Press "Enter" to skip to content

Vrijpost 16 april 2019

vrijpost 16 april 2019

 

TOESPRAAK BIJ HERDENKINGSDIENST OP WESTGAARDE

De wereld gaat Peter Koekebakker missen

Rob HooglandVergeef het mij als mijn stem af en toe wegvalt, of als ik door een onheilspellende hoestbui word overmeesterd. De griep heeft vat op mij gekregen. Als de uitdrukking in dit verband, in dit gezelschap van hondenliefhebbers bedoel ik, geen dubbele betekenis zou hebben, zou ik zeggen dat ik mij zo ziek als een hond voel. Daarom zeg ik maar dat ik niet helemaal lekker ben, iets wat Peter Koekebakker trouwens jaren geleden al tegen mij zei.

Schaterend, als altijd.

Dat ik hier ondanks mijn fysieke ongemakken sta – ik heb zes weken geleden ook nog eens een nieuwe knie gekregen, hetgeen Peter met z’n rotte knieën helaas nooit werd gegund – heeft natuurlijk van doen met het feit dat wij hier een unieke man herdenken. Als ze je vragen om ter nagedachtenis aan hem een toespraakje te houden, zeg je domweg geen nee, ongeacht de omstandigheden. Wij nemen namelijk afscheid van een fantastische kerel, die zich volledig kon wegcijferen als het om het welzijn van zijn honden in La Linéa de la Concepción ging. Van mensen als Peter Koekebakker zijn er veel te weinig op deze wereld.

Er is door de vorige sprekers al veel gras voor mijn voeten weggemaaid. Omdat ik, hoe terecht alle complimenten en de loftuitingen ook zijn, niet in herhaling wil vallen, houd ik het daarom bij twee anekdotes, losse flodders die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben, maar aan de andere kant ook weer alles omdat zij gezamenlijk een beeld vormen dat laat zien hoe Peter Koekebakker in elkaar zat, hoe hij functioneerde, hoe onvermoeibaar hij aan zijn levenswerk bezig was.

Ik vertel eerst hoe ik, bijna tien jaar geleden alweer, aan mijn eigen hond kwam, óók een koekebakkertje, zoals de honden uit La Linéa worden genoemd. Een Spaanse waterhond, zei Peter, oftewel een turco, hoewel ik denk dat deze hond dat hooguit voor zestig procent is. Anderhalf jaar nadat mijn vorige hond, een bouvier genaamd Boelie, op een leeftijd van dik 13 jaar was overleden, zocht ik op de website van animalinneed.com naar een nieuw huisdier en stuitte ik zomaar op een fotootje van ene Snoepie: blonde krulletjes, mooi en aandoenlijk.

Die wil ik wel hebben, liet ik de beheerder van het asiel weten. Dat was dus Peter, die ik nog niet kende. “Goeie keus”, antwoordde hij vanuit Spanje. “Maar dan moet je er wel voor naar Zeeuws-Vlaanderen rijden, want daar zit zij nu. We hebben haar een half jaar terug samen met haar broer vastgebonden aan een paal in Algeciras aangetroffen. Die broer is nu door een gezin in Zeeuws-Vlaanderen geadopteerd. Wij vonden het beter om die twee samen naar Nederland over te vliegen en haar voorlopig bij een gastgezin in de buurt onder te brengen.”

Welnu, ik reed er dus twéé keer voor naar Zeeuws-Vlaanderen, eerst om haar te zien, toen om haar op te halen: een schuchter, toen nog uiterst nerveus hondje van iets maar dan een jaar oud. Wij noemden haar geen Snoepie, maar Ruby. Als ik over haar schrijf, in mijn Telegraaf-columns, noem ik haar trouwens Bavink, naar de kunstschilder in de verhalen van Nescio. Beschouw het maar als een dichterlijke vrijheid. Het gevolg dáárvan is dat zij nóg een naam heeft. “Hee Bavo!” riep een taxichauffeur op het Frederiksplein een paar jaar terug tegen haar. De man las blijkbaar mijn rubriek, maar ook weer niet héél goed.

Een hond met vier namen: Snoepie, Ruby, Bavink en Bavo, dan komt niet vaak voor.

Peter moest er smakelijk om lachen.

Waarom vertel ik dit? Omdat het zo duidelijk maakt uit welk hout Peter Koekebakker gesneden was. Zijn empathische gevoelens voor dieren waren zo groot, dat hij zich zelfs kon inleven in het gevoelsleven van een hondje – terwijl het slechts een van de duizenden was waarover hij zich zo liefdevol ontfermde – dat plotseling van haar broer, waarmee zij sinds haar geboorte zo verbonden was, zou worden gescheiden. Hij wilde haar niet alleen tussen die 500 andere honden in zijn asiel achterlaten en stuurde haar dus alvast mee naar Nederland.

Een vriendschap ontstond. De eerstvolgende keer dat mijn vrouw en ik ons in Zuid-Spanje bevonden, zochten wij Peter voor de eerste maal in het asiel op, een ontmoeting die daarna nog meerdere keren zou plaatsvinden, onder andere ter voorbereiding op de fameuze luchtbrug die de Telegraaf op initiatief van Sjuul Paradijs opzette. Voor ruim 250 honden werd dankzij deze luchtbrug een Nederlands onderkomen gevonden. Peter was helemaal door het dolle.

Die eerste fysieke ontmoeting tussen ons was ook zo onvergetelijk. Ik herinner mij onze binnenkomst, per huurauto, in het asiel. Eerst werden we door enkele tientallen honden, in de hokken links, al blaffend verwelkomd. Dat werd door de andere honden gehoord en overgenomen, met als gevolg dat binnen de kortste keren, althans: zo leek het wel, heel het asiel aan het blaffen sloeg. Ik garandeer u: een enorm kabaal. En toen kwam er ineens een breed grijnzende man met een pet en een paardenstaart uit een hok. Hij produceerde een soort oerschreeuw, die volgens mij tot in Gibraltar te horen was. En wat geschiedde? Ineens waren alle honden stil. De leider van de roedel had ingegrepen. Het was een prachtige ervaring.

Tijdens die eerste ontmoeting, die middag, meldde zich onaangekondigd een jonge Spaanse vrouw met een kinderwagen, waarin haar hond lag: een dobermann pincher die duidelijk pijn leed. Zijn linkervoorpoot hing er gespalkt bij. De vrouw huilde. Haar hond was door een auto aangereden en had daarbij zijn poot gebroken. Ze was direct naar de plaatselijke dierenarts gegaan, die het beest inderdaad snel even had gespalkt. Als een ware Neanderthaler, zoals Peter de lokale bevolking graag omschreef, wilde hij echter niet tot opereren overgaan voordat de vrouw tweehonderd euro had betaald. Dat geld had zij niet, waarna de dierenarts haar met typerende Zuid-Spaanse gevoeligheid de praktijk had uitgestuurd.

“Help mij!” smeekte zij Peter.

Voordat hij kon antwoorden greep mijn vrouw in.

“Ik betaal de operatie”, zei zij.

Het gevolg? Dat niet alleen die jonge Spaanse vrouw, maar ook mijn echtgenote en ik stonden te janken, al stelden wij vergeleken bij Peter Koekebakker nog niets voor. Hij, de ruwe bolster met de blanke pit die voor zijn asiel elk dubbeltje tienmaal moest omdraaien, liet zijn tranen helemáál de vrije loop.

Dat was Peter Koekebakker, de onvoorwaardelijke dierenliefhebber die ooit in een oude stationwagen naar Spanje reed, het land waar hij zich wilde vestigen, volgestouwd met meubilair, een papegaai in een kooitje en nog enkele huisdieren.

En nu laten wíj onze tranen de vrije loop.

Wat een geweldige, emotionele man was Peter toch.

Ik wens niet alleen Madeleine en zijn moeder veel sterkte met dit onvoorstelbare verlies.

Ik wens de hele wéreld er sterkte mee.

18
Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Theodor Holman

Wat een prachtige rede, Rob

jan van boxsel

Om zulke mensen gaat het! Nu weer even trots dat ik lid ben van het menselijk ras

Erik Gierveld

Prachtig, Rob. Hier nu ook tranen.

Irene Posthuma

Prachtig! Zo fijn te lezen dat er mensen zoals zijn zoals Peter en u!
Zo fijn ❤️

Roelof

Een ontroerend verhaal..denkend aan mijn eigen hond..is dat het je een heel blij mens wordt van zulke dieren….

Marion

Het was een geweldig man Peter en een mooie toespraak, dank u wel

Irma

Nogmaals bedankt Rob, het was een machtig mooie speech

Veronique Put

Het was een prachtige speech voor een prachtige man

Maaike Lobregt

Prachtige woorden voor een prachtig en uniek man, Peter Koekebakker ❤️

José Léger

Prachtig zeg

Ingrid

Mooie speech voor een mooi mens!
Je stuk in de telegraaf was ook mooi!

Sandra Rikkoert

Rob Hoogland geweldig diep dank! Een ode aan Peter. Ik heb een vraag over het asiel maar ik wil dat liever niet hier doen. Mag ik bellen? Het is nood. Dank!!

Rianne seelt

Het is en was een krachtig en prachtig verhaal

Marian Schram-de Kreek

Een prachtig mens was het. Dank je wel voor je verhaal!

Joke

Heel erg mooi !!

rob@hoogland.nl