Press "Enter" to skip to content

Telegraaf columns september 2018

telegraaf columns september 2018

Liberalen ontknopen subiet de gulp

De TelegraafRob HooglandHier de stukken die ik in september 2018 voor de Telegraaf schreef. Klik op een datum in de tabel als je de column die op deze dag in de krant werd gepubliceerd direct wilt lezen. Scroll anders naar beneden.

• zaterdag 1 september
• maandag 17 september
• dinsdag 18 september
• woensdag 19 september
• donderdag 20 september
• vrijdag 21 september
• zaterdag 22 september
• maandag 24 september
• dinsdag 25 september
• woensdag 26 september
• donderdag 27 september
• vrijdag 28 september
• zaterdag 29 september
.

<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>zaterdag 1 september 2018

Stoelen hotemetoten hebben iets opwindends

Zo hee, daar werd mijn liberale levensovertuiging even danig op de proef gesteld. Ik dank de Telegraaf voor het nieuwtje dat mij deed besluiten het kamp der vrijzinnigen vooralsnog trouw te blijven. Anders was ik nu dolende geweest, wanhopig zwervend over een dorre, ijskoude steppe waar het politieke kompas immer op tilt slaat.

Het beeld dat mij ten langen leste toch weer deed beseffen dat er slechts één manier van leven is, namelijk de liberale, met name omdat de klassieke corpsballen- en hockeymeisjesbronst in die hoek van de maatschappij tenminste nog volop ruimte wordt geboden, is dat van Han ten Broeke, terwijl hij zijn to do list op de eerbiedwaardige stoel van de Kamervoorzitter likkebaardend tracht bij te werken.

Man, wat werd het mij voordien moeilijk gemaakt.

Ik zag Henri Keizer en Jos van Reij met vette grijnzen dubieuze financiële dealtjes sluiten. Ik hoorde Wybren van Haga en Mark Verheijen elkaar influisteren hoe je de grenzen van het betamelijke steeds kon opzoeken. Ik keek toe hoe Ivo Opstelten, Fred Teeven, Ard van der Steur en Jeanine Hennis met elkaar zaten te kwartetten: mag ik van jou uit de categorie opgestapte VVD-ministers het grootste zwaargewicht? Ik luisterde hoe Mark Rutte schaterlachend bij Halbe Zijlstra informeerde of hij nogmaals een bezoek aan de datsja van Vladimir Poetin zou willen brengen om te vragen hoe het afschaffen van de dividendbelasting in Moskou zou worden aangepakt.

Waarna ik ook nog de verhalen over de Harvey Weinstein van het Binnenhof voor mijn kiezen kreeg.

Ik heb altijd het standpunt gehuldigd dat je, wanneer je zo nodig van levensovertuiging wilt veranderen, dat alleen maar rigoureus kunt doen. Ik stond daarom al op het punt om een ode aan Jesse Klaver te brengen – “Dit is een ode aan de kleuter in eikeltjespyjama die denkt dat alle kiezers poëziealbums hebben” – toen mijn oog ineens viel op het bericht dat Han ten Broeke het óók op de stoel van de Kamervoorzitter heeft gedaan.

En toen besefte ik het weer: ik ben en blijf een liberaal in hart en nieren.

Ik zal niet in detail treden. Ondanks dat zij mij de Ziekte van Pfeiffer bezorgde – de kusziekte dus, heel merkwaardig: als ik boembadieboem doe, wil ik zoenen ook – houd ik de betrokken vrouwspersoon anoniem, net als de hoofdredacteur – nee, niet van deze krant – wiens stoel mij bij een nachtelijk bezoek aan zijn kantoor op soortgelijke onweerstaanbare gedachten bracht. Stoelen van hotemetoten hebben voor de ware liberaal iets opwindends. Dáár wil je het op doen. Socialisten denken dan alleen maar dat die stoel door nog niet ontwaakte slaafgeboornen is vervaardigd. Christendemocraten zijn er te geniepig voor. Maar liberalen ontknopen subiet de gulp. Geen mooiere manier, vinden zij, om aan de macht te ruiken.

Met uw welnemen blijf ik dus nog even liberaal.

Al ga ik er nu wel twee weken extra over nadenken, niet al dreutelend op een stoel, maar liggend op een strand.

Tot dan.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>maandag 17 september 2018

De logica van de Transavia-helpdesk

Toch weer verlangend naar het pragmatisme dat de Hollander zo eigen is, logde ik de dag voor de terugreis in op de site van Transavia.

Zoals altijd had ik het wel weer een beetje gehad met de Provençaux. Leuk volk hoor, daar niet van, ze maken bovendien lekkere rosé, maar de zaken verlopen er regelmatig anders dan beloofd. Afspraak is afspraak, zeg ik altijd. Ik zag er daarom naar uit weer met Nederlanders te kunnen verkeren.

Dat pragmatisme hoopte ik al bij het online inchecken te kunnen herkennen. Het werd mij helaas niet gegund. Stoel 1D met meer beenruimte, reeds enkele maanden eerder door mij tegen betaling van 14 euro extra gereserveerd omdat ik nu eenmaal als een olifant met giraffekenmerken op het ondermaanse rondwaggel, bestond niet meer. Rij 2 was plots rij 1 geworden. Ik moest daarom een nieuwe zitplaats selecteren en kon slechts kiezen uit stoelen waar reuzen als ik zichzelf dusdanig moeten opvouwen dat zij welhaast tot autofellatio worden gedwongen.

Geen nood, dacht ik, de klantenservice van Transavia is tegenwoordig ook per WhatsApp te benaderen. Ik beschreef in zo’n appje mijn later bevestigde vermoeden dat er voor een ander type toestel was gekozen en meldde meteen maar dat ik bereid was genoegen te nemen met een long leg seat bij een der nooduitgangen. Zo konden we de zaak met gesloten beurzen afhandelen.

“Deze long leg seats zijn inderdaad beschikbaar”, meldde ene Jess een half uurtje later monter. “Ik kan uw wens echter niet inwilligen omdat de vlucht binnen 48 uur vertrekt.”

Huh?!

Ook twee collega’s van Jess, te weten Pim en Jan, die mij net als Jess appten alsof ik een vijftienjarig schooljongetje was (“Hoi, Rob!”), slaagden er in de loop van de dag niet in de logica van deze mededeling tot mij te laten doordringen, en daarom reageerde ik de volgende dag, gearriveerd op het vliegveld van Touylon/Hyères, bijna opgelucht toen de Franse balie-employé bij wie ik een laatste poging deed mij ervan verzekerde dat er helemáál geen long leg seat beschikbaar was.

Nou ja, dacht ik, dan maar twee uur lang mijn linkerbeen achter mijn rechteroor.

Zo zat ik er dus bij na het boarden, op rij 17, een onbedwingbare krampaanval vrezend, totdat de dienstdoende purser de passagiers vlak voor het opstijgen via de intercom mededeelde dat er op de eerste rij twee stoelen beschikbaar waren voor mensen die behoefte hadden aan extra beenruimte, al moesten zij daar wel 15 euro extra voor betalen.

Waar had ik het daarstraks ook alweer over?

O ja, het pragmatisme dat de Hollander zo eigen is.

Moet u raden wie anderhalve minuut later op een van die twee stoelen zat, hoofdschuddend, zonder bijbetaling.

O, die onvergetelijke e-mail van Transavia zaterdag!

“Welkom thuis! We zijn erg benieuwd hoe je het in Toulon (Hyères) hebt gehad en of je reis met ons goed is verlopen.”

Hierbij het antwoord: het was een onvergetelijke trip.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>dinsdag 18 september 2018

Een jaar sabbatical voor het klimaat

Niet dat ik een spijbelaar was, integendeel. Jodi spijbelde niet, dus ik ook niet. Ik zweer het je: als Jodi destijds in een prutsloot was gesprongen, zou ik er ook in zijn gesprongen. Story of my puberteit: ‘t is op een enkele onhandige kus na nooit iets geworden tussen ons. Eerst later werd het mij gewaar dat het tegenovergestelde, keihard negeren, waarschijnlijk beter had gewerkt. Maar het is een feit: op spijbelgebied ben ik geen ervaringsdeskundige.

Toch kan ik je vertellen waarom mijn klasgenoten zich destijds wel tot spijbelen lieten verleiden. Er waren tal van redenen: luiheid, lamlendigheid, onvoltooid huiswerk, hekel aan een vak, al dan niet tijdelijke docentenhaat, het besef dat je toch geen jota van de leerstof van die dag zou snappen, de onbedwingbare lust om je met een stel vrienden in plaats van in het klaslokaal te posteren op het terras van een strandpaviljoen, dat soort dingen. Dat verklaarden ze dan tegen mij en ik bewonderde ze daarom. Zij hadden tenminste van de vrijheid geproefd. Ik had mezelf aan Jodi vastgeketend.

Nu pas, een hele halve eeuw later, ben ik op de hoogte gesteld van nóg een reden om te spijbelen: zorgen om het klimaat. Ik las dat tijdens mijn vakantie langs de rand van een zwembad in de Haut Var, waar de aarde behoorlijk was opgewarmd. Ik las hoe een wisselende groep scholieren tussen 15 en 17 jaar al meerdere dagen de straat pal voor de ingang van de Tweede Kamer bezet hield, met borden waarop leuzen als Go green or go home en Boeit onze toekomst je iets? Dat deden zij, echt waar, voor het klimaat. “Wij spijbelen voor het klimaat”, legde ene Sandor bewogen uit. “Mijn school is het er niet mee eens, maar mijn vader en moeder wel.” Ik las dat allemaal en nog veel meer en riep vervolgens schaterlachend tegen mijn gastvrouw: “Doe mij nog maar een pichetje rosé, Catharine! Het is bal in het moederland!”

Ja, sorry hoor, jongens en meisjes, oom Rob loopt iets te lang mee en weet dientengevolge nog hoe zijn voorganger Leo Derksen – God hebbe zijn ziel – vroeger aardig van leer kon trekken tegen de vredesbewegingen die bijvoorbeeld tegen de plaatsing van Amerikaanse kernraketten protesteerden. Hij zag de vrouwengroepen onder hen al ‘kantklossen voor de vrede’. Het was het eerste waar ik aan dacht toen het Binnenhoffer scholierenprotest tot mij doordrong bij dat Zuid-Franse zwembad. Spijbelen voor het klimaat: ’t is bijkans hetzelfde. Welk een opofferingsgezindheid!

Jazeker, ik weet dat een Zweedse scholiere ermee is begonnen, dat haar voorbeeld ook elders wordt nagevolgd en dat de jongerenafdeling van de Partij voor de Dieren er in dit Nederlandse geval achter zit. Maar spijbelen voor het klimáát? Kom op, zeg. Is dat tegenwoordig het equivalent voor op de barricaden springen?

Spijbelen doe je voor jezelf, voor niemand anders.

What’s next?

Een jaar sabbatical voor het klimaat?

Hee, kijk nou, een ansichtkaart.

“Veel liefs uit Thailand. Volgende week naar Nieuw-Zeeland. Alles voor het klimaat! Kusjes, Jodi.”


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>woensdag 19 september 2018

Wie o wie zou de premier selecteren?

De Telegraaf wordt bedankt. Zit ik mij serieus voor te bereiden op de Troonrede, lees ik opeens dat Mark Rutte voortaan, voor de toekomstige Prinsjesdagen, een Designated Survivor wil aanstellen, oftewel een bewindspersoon die dan op een geheime locatie elders dient te verblijven ‘voor het geval dat in één klap de hele regering, de Raad van State en het parlement worden weggevaagd’.

In de VS doen ze dat tijdens de State of the Union ook.

Nou, dat nieuws kreeg ik dus niet meer uit mijn kop.

Want wie moet dat dan worden?

Ik had het plan opgevat om mijn commentaar op de Troonrede speels te houden. Zoals bekend kan het bestaan kan mij niet licht genoeg zijn, dus ik had al enkele feitjes verzameld waarmee mijn analyse met de nodige knipoogjes had kunnen worden doorspekt: de hoeden uiteraard (vooral die van Máxima, die haar hoofddeksel, een soort pizza, zo scheef had opgezet dat het net leek alsof zij het verhaal van haar echtgenoot niet wilde aanhoren), dat krankjoreme VVD-filmpje waarin allerlei liberale prominenten zichzelf gekleed in hun Prinsjesdag-outfit pontificaal voor joker zetten, en nog wat van die dingen.

Ik had Klaas Dijkhoff, die niet meer van het houtje wenst te zijn, toch stiekem een kruisje willen laten slaan op het moment dat Willem-Alexander het d-woord in de mond nam (dividendbelasting). Ik had willen uitleggen dat het Klaas tevens gegund werd te ervaren wat de toorn Gods inhoudt, toen de VVD-‘hyperindividualist’ (dixit bisschop Eijk) voorafgaand aan de plechtigheid plots achter het weggewaaide hoedje van zijn wederhelft moest aanrennen. En ik had de naakte blokfluitspeler die gisternacht vanaf een balkon een Haagse straat wakker hield nadat hij met een honkbalknuppel had huisgehouden, óók in de Ridderzaal willen situeren, om hem vervolgens naar zijn penthouse in Scheveningen te laten fietsen.

‘Go Wopke’, dat CDA-promofilmpje?

Ook dat had ik echt niet laten schieten.

Maar ja, toen kwam De Telegraaf zomaar met dat verhaal over die Designated Survivor op de proppen en konden mijn plannen subiet bij het grof vuil, sterker nog: was ik terwijl de koning benadrukte dat wij niet naast maar mét elkaar moeten leven, alleen nog maar in staat om mij af te vragen welke minister zich over het volk zou ontfermen wanneer de rest van gezaghebbend Nederland aan een aanslag zou bezwijken.

Wie o wie zou de premier selecteren?

Kajsa Ollongren wellicht, de Miss Manipulator van Rutte III? Stef Blok misschien, de enige politicus die in staat is zijn excuses aan te bieden voor het vertellen van de waarheid? Sigrid Kaag? Help! Ferdinand Grapperhaus? Grrnmpf. Eric Wiebes? O jee.

Wie er ook gekozen zou worden, één ding stond voor mij genadeloos vast: daar wil een gezonde Hollander niet eens náást leven.

In tegenstelling tot Klaas Dijkhoff wendde ik mij toen nog één keer tot God.

O Heer, bad ik, laat het alstublieft Barbara Visser worden.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>donderdag 20 september 2018

De kleedkamerpraat van CNN

CNN, dat was wat.

Met de nadruk op was.

Weet u het nog? Wat er sinds operatie Desert Storm ook gebeurde in de wereld, je schakelde over naar CNN. Urenlang zat je er bij internationale conflicten en na catastrofes als 9/11 naar te kijken en te luisteren, zelfs als ze voor de honderdste maal in herhaling vielen.

“The skies over Bagdad have been illuminated.” Die onvergetelijke uitspraak van verslaggever Bernard Shaw na de eerste Amerikaanse aanvallen op het Irak van Saddam Hoessein in 1991, waarvan Shaw met zijn prachtige stem vanaf rij 1 getuige was, stond voor mij voor alles wat CNN zo groot maakte.

Wat een professionaliteit.

Moet je ze nu zien.

Volkomen geobsedeerd door Donald J. Trump, die zij verachten, heeft CNN misschien nog wel nadrukkelijker dan de New York Times de objectiviteit in de berichtgeving over de Amerikaanse president laten varen.

Trump daagt ze uit, dat is waar. Hij treitert ze met zijn fakenews-beweringen op een manier die een man in zijn functie onwaardig is, defensief en beledigend, en dan ook nog hoofdzakelijk via Twitter. Hij is een patjepeeër, in woord en daad. Als er één hoogwaardigheidsbekleder is die een kritische benadering verdient, is hij het wel.

De CNN-boys en -girls maken in hun reacties op wat hij allemaal uitkraamt echter een elementaire fout: ze happen veel te gretig. Ze trappen in de val die Trump met zijn ordinaire geschreeuw voor ze uitzet. Ze willen hem zo graag terugpakken dat ze net als de vent op wie ze jagen niet alleen hun zorgvuldigheid uit het oog verliezen, maar ook hun beschaving, hun fatsoen. Als hij niet aan fair play doet, moeten zij het juist wel doen. Dat gebeurt niet, met als gevolg dat er slechts één man beter van wordt: Donald J. Trump.

Het dieptepunt werd gisteren bereikt.

Porno-actrice Stormy Daniels heeft zich gevoegd bij de onafzienbare rij Amerikanen die een kritisch boek aan Donald Trump hebben gewijd. Titel: Full Disclosure. Mede dank zij Twan Huys, gespecialiseerd in het schenken van zendtijd aan mensen die een geheel eigen definitie aan het begrip eerbaarheid geven, weet u vast wel hoe zij algemene bekendheid verwierf: zij deelde het bed met Trump, waarna hij zijn toenmalige advocaat zwijggeld aan haar liet betalen, misschien zelfs wel uit een kas die voor de financiering van de verkiezingsstrijd bestemd was. In dat boek beweert mevrouw Daniels onder andere dat de pielemuis van Mr. President aan de kleine kant is.

Ik zal u verder de details besparen.

En wat doet CNN?

CNN, zo bezeten van het idee dat er met Donald Trump afgerekend moet worden dat het alle vormen van redelijkheid heeft losgelaten, maakt van de bewering van een porno-actrice (…) dat de penis van de president van de Verenigde Staten van miniformaat is, glashard een serieus nieuwsbericht. Ik zag het gisteren en mijn mond viel open.

Over kleedkamerpraat gesproken.

Dit is allang geen fair play meer.

O, Bernie Shaw, wat mis ik je.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>vrijdag 21 september 2018

Hiephoi, nieuwe bankbiljetten!

Nu het toch weer gewoon over de centen gaat (Klaas Dijkhoff kan spinnen wat hij wil, maar het lukt ‘m echt niet om de aandacht van de afschaffing van de dividendbelasting af te leiden): ik lees dat we nieuwe biljetten van 100 en 200 euro krijgen, iets kleiner, zodat ze beter in onze portemonnee passen.

Ik val op mijn knieën van dankbaarheid.

O, landgenoten, stamel ik verrukt, waar zouden wij zonder een verenigd Europa zijn? Of het nu om de Europese bank of om de Europese politiek gaat, wij moeten eindelijk eens gaan inzien dat het functioneren van dergelijke instellingen 24 uur per dag en zeven dagen per week ten dienste van ons welzijn staat.

Op het ogenblik is het heel in om op Jean-Claude Juncker te vitten. De ene keer roept men dat het een slok op een borrel zou schelen wanneer hij wat minder snel naar de fles zou grijpen, de andere keer gilt men dat de EU onder zijn leiding steeds meer kenmerken van een totalitaire staat begint te vertonen, en verder schampert men steeds dat het de Europese gedachte niet echt ten goede komt als je het ten enenmale verdomt de grenzen van Europa naar behoren te bewaken.

In werkelijkheid tracht Jean-Claude onze wil juist altijd uit te voeren.

Neem de afschaffing van de zomertijd.

Dat was bij u toch ook een lang gekoesterde, alles overheersende wens, mag ik aannemen?

Huh?! Nee?! Da’s ook toevallig, zeg: voor mij geldt hetzelfde. Zo bizar dit.

Reken echter maar dat de rest van de Europese volkeren werkelijk niets liever wil. Dat moet haast wel, want anders voert een gezond denkend mens zo’n maatregel niet in. Overal elders stelde men elkaar ongetwijfeld dag in dag uit dezelfde vraag: wanneer wordt er nu eens een einde gemaakt aan dat belachelijke halfjaarlijkse geschuif met dat uur?

En Jean-Claude, hij luisterde.

Of neem die nieuwe, verkleinde bankbiljetten van 100 en 200 euro in onze portemonnees.

Dat was bij u toch ook een lang gekoesterde, alles overheersende wens, mag ik aannemen?

Huh?! Nee?! Da’s ook toevallig, zeg: voor mij geldt hetzelfde. Zo bizar dit.

In den beginne, zo moet ik toegeven, vouwde ik ze nog wel eens in mijn beursje, totdat het mij a. duidelijk werd dat er vrijwel geen detaillist in Nederland is die deze biljetten nog accepteert (om nog maar te zwijgen over het 500 euro-biljet dat volgens de ECB alleen populair bij criminelen is), en b. tot mij doordrong dat er straks zeker bij hogere bedragen slechts nog elektronisch zal kunnen worden betaald.

Reken echter maar dat de rest van de Europese volkeren niets liever wil dan biljetten van 100 en 200 euro in de portemonnee. Dat moet haast wel, want anders voert een gezond denkend mens zo’n maatregel niet in.

Pardon?

Dit is het zoveelste bewijs, zegt u, dat het verschil tussen de praktijk en dat wat onze Europese leiders zoal bezighoudt angstaanjagend groot is?

Begint u nu ook al?


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>zaterdag 22 september 2018

Samen huilen? Ik wend mij liever af

Het raakt ons allemaal, las ik. Dat zal grotendeels kloppen. De verschrikkingen bij de spoorwegovergang in Oss raken vast en zeker iedere Nederlander die over een empathisch vermogen beschikt. Ze raken mij ook, vol in het hart.

Ik hoef maar aan de ouders van die kinderen te denken, met andere woorden: aan de mensen die er het meest door worden geraakt, aan hun radeloosheid, aan hun wanhoop, aan hun onmetelijke verdriet.

Ik doe dat evenwel het liefst in mijn eentje.

De goede verstaander maakt uit die toevoeging wellicht op dat ik mij ook ditmaal weer enigszins ongemakkelijk voel bij het 21ste-eeuwse ritueel van het massale, gezamenlijke rouwbetoon na tragische gebeurtenissen zoals dit ongeval. Welnu, dat klopt. Schrijver Bas van Putten wijdde er vier jaar geleden een indrukwekkend essay onder de titel Samen huilen aan. Googlen met zijn naam en de titel als zoekwoorden volstaat voor degenen die de behoefte voelen om het stuk te lezen. Zij dienen er rekening mee te houden dat ik ieder woord onderschrijf.

Nogmaals: ik treur ook, en niet zo’n beetje. Maar inmiddels is hier te lande een situatie ontstaan waarin welhaast van je wordt geëist dat je na iedere vergelijkbare rampzalige gebeurtenis je particuliere domein onmiddellijk verlaat om je bij de in alle openbaarheid rouwende, aan stille tochten deelnemende en/of bloemen leggende massa aan te sluiten. Doe je dat niet, bijvoorbeeld omdat je in dat gezamenlijke vertoon van verdriet een vorm van exhibitionisme herkent waar je je liever aan onttrekt, dan word je al bijna automatisch in het kamp der onverschilligen ingedeeld.

“Aanhaken bij de collectieve emotie is een soort maatschappelijke dienstplicht geworden”, zei Bas van Putten mij gisteren desgevraagd.

En dus voelden alle beschikbare hoogwaardigheidsbekleders zich ook gedwongen te reageren.

Plaats ik daarmee vraagtekens bij de oprechtheid van al die rouwenden?

Zeker niet. Hun verdriet is zonder enige twijfel authentiek. Wel vraag ik mij af of er diep van binnen nóg iets is dat hen drijft. Missen zij misschien de saamhorigheid van vroeger? Is het een reactie op de doorgeslagen individualisering? Liet de teloorgang van de christelijke kerken de samenleving dusdanig verkillen dat men op deze manier warmte bij elkaar probeert te zoeken? Heeft het met de Endemolisering van doen, oftewel: zijn wij door al die emo-tv veranderd? Speelt de tevens in de Troonrede aangestipte maatschappelijke ontwikkeling een rol die laat zien dat steeds grotere groepen mensen niet met, maar naast elkaar leven? Ik denk dat het er allemaal mee te maken heeft, en dat er zelfs nog meer redenen zijn.

Het is samen huilen, inderdaad.

Ik wend mij af, met uw welnemen.

Ik ga wandelen, zoals iedere dag, en als ik dan in de verte, tijdens de pauze, de vrolijke kindergeluiden op de schoolpleinen hoor die je overal ter wereld op schoolpleinen hoort, dan gaan mijn gedachten vanzelf naar Oss.

Nog heel lang, nog heel vaak.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>maandag 24 september 2018

De dames pruimen Ian Buruma niet meer

Hoe het intussen met de MeToo-beweging gaat? Nou, ze zijn nog steeds lekker op dreef. Vraag het maar aan Ian Buruma.

Wie?!?

Misschien behoeft die naam in dit ordinaire krantenhoekje, waar anders alleen maar plaats is voor plat vermaak, inderdaad enige toelichting. Ian Buruma, de inmiddels 66-jarige zoon van een Engelse vrouw en een Nederlandse man, is een erudiete sinoloog, japanoloog en publicist. Hij kreeg al eens de Erasmusprijs (2008) en verwierf vorig jaar het hoofdredacteurschap van The New York Review of Books, een prestigieus blad dat in Nederland vooral wordt gewaardeerd door het VPRO-smaldeel dat van Baron von Münchhausen geleerd denkt te hebben hoe je jezelf uit het moeras van de middelmatigheid aan de eigen haren omhoog kunt trekken. Zichzelf hoog boven ons wanend, slaat deze elite tut-tut-tut roepend gade hoe wij ons vermaken met Geer & Goor.

Ineens blijkt Ian als hoofdredacteur te zijn opgestapt.

En waarom?

De dames pruimen hem niet meer.

Wat heeft Ian Buruma op zijn geweten? Hij maakte in zijn blad ruimte vrij voor een essay van de Canadese radiomaker Jian Ghomeshi, die in 2016 een reeks aanklachten wegens seksueel wangedrag aan zijn broek kreeg, vervolgens op de sociale media dusdanig door de MeToo-beweging werd zwartgemaakt dat hij zijn baan en status kwijtraakte, maar uiteindelijk door de rechter werd vrijgesproken. Werd hij dus gerehabiliteerd? Nee, eens schuldig is altijd schuldig voor clubs als die van MeToo, voor Buruma reden om Ghomeshi uitleg in zijn blad te gunnen.

En toen werd Ian Buruma zelf verketterd.

“Buruma is toondoof.”

“Hij staat op een pathologische afstand van de textuur van de tijd.”

Dat soort kreten, stuk voor stuk, serieus, door toonaangevende dames in toonaangevende bladen geslaakt, totaal argumentloos, maar dat maakt niet uit in die kringen. En toen gooide men er ook nog even glashard het chantagemiddel van de advertentieboycot tegenaan, waarna Ian Buruma de eer aan zichzelf hield.

“Het heeft iets ironisch: als hoofdredacteur van The New York Review of Books maakte ik een themanummer over #MeToo-daders die niet door justitie maar wel door sociale media zijn veroordeeld. En nu sta ik zelf aan de schandpaal”, aldus Buruma in een reactie in Vrij Nederland.

De MeToo-beweging is dus nog lang niet dood, al vraag ik mij wel af of er binnen deze sekte, waaraan nota bene vaak op de universiteiten richting wordt gegeven(!), nu echt helemaal niemand is die zich afvraagt hoe eng deze ontwikkeling is geworden, hoeveel sharia-kenmerken dit gedrag bijvoorbeeld vertoont, hoe schandelijk het is om een gerechtelijke uitspraak ondergeschikt te verklaren aan het eigen (voor)oordeel, et cetera.

Wat het VPRO-smaldeel ervan vindt?

Dat hebben we nog niet mogen vernemen.

Kom er dus maar in, Geer en Goor.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>dinsdag 25 september 2018

Es kotzt mich an

Heeft het uit de kast halen van Bert en Ernie al voor maatschappelijke onrust gezorgd?

Echt niet?

Ik begrijp er niks van. Sesamstraat is een programma voor kleine kinderen. Die kun je toch niet zomaar confronteren met een stel vieze rugridders? Homoseksualiteit is sodomie, mensen. En als dat het niet is, dan is het een enge ziekte.

Zo. Als er kwaadaardigheid in u huist kopieert u nu deze eerste drie alinea’s en verstuurt u ze ter nadere framing van die smerige extreemrechtse agitpropper van de Telegraaf in een tweet, zodat hij voortaan ook als een kleinzielige homofoob te boek staat: geen ongebruikelijke manier van handelen op de sociale media.

In werkelijkheid, echter, wilde ik u alleen maar even laten kennismaken met een van de beelden die op mijn meer sombere momenten wel eens in mij opborrelen wanneer ik mij de toekomst tracht voor te stellen. De benauwende mores, de hypocriete preutsheid, de griezelige conservatief/religieuze gedachten over de inrichting van de maatschappij waaraan wij ons sinds de jaren vijftig zo moeizaam ontworstelden, met andere woorden: het angstaanjagende gebrek aan vrijheid in woord en daad van destijds, zijn momenteel in enigszins aangepaste vorm bezig aan een stevige comeback.

Heeft de opkomst van de islam daarmee van doen?

Zeker en vast.

Maar er is tevens de opmars van de sociale rechtvaardigheidsstrijders, getuige ook het voorbeeld dat ik gisteren op deze plek gaf: het opstappen van Ian Buruma als hoofdredacteur van de New York Book of Reviews nadat hij door de wederom blind om zich heen slaande MeToo-beweging was verketterd.

Zomaar een paar berichtjes, op één dag door drie verschillende kranten gepubliceerd.

“Onder rechters, advocaten en talrijke anderen die veelvuldig de rechtbank in Almelo bezoeken is opschudding ontstaan nadat een metershoog schilderij, dat al sinds mensenheugenis in de ontvangsthal hing, verwijderd is. De opmerkelijke reden? Een blote borst van de vrouw die erop afgebeeld staat, zou aanstootgevend zijn.” (Telegraaf).

“Hoe Balthus een dertienjarig meisje (haar slipje is gedeeltelijk zichtbaar, RH) schilderde wekt nu protest. En dus staat er in Basel een museummedewerker naast het werk om ‘in gesprek te gaan over het schilderij’.” (Tweet van NRC Handelsblad).

“De organisatie van het International Literature Festival Utrecht heeft duizend vrouwen gerekruteerd voor een voorleesmarathon van Tolstojs Anna Karenina. De bedoeling is dat deze vrouwen als een soort harem ingezet worden ter meerdere eer en glorie van een mannelijk auteur. Weer doen ideeën van vrouwen zelf er niet toe. Ze mogen voorlezen. Als moeders.” (Door mij ingekorte ingezonden brief van de Utrechtse literatuurwetenschapper Lieke Stelling in de Volkskrant).

Brrr, dacht ik telkens.

Ik kan ook de geweldige schrijver – en collega – Pieter Waterdrinker citeren: “Es kotzt mich an.”


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>woensdag 26 september 2018

De superioriteitswaan van advocaten

Dus de edelachtbare moet nu ook al oppassen wat-ie thuis zegt, privé, misschien zelfs wel in de slaapkamer wanneer hij het bed met een toekomstige ex deelt.

Ik hoor het mr. Bénédicte Ficq, die nergens voor terugdeinst, al verklaren in een verkrachtingszaak: “Ik wraak deze rechter omdat mij ter ore is gekomen dat hij zijn toenmalige echtgenote regelmatig, meestal vlak voor het bereiken van zijn hoogtepunt, geheel in vervoering de belichaming van de vrouw als hoer noemde. Ik acht hem om die reden niet in staat deze ernstige zaak onbevooroordeeld te behandelen.”

Bedankt, mr. Ficq.

U heeft Nederland er weer een stukje gezelliger op gemaakt.

“Roken is ieders eigen verantwoordelijkheid.” Die woorden schijnt mr. Jan Wolter Wabeke, rechter van professie, zich te hebben laten ontvallen tijdens een privé-etentje. Ja, echt: een privé-etentje. Te midden van intimi dus.

Via via hoorde Bénédicte Ficq dat hij ze had uitgesproken, waarna zij hem subiet ongeschikt verklaarde als voorzitter van het gerechtshof in Den Haag tijdens een door haar namens de anti-rooklobby aangespannen zaak (een zogenaamde artikel 12-procedure).

Onze Bénédicte wil de tabaksindustrie zelfs voor moord en doodslag vervolgen: “De verslaving aan tabak is zo heftig en hardnekkig dat deze extreem snel wordt ingenesteld in het brein. Mensen willen wel stoppen, maar bijna niemand lukt dat. Er is daarom geen sprake meer van een vrije wil.”

En dus getuigden de woorden van mr. Jan Wolter Wabeke – zij zal ze stiekem als een godsgeschenk hebben beschouwd omdat zij haar in mijn ogen overigens discutabele verslavingstheorie ermee kon benadrukken – volgens Ficq van vooringenomenheid.

Weg met die man!

En ja hoor, hij trok zich terug.

Ineens borrelt dat oude kinderliedje in mij op: „Advocaatje, leef je nog, ie-ja-dee-ja!”

Ik leg uit waarom.

Collega Nausicaa Marbe schreef vrijdag een column over het feit dat de rechtbank een Afghaanse asielzoeker die een geestelijk beperkt meisje had verkracht strafvermindering had gegeven, waarmee uitzetting werd voorkomen. Zij dook in het activistische verleden van twee van de drie rechters – een van hen was asieladvocate – en vroeg zich onder andere af of zij zichzelf om die reden niet ongeschikt hadden moeten verklaren, of anders hadden moeten worden gewraakt.

Ik stuurde op Twitter een bericht rond waarin ik mijn volgers op deze column van Nausicaa wees en kreeg in de daaropvolgende dagen een tsunami van tweets van stampvoetende advocaten over mij heen, onder aanvoering van Juriaan de Vries, een kantoorgenoot van Bénédicte Ficq.

“Wraking? In deze zaak? Hoe kóm je erbij!”

Daar kwam het allemaal op neer.

Want waag het niet de superioriteitswaan van advocaten aan te tasten.

Zo zie je maar dat de ene vooringenomenheid de andere niet is.

Al sluit ik niet uit dat deze verzuchting óók weer van vooringenomenheid getuigt.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>donderdag 27 september 2018

De man met de pinokkio-neus

Nee, een aluhoedje ben ik niet. Te naïef, misschien wel. Maar heel afinokkio-neus en toe vermoed zelfs ik een complot achter het oplaten, door de nieuwe generatie VVD-hotemetoten, van die schrikbarend eenvoudig door te prikken proefballonnetjes.

Nu weer dat zogenaamde plan van Sander Dekker, het ooit zo veelbelovende liberale jongmens dat inmiddels minister voor Rechtsbescherming is (goeie grap van Pieter Derks bij De Nieuws BV op Radio 1: “Dat betekent dus bescherming van rechts”). Na brainstormsessies met deskundigen is uitgelekt dat Dekker de gratis rechtshulp voor de minder gefortuneerden onder ons – kosten: 400 miljoen per jaar – wellicht grotendeels wil afschaffen.

Ik zal u niet vermoeien met de details, waarvan sommige volgens mij trouwens niet eens zo onredelijk zijn. Ik wijs er wel op dat Sander Dekker erg goed weet dat uitvoering van het plan domweg geen doorgang zal vinden omdat het regeerakkoord zulks verbiedt, en dat de minister – en met hem de VVD-top – er tevens van op de hoogte is dat er altijd gekrijs en gekrakeel volgt wanneer de advocatuur op de korrel wordt genomen.

Geen beroepsgroep met een grotere muil.

En wat pleegt al dat gekrijs en gekrakeel te doen?

Andere geluiden overstemmen, momenteel bijvoorbeeld dat van de rel over alwéér een VVD’er: de door website Follow The Money blootgelegde affaire die duidelijk maakte dat Eerste Kamerlid Anne-Wil Duthler vier jaar geleden voor een wetsvoorstel stemde waarin adviezen van haar eigen bedrijf waren opgenomen. Haar stem bleek zelfs doorslaggevend.

Is het dus spinnen van Dekker en consorten? Wilden zij op deze manier de aandacht van deze zoveelste VVD-uitglijer afleiden? Ik weet het niet, maar ik herinner mij ook dat fractievoorzitter Klaas Dijkhoff ineens heel stoer voor zwaardere straffen voor criminele bewoners van probleemwijken ging pleiten – eveneens zo’n schrikbarend eenvoudig door te prikken proefballonnetje – toen Mark Rutte de afschaffing van de dividendbelasting na Prinsjesdag moest gaan verdedigen.

Het resultaat: óók gekrijs en gekrakeel dat andere geluiden overstemde.

What’s next?

Vermoedelijk is de beurt nu aan Eric Wiebes, de man met de pinokkio-neus, waarmee ik uiteraard niks wil suggereren, in verband met het coalitieplan om scheefwoners – mensen die een sociale huurwoning bezet houden en daar eigenlijk te veel voor verdienen – met grote huurverhogingen, in sommige gevallen zelfs van veertig procent, aan te gaan pakken.

Dat zijn natuurlijk VVD’ers in veel gevallen, anders zouden ze de boel niet zo belazeren, dus let maar op: binnenkort komt Eric Wiebes met een proefballonnetje over een heel andere groep scheefwoners, gelanceerd onder een krantenkop als: “Wiebes suggereert om mensen met een te laag inkomen uit villawijken te weren.”

Eén ding staat vast: ook dan zal het gekrijs en gekrakeel weer niet van de lucht zal zijn.


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>vrijdag 28 september 2018

Het avontuur van Aldi Novel Adilang

Hard toe, na al het polderlands gezeur, aan een feel-good story, stuitte ik op het avontuur van Aldi Novel Adilang.

Nee, klopt, voor Aldi zelf was het lange tijd géén feel-good story.

Toch werd het ook voor hem een eind-goed-al-goedverhaal.

Aldi Novel Adilang is een negentienjarige Indonesische jongen die alleen al aandacht verdient door de manier waarop hij tot voor kort zijn brood verdiende: als controleur van de tientallen lampen waarmee op 120 kilometer (!) buiten de Indonesische kust vissen naar vangnetten worden gelokt. Aldi kweet zich van die taak op een houten vlot met een klein hutje, dat midden in die oneindige zee voor anker lag. Hij bivakkeerde er, in zijn eentje en zonder aflossing, maanden achter elkaar. Zijn enige contact met de buitenwereld vond plaats tijdens de wekelijkse, door de vissers uitgevoerde bevoorrading.

Leventje, niet?

En wij maar klagen over het feit dat wij er dit jaar slechts 2,4% bij hebben gekregen, zonder indexering ook nog eens, dat Ziggo potverdriedubbeltjes niet meer dan zestig digitale kanalen in het basispakket heeft, en dat onze elektrische fietsen de laatste tijd toch wel heel erg veel mankementen beginnen te vertonen.

Goed, ik onderbreek het verhaal hier om te vertellen dat een van de beste boeken die ik ooit las Het leven van Pi van Yann Martel is, waarin ene Piscine Patel (Pi), een zestienjarige zoon van de uitbater van een dierentuin, met zijn familie en alle dieren van de dierentuin aan boord van een schip stapt om te emigreren. Het schip vergaat tijdens een vliegende storm. De enige overlevenden zijn Pi, een hyena, een zebra met een gebroken poot en een grote tijger. Zij belanden gezamenlijk in een reddingssloep en beleven 227 dagen achtereen avonturen op de Grote Oceaan.

Een triomf van de fantasie, dit boek, dat door Ang Lee is verfilmd. Ik moest er onmiddellijk aan denken toen ik de nieuwsberichten over de belevenissen van Aldi Novel Adilang tot mij nam, wiens vlot gelukkig zonder de dieren van Pi aan boord lossloeg tijdens een storm op 14 juli jongstleden.

De sterke wind blies het vlot direct ver weg. Aangezien de jongen slechts voor een week proviand aan boord had was hij al snel gedwongen zichzelf op een alternatieve wijze in leven te houden: met het vangen van vissen die hij gaarde op een vuurtje dat hij met stukjes hout van zijn vlot stookte, en het drinken van zeewater dat hij filterde door zijn t-shirt.

Het duurde 49 dagen voordat Aldi Novel Adilang door opvarenden van een vrachtschip werd gered, liefst 2000 kilometer verderop in de Japanse wateren bij Guam, nadat meer dan tien andere schepen hem ondanks zijn hulpgeschreeuw waren gepasseerd.

“Ik denk toch maar dat ik een andere baan zoek”, zei Aldi nadat hij weer naar Indonesië was gevlogen.

Zeg nou zelf: is dit een feel-good story of niet?

Ben je daar, Martin Koolhoven?

Verfilmen dit, man, als je eindelijk eens met die VPRO-serie van je klaar bent!


<

p style=”text-indent: 0px; text-align: left;”>zaterdag 29 september 2018

Waarom zo’n malle jurk en die vlassige sik?

Ergens heeft dat jihadistengedoe ook wel weer iets vermakelijks: het feit dat opvallend veel verdachten zich in een djellaba hullen en een baard dragen.

Zo ook nu weer, zoals bleek na de grootscheepse, bewonderenswaardig goed uitgevoerde politie- en AIVD-operatie waarmee een aanslag op ‘een groot evenement’ – lees: de kermis van Weert – werd voorkomen.

Joehoe, hier ben ik!

Dat roepen ze er in feite mee.

Niet dat ik voortaan als een collaborateur door het leven wil gaan. Maar ik zeg het ze toch, die moordzuchtige salafisten onder ons, ook omdat het volgens mij nogal voor de hand ligt: zou het niet wat slimmer zijn, lieve kleine schattige massamoordenaartjes van me, om jezelf ruimschoots voordat je zo’n plan ten uitvoer wilt brengen een meer anonieme levensstijl aan te gaan meten? Om, met andere woorden: een taqqiaatje te doen?

Jeans, polootje, elke dag scheren, dat werk, in plaats van zo’n malle jurk en die vlassige sik waarmee je zelfs anno 2018 nog niet echt in de massa kunt opgaan. Dan laad je toch iets minder snel de verdenking op je dat je misschien wel iets heel erg terroristisch van zins bent. Het is maar een tip, hoor. Ik realiseer mij dat dit voor de ware aanhangers van de zuiverste vorm van de islam een knieval van jewelste moet zijn. Maar de profeet (vzmh) zal het jullie ongetwijfeld vergeven wanneer hij (vzmh) het werkelijk fantastische, jullie religie van de vrede weer uitbundig in de schijnwerpers plaatsende resultaat van dit tijdelijke offer aanschouwt: ontelbare afgeslachte onschuldige burgers badend in hun bloed her en der op straat. Wie weet gunt hij (vzmh) jullie dan zelfs wel een 73ste maagd.

Eén ding staat in elk geval vast: het zal dit jaar opvallend rustig blijven op de kermis van Weert.

En dat, en nog veel meer, hebben wij dan mede te danken aan het feit dat wij zelfs dit tuig, dat allang in woord en daad heeft laten weten dat het met alle beschikbare middelen de vernietiging van de vrije westerse wereld nastreeft, met christelijke goedheid, liefde en begrip blijven benaderen, getuige ook wat de reclassering over hoofdverdachte en IS-aanhanger Hardi N. rapporteerde nadat hij zijn krankzinnig lage straf wegens poging tot Syrië-gang – lees: poging tot oorlogsmisdaden – had uitgezeten.

“Hij liet doorschemeren dat zaken die hij eerder voor waar had aangenomen niet correct waren en als het ware opnieuw wilde beginnen.”

Enzovoorts.

Zo soft, zo naïef.

Nog een tip, ditmaal voor onze overheid: luister eens wat beter naar ex-jihadist Jason Walters, die onlangs door Wierd Duk werd geïnterviewd.

Walters heeft dit voorspeld en vindt ook dat Syriëgangers niet meer zouden mogen terugkeren.

Wat het minst vermakelijke is?

De wetenschap dat de advocaten van het tuig in de talkshows en nieuwsprogramma’s waarmee wij het alhier moeten doen weer alle gelegenheid zullen krijgen om voorafgaande aan hun proces twijfels te zaaien.

Ik zie er nu al tegenop.

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

rob@hoogland.nl