gelijk, die mensen. Iets te vaak laat ik mij op dit plekje meeslepen door de Amsterdamse neiging om de indruk te wekken dat 020 het centrum van de wereld is, in mijn geval goedbeschouwd een tamelijk mesjogge trekje omdat ik metropolen als Buenos Aires, New York, Bangkok en Mexico City heb bezocht. Mijn stukje teruglezend denk ik bovendien vaak: nou, nou, Goof, daar hebben ze in Laag-Zuthem weer heel veel aan, maar niet heus.

Amsterdam is niet het centrum van de wereld. Amsterdam is niet eens het centrum van dat merkwaardige, minuscule vlekje achter de West-Europese duinen. Al prakkiseren nogal wat inwoners daar anders over. Een paar jaar geleden liet een lokale krant enkele ingezetenen aan het woord, die het levenslicht voornamelijk vanwege het feit dat de barensweeën van hun moeders zich moeilijk lieten sturen niet in hun woonplaats hadden aanschouwd, maar elders, soms slechts enkele meters over de gemeentelijke grens. De existentiële crisis waarin deze hoofdstedelingen daardoor verzeild waren geraakt had een krater in hun bestaan geslagen. Had hun leven nog wel zin? Zij deinsden er niet voor terug hun aangrijpende persoonlijke perikelen dienaangaande met de lezers te delen, van wie er in elk geval eentje de slappe lach kreeg: uw dienaar.

Zou er één ander polderlands dorp zijn dat zich zo door haat laat leiden?

Ik bedoel ditmaal vooral de toeristen- en middenstandershaat, die door het nieuwe stadsbestuur naar te vrezen valt nog nadrukkelijker de gemeente zal worden binnengefietst.

Nog één keer de viswinkelaffaire.

Ik neem u daartoe even mee naar een ander Noord-Hollands dorp, genaamd Egmond (eigenlijk drie dorpen: Egmond aan Zee, Egmond aan den Hoef en Egmond-Binnen). Per hoofd van de bevolking komen er jaarlijks meer toeristen dan in Amsterdam, ‘s zomers is Duits er zo’n beetje de voertaal en niemand die daar problemen mee heeft.

In Egmond (gemeente Bergen) hebben ze ook viswinkels. En wat doen ze bij die viswinkels? Wat ze bij nagenoeg alle Nederlandse viswinkels doen: desgewenst ter plekke haring, lekkerbek en kibbeling serveren, zo vers mogelijk dus, waarvoor de uitbaters zowel binnen als buiten een aantal tafeltjes en stoelen aan hun hongerige klanten beschikbaar stellen.

Dat mag in Egmond.

En dat mag dus niet in Amsterdam.

Excuses, jongens en meisjes, dat ik het dorp der onverdraagzaamheid toch weer noem.

Soms kan je niet anders.

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

rob@hoogland.nl