Press "Enter" to skip to content

Vrijpost 9 mei 2020

Ik zal kruipen, waar ik niet kon gaan

Vrijpost 9 mei 2020
Nadat mijn Telegraaf-column van 7 mei op dit blog was geplaatst, kreeg ik niet alleen een compliment van dichteres Elly de Waard (zie Reacties eronder), maar stuurde zij mij later ook, op mijn verzoek, een gedicht dat zij na de moord op Pim Fortuyn had geschreven. Titel: ‘De ballade van de vermoorde politicus’.

Omdat wij in hetzelfde kustdorp wonen noemt zij mij buurman en noem ik haar buuf. In werkelijkheid wonen we enkele kilometers van elkaar af. Elly de Waard schreef vijftien jaar poprecensies voor De Volkskrant en Vrij Nederland en begon al in de jaren zeventig met het schrijven van poëzie. Verschillende bundels waren het resultaat. Verder was zij jurylid voor de Edison Music Award, P.C. Hooft-prijs, VSB Poëzieprijs, Herman Gorterprijs en de C. Buddingh’-prijs.

“Ik heb ook een gedicht over de dood van Pim Fortuyn geschreven”, zegt Elly in haar reactie op de column van 7 mei. Met de belofte dat ik het op mijn blog zou plaatsen, vroeg ik haar vervolgens of zij het mij wilde mailen. Dat deed zij, waarmee een Egmonds eentweetje gestalte kreeg. Ik ben onder de indruk van het gedicht. Het werd eerder gepubliceerd in ‘Proeven van moord’.

De ballade van de

vermoorde politicus

1948-2002

Zes uur, zes uur heeft geslagen
het nieuws gaat over het land
met lichte stap komt naar buiten
een man – hij zakt naar de grond
Als een boom die door de zagen
gekerfd wordt tot halfweg zijn stam
en eigener beweging omvalt
zo is, zo is deze man
Die, neergeschoten wordend – wie
o wie loste het schot? Die schoten
niet te tellen? – op zijn knieën
gaat, nog steeds rechtop
Een man ligt op het plaveisel
van het nieuwscentrum van het land
uit zijn glanzend hoofd, teer en dooraderd
komen zwarte bloedvlechten, lang.
‘Ik zeg, zeg jullie de waarheid
die ik denk en waarin ik geloof
en ik doe, doe nooit als die anderen
minder dan ik beloof –
Een held is in alle tijden
iemand met persoonlijke moed
de moed om het publieke menen
van wie woorden smijten als stenen
als eenling te blijven weerstaan;
om je waarheid steeds weer te zeggen
geen zwijgen je op te laten leggen
held word je, je wordt niet zo geboren
het lot wijst je daartoe aan –
Het zorgvuldig pak ligt verfrommeld
das los, aan het hemd kleeft bloed
op de borstkas drukt men naar leven
en onder de schoen ligt een voet
Zeven uur, zeven uur heeft geslagen
het nieuws dreunt over heel het land
op straat, tussen vreemden bezweken
hard sterfbed, door iedereen bekeken
zijn lijk prijkt in kleur op de krant.
Waar was jij, toen je het hoorde?
is de vraag van een vriend die mij belt
ik stond in de keuken en verstijfde
op de radio was men verbijsterd, jij?
Ik zat, dan weer stond voor het raam
en zag het steeds donkerder worden
ons uitzicht is heden verdwenen
niets is ons meer overgebleven
twaalf uur, het heeft twaalf uur geslagen
ik heb het twaalf uur horen slaan –
Maar, op de doodse parkeerplaats
van het nieuwscentrum onder de maan
heeft het bloed, dat zich niet weg liet vegen
zijn bericht in beton neergeschreven:
ik zal kruipen, waar ik niet kon gaan.
Vrijpost 9 mei 2020

Een reactie

  1. Roel Rozema 15 mei 2020

    Schitterend.

Reacties zijn gesloten.

rob@hoogland.nl