Press "Enter" to skip to content

Telegraaf columns september 2019

telegraaf columns september 2019

Gil maar, Jessiassianen. Ene oor in, andere oor uit

De TelegraafRob HooglandHier de stukken die ik in september 2019 voor de Telegraaf schreef. Klik op een datum in de tabel als je de column die op deze dag in de krant werd gepubliceerd direct wilt lezen. Scroll anders naar beneden.

• dinsdag 10 september
• donderdag 12 september
• vrijdag 13 september
• zaterdag 14 september
• maandag 16 september
• dinsdag 17 september
• woensdag 18 september
• donderdag 19 september
• vrijdag 20 september
• zaterdag 21 september
• maandag 23 september
• dinsdag 24 september
• woensdag 25 september
• donderdag 26 september
• vrijdag 27 september
• zaterdag 28 september

dinsdag 10 september 2019

Terug in een steeds lelijker wordend land

Het was een schokkerige daling, vooral toen we die loodgrijze wolken indoken. Nog schokkender, echter, was mijn ontdekking op het moment dat de Boeing 737 dat dikke wolkendek eindelijk van zich had afgeschud en ons uitzicht op het vochtige, vlakke land beneden bood.

Wat was Nederland lelijk geworden!

We waren slechts een weekje weggeweest, naar Puglia in Zuid-Italië, aan de bovenkant van de hak van de laars. In werkelijkheid was er in die tijd natuurlijk maar weinig aan Nederland veranderd. Maar kennelijk had dat weekje toch lang genoeg geduurd om mij mijn vaderland te laten idealiseren, om het mooier te maken dan het was, om het er in mijn beeldvorming gewoon weer te laten uitzien zoals vroeger.

Al die windmolens!

Verschrikkelijk!

De kosten overstijgen de baten nog altijd verre, begrijp ik uit de berichten. “Het opwekken van energie met behulp van windmolens is in Nederland alleen commercieel haalbaar als de overheid dat stimuleert met subsidie”, meldt Nemo bijvoorbeeld. “De hoge investeringskosten die voor de bouw van windmolens noodzakelijk zijn, kunnen nog niet worden terugverdiend.”

Ze kosten ons dus honderden miljoenen, die ondingen, en dat terwijl steeds meer experts, zoals ex-politicus Ronald Plasterk, ervan overtuigd beginnen te raken dat er maar één doelmatige manier is om energie op te wekken: in kernreactoren. En toch wordt het land nog steeds her en der met tientallen windmolens tegelijk volgepleurd, zoals ik niet alleen vanuit dat vliegtuig, maar de volgende ochtend ook vanuit mijn auto kon zien, dwars door Noord-Holland op weg naar Slootdorp om mijn hond uit haar pension op te halen.

Het windpark Wieringermeer!

Spuuglelijke windmolens tot aan de einder.

Onbegrijpelijk dat ze dat de inwoners van die van oorsprong zo prachtige polder durven aan te doen.

Dat ik op de autoradio intussen D66’er Tjeerd de Groot aan het woord hoorde over de zijns inziens voor de stikstofreductie hoogst noodzakelijke halvering van onze veestapel, een krankjorem plan waarmee onze boeren voor de zoveelste maal een politieke uppercut van jewelste kregen te verwerken, hielp niet echt, to put it mildly. En dat de Jessias vervolgens, op dezelfde roeptoeter, de kans kreeg om te verklaren dat dat een prima idee is, maar dat het nog lang niet ver genoeg gaat: idem dito van hetzelfde.

Ik was in één keer weer helemaal terug.

Terug in een steeds lelijker wordend land, wel te verstaan. Waar gemeentelijke welstandscommissies de bouw van een simpel dakkapelletje kunnen verbieden omdat de schoonheid van de omgeving zo’n verbouwing volgens hen niet verdraagt. Maar waar provinciale en landelijke bestuurders, vol overgave bekeerd tot de klimaatreligie, ongestoord alle streken en contreien die zij maar willen kunnen ontsieren met onafzienbare rijen, steeds groter wordende windmolens.

Bah.

Puglia, dove sei?


donderdag 12 september 2019

De keuze: schijnheilig, hypocriet of huichelachtig

Toch wel handig, die salafisme-lessen met gebruikmaking van multiple choice. Laten we eerlijk zijn: het schept veel meer duidelijkheid. Niet alles wat het moslimfundamentalisme ons biedt getuigt van totale achterlijkheid.

Neem deze vraag: Op welke manier moeten ongelovigen en afvalligen worden gedood?

O Zweepslagen

O Stenigen

O Met een zwaard

Nieuwsuur en NRC Handelsblad toonden aan dat dit de keuzes zijn waarvoor de kinderen op die polderlandse salafistische scholen in dit geval worden gesteld. En welk vakje moet worden aangekruist? Dat voor ’Met een zwaard’. Fijn dat Allah’s toekomstige slagertjes dat alvast weten, voor als ze mij straks tegenkomen op straat. Ik, met mijn ongelovigenverstand, zou denken: wat maakt het uit, als het maar tot mijn genadeloze dood leidt, verwurging en vierendeling kunnen daarom ook (en zijn verre te prefereren boven een bestaan onder de sharia, doch dit terzijde). Maar nee hoor, het moet met een zwaard. Mijn kop moet rollen en daarna wellicht op een der spijlen van een hekwerk worden gespiest. Zo had de profeet het voor ogen, want islam is vrede.

Dit verdient navolging, beminde gelovigen.

Bijvoorbeeld met deze vraag: Hoe kunnen de commentaren van de fractieleiders Dijkhoff (VVD) en Segers (CU), die bij Nieuwsuur verklaarden dat zij geschokt waren door deze onthullingen omdat er hier in verband met het ontbreken van wederkerigheid sprake is van vrijheidsmisbruik, het beste worden omschreven?

O Schijnheilig

O Hypocriet

O Huichelachtig

Let wel, dit luistert nauw. Het Den Haag van beide heren heeft de boel jarenlang op z’n beloop gelaten. Kritiek, dat speelde immers eerst Fortuyn en toen Wilders in de kaart. Godsdienstvrijheid? Toppiejoppie! De islam moest zoveel mogelijk ruimte krijgen! En zo kon het gebeuren dat er, ondanks allerlei beloften, geen enkele sluitende controle werd uitgeoefend op de Arabische geldstromen waarmee dit religieuze fascisme wordt gefinancierd. En konden de haatpredikers dientengevolge rustig hun gang blijven gaan. Denk heel goed na voordat je een vakje aankruist, net als trouwens bij de mogelijke antwoorden op de vraag Hoe zou je de reacties, uitgerekend op 9/11, willen noemen van rechtsgeleerden en islamologen, die vinden dat er grondrechten in het geding dreigen te komen wanneer dit probleem rigoureus wordt aangepakt?

O Laf

O Kleinhartig

O Schijterig

Goed, nog één vraag dan.

Zullen we de gebedshuizen van haat en deze scholen, die door hen zijn opgericht, nu zo snel mogelijk sluiten, en bovendien eindelijk eens bindende voorwaarden gaan stellen – voor wat, hoort wat – aan het Nederlandse staatsburgerschap?

Ook hier drie mogelijkheden.

O Ja

O Ja

O Ja


vrijdag 13 september 2019

Stef Blok, onze designated filiaalchef

Of het verstandig is, van Mark Rutte, om de designated survivor reeds een kleine week voor de derde dinsdag van september openlijk te designaten? Ik betwijfel het. Nu is iedereen er wel héél vroeg van op de hoogte dat de keuze op de voormalige directeur van het ABN/Amro-filiaal te Nieuwkoop is gevallen.

Ja, echt waar: Stef Blok, de man die de leiding over het land krijgt indien een stel leergierige salafistjes ter bekoring van hun Nederlandse school-imam op Prinsjesdag dood en verderf in de Ridderzaal zaait, waarbij niet alleen het complete kabinet Rutte-III, minus Stef Blok dus, maar tevens de voltallige Raad van State en uw dienaar sneuvelen (ik zal er ditmaal eveneens bij aanwezig zijn, dus zelfs op mij kan dan geen beroep meer worden gedaan), die Stef Blok was vroeger directeur van het ABN/Amro-filiaal te Nieuwkoop.

Dat lijkt mij niet echt goed voor ons zelfvertrouwen.

En er is meer, vergis je niet. Veel meer, al pik ik er nog slechts één ding uit: hij besloot pas de wegens Poetin-verzinsels in opspraak geraakte Halbe Zijlstra als minister van Buitenlandse Zaken op te volgen nadat zijn echtgenote hem daarvoor toestemming had gegeven. “Anders stond ik hier niet”, zei Blok destijds.

Anders stond hij daar niet!

Niet echt de Hannibal van de 21ste eeuw dus, onze Stef.

En dat moet dan het land als designated survivor door hachelijke tijden zien te loodsen.

Daar rinkelt de telefoon in het Torentje.

“U spreekt met de designated survivor.”

“Dag meneer Blok, Rob Bauer hier, Commandant der Strijdkrachten. Honderden Saoedische Eurofighters dringen momenteel ons luchtruim binnen. Ze zijn boos, de Saoedi’s. Iets met blokkering van geldstromen. Ik heb dringend uw toestemming nodig om onze luchtverdediging in te schakelen.”

“Momentje, meneer Bauer, ik zal even met mijn vrouw overleggen.”

Stef Blok zal zich dinsdag, als de Koning de Troonrede voorleest, op fundamentalistisch EU-territorium bevinden: eerst in Brussel, daarna in Straatsburg. Ik zag op Twitter een filmpje voorbijkomen, waarin Guy Verhofstadt en een stel trawanten al wijn slempend, terwijl zij zich onbespied waanden, vette grappen over de Brexit zaten te maken: “Die vertragen wij nog zeker vijf jaar, hahaha!” Mijn eerste gedachte was: als Boris Johnson dat filmpje in Engeland laat zien, krijgen de leavers in één keer een meerderheid van 80%. En mijn tweede gedachte: die bullebakken walsen binnen een mum van tijd over onze designated filiaalchef heen.

En wie hebben het op die plekken straks óók voor het zeggen?

Frenske & Didi, oftewel Frans Timmermans en Diederik Samsom, die samen het Europese klimaat gaan doen.

Die hebben evenmin een kind aan de voormalige directeur van het ABN/Amro-filiaal te Nieuwkoop, dus dat wordt gans het volk reeds per 1 oktober aan de warmtepomp.

Ik heb ineens een idee.

We slaan Prinsjesdag gewoon een keertje over.


zaterdag 14 september 2019

Kick Out Gouden Eeuw

Wat zegt u, mevrouw? Dat we de Gouden Eeuw dan maar de Zwarte Eeuw moeten gaan noemen? Ga uw mond spoelen. Zo gaan wij niet om met de achter-, achter-, achter-, achter-, achter-, achter- achter-, achterkleinkinderen van slaafgemaakten. Zeker, zelf zagen zij vierhonderd jaar later pas het levenslicht, in grote voorspoed bovendien, waarna zij zich de almaar toenemende westerse welvaart ook nog eens gretig lieten welgevallen. Maar kniesoor.

Zwart heeft een negatieve connotatie, dat weet u best. Op zwart zaad zitten, iemand zwart maken, de pot verwijt de ketel dat-ie zwart ziet, enzovoorts: allemaal uitdrukkingen met een negatieve betekenis. Al moet ik toegeven dat zwart werken voor mij persoonlijk vaak juist een positieve betekenis heeft gehad. Die zwarte… sorry… donkere Audi S8 buiten voor de deur, waarmee ik af en toe heerlijk door Amsterdam Zuid-Oost scheur zodat ze daar allemaal denken dat ik een bro ben die goed heeft gescoord in de cokehandel, had ik mij anders niet kunnen veroorloven.

Ach, laat mij even, mevrouw. U zegt het zelf: het Amsterdam Museum heeft onze geliefde hoofdstad andermaal als de meest potsierlijke gemeente van dit halfrond en omstreken op de kaart gezet door ter continuering van de inclusiviteitswaanzin waaraan men in 020 ten prooi is gevallen de term Gouden Eeuw te schrappen. Om hun eigen terminologie te gebruiken: Gouden Eeuw is niet meerstemmig genoeg. De armoede, oorlog, dwangarbeid en mensenhandel van toen worden te veel genegeerd. En daarom wordt voortaan alleen nog over de zeventiende eeuw gesproken.

Het was niet al goud wat er blonk, destijds!

Leed moeten we laten zien, leed, leed, leed!

Kick Out Gouden Eeuw!

Zo doen wij dat, op weg naar het ultieme doel van de herstelbetalingen, in het Nederland van de 21ste eeuw. Niet alleen winnaars hebben een geschiedenis, verliezers hebben dat ook. Oké, als wereldwijd verplicht wordt gesteld om dat te laten zien zouden voorzichtig geschat een miljoenmiljard musea de deuren definitief kunnen sluiten, ook in Afrika trouwens. Maar wat niet is kan nog komen. Om die reden moeten we ook niet meer over de gouden jaren van Ajax spreken – 1971, 1972, 1973 – waarin Johan Cruijff en zijn team Europa op VOC-achtige wijze veroverden. Zo wreed, het Ajax toen. Wie heeft het nog over Panathinaikos, Inter en Juventus, de ploegen die zo meedogenloos in die finales van het Europa Cup I-toernooi werden afgeslacht? Niemand! Heel oneerlijk.

Toch zie ik nog een probleempje, mevrouw. Ik weet nog wat ik vroeger op school leerde: dat de Gouden Eeuw ook bekend staat als de eeuw van de tolerantie. Vergeleken met andere landen was de Republiek der Verenigde Nederlanden uitermate gastvrij voor vreemdelingen van welke komaf dan ook, konden buitenlanders zich er gemakkelijk vestigen en sprak men zelfs van een voorbeeldige smeltkroes als Amsterdam onder de loep werd genomen.

Zilveren Eeuw, dan maar?


maandag 16 september 2019

Achterlijke, barbaarse onderdrukking

Er is een tegenwerping waarop weliswaar veel valt af te dingen, maar die toch ook weer niet helemáál kan worden genegeerd wanneer je als Amsterdammer over het amateuristische gestuntel van de Halsemaatjes begint: joh, dan ga je toch lekker in Teheran wonen?

Daarmee worden de Femke & Robert-criticasters vast niet tot zwijgen gebracht, en misschien is dat ook wel terecht. Wellicht, echter, gebruiken ze dan toch, wanneer ze er althans van op de hoogte zijn hoe men in Iran met de mensenrechten pleegt om te gaan, iets minder honende woorden.

Hoewel het een gemakkelijk bruggetje zou zijn laat ik de voormalige collega van Halsema in de Iraanse hoofdstad niet de hoofdrol spelen. Mohammad Ali Najafi, zoals deze ex-burgemeester van Teheran heet, kreeg anderhalve maand terug de doodstraf voor de moord op zijn vrouw, waarbij hij geen nep- maar een echt pistool gebruikte. Het hoger beroep moet nog dienen, dus je weet het nooit. Desondanks concludeer ik alvast voorzichtig dat er nog iets van gerechtigheid in dat land bestaat, al zal ik nooit meer de videobeelden vergeten van de onderdanige wijze waarop de dienstdoende agenten hem op het politiebureau behandelden toen hij zichzelf daar kwam aangeven. Meneer werd met alle egards ontvangen. Hij had immers maar een vrouw vermoord.

Ik denk aan Nasrin Sotoudeh. Zij is een Iraanse advocate en streed dapper voor vrouwen- en kinderrechten in haar land. Zij wilde een veiliger en eerlijker Iran. En wat was haar loon? 38 jaar gevangenisstraf en 148 zweepslagen.

Ik denk ook aan een Iraanse man, en wat voor eentje: Saeid Mollaei, voormalig wereldkampioen judo in de gewichtsklasse tot 81 kg. Hij dook onlangs, na het laatste WK in Tokio, onder in Duitsland, omdat hij besefte wat hem te wachten stond als hij naar zijn vaderland zou terugvliegen. Tot tweemaal toe had hij tijdens het toernooi in Japan een bevel uit Teheran om zich af te melden toen hij tegen een Israëlische judoka in het strijdperk moest treden, naast zich neergelegd. Ook voor hem had dat vast en zeker een zware gevangenisstraf betekend.

En ik denk aan de twintigjarige Saba Kordafshari, die tot 24 jaar cel werd veroordeeld, enkel en alleen omdat zij bij wijze van protest in het openbaar haar hoofddoek had afgelegd, het verplichte kledingstuk waartegen steeds meer jonge Iraanse vrouwen in het geweer komen. Haar moeder, ten einde raad, nam het in een miljoenen malen gedeelde video voor haar op en werd toen eveneens meedogenloos achter de tralies gegooid.

Ik denk aan zoveel Iraniërs.

Voor mij is het onbegrijpelijk dat er wereldwijd zo weinig verzet is tegen deze achterlijke, barbaarse onderdrukking.

Weet u waar ik tenslotte aan denk?

Aan de Verenigde Naties, de organisatie die een heuse Commissie Vrouwenrechten heeft, belast met de bestrijding van het onrecht dat vrouwen wereldwijd wordt aangedaan.

En welk land is daar sinds maart van dit jaar volwaardig lid van?

Iran.


dinsdag 17 september 2019

“De hele week kippensoep!” riep opa

Potverdorie nog ‘s aan toe, zeg. Komen ze er nu mee. Minstens vierenzestig jaar te laat.

Ik heb het over de aanpak, door de Europese Commissie, van de hobbykippenboer, zoals door deze krant aan de lezer geopenbaard. Die maatregel had véél eerder moeten worden genomen. Dan was mij waarschijnlijk veel leed bespaard gebleven.

Mijn vader was hobbykippenboer, moet u weten.

Niet lang weliswaar, maar toch.

Ja hoor, ik weet het: de EU bestond vierenzestig jaar terug nog niet. Sterker nog, de EEG was nog niet eens opgericht. We kenden alleen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, waar ik trouwens geen enkel besef van had. Ik struinde als slechts vierjarige peuter, die nog door zijn moeder in een teil op het aanrecht werd gewassen omdat een douche iets voor de happy few was (eat that, millennials!), door de eerste helft van de jaren vijftig.

Wat we wél hadden, in de achtertuin: kippen. Acht stuks plus een haan, die gemiddeld één keer per uur op de eerste de beste beschikbare kip sprong. Mijn vader maakte daar weleens een grapje over tegen mijn moeder, iets in de trant van: “Dat is andere koek dan eens per maand.” Ik snapte er niks van, maar was mij gaandeweg natuurlijk wél aan die kippen gaan hechten.

En toen deelde mijn vader zijn gezin tijdens het warme eten tussen de middag – de term lunch bezigde men niet in onze kringen – ineens mee dat het wegens de gebrekkige eierenopbrengst afgelopen was met zijn kippenhobby.

“Opa komt straks langs”, zei hij ook, vlak voordat hij weer naar kantoor ging.

En daar kwam hij, op zijn oude herenfiets, de vader van mijn vader, een man die twaalf jaar lang gehard was als soldaat – “Op één rang na korporaal, jongen!” – onder Van Heutsz in Atjeh. Hij had een kapmes meegenomen, dat hij wellicht in Indië had aangeschaft. Hij liep er terstond de achtertuin mee in en deed toen wat zijn zoon zelf kennelijk niet had aangedurfd: hij hakte binnen anderhalve minuut bij alle kippen, inclusief de haan, de koppen eraf, waarna hij hun stoffelijke overschotten in een juten zak stopte en met die volle zak op zijn rug weer wegfietste.

“De hele week lekker kippensoep!” riep opa nog grijnzend naar mama, die zich liefdevol over mij had ontfermd.

Ik kan mij niet meer herinneren aan wie ik toen een grotere hekel had: mijn opa of mijn vader.

Dat was dus de korte maar krachtige carrière van mijn vader als hobbykippenboer, waarvan het abrupte einde mij een jeugdtrauma bezorgde dat tegenwoordig een compleet peloton psychische hulpverleners in actie zou doen komen.

“Als het aan de Europese Commissie ligt worden mensen met slechts een paar kippen in hun achtertuin vanaf 2021 opgezadeld met administratieve lasten”, meldde de Telegraaf onder andere over de aangescherpte identificatie- en registratieregels van hobbykippen.

Normaal heb ik een bloedhekel aan dergelijke staaltjes van bureaucratie.

Nu schreeuw ik het uit: waarom nu pas?


woensdag 18 september 2019

In de Ridderzaal op landlopersschoeisel

Het was weer kermis in Den Haag.

Nu denkt u natuurlijk dat ik daarmee op de gang van zaken tijdens Prinsjesdag doel, op de Troonrede van de koning met de baard, op de voorspelbare reacties na afloop, op de ditmaal opvallend ingetogen dameshoedjes, op de schoenen van Hugo de Jonge in de Ridderzaal, sober zwart omdat de traditie dat nu eenmaal vereiste, maar toch met een licht krokodillenmotief ‘als kleine daad van verzet’, zoals hij het zelf omschreef.

Dan heeft u slechts ten dele gelijk. Ik was erbij, moet u weten. Jazeker, ik vertoefde op Prinsjesdag te ‘s-Gravenhage. “Welkom op onze virtual reality show“, hoorde ik zelfs. Dat zou inderdaad een treffende beginzin zijn geweest van deze regeringsverklaring. Maar die woorden werden níet in de Ridderzaal door mij genoteerd, waar ik te gast was. Ze schalden een kilometer verderop uit de luidsprekers, op het Malieveld, bij een van de talloze attracties bovenop de parkeergarage waar ik mijn auto stalde.

Het was dus ook écht kermis in Den Haag.

Best aardig, trouwens, om de Troonrede een keer live bij te wonen, al moet je veel meer je best doen om je gedachten erbij te houden. Je zíet namelijk veel meer. Ik zag iemand de slappe lach krijgen, ik zeg niet wie. Ik zag iemand welhaast in slaap sukkelen, ik zeg niet wie. Ik zag het allereerste begin van een romance ontstaan tussen een progressieve politica en een conservatieve collega, ik zeg niet wie. Probeer je dan maar eens te concentreren.

Repte de koning nou over klimaatregelen – wat mij betreft meteen het woord van het jaar?

Ik meende het te horen, maar weet het niet zeker omdat ik, zoals reeds opgemerkt, tegelijkertijd zoveel zag, op dat moment overigens een paar schoenen, niet die van Hugo de Jonge, maar die van mij. Vooral de linker viel mij op omdat tijdens de wandeling van het Malieveld naar de Ridderzaal de zool ervan bleek te zijn losgelaten.

Zo gênant.

Zou ik de allereerste gast bij de Troonrede met landlopersschoeisel zijn?

Mezelf dat vertwijfeld afvragend dwaalde ik wéér af, totdat deze woorden van de majesteit mij meedogenloos wakker schudden: “Het is positief dat we gemiddeld steeds langer leven. Maar daarmee stijgt ook het aantal chronische aandoeningen en is er steeds meer zorg nodig, terwijl er grenzen zijn aan de beschikbaarheid van mensen en middelen.”

Over virtual reality show gesproken!

Er grenzen zijn aan de beschikbaarheid van mensen en middelen…

Had Pia Dijkstra er soms aan meegeschreven?

Gelukkig maar dat de koning met een citaat van de inmiddels 96-jarige oud-Engelandvaarder Rudi Hemmes eindigde: “Ik voel me verantwoordelijk om door te geven aan jongere generaties dat je in verzet moet komen als het nodig is.”

Oké, ik behoor niet meer tot de jongere generaties.

Maar ik huppelde daardoor toch nog een beetje vrolijk de Ridderzaal uit.


donderdag 19 september 2019

Dat wordt nog een gedoe, die rechtsstaat

Een dag eerder nog had de koning dit in de Troonrede gezegd: “In het hart van het regeerakkoord ligt daarom de ambitie te bouwen aan een samenleving waarin mensen zich zeker voelen en vertrouwen in de toekomst kunnen hebben, houden of herwinnen. Dat vertrouwen begint bij een sterke rechtsstaat die beschermt tegen criminaliteit, willekeur en machtsmisbruik.”

Nog geen achttien uur later werd advocaat Derk Wiersum, puur en alleen omdat hij een kroongetuige in de Marengo-zaak tegen drugshandelaar Ridouan Taghi en zijn bende bijstond, in Buitenveldert geliquideerd, net als een broer van die kroongetuige eerder in Amsterdam-Noord. Dezelfde gangsters lieten ook al aanslagen op de Telegraaf- en Panorama-gebouwen plegen.

Een sterke rechtsstaat?

Een losgeslagen narcostaat zal je bedoelen.

Derk Wiersum moest dus gaan slapen, zoals dat in Mocro-termen heet.

“OK, dan volg mij wat ik u zeg. Die man gaat slapen en ze hele kk familie meenemen. Heb 1000000000 gezegt is oorlog.” Dat was een van de berichten, verstuurd door Taghi en door de recherche onderschept, waaruit deze krant een paar maanden geleden citeerde. Taghi had Derk Wiersum daarbij wellicht nog niet voor ogen, maar de boodschap liet wel zien waartoe dit soort lieden in staat is. Krankzinnig, derhalve, dat de advocaat niet werd beveiligd.

Dat ene zinnetje (ik laat de taalfout bewust staan): “Heb 1000000000 gezegt is oorlog.” Zo zien Taghi, zijn medemaffiosi en hun aanhangers – geloof me: dat zijn er angstaanjagend veel – hun relatie tot Nederland. Ons is al heel lang geleden de oorlog verklaard, niets meer en niets minder. Een snoeiharde oorlog, wel te verstaan. Met die Troonrede-passage werd daarom vooral aangetoond dat onze door en door naïeve – of wegkijkende – autoriteiten, inclusief het OM, de noodzaak tot een veel scherper beleid nog altijd niet herkenden.

Wat te denken van het bestuur van de stad waar deze liquidatie plaatsvond?

Derk Wiersum werd vermoord in een gemeente die zich graag profileert met zaken als illegalenopvang, verplichte anti-white supremacy cursussen voor ambtenaren, lhbtq+-problematiek, milieuzones, diversiteit, inclusie en klimaatafspraken, geleid door een burgermoeder die na de moord op een 68-jarige vrouw nabij een park verklaarde dat zou worden gekeken of in dat park misschien bosjes moesten worden gekapt.

“De signalen waren er”, zei de aangeslagen, zelf wél 24 uur per dag zwaar beveiligde John van den Heuvel over de liquidatie van Derk Wiersum.

Bij onze overheden kwamen die signalen niet aan.

Die arme John deed tevens een wanhopige oproep aan advocaten om door te gaan met het verdedigen van kroongetuigen.

Om hem wat op te vrolijken citeer ik de website van zijn grote vrienden bij Ficq & Partners: “Wij verlenen geen bijstand aan kroongetuigen en informanten.”

Het zullen je confrères maar wezen.

Die sterke rechtsstaat?

Dat wordt nog een heel gedoe.


vrijdag 20 september 2019

Verdient Trudy geen betere bijnaam?

Gelukkig maar dat er in deze barre tijden ook nog iets te lachen valt: Trudy heeft zijn excuses aangeboden voor het feit dat hij zijn gezichtje in 2001 bruin heeft geschminkt.

Ja, u leest het goed: in 2001.

Achttien jaar geleden.

Ik wist niet eens dat hij toen al geboren was.

Trudy is Trudeau, voor alle duidelijkheid. De premier van Canada, inderdaad. Zijn voornaam is Justin, maar ik vind die afkorting van zijn achternaam om een of andere reden beter bij hem passen. Trudy is het grote voorbeeld voor de Jessias, die hem in alles kopieert, met als meest recente gevolg dat er deze week met hem zowaar óók iets te lachen viel. “Ik ben een totale loser binnen onze partij”, zei Jesse Klaver, suggererend dat hij de enige GroenLinkser is die geen drugs gebruikt, met andere woorden: die níet tot de financiers van Ridouan Taghi behoort. Daar moest ik eveneens erg om lachen, omdat het eindelijk duidelijk maakte hoe het onnavolgbare beleid van de colleges van Amsterdam en Utrecht is ontstaan: in structurele beneveling.

Snel terug naar Trudy, die op Kerstdag werd geboren, waar de Jessias onmetelijk jaloers op moet zijn, net als trouwens op het feit dat hij in dit minuscule vlekje achter de duinen tot de oppositie is veroordeeld terwijl Trudy in dat gigantische land de touwtjes in handen heeft.

Van British Columbia tot Newfoundland, van Nova Scotia tot Alaska: overal moeten die arme Canadezen lijden onder deze zelfbenoemde feminist, die vier jaar terug evenveel vrouwen als mannen in zijn kabinet benoemde ‘omdat het nu eenmaal 2015 was’. Hij is de held van de SJW-community, ofschoon er steeds meer barstjes in zijn imago komen. Trudy heeft al een paar financiële schandalen op zijn naam staan en nu heeft Time ook nog eens geopenbaard dat hij in 2001, op de privéschool waar hij toen werkte, als bruingeschminkte Alladin deelnam aan een fuif met Arabian Nights als thema.

Vindt u dat erg?

Nee.

Vind ik dat erg?

Nee.

Trudy vindt het zelf wél erg. Als er een Canadese afdeling van Kick Out Zwarte Piet zou bestaan, was hij er de voorzitter van, vergis u niet. Hij zou zelfs niet eens met roetveegpieten akkoord gaan, dus dan komt zo’n onthulling, met de nieuwe verkiezingen van eind oktober in aantocht, niet erg gelegen.
Daarom bood Trudy, in zijn campagnevliegtuig, zijn excuses aan.

Volstaat Trudy eigenlijk wel?

Verdient hij, bedoel ik, geen betere bijnaam?

Alles kan tegenwoordig, qua benaming. Er is nu zelfs al een Brits echtpaar, van wie de vrouw zichzelf overigens Hobbit noemt (ik zeg dat er toch maar even bij), dat weigert het geslacht van hun anderhalf jaar oude kind prijs te geven omdat zij het per se genderneutraal willen opvoeden.

En hoe noemen ze dat kind?

They, oftewel: Hunnie.

Als dat ongestraft kan, durf ik Justin Trudeau bij nader inzien best Coward te noemen.


zaterdag 21 september 2019

Hier alvast een paar vacatures, dames

Kom, laat ik de vrouwtjes eens een hart onder de riem steken: ik ben het helemaal eens met dat verplichte quotum voor vrouwen in topposities in Nederlandse bedrijven.

Er is wel een maar.

Nou ja, eigenlijk zijn het er twee.

Hier de eerste: ik vind dat de meisjes niet in één keer mogen mogen doorstromen naar de top. Vaak met rampzalige gevolgen voor de betrokken onderneming, hebben veel te veel mannelijke ceo’s, cfo’s en commissarissen die fout gemaakt. Je kent dat wel. Zat er eentje bij Vrumona het personeelsbestand op te schonen, begon-ie twee miljoen euro later bij Heijmans aan een saneringsklus en regelde hij wéér drie miljoen euro verder drie spijkerharde bezuinigingsronden bij Gazelle.

Decennia lang verrijkten ze zichzelf grenzeloos door topfuncties bij totaal verschillende toko’s met elkaar uit te wisselen, ondertussen elke vrouwelijke inmengingspoging blokkerend. We gaan toch zeker niet ninabrinken, hahaha! Dat soort kreten hoorde je dan tijdens hun zakenlunches bij Jonnie Boer. Wie zo’n verantwoordelijke baan ambieert, moet de bedrijfscultuur voortaan eerst in al haar geledingen hebben opgesnoven.

Het werkwoord opsnuiven gebruik ik trouwens niet zomaar.

Je kunt het namelijk ook zo zeggen: eerst als schoonmaakster de geur van de toiletten opsnuiven, dan pas de Taghi-poeder die bij het hedendaagse managementschap past.

En géén kinderwens.

Afgesproken?

Nu kom ik tot maar numero 2: het verplichte vrouwenquotum dient niet alleen voor topfuncties te gelden. Anders krijg je een kind met een vrouwelijk waterhoofd. Dat moeten we helemáál niet willen met z’n allen. Daarom strekt het tot aanbeveling om eerst verplichte vrouwenquota in te stellen voor beroepen waar tot nu toe nauwelijks nog vrouwen, hoe graag ze het ook wilden, aan de bak zijn gekomen.

Hier alvast een paar vacatures, dames.

  1. Ervaren stratenmaker, omgeving Rotterdam.

“Je gaat aan de slag als stratenmaker waar je veel afwisselende werkzaamheden hebt. Daarnaast is het voor jou geen probleem om in een leuk én gezellig team aan de slag te gaan. Als stratenmaker heb je de volgende verantwoordelijkheden: het uitzetten van hoogtes; het voorbereiden van de baan; vleien, knippen en zagen (zowel handmatig als machinaal); bestraten; aftrillen van bestrating; opmetselen van putten en het zetten van kolken en banden.”

  1. Verhuizer, omgeving Nunspeet.

“Wij bieden jou een leuke, afwisselende baan waarbij elke dag weer anders is. Je komt te werken in een gezellig en informeel team van verhuizers en chauffeurs. Je gaat verhuizen onder andere bij particulieren maar ook bedrijven, scholen, ziekenhuizen of kantoorpanden. Als verhuizer is het belangrijk dat je flexibel bent. De begintijden wisselen tussen ongeveer 06.30 en 07.30. Je werkt tot dat de klus af is, samen uit samen thuis.”

Of wil je soms liever stukadoor worden?

Kan ook, hoor.

Hoe dan ook: succes, meiden!


maandag 23 september 2019

Zie ginds komt de stoomtrein, ik voel fantoompijn

Zie ginds komt de stoomtrein, bekt dat een beetje? Niet echt, als je ‘t mij vraagt.

Als Dichter des Telegraafs kan ik er vanzelfsprekend wel iets mee, op dezelfde wijs: Zie ginds komt de stoomtrein / Uit Spanje weer aan / Ik voel nu fantoompijn / Want zie Piet slechts staan / Zo zwart als een ketel / Terwijl men in ‘t echt / Het pleit niet vermetel / Roetvegend beslecht.

Oom Rob, voor al uw Sinterklaasrijmpjes, wil ik er uiteraard ook mee zeggen. Sneller dan Willy Alfredo en ook nog een stuk goedkoper: voor € 1,96 per week bedien ik u drie jaar lang online en krijgt u er bovendien nog de hele digitale krant bij.

Maar of ik er al dichtend ook in zal slagen mijn ergernis te verbergen? Ik betwijfel het, jongens en meisjes, ik betwijfel het ten zeerste. Nu bij de komende intocht in Apeldoorn de stoomboot door een stoomtrein zal worden vervangen, zogenaamd omdat de vaart waar het schip zou moeten aanleggen te klein en/of te ondiep is, sluit ik niet uit dat er menige vloek van verontwaardiging aan mijn gedichten zal worden toegevoegd.

Potverdriedubbeltjes / Wat zijn het toch sulletjes.

Zoiets.

Al zou ik het in dit geval, met het vervangen van de eerste letter van sulletjes, ook iets ordinairder kunnen maken, maar we moeten het wel fatsoenlijk proberen te houden.

Wanneer, zo vraag ik mij bovendien af, zal voor het almachtige anti-Sint Nicolaasfront, herstel: voor het in de randstad, bij de MSM en bij de NPO almachtige anti-Sint Nicolaasfront, waarvan de ternauwernood in de Amsterdamse gemeenteraad gekozen Sylvana Simons maar haar vingertje hoeft te heffen om haar zin te krijgen, de schimmel aan de beurt zijn?

Veel te wit, de trouwe viervoeter van de goedheiligman, dus wellicht zien binnen afzienbare tijd ook de volgende dichtregels van uw dienaar alhier het levenslicht: En toen, zomaar uit het niets / Werd het paard vervangen door een fiets.

Geloof me: ze zullen niet rusten voordat het heerlijk avondje naar de knoppen is.

Dat ze in 020 na de zoveelste oorlogsverklaring door de drugsmaffia – de moord op Derk Wiersum – gewoon alweer zijn overgegaan tot de orde van de dag, kun je uit dit bericht op de website van AT5 opmaken: “Ambtenaren zullen gesubsidieerde organisaties die gebruik maken van Zwarte Piet benaderen voor een gesprek. Dat laat het stadsbestuur weten in antwoord op vragen van BIJ1-fractievoorzitter Sylvana Simons. Zij vroeg of de gemeente hen erop kon wijzen ‘dat de gemeente van gesubsidieerde organisaties verwacht dat zij zich niet schuldig maken aan het in stand houden van een karikatuur met aangetoonde discriminatoire aspecten’.”

Kan het enger?

Nee, het kan niet enger.

Nog één rijmpje dan.

Hoort wie klopt daar kind’ren / Hoort wie klopt daar kind’ren / Hoort wie tikt daar zachtjes tegen ‘t raam / ‘t Is een ambtenaar zeker / Moet van Silly zeker / En besmeuren zal hij nu mijn naam.


dinsdag 24 september 2019

Bestraft voor spaarzaamheid

Van de Monday Blues heb ik nooit veel last gehad. Ditmaal, echter, werd ik toch even door gevoelens van somberheid geplaagd.

“Korten kan niet wachten”, zei Klaas Knot maandag 23 september in het openingsverhaal van deze krant. “We kunnen de pensioenpijn beter nu nemen.” En op de volgende twee pagina’s stond een interview van Dorinde Meuzelaar en Martin Visser met de DNB-baas afgedrukt, waar ik ook al niet vrolijk van werd, net als de Tweede Kamer later toen Knot zijn verhaal daar moest afsteken.

Als ik een Italiaan was geweest, was ik er trouwens wél vrolijk van geworden.

Maar ik ben een polderlander.

En dus de sjaak.

Klaas Knot is eveneens een polderlander. Hij draagt twee petten, die van de president van de Nederlandse Bank en die van bestuurslid van de Europese Centrale Bank. Dat maakten de gesprekken met de Telegraaf en de Kamer lastig voor hem. Hij moest én het beleid onder leiding van ECB-president Mario Draghi verdedigen én begrip opbrengen voor het toenemende gemopper van de Nederlandse pensionado’s, wier financiële positie steeds maar verslechtert.

“Als ik 67 zou zijn, zou ik er ook van balen”, zei Klaas tegen de krant.

Daar bleef het zo ongeveer bij.

Nederland heeft altijd, met een beperkte staatsschuld als gevolg, goed op de centen gepast. Landen als Griekenland en Italië deden dat niet. Het is wrang dat wij, als braafste jongetjes van de Europese klas, daar voor moeten boeten. Nu heeft Draghi de rente zelfs op 0% gezet. Voor zijn landgenoten is dat voordelig: zij kunnen veel gemakkelijker met hun torenhoge staatsschuld omgaan. Voor ons is het nadelig: onze pensioenfondsen zijn niet meer in staat rendement op te bouwen.

Bestraft worden voor spaarzaamheid: in Europa kan dat.

Ik kan mij voorstellen dat Klaas Knot, als Nederlander van vlees en bloed, sommige vragen diep in zijn hart heel anders had willen beantwoorden.

Deze van de krant, bijvoorbeeld: “De ECB koopt steeds weer tijd voor Zuid-Europese landen, maar die stellen geen orde op zaken. Denkt u dan niet, wat zijn wij in vredesnaam aan het doen?”

Dit was Knots antwoord: “Dat speelt geen doorslaggevende rol als ik in Frankfurt aan tafel zit. Daar is ons mandaat, streven naar prijsstabiliteit, leidend. In Nederland heb ik ook een adviesfunctie over nationale dossiers, in Europa minder.”

Arme Klaas. Steeds zo behoedzaam opereren: ik zou het niet kunnen.

Wat had hij geantwoord als hij slechts zijn Hollandse hart had laten spreken?

Zelf zou ik vermoedelijk iets op z’n Jaap Blokkers hebben gezegd.

Dit liet Jaap Blokker – hij zou in 2011 overlijden – in zijn jaarverslag over 2009 noteren toen hij de EU op de korrel nam: “Dit hele bovennationale bestuursfenomeen bleek volledig impotent als het gaat om het afdwingen van budgettaire discipline bij de siëstalanden langs de Middellandse Zee. Corruptocratieën konden niet tot de orde worden geroepen.”

Zeg het de volgende keer gewoon, Klaas, in de krant én in de Kamer.

Het lucht lekker op.

En het is nog waar ook.


woensdag 25 september 2019

Is er dan niemand die het zielig vindt?

Zet de megafoons op vol volume, Jessiassianen. Begin meteen te schreeuwen en te gillen. Ik waag het hier aandacht aan Greta Thunberg te besteden. Laat jullie luidkeels geschamper dus alvast maar horen. Wéér zo’n oude, witte man die losgaat op een zestienjarige grietje dat zich slechts zorgen over de toekomst maakt.

In werkelijkheid is dat uiteraard niet aan de orde. Deze oude, witte man gaat helemaal niet los op een zestienjarig grietje. Verreweg de meeste oude, witte mannen die hun vraagtekens bij haar functioneren plaatsen doen dat zelfs niet.

O zeker, er zitten enkele idioten tussen, zowel de hersencellen als het empathisch vermogen volledig vergruisd, die hun pijlen wél op haar persoontje richten. Dat is een van de nadelen der sociale media: er staan geen muren omheen, zoals bij een stamtafel in een buurtkroeg, die valse hoon binnenskamers houden.

Een grote meerderheid van die oude, witte, mannelijke criticasters behoort niet tot dat schorem. Zij richten zich slechts op de omgeving van Greta, op degenen die haar op het schild hebben geheven, op de verantwoordelijken die zo onverantwoordelijk bezig zijn. Maar jullie weigeren dat te erkennen. Sterker nog, het komt jullie beter uit om dat niet te erkennen. Het zou jullie zo typerende GroenLinks-frame hinderen. Dat mag natuurlijk nooit.

Krijs dus maar lekker een eind heen.

Ik citeer de Volkskrant (doe ik niet zomaar in dit geval, die krant is inmiddels in volle aanbidding voor Greta Thunberg op de knieën gevallen, ze wordt bijvoorbeeld een ‘mediagenieke Cassandra met superpower’ genoemd en een columniste durfde haar zelfs als de ‘nieuwe messias’ te omschrijven): “Een zichtbaar boze en emotionele Greta Thunberg heeft op de VN-Klimaattop in New York de wereldleiders berispt. Zij beschuldigde hen van het verraden van haar generatie door de uitstoot van broeikassen niet aan te pakken. ‘Hoe durven jullie’, zei de Zweedse tiener, die het wereldwijde gezicht is geworden van de groeiende jeugdbeweging tegen het gebrek aan actie voor het klimaat. ‘Jullie hebben mijn dromen gestolen’.”

Is er dan helemaal niemand in jullie kringen die zelf ook niet af en toe de wenkbrauwen fronst bij dit soort aangelegenheden? Die zich verbaast over het feit dat Greta in New York meer aandacht genereerde dan de aanwezige wereldleiders? Die de mening is toegedaan dat zij voor iemand van haar leeftijd een te grote rol heeft gekregen? Die zich afvraagt of dit zo’n jong wicht, met die afwijking, allemaal wel kan worden aangedaan? Die bang is dat dit wel eens heel verkeerd voor haar zou kunnen aflopen? Die vindt dat haar ouders, wetende dat hun dochtertje aan Asperger lijdt, eindelijk eens zouden moeten ingrijpen? Die stiekem denkt dat een beweging – inclusief de ondersteunende media, inclusief jullie ook – die zo nadrukkelijk een kind voor haar kar durft te spannen, in feite gewetenloos is?

Die het, kortom, zielig vindt?

Gil maar, Jessiassianen.

Ene oor in, andere oor uit, zo vrees ik.

Alleen rake woorden blijven namelijk hangen.


donderdag 26 september 2019

Een e-bike? Nooit van m’n leven

Dat deed pijn hoor, die foto in de Telegraaf. Die foto van Jan Janssen, bedoel ik, een van mijn grote helden, dat laatste overigens niet in de laatste plaats omdat hij het altijd over Louis Okaanaa had als hij Luis Ocaña bedoelde – ik heb de naam van die Spanjool daarna nooit meer anders kunnen uitspreken.

De man die na de Tour de France van 1968 met de gele trui naar huis ging (legendarische woorden op de wielerbaan in het Bois des Vincennes: “Cora, ik heb de Tour gewonnen, kindje!”), poseerde naast een elektrische fiets.

Au, au!

Luistert. Ik heb niet onder een steen gelegen de laatste decennia. De genadeloze opmars van de elektrofiets is ook door mij niet onopgemerkt gebleven. Vorig jaar zomer nog deed ik in de Egmondermeer wat ik altijd een Jan Janssentje noemde, op mijn oude vertrouwde Koga Miyata, vol op karakter stoempend tegen de zuidwester met kracht zes in, dik tevreden vaststellend dat zelfs Louis Okaanaa hier niet aan had kunnen tippen.

En toen werd ik ineens voorbij gesneld door een, voorzichtig geschat, 104-jarige mevrouw met een regenjas en een grijs knotje, rustig peddelend op haar Gazelle CityZen T10 HMB.

“Goedemiddag, meneer”, glimlachte zij in totale ontspanning.

Nooit eerder werd ik zo zwaar vernederd.

Die dag heb ik iets gezworen: nooit, maar dan ook echt nooit zou ik mezelf uitleveren aan een e-bike. Dat was iets voor oude dametjes en andersoortige mensen zonder moraal, zoals dat in wielerjargon heet, onder wie tegenwoordig zelfs scholieren. Hoe hard die ondingen misschien ook gaan, hoe gemakkelijk ze het pedaleren ook maken, echte fietsers stappen niet op een elektronisch rijwiel, klaar. Je denkt toch zeker niet dat een man als Jan Janssen dat zou ooit zou doen?

Dat dacht ik, vol overtuiging.

Jan was niet alleen mijn held, maar ook mijn God, moet u weten. Ik zal u ter illustratie iets vertellen wat ik anders nooit doe, omdat het nogal pocherig overkomt: hij stuurde mij een paar jaar terug een brief waarin hij mij de geletruidrager onder de columnisten noemde, uiteraard vergezeld van een foto van zichzelf op een racefiets, voorzien van een handtekening. Dat doen wielrenners namelijk altijd. Een jaar of acht terug parkeerde de toen dik negentig jaar oude ex-wereldkampioen stayeren Jan Pronk, inmiddels helaas niet meer onder ons, zijn auto na een slippartij in mijn heg. Als antwoord op mijn bezorgde vraag, nadat hij was uitgestapt, of alles oké was, tastte hij in de binnenzak van zijn jas en overhandigde hij mij een soortgelijke foto, eveneens gesigneerd. Hoe dan ook: nadat ik die brief van Jan Janssen had ontvangen – ik heb ‘m serieus laten inlijsten – kon hij bij mij helemáál niet meer kapot.

Tot die foto.

Jan Janssen (79 nu) poserend naast een elektrische fiets, van eigen makelij weliswaar, want er bestaan vanzelfsprekend óók Jan Janssen-racefietsen, maar toch.

Het is dat Louis Okaanaa niet meer leeft, want anders was híj mijn nieuwe held geworden.


vrijdag 27 september 2019

Daar gaan we weer, Mo doet een Ziyechje

Tikkeltje pikant: in dezelfde week dat de vraag of PSV-toptalent Mohamed Ihattaren voor Oranje of voor het nationale team van Marokko moet kiezen actueel werd, maakte een groep van twaalf Marokkaanse Nederlanders bekend dat zij af willen van hun verplichte Marokkaanse nationaliteit.

Weg, dat tweede paspoort!

Wij zijn Nederlanders!

Marokko moet ons loslaten!

Hoopgevend, die stellingname, net als hun bewering, opgetekend uit de mond van ondertekenaar Habib El Kaddouri, dat nog veel meer landgenoten afstand willen doen van hun tweede, Marokkaanse nationaliteit, “maar dat niet durven zeggen”. Eindelijk is er in het openbaar verzet in die kringen. Eindelijk wijzen Marokkaanse Nederlanders onze overheid erop dat zij zich onder de huidige omstandigheden onvrij voelen: “Marokko heeft een scala aan instituties in het leven geroepen om Marokkanen in Nederland te bespioneren, te intimideren, te verleiden, te rekruteren, te corrumperen.”

Het resultaat, onder andere: “Mensenrechtenschendingen in Marokko zijn nu onbespreekbaar.”

Lees je mee, Khadija Arib?

Zet ‘m op, roep ik de groep dissidenten toe.

Ik zeg het ook tegen Mohamed Ihattaren.

Begenadigd voetballer, die Mo. Groot, sterk, snel, atletisch, technisch begaafd. En pas 17 jaar. Zijn gesprek met Joep Schreuder, na afloop van PSV-Ajax, bleef langer bij mij hangen dan de meeste andere gesprekken met voetballers. Daar stond een Nederlandse jongen, eentje van deze eeuw zelfs: hij zag pas in 2002 het levenslicht in Utrecht. Hij accepteerde de complimenten die hij kreeg stralend, maar werd door somberheid overvallen toen de gezondheid van zijn vader ter sprake kwam. Mohamed vertelde dat zijn vader in het ziekenhuis lag. Naar hem ging zijn eerste zorg uit. En daarom, zo verklaarde hij, wilde hij nog niet ingaan op de vraag welk land hij het liefst in een nationaal team zou willen vertegenwoordigen.

Ik had met het joch te doen.

En toch dacht ik ook: daar gaan we weer, Mo doet een Ziyechje.

Ik herinner mij een uitspraak van Johan Derksen van een paar jaar geleden bij VI. In dit geval klonken zijn no nonsense woorden mij als muziek in de oren: “Die jongens zijn in Nederland geboren en getogen en worden hier op hoog niveau als voetballer opgeleid. Dan is het niet meer dan logisch dat zij voor Oranje kiezen als zij die mogelijkheid krijgen. Op die manier kunnen ze hun dankbaarheid betonen.”

Of iets van die strekking.

Wat is de reden dat er Nederlands-Marokkaanse voetballers zijn die voor Marokko kiezen? Ik vrees dat de sociale druk, niet alleen vanuit de eigen familie maar ook vanuit de buurthuizen en moskeeën, groot is. Veel Marokkaanse Nederlanders, net als veel Turkse Nederlanders trouwens, voelen zich geen Nederlander, of denken dat zij dat niet mogen voelen.

Als de zorgen om zijn vader voorbij zijn, moet Mohamed Ihattaren maar eens snel met Habib El Kaddouri in gesprek gaan.


zaterdag 28 september 2019

De idiotie van het stereotyperende speelgoed

Van alle klimaat-, milieu-, energie- en sociale rechtvaardigheidsdiarree die recentelijk zo wellustig over ons is uitgesproeid, had die van Ingrid van Engelshoven toch wel het meest doordringende geurtje.

Madam wil van het stereotyperende speelgoed af.

Doodleuk dit soort idiotie prioriteit geven en intussen je hoofdtaak, het aanbieden van degelijk onderwijs, dusdanig verwaarlozen dat de eerste Nederlandse school al naar de filistijnen is (omdat er geen leraren meer kunnen worden gevonden ziet de 16e Montessori in Gaasperdam zich gedwongen de deuren te sluiten): je moet het maar durven als minister van OCW.

“Meisjes die met poppen spelen, en jongens met auto’s? Van Engelshoven gruwelt ervan”, aldus deze krant. “Zij reageert op een Frans voornemen om het onderscheid tussen jongens- en meisjesspeelgoed weg te halen. Genderneutraal speelgoed wordt de norm.”

Barbie als Conchita Wurst!

Het zal even wennen zijn.

Toegegeven, toen ik al die diarreegeurtjes opsnoof werd het mij wel moeilijk werd gemaakt. Voornaamste concurrent was de Amsterdamse Kunstraad, die een rapport opstelde waarvan alleen de titel bij een normaal mens al de rillingen over het lijf doet lopen: Kunst, Culturele Diversiteit en Inclusiviteit – de volgende stap.

De volgende stap!

Tamelijk onheilspellend, want dat betekent dat er nóg een stap komt.

“Onder het mom van het recht op vrije meningsuiting, wordt het inclusieve klimaat dat Amsterdam wil nastreven, bedreigd”, staat erin. Doodeng. En wat te denken van: “Het actieplan inclusiviteit dient als instapeis om in aanmerking te kunnen komen voor een kunstenplansubsidie.”

Bek houden en een genderfluïde Eritreeër tot je agent benoemen, alleen dan maak je als kunstenaar nog kans op gemeentelijke support.

Er ontstond zowaar een plannetje in mijn denkhoofd. Ik dacht: ik ga die 020-zombies voorstellen om een tentoonstelling te organiseren, zeg maar om te laten zien hoe het níet hoort, van kunstwerken die ontstonden zonder dat zij aan de nieuwe Amsterdamse inclusiviteit- en diversiteitnormen voldeden. Werktitel: Entartete Kunst. Ik vond dat best geinig, totdat ik besefte dat ze dat in 1937 al eens hadden gedaan, niet in Amsterdam maar in München, op initiatief van een aanverwante kunstraad, namelijk die van de NSDAP.

De nazi’s noemden die kunst óók ‘moreel en maatschappelijk onaanvaardbaar’. Raakvlakken genoeg dus, maar ja, je doet zoiets geen tweede keer en je wilt op deze plek ook niet eeuwig woorden vuil blijven maken aan wat ze in en nabij de hedendaagse hoofdstedelijke Ortskommadantur allemaal uitvreten.

Ik beperk mij daarom verder tot het geval-Van Engelshoven, al hoef ik daarvoor slechts schaamteloos een tweet van twitteraar @Oboywhatashot te jatten, waarin hij een bijgeleverde foto van de OCW-minister gedetailleerd beschreef: “Stereotyperend: lang haar, jurk, hoge hakken, handtas, afkledend zwart, lippenstift, oogschaduw.”

Kwam er verdorie nóg een geurtje bij: ik poepte in mijn broek van het lachen.

volgendevorige

Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

rob@hoogland.nl