Press "Enter" to skip to content

Vrijpost 25 december 2020

Rob Hoogland – Vrijpost 25 december 2020

Machmoud en Noor blazen de moeder aller kerstverhalen nieuw leven in. Op weg naar een locatie in Bethlehem waar zij zich op Covid-19 moeten laten testen, komt Noor ineens in barensnood. Machmoud probeert snel een kamer te boeken, maar alle hotels zijn wegens in verband met coronamaatregelen gesloten. Dit verhaal werd ook door HP/De Tijd online gepubliceerd.


Ah, daar heb je de engelen weer

Lucas 2:1 – En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van keizer Augustus dat heel de wereld ingeschreven moest worden.

Kijk, daar gaan Machmoud en zijn hoogzwangere Noor. Zij zijn op weg naar een coronatestlocatie in Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever. De test is verplicht gesteld door de Palestijnse Autoriteit en zij verplaatsen zich in een bescheiden Citroën C-Zero, actieradius 150 km, net genoeg voor een rit van Nazareth naar Bethlehem.

Noor zit op de passagiersstoel en omklemt haar kogelronde buik plots met beide handen. “Oei”, kermt zij. “Ik vrees dat het snel zover is.” Haar verloofde besluit de test daarom tot nader order uit stellen en bij het eerste het beste motel een kamer te huren. ‘Wegens coronacrisis gesloten’, meldt een bordje aan de deur daar. Ook andere hotels en B&B’s in de buurt laten op last van de overheid geen gasten toe.

Lichte wanhoop maakt zich van het tweetal meester.

Wat te doen?

“Probeer het alsjeblieft nog één keer, Machmoud”, smeekt de vrouw.

Ze hebben geluk: dankzij de hotelier bij wie ze dan aankloppen vinden ze toch nog onderdak, al is het slechts in een stal. “Ik mag jullie helaas niet meer comfort bieden van de overheid”, verontschuldigt de gastheer zich. “Covid-19 is een catastrofe, maar jullie zouden het ook van de zonnige kant kunnen bekijken: ruimte genoeg hier nu. Eeuwenlang stond deze stal barstensvol met dieren. Maar we hebben de kippen moeten ruimen wegens vogelgriep, de varkens wegens varkenspest en de runderen wegens de gekkekoeienziekte. Welkom in de 21ste eeuw!”

De man stelt ook enkele eisen aan hun verblijf: niet meer dan twee bezoekers per dag en zo vaak mogelijk een mondkapje om.

“Anders riskeer ik een boete”, zegt hij.

Lucas 2: 6/7 – En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg.

“Welkom op deze wereld, Isa”, zegt de zielsgelukkige Noor na de bevalling tegen de baby die zij innig tegen zich aangedrukt houdt. “Een engel heeft ons opdracht gegeven om jou zo te noemen. Hè, Machmoud?”

Zij kijkt haar verloofde met een mengeling van hoop en liefde aan, maar Machmoud antwoordt slechts met een afstandelijke hoofdknik.

Hij is al eerder akkoord gegaan met deze naam van het kind, een half jaar geleden, nadat ze hem vlak na hun verloving in Nazareth in een emotioneel gesprek had opgebiecht dat zij op dat moment reeds drie maanden zwanger was van de heilige geest. Een engel had aan haar geopenbaard dat zij zou een zoon van God zou krijgen, vertelde zij toen. En zij diende het kind Isa te dopen.

Was dit niet de moeder aller smoezen? Die gedachte besprong Machmoud subiet, waarna de woede zo hevig in hem losbarstte dat hij haar toebeet dat zij twintig eeuwen terug misschien nog was weggekomen met dit verhaal, maar nu niet meer. Hij verliet Noor stante pede, maar keerde later op zijn schreden terug omdat hij zich bij nader inzien geen leven zonder haar kon voorstellen. Hij vergaf Noor en beloofde haar plechtig het kind alsnog samen met haar te zullen opvoeden.

Maar of hij nu van zijn twijfels af is?

Was dit niet de moeder aller smoezen? Die gedachte besprong Machmoud subiet

Dan gebeurt er iets bijzonders: een groep mannen meldt zich bij de stal. Zij beweren dat zij employé’s van een intensief veeteeltbedrijf verderop zijn, werkzaam in het compartiment schapen & lammeren. Die nacht, tijdens hun dienst, hebben zij een wonder ervaren, vertellen zij. Machmoud weet het gezelschap, dat dolgraag naar binnen wil, ternauwernood buiten de deur te houden.

De boerenknechten zijn door het dolle heen en doen op het erf uit de doeken waarom: net waren zij bezig hun jongste ooien hormonen toe te dienen zodat ook deze schapen in twee jaar drie keer konden werpen, toen zij ineens, van het ene op het andere moment, door engelen werden bezocht. Vol ontzag spraken ze over een ‘hemelse legermacht’, die heel belangrijk nieuws voor hen had.

Ah, daar heb je de engelen weer, denkt Machmoud. Is dit niet een wat al te opzichtig eentweetje met mijn aanstaande bruid? Hoezeer hij dit soort gedachten in zijn onmetelijke liefde voor Noor ook tracht te verdringen, hij vraagt het zich toch af. Hij is ook maar een mens, ofschoon hij moet toegeven dat de bezoekers oprecht en vriendelijk op hem overkomen.

“Tot onze grote verrassing bedankten deze engelen gezamenlijk zingend God”, gaan zij verder. “Hallelujah, de Zaligmaker, de Heere, is geboren, zongen zij luidkeels. En zij zeiden ons dat wij het kindje hier, op deze plek, zouden vinden, in doeken gewikkeld in een kribbe.”

“Gezamenlijk zingend?” zegt Machmoud. “Als dat maar goed is gegaan met de verspreiding van de aerosolen. Of is die hal van jullie soms wél goed geventileerd?”

Streng verwijzend naar de coronabeperkingen gunt hij de mannen, door een kier van de deur, mede om die reden slechts een glimp van de baby in de kribbe.

“Hier moet het helaas bij blijven”, zegt hij beslist.

“Laten wij elkaar omhelzen, Machmoud!” roept een van de boerenknechten desondanks. Voordat Machmoud zich kan verzetten slaat de man zijn armen om hem heen en kust hem hartstochtelijk op beide wangen.

Lucas 2: 20 – En de herders keerden terug, God lovende en prijzende om alles wat zij hadden gehoord en gezien, gelijk het hun gezegd was.

Voelde die knecht niet wat zweterig aan? Hoestte en nieste hij niet iets te veel? Plichtsgetrouw als hij is, besluit Machmoud het zekere voor het onzekere te nemen: hij stelt zichzelf en zijn gezinnetje voor ruim een week in quarantaine, een periode waarin hij moeder en kind in totale afzondering verzorgt.

Na acht lange dagen en nachten, waarin Noor hem er meerdere malen van tracht te overtuigen dat de bezoekende stalknechten wel degelijk een ware boodschap kwamen verkondigden, wordt er andermaal op de staldeur geklopt.

“Goedendag”, zegt een voornaam ogende man van middelbare leeftijd, zodra Machmoud de deur heeft geopend. Hij wordt vergezeld door twee andere rijzige heren en vraagt of het klopt dat hier onlangs een kindje is geboren.

“Ja hoor”, zegt Machmoud. “Op 25 december, om precies te zijn.”

“Mag ik u dan mede namens mijn twee collega’s bij wijze van felicitatie de hand schudden?”

“Dacht het niet”, zegt Machmoud. “Wij blijven hier minstens anderhalve meter uit elkaar. Zijn jullie van de burgerlijke stand en moeten wij het kind nu inschrijven?”

“Nee, wij zijn drie koningen en hebben in gezamenlijkheid een ster gevolgd, die ons naar deze plek leidde. Wij denken daarom dat uw baby het nieuwe koningskind is, door de Heer op aarde gezet om de mensheid te redden. Mogen wij binnenkomen, alstublieft? Wij hebben tal van cadeaus meegenomen.”

Verwarring maakt zich van Machmoud meester. Aan de ene kant kan hij zijn gevoelens van achterdocht nog steeds niet geheel en al opzij zetten. Aan de andere kant betrapt hij zichzelf erop dat hij, dankzij dit nieuwe bezoek, nu zelf ook rekening begint te houden met de mogelijkheid dat zich binnen zijn gezin, met zijn aanstaande vrouw als middelpunt, een ingrijpende Goddelijke gebeurtenis heeft voltrokken.

Toch kan hij het niet laten te zeggen dat die ster waarschijnlijk het ISS-ruimtestation was.

“Nee, nee, nee!” bezweert de man hem. “Het was een door God gezonden koningsster!”

“Hoe groot is jullie macht eigenlijk nog, als koningen?” vraagt Machmoud dan.

“Ik geef toe dat daar niet veel meer van over is. Wij mogen nog slechts ceremoniële functies vervullen, zoals dat heet. Dat komt ervan als je in de 21ste eeuw nog steeds aan het hoofd van een monarchie staat. Maar dat betekent niet dat wij geen ster kunnen volgen.”

“Oké”, zegt Machmoud. “Kom er maar in dan. Op één voorwaarde: mondje dicht hierover. Alleen met de kerst mochten wij drie in plaats van twee gasten ontvangen van de autoriteiten. Doen jullie wel eerst even een mondkapje om?”

Lucas 2: 40 – En het kind groeide op en Het werd gesterkt in de Geest en vervuld met wijsheid, en de genade van God was op Hem.

 
 

Vrijpost 25 december 2020

Dit kerstverhaal werd ook door HP/De Tijd online gepubliceerd.

 

volgendevorige

11 Reacties
Inline Feedbacks
Zie alle reacties
Auke Bloembergen
1 maand geleden

Rob alleen jij kan dit verhaal uit een andere eeuw zo mooi onze harten verblijden.
Merci mille fois!
Auke

Elferink
1 maand geleden

Nou Rob dat heb je weer mooi beschreven maar van die goddelijke interventie wat betreft de zwangerschap neem ik met een korrel zout.
Met vriendelijke groet Bert.

Ad van ekeren
1 maand geleden

Een saaie kerst geeft dankzij u heer Hoogland weer enig zicht op een koningsster zijnde: een beter 2021 met wat meer eigen invulling aan het leven. Weer veel dank.
en een geweldig 2021 gewenst

Jeroen
1 maand geleden

mooi

Alexy
1 maand geleden

Wat fijn om weer een mooi kerstverhaal uit jouw pen te mogen ontvangen. Na onze ontmoeting in Alkmaar,beiden uit de omgeving,ben ik jou met de honden regelmatig tegengekomen,veel liefs en alle goeds van hier naar jouw thuisen geliefden,net alle beste wensen.

marc
29 dagen geleden

Heerlijke versie van het Kerstverhaal Rob

rob@hoogland.nl
11
0
Reageer!x
()
x