Press "Enter" to skip to content

Vrijpost 23 maart 2019

vrijpost 23 maart 2019

Dat loeder de vrouw

Rob HooglandFreek de Jonge op het BoekenbalHet was weer een ouderwets Boekenbal, heb ik begrepen, met een ouderwetse rel dankzij een ouderwetse Freek de Jonge, die de hysterie na de verkiezingswinst van Thierry Baudet naar een nieuw hoogtepunt voerde: eens te meer het bewijs dat de voormalige revolutionairen inmiddels nog conservatiever zijn dan degenen die zij van het pluche hebben verdreven. De Boekenweek is daarmee weer begonnen, het bijbehorende Boekenweekgeschenk – ditmaal door Jan Siebelink geschreven – is traditiegetrouw volledig afgekraakt en het thema – De moeder de vrouw – raakte door alle heisa enigszins ondergesneeuwd. Maar niet hier!

 

Het thema is gebaseerd op de titel van het beroemde gedicht van Martinus Nijhoff:

 

DE MOEDER DE VROUW

 

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.

Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden

die elkaar vroeger schenen te vermijden,

worden weer buren. Een minuut of tien

dat ik daar lag, in ‘t gras, mijn thee gedronken,

mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –

laat mij daar midden uit de oneindigheid

een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer

kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.

Zij was alleen aan dek, zij stond bij ‘t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.

O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.

Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

 

Er was veel kritiek op dit sonnet, niet alleen in de aanloop naar deze Boekenweek, maar ook al direct nadat Nijhoff het in 1934 had geschreven. Het klopte taalkundig niet, zei men bijvoorbeeld. Verder werden er pastiches gecomponeerd, onder andere door Gerrit Komrij in zijn bundel Onherstelbaar verbeterd in 1981:

 

HET WATER DE STANK

 

Er was veel rommel op de brug te zien

Ik zag onder de brug. Naar alle zijden

Leek zich de vuile troep daar te verspreiden

De lucht was zurig. Een minuut of tien

Dat ik daar stond, in ‘t gas, mijn kleren stonken,

Mijn neus toonde verwantschap met wit krijt—

Laat mij daar midden in de smerigheid

Een knal vernemen dat mijn oren klonken

Asjemenou. Het tankschip dat daar voer

Spleet langzaam open, alsof het moest baren

Het baarde een olievlek, met veel rumoer

En wat ik rook wist ik dat walmen waren

O, dacht ik, o, hier helpt geen mallemoer

Ons lot ligt in de hand van klapsigaren

 

Ook Japke-d. Bouma, medewerkster van NRC Handelsblad, had te elfder ure kritiek op de keuze voor dit thema door de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek. Zij vindt het thema suf en saai en publiceerde er donderdag 21 maart, de dag voor het Boekenbal, onder de titel Het loeder de vrouw een leuke column over, die ik heb gekopieerd en geplakt:

 

HET LOEDER DE VROUW

 

Ik weet dat ik er een beetje laat mee ben, maar kunnen we nog van dat Boekenweekthema af? Dat gevoel had ik ook al toen het bekend werd gemaakt maar toen kwam er zo veel kritiek op dat ik dacht: het wordt vast nog wel veranderd. Maar toen ik het gisteren nog even controleerde, stond het er nog steeds: Het Boekenweekthema is dit jaar De moeder de vrouw.

Snurk.

Natuurlijk is het hartstikke leuk dat ik vanavond eindelijk eens volledig als het thema naar het Boekenbal kan, want ik ben moeder én vrouw. Dat was vorig jaar met het thema ‘natuur’ (ik ging toen als graftak), of een paar jaar ervoor met het thema ‘Duitsland’ (toen ging ik als bockwurst) toch een stuk lastiger.

Maar verder? Moeder de vrouw. Serieus? Dat is wat al die ‘heren des huizes’ vroeger zeiden: ‘Ik moet het even overleggen met moeder de vrouw’ – de moederkloek die buitenshuis geen reet te zeggen had en die je amper kon zien door de waterdamp van al die spruitjes die je 20 minuten moest koken. Ik ken een man die zijn vriendin anno 2019 nog steeds ‘de handrem’ noemt, als in, ‘dat moet ik thuis eerst even overleggen met de handrem’. Dát soort vrouwen – vreselijk.

Maar de volgorde is natuurlijk het ergst: eerst moeder en dán pas vrouw. Alsof het moederschap het hoogste is wat je als vrouw kunt bereiken. Komt me echt mijn neus uit, dat idee. De ‘onverbrekelijke moederband’ ook, gaap.

De vader kan zijn best doen, maar de moeder is de ‘spil van het gezin’, zo worden we gehersenspoeld via spreuken op tegeltjes op de wc. Ja, als ‘vader’ er amper is na de geboorte is het logisch dat een kind aan zijn moeder vastgroeit.

Alsof die moederschapscultuur ons zo veel gebracht heeft ook. Waarom denk je dat het in Italië zo misgaat? Daar worden al die jochies veel te veel in de watten gelegd door ‘la mamma’ en moet Duitsland straks weer ingrijpen waar een vrouw aan het roer staat – of wacht, dat is vast toeval.

Nou zeg, zei een mevrouw op Twitter, waarom zo negatief? Schrijf iets over een bijzondere moeder, een ‘sterke vrouw’ die je ‘geïnspireerd heeft’. Ja doei. Een sterke vrouw, wat is dat? Ik hoor nooit iemand over ‘een sterke, inspirerende man’, tenzij het over gewichtheffen gaat.

Maar het is een verwijzing naar dat beroemde gedicht van Martinus Nijhoff!, riep een vriend door de telefoon. Ja, en? Dan is het ineens een prima thema? Een gedicht over een man die lekker bij de rivier ligt en dat er dan een schip voorbij komt en wie staat daar stoer aan het roer? Nou?! U raadt het nooit. Een vrouw! Flikker toch op.

Het betekent gewoon dat haar man waarschijnlijk bezopen of dood in het ruim lag en ze dat er óók nog bij moest doen op dat kloteschip. ‘Prijs god, zijn hand zal u bewaren’, zong ze. Ze is vast honderd meter verder met opzet tegen een bruggenhoofd geramd.

Nu snap ik ook wel dat de posters voor de Boekenweek al gedrukt zijn. Maar een kleine aanpassing kan toch wel? ‘De moeder de wiskundige’ bijvoorbeeld, of ‘De broeder de vrouw’ over de vrouw als naaste. Of ‘Het loeder de vrouw’ voor mijn part. Maar het liefst zou ik ‘Moeder én vader’; ‘vrouw én man’ op al die posters kalken. Kom op zeg. Laten we het nou gewoon eens samen gaan doen.

Alles, in onze samenleving.

 

Tot zover Japke-d. Bouma in NRC Handelsblad. Ik heb nieuws voor haar (ik neem althans aan dat het voor haar nieuws is): er is al een gedicht onder de titel Dat loeder de vrouw gepubliceerd (oké, geen ‘Het’ maar ‘Dat’, maar kniesoor). Door mij namelijk, eveneens als pastiche, op zaterdag 23 juni 2018 in de Telegraaf, vlak nadat was besloten om De moeder de vrouw tot Boekenweekthema uit te roepen en het morren daarover reeds her en der hoorbaar was:

 

DAT LOEDER DE VROUW

 

Ik ging naar Bommel om de brug te zien
De nieuwe brug, waarover ik zou vluchten
Zodat ik echt nooit meer zou hoeven zuchten
onder haar juk. Na een minuut of tien
dat ik daar lag, in ‘t gras, van geluk dronken,
mijn hoofd reeds vol van vrijheid zonder meid
begon daar midden uit de oneindigheid
haar snerpstem tegen mijn oren te bonken.
Het was de vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf naar de brug toe varen.
Zij was alleen aan dek, op heksentoer,
en wat zij riep hoorde ik dat vloeken waren.
O, huil ik nu, dat daar dat loeder voer.
Prijs God, riep zij, de brug kapot gevaren.

10
Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Elly de Waard

Waar is dan dat stukkie over Freek?

Carol Magermans

Genoten weer ?

Frans Koster

Ik wel ! Carol.

Lily De Vries

Geweldig Rob en he hebt die flapdrol al te veel podium gegund…hahahaha de rest is goed.

rob@hoogland.nl