Press "Enter" to skip to content

Vrijpost 31 oktober 2019

vrijpost 31 oktober 2019

Gijp VIP op tweede Foute Jongens-feestje

Rob HooglandDat was me het feestje wel, woensdag 30 oktober bij boekhandel Scheltema aan het Rokin en later, voor de doorzetters, in het roemruchte journalistencafé met dezelfde naam aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Het Grote Foute Jongens Boek deel 2 werd gepresenteerd en het eerste exemplaar werd in ontvangst genomen door René van der Gijp, die zich daar zeer verguld mee toonde.

Een man of honderd was op het festijn in de prachtige boekhandel in Amsterdam afgekomen en na afloop was er nog precies een halve fles wijn over. Goed uitgekiend dus door Mariska Budding en haar team van uitgeverij Pepper Books. Arthur van Amerongen en ik, de schrijvers van het boek, waren bijzonder verheugd met de aandacht die wij ook met deze presentatie van ons tweede boek trokken. Tot de gasten behoorden onder anderen Leon de Winter (schrijver en columnist Telegraaf, hij schreef tevens een hartverwarmend voorwoord voor het boek), Sylvia Witteman (columniste Volkskrant), Theodor Holman (columnist Parool), misdaadverslaggever John van den Heuvel, literatuurpaus Jeroen Vullings, de filmregisseurs Martin Koolhoven en Eddy Terstall en tot veler verrassing ook Barry Hay, zanger van Golden Earring.

Voordat Arthur en ik het eerste exemplaar aan Gijp overhandigden, hield ik een toespraak. Hier de tekst:

“Laat ik beginnen met een citaat uit een overzicht op de site van Historia, waarin de gang van zaken bij de middeleeuwse vorstenhuizen onder de loep wordt genomen. In dit verhaal worden ook de rollen van de dienaren van de koning toegelicht, bijvoorbeeld die van de voorproever. Het was diens opdracht om te voorkomen dat de majesteit zich aan maaltijden zette waaraan door een vijand dodelijk gif was toegevoegd. Letterlijk een levensgevaarlijk baantje. Ook de taak van de hofmeester wordt besproken, net als die van de geselknaap en de billenveger. Jullie moeten dus maar blij zijn dat ik deze tekst voorlees en niet Arthur, want die was bij het noemen van die laatste twee functies spontaan weer gaan vissen in zijn favoriete vijver, die van de vunzigheid. Hij kan het gewoon niet laten, zoals ook uit ons nieuwe boek blijkt.

Ook de rol van de nar komt aan bod.

Dat gedeelte wil ik graag voorlezen.

“In de middeleeuwen konden zowel mannen als vrouwen hofnar worden. De bont geklede entertainer speelde een bijzondere rol aan het hof: hij was de enige die het zich kon veroorloven de spot te drijven met edelen die dicht bij de koning stonden, en zelfs met de koning zelf, zonder dat het hem de kop kostte.

Grappen maken ten koste van de vorst was bijna een plicht – de Engelse koningin Elizabeth I werd boos op haar nar wanneer hij niet genoeg de draak met haar stak. De vorst hield de hofnar de hand boven het hoofd, en gebruikte de bediende om dingen te zeggen die hij of zij zelf niet kon uitspreken tegen bijvoorbeeld een machtige edelman.

Gehandicapten en kleine mensen (luister je mee, Arthur?) waren favoriet voor de functie van hofnar, vooral als ze ook slim waren en zich konden mengen in politieke discussies. De andere hovelingen hadden vaak een hekel aan de nar, omdat die hen voor gek zette. Zo bedreigde in 1623 de hertog van Buckingham de hofnar Archibald Armstrong met de dood, waarop de nar zei: “Er is al menige hertog opgehangen voor zijn brutaliteit, maar nog nooit een nar voor zijn praatjes.”

Einde citaat.

 

Van links naar rechts filmregisseur Martin Koolhoven en de schrijvers/columnisten Leon de Winter, Rob Hoogland en Arthur van Amerongen.

Waarom citeerde ik dit stukje? Omdat Arthur en ik onszelf in de eerste plaats als de 21ste eeuwse collega’s van Archibald Armstrong zien. Wij doen wat in het oude China de Taoïsten ook deden met de Confucionisten, die in tegenstelling tot de Taoïsten zo van orde en gezag hielden. Wij drijven graag de spot met mensen, ongeacht hun afkomst en positie. Dat is, denk ik, wat ons in elkaars armen heeft gedreven. We leerden elkaar kennen op Facebook en begonnen elkaar meteen te pesten, ik hem met zijn Volkskrant-achtergrond en zijn linkse verleden, hij mij met mijn Telegraaf-achtergrond en mijn vermeende rechtsheid. Toen ik een jaar of vier terug met vakantie was aan de Costa de la Luz in het uiterste zuiden van Spanje, besloot ik hem te gaan opzoeken in de Algarve. Het was slechts een uurtje rijden, via die befaamde brug over de Gudiana-rivier. Ik zie hem nog zitten, op het terras van een ijssalon aan de haven van Olhao, in typerende houding: chattend op zijn mobiel, de bril op het voorhoofd. Het zal jullie niet verbazen dat Robbie Muntz in de nabijheid was. Robbie Muntz is altijd in zijn nabijheid.

Het werd een gezellige dag, met een lange lunch waarbij onrustbarend veel reusachtige Monzambiquaanse gamba’s werden genuttigd, en schrik niet: weinig wijn, want ik moest nog terugrijden en Arthur stond al een half jaar droog. Anderhalf jaar later verscheen na talloze chatsessies op Facebook het Grote Foute Jongens Boek deel 1, met een voorwoord van Mark Rutte nota bene. Waarna wij gezamenlijk een dialoogrubriek in HP/De Tijd kregen. En nu is er het Grote Foute Jongens Boek deel 2.

De narren hebben dus alweer twee boeken geschreven en 25 dialogen van 2000 woorden per stuk voor HP/De Tijd. “Niets is zo geestig en ontroerend als hun bozige, venijnige, gemene liefde”, schrijft Leon de Winter in zijn prachtige voorwoord voor deel 2. “Laten we vieren dat Hoogland en Van Amerongen bestaan.” Dat zijn zijn slotwoorden, die ons raken. Net als Elizabeth the First, die van vanaf 1558 tot haar dood in 1603 koningin van Engeland en Ierland was, ziet Leon het belang van de nar. Helaas moet ik vaststellen dat er anno 2019, vier eeuwen later dus (!), ook nog steeds angstaanjagend veel mensen zijn die er dezelfde gedachten op nahouden als de hertog van Buckingham in 1623.

 

Tot veler verrassing kwam Golden Earring-zanger Barry Hay ook nog even langs. Ik vertelde hem dat ik hem in 1967 nog heb zien optreden als zanger van The Haigs, in De Waakzaamheid in Koog aan de Zaan. The Haigs zaten toen in het voorprogramma van David Garrick.

Er bestaan werkelijk figuren die ons definitief de mond willen snoeren, met name ter linkerzijde uiteraard. En dan heb ik het niet eens over jonkvrouwe Ollongren, hoewel zij daar eigenlijk wel om vraagt met dat neprapport over nepnieuws. Niet echt een kopie van Elizabeth the First, koningin Kajsa, laat ik het daar maar bij laten, ook omdat zij momenteel om gezondheidsredenen op het Haagse toneel ontbreekt. Een tamelijk prominente GroenLinkser, Sybren Kooistra, waagde het zelfs de Volkskrant schriftelijk te verzoeken Arthur uit zijn functie te ontheffen omdat zijn columns hem niet bevielen. Telkens weer blijkt dat humor en de strijd der Social Justice Warriors begrippen zijn die elkaar nauwelijks verdragen. Spotten mag niet in SJW-kringen. Spotten is voor hen een synoniem van kwetsen. En kwetsen betekent zo ongeveer martelen. Het jaren 70-lied It’s only words van de BeeGees is aan hen niet besteed, sterker nog: is blasfemie. Alle eelt dient van de ziel te worden losgeweekt. Inclusiviteit, diversiteit, identiteit, noem maar op, het moet allemaal even ernstig en gewichtig worden besproken. Er mag niet de draak mee worden gestoken.

En wat doen wij dus?

Wij steken er de draak mee.

Keer op keer, als ware narren.

Dat brengt mij bij René hier. René van der Gijp, ik neem aan dat hij geen nadere introductie behoeft. Arthur en ik vinden het geweldig dat hij bereid is het eerste exemplaar van ons nieuwe boek in ontvangst te nemen. Gijp is ook een foute jongen, in de goede zin des woords. Gijp heeft ook lak aan de heersende mores. Gijp is ook een nar die vindt dat overal de draak mee moet worden gestoken. Nooit zal ik de VI-uitzending vergeten, begin vorig jaar, waarin hij een blonde pruik had opgezet en verklaarde dat hij voortaan als Renate door het leven wilde gaan. Ik zat te bulderen in de huiskamer. Het was een persiflage op het opzienbarende optreden van de Vlaamse reporter Bo van Spilbeeck, eerder live op de tv, met een soortgelijke pruik op het hoofd, waarin hij had onthuld voortaan als vrouw door het leven te willen gaan.

Transgender Bo reageerde zelf rustig. “Het is zijn humor”, zei Bo slechts. Maar het aantal reacties van derden waarin de persiflage van Gijp werd veroordeeld was ontelbaar. Schande, riepen velen. Dit bevordert homofobie en transfobie, die arme mensen hebben het al moeilijk genoeg. De bekende klaagzang dus, waarmee de slachtoffercultus die in Nederland toch al groteske vormen heeft aangenomen nog eens extra werd benadrukt. Een grote rel was het gevolg, de overgang van het VI-team naar Talpa liep er zelfs vertraging door op. En de Volkskrant – uiteraard de Volkskrant, Tuurtje! – publiceerde onmiddellijk een interview met Giselinde Kuipers, hoogleraar cultuursociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Altijd weer die Universiteit van Amsterdam. Zij kreeg alle tijd om te beweren dat onschuldige grapjes niet bestaan.

Ze zullen niet rusten voordat de humor dood is, denk ik soms.

Maar ik heb nieuws voor jullie: dat gaat niet lukken, mede dankzij ons, mede dankzij de vlerken van GeenStijl ook, hier eveneens aanwezig, mede dankzij mannen als Gijp.

Ik dank iedereen die aan het Grote Foute Jongens Boek deel 2 heeft meegewerkt. Mariska Budding van Pepper Books: grote klasse dat zij weer met ons in zee ging. Redacteur Linda Crombach: ze was weer zeer waardevol en had heel wat met ons te stellen. De afdeling marketing van de uitgever: hartstikke bedankt. Tom Kellerhuis en zijn jongens van HP/De Tijd, waarin wij onze rubriek nu alweer 2 1/2 jaar mogen publiceren: ook jullie zijn wij grote dank verschuldigd, net als uiteraard de hoofdredacties van de Telegraaf en de Volkskrant, die Arthur en mij lekker onze gang laten gaan, hetgeen nog niet eens zo lang geleden niet of nauwelijks tot de mogelijkheden behoorde. Een Volkskrant- en een Telegraafcolumnist die samen boeken schrijven: ondenkbaar toen.

En natuurlijk wil ik ook René van der Gijp bedanken.

Fantastisch dat je gekomen bent, René.

Ik hoop dat je je hier een beetje thuisvoelt.

Narren onder elkaar moet je maar denken.

Het is met grote trots dat Arthur en ik het eerste exemplaar van het Grote Foute Jongens Boek deel 2 nu aan jou overhandigen.”

 

De foto’s zijn gemaakt door Telegraaf-fotograaf Anko Stoffels.

volgendevorige

13
Reageren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Irene

Geweldig!!!!! Gefeliciteerd heren, dankzij jullie valt er op de dag van vandaag nog te lachen!!

Frans Strik

Proficiat schrijvers van serieuze onderwerpen waarmee de draak moet worden gestoken om deze geloofwaardig te laten zijn. Humor is van alle dag. Doorgaan dus!

Rob van Benber

Wat heerlijk geschreven weer! Ik haast me naar de boekhandel en dat gebeurt niet zo vaak. Dank, duo, duizend maal dank voor het bulderlachen, door mijn huisgenoten onbegrepen, als ik jullie verhalen lees!

Marjan

Geweldig nieuws. Lekker leesvoer

Han van Rossum

Van harte gefeliciteerd beiden. Zit inmiddels op mijn bestelde exemplaar te wachten. Heel veel succes verder. Blijf jullie volgen.

Clemens Laseur

Zonder humor is Nederland dor.
Lach om jezelf je keel schor.

Wie lacht immers niet, die de mens beziet?

Begin dan bij voorkeur bij jezelf.
Daarin zit meer van anderen dan sommigen liefhebben.

Aniko

Gefeliciteerd met jullie nieuwe boek. Hoopgevend dat er nog mensen zijn (in jullie vak) die tegen de stroom in durven zwemmen. Dat jullie nog vele jaren dwars mogen wezen.

Andre van der Lans

Nou, dat is me wat!! Tegenwoordig lezen we alleen ellende en tekortkomingen in onze media.. Maar dank zij jullie narren ziet de wereld er toch wat anders uit!
Bedankt

Evert

Gefeliciteerd, jongens! Doorgaan, altijd doorgaan!

reina voogt

Goed verhaal. En had Leon airfryer en frites mee?

Otto Braeckenssieck

Een ouderwets mooie en enigszins natte presentatie dus, van een boek dat een ouderwets mooie en enigszins natte presentatie zeker verdient.

Yvonne

Ga zo voort mannen

marc

Hulde heren, op naar den boekwinkel…………vroaaaaaaaaapppppppppp …….en kopen dat boek.! En weg met al die azijnpissers die humor dood willen hebben……daaahaaaaggg opzoutuhhhhhhhhhhhhh

rob@hoogland.nl